Een nieuwe horizon

Inch Magazine

Een nieuwe horizon

INEOS houdt de ogen en oren open, want de eu maakt steeds meer middelen vrij voor onderzoek en innovatie
11
min
2016

Nieuwe kansen dienen zich vaak aan wanneer je ze het minst verwacht. Het geheim is klaar te staan, want INEOS beseft maar al te goed dat het weleens op een nieuwe goudmijn zou kunnen zitte

Eerst moet het bedrijf de EU wel overtuigen om een deel van de €80 miljard die ze onlangs heeft opzijgezet voor onderzoek en innovatie op wereldniveau, in zijn ideeën te investeren.

“Dit is een fantastische kans voor ons, want de plannen van de EU passen bij veel dingen die wij nu al doen”, aldus Greet Van Eetvelde. Ze staat in voor het beheer van het Carbon & Energy Network van INEOS en voert het team aan dat zich bezighoudt met kwesties rond onderzoek en innovatie. “We moeten gewoon onze zichtbaarheid en onze betrokkenheid verhogen, want voor dit soort zaken is er veel publieke steun. Tegenwoordig kunnen deze organisaties een project in de industrie volledig financieren, wat een fantastische motivatie is om samen te werken.”

INCH sprak met Greet nadat de EU haar jongste financiering in het kader van het Horizon 2020 project had aangekondigd, haar grootste programma ooit om onderzoek en innovatie aan te moedigen.

“Met deze investering wil men de chemische industrie een nieuw elan geven”, zegt ze.

De industrie speelt een centrale rol in de Europese economie. Ze is goed voor een jaarlijkse omzet van €7 triljoen en 30 miljoen rechtstreekse jobs. Maar de afgelopen jaren had Europa het door de stijgende energiekosten en de strenge wetgeving steeds moeilijker om competitief te blijven op wereldniveau. Veel bedrijven hadden het niet gemakkelijk en dus werd er flink gesnoeid in veel onderzoeks- en innovatiebudgetten.

Carlos Moedas, eurocommissaris voor Onderzoek, Wetenschap en Innovatie, zegt dat de EU iets moest doen om de concurrentiekracht van Europa te versterken.

“Onderzoek en innovatie zijn de drijvende krachten achter de vooruitgang van Europa. Ze zijn cruciaal als we willen inspelen op de nieuwe, dringende uitdagingen: immigratie, de klimaatverandering, schone energie en gezonde maatschappijen”, verklaarde hij.

Horizon 2020 werd gelanceerd op 1 januari 2014. Gespreid over zeven jaar gaat de EU via dit programma €77 miljard investeren om de economische concurrentiekracht van Europa te verstevigen en de grenzen van de menselijke kennis te verleggen.

Met dit onderzoeksbudget wil de EU hoofdzakelijk het dagelijkse leven verbeteren op gebieden zoals gezondheid, milieu, transport, voedsel en energie. Het wil het voor de overheids- en privésector ook gemakkelijker maken om samen te werken aan innovatieve oplossingen.

INEOS is achter de schermen al druk bezig met een reeks initiatieven. Het bedrijf is aan Horizon 2020 verbonden doordat het lid is van heel wat organisaties, waaronder SPIRE (Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency), SusChem en PlastEU. Stuk voor stuk organisaties die INEOS een toegevoegde waarde bieden en zijn imago helpen te versterken.

“Al deze platformen delen een vergelijkbare zienswijze en zoeken nieuwe denk- en werkpistes om de Europese industrie efficiënter met haar middelen en energie te doen omgaan”, zegt Greet.

Bij INEOS staat ze aan het roer van het Carbon & Energy Network. Alle ondernemingen zijn erin vertegenwoordigd met in totaal meer dan honderd collega’s, die allemaal echt geïnteresseerd zijn om de efficiëntie op een zo duurzaam mogelijke manier te verhogen.

In tegenstelling tot andere ondernemingen heeft INEOS – bewust – gekozen om geen aparte duurzaamheidsafdeling op te richten. In de plaats daarvan ziet de onderneming duurzaamheid als een fundamenteel aspect van haar bedrijfsvoering. INEOS wil dat iedereen nadenkt over manieren van zakendoen die de toekomst van de onderneming veiligstellen voor de volgende generaties.

Hetzelfde geldt voor het netwerk van Greet. Alle leden werken elders in de onderneming.

Maar voor Greet gaat het niet alleen om energie besparen.

“Het is essentieel dat we de kansen rondom ons grijpen en niet aan onze neus laten voorbijgaan”, vindt ze. “Zoals altijd moet je veel proberen voor je slaagt. En wie niet waagt, niet wint. Als we goede prestaties op dit vlak kunnen voorleggen, trekken we hopelijk meer investeringen aan voor INEOS.”

En met dat doel wordt een speciaal onderzoeks- en innovatieteam opgericht binnen het Carbon & Energy Network. In eerste instantie gaat het zich toespitsen op nieuwe kansen.

In december sprak Greet op de zevende European Innovation Summit in het Europees Parlement in Brussel.

“Het is heel belangrijk dat we diverse bedrijfsscenario’s en oplossingen verkennen”, zegt ze. “Waarom geen wegen van plastic maken? We willen van de traditionele denkpistes af en ook ‘outside the box’ denken.”

Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen.

Vandaag hindert het gebrekkige begrip van elkaars processen die ontwikkeling, die vogens Greet cruciaal is als de industrie de toekomstige uitdagingen degelijk wil aanpakken.

“We moeten afstappen van de lineaire waardeketens en naar een industriële symbiose streven”, gaat ze verder. “Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken. Laat ze de oversteek wagen.”

Greet zegt dat INEOS Technologies in Frnkrijk onlangs een vierjarenproject op Europees niveau is gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen.

Aan het EPOS-project is een bedrag van €5,1 miljoen verbonden, waarvan €3,7 miljoen wordt gefinancierd door de Europese Unie en €1,4 miljoen door de Zwitserse regering. Het project kwam tot stand via SPIRE.

“Toen de vertegenwoordigers van de verschillende industrieën onlangs samenkwamen, dachten ze dat ze niets gemeen hadden. De bemiddelaar vroeg hen het als een oefening in speeddating op te vatten”, vertelt Greet. “Al na enkele minuten kregen ze door dat het wel degelijk de moeite loonde om samen te werken. Het ging zo van: Oh, jullie hebben dat! Wij hebben dat nodig!”

Al deze platformen, programma’s en projecten – SPIRE, Horizon 2020 en SusChem – hebben een gemeenschappelijk doel: bouwen aan een duurzamere wereld.

“De natuurlijke rijkdommen zijn beperkt”, zegt Greet. “Daarom moeten we onze denkpatronen nog meer dan ooit tegen het licht houden.”

En dat zou weleens kunnen lukken, dankzij de recente boost van het EU-programma Horizon 2020.

INEOS deelt in de gunstige conjunctuur

INEOS viel al meerdere keren in de prijzen bij de Europese Unie.

De samenwerking met anderen leverde de onderneming al miljoenen aan investeringen op in projecten die bijdragen tot een hogere energieefficiëntie, de verspilling van de natuurlijke rijkdommen tegengaan en de CO2-uitstoot verminderen.

INEOS O&P (Keulen), INEOS Oxide in België, INEOS Paraform (een deel van INEOS Enterprises) in Duitsland, INEOS Chlor in het VK en onlangs INEOS Technologies in Frankrijk zijn hierin proactieve partners.

“Al deze projecten werden met succes voltooid of zijn volop aan de gang”, vertelt Greet Van Eetvelde, manager van Cleantech Initiatives.

INEOS Paraform verkreeg EU-financiering voor een innovatieve zuiveringstechniek om afvallucht in het productieproces van paraformaldehyde te behandelen.

De fabriek in het Duitse Mainz, die sinds 1856 chemicaliën produceert, moest haar CO2-uitstoot drastisch inperken.

“Indertijd bestond er geen haalbare technologie om de situatie te verbeteren en daarom werkte de fabriek met een vrijstellingsvergunning”, aldus projectmanager Horst Schmolt.

INEOS voerde een reeks laboratoriumtests uit en in een testfabriek bleek dat men de emissieniveaus aanzienlijk kon terugdringen door een plasmakatalytische module voor de verwerking van afvallucht op grote schaal te installeren.

“Niemand in onze sector had ooit zoiets geprobeerd”, zegt Horst. “Maar het werkte.”

Ondertussen kon INEOS Chlor in het VK geld aantrekken voor de ontwikkeling van een nieuw computersysteem dat ondernemingen helpt efficiënter zaken te doen. En INEOS Oxide België werkte samen met vertegenwoordigers van zeventien bedrijven uit Frankrijk, Duitsland, Spanje, Noorwegen, Denemarken, Rusland, Italië en het VK om een investering vast te leggen voor de ontwikkeling van een nieuwe manier om vloeibare brandstoffen te produceren op basis van aardgas.

Dr. Stefan Krämer, Site Energy Manager bij INEOS O&P (Keulen), is momenteel betrokken bij twee projecten die op in totaal € 5,5 miljoen aan EU-fondsen kunnen rekenen.

Bij het eerste wordt een systeem uitgewerkt dat de uitbaters van grote, geïntegreerde chemische en petrochemische fabrieken in staat stelt om grondstoffen en energie efficiënter te beheren zonder dat de productie eronder lijdt. Dat systeem krijgt momenteel vorm, zodat ook andere industrietakken met vergelijkbare productie-installaties het kunnen gebruiken.

Met het tweede project wil men grote, onderling verbonden systemen (elektriciteitssystemen, controletorens voor luchtverkeer, treinstations en grote industriële productievestigingen) betrouwbaarder en efficiënter maken.

De recentste begunstigde is INEOS Technologies in Frankrijk. Dat is een vierjarenproject op Europees niveau gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen.

Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen.

“Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken”, besluit ze.  

More from INCH Magazine

Onbekend terrein

Het zijn spannende tijden voor INEOS – zowel aan land als op zee – zo ontdekt INCH tijdens een gesprek met Geir Tuft, CEO van de nieuwe olie- en gasvestiging INEOS Breagh VELEN vragen zich af waarom INEOS zich inlaat met olie en gas. Sommigen fronsen de wenkbrauwen omdat het bedrijf zijn pijlen op de Noordzee richt, terwijl anderen zich er net uit terugtrekken. De onderneming is ervan overtuigd dat ze de frisse wind is waar de olie- en gasindustrie op zit te wachten. Dat ze de verouderende activa (die niet meer winstgevend en ongeschikt zouden zijn) nieuw leven kan inblazen. Die mening is ook Geir Tuft toegedaan. INEOS heeft de man aangetrokken als hoofd van de nieuwe gasbusiness op zee, INEOS Breagh. Die opereert vier boorplatforms in de Noordzee en heeft aandelen in zestien exploratievergunningen. INCH sprak met Geir kort nadat hij als CEO van de nieuwe dochteronderneming van INEOS zijn intrek had genomen in zijn nieuwe kantoor in Londen. “Ik weet niet waar dit avontuur mij of INEOS uiteindelijk zal brengen, maar we kunnen zeker een groot verschil maken in de Noordzee”, aldus Geir. “Voor ons is dit namelijk geen kortlopend project.” In oktober kocht INEOS alle twaalf gasvelden van de Duitse firma DEA, deel van de LetterOne Group, in het Britse Noordzeegebied. De gasvelden liggen dicht bij de activa van INEOS in het noordoosten van Engeland en Schotland. Ze leveren ongeveer 8 % van het gas in het VK, genoeg om 10 % van de woningen te verwarmen. “Dat is niet niks en daar denk ik ook aan als ik ‘s avonds naar huis ga. Wat is het fijn om aan het roer van zo’n schip te staan”, aldus Geir. De Russische miljardair Mikhail Fridman verkocht de gasvelden op vraag van de Britse overheid, uit angst voor sancties tegen Moskou voor de rol van Rusland in Oekraïne. Een paar dagen nadat INEOS had beslist om DEA (VK), waaronder het Clipper South platform over te kopen, heeft Fairfield Energy Holdings Ltd zijn aandeel van 25 % in de Clipper South verkocht. Zo kwam het boorplatform voor 75 % in handen van INEOS. Fairfield wou zich naar eigen zeggen toeleggen op ontmanteling. Maar het is onwaarschijnlijk dat INEOS het hierbij laat en stopt met de aankoop van gasvelden in de Noordzee. “Hoegenaamd alles in de Noordzee is te koop en wij zijn de enige kopers in een zee van verkopers”, aldus Geir. Ook al is dit onbekend terrein voor INEOS, toch voelt de onderneming er zich klaar voor. “INEOS is dan wel een nieuwkomer in de Noordzee, maar ons bedrijf heeft heel wat ervaring met chemische fabrieken die even complex of zelfs complexer zijn dan deze platforms op zee”, licht Geir toe. “Onze belangrijkste aandachtspunten (milieu, gezondheid en veiligheid; betrouwbaarheid; hoge bezetting en competitieve vaste kosten) zijn allemaal aspecten die de mature Noordzeemarkt nodig heeft om de levensduur van de activa te verlengen en om zo veel mogelijk koolwaterstof te ontginnen. We twijfelen er niet aan dat we deze activa betrouwbaarder kunnen maken en investeren daar waar nodig.” De problemen van de Britse olie- en gasbedrijven, die al sinds 1964 in de Noordzee naar olie en gas boren, zijn uitvoerig beschreven. In 2014, waarschuwde Pricewaterhouse Coopers dat er dringend nood was aan een nieuwe visie en nieuwe werkmethodes om de positie van die industrie als wereldwijde olie- en gashub veilig te stellen. “Een meer strategische en geïntegreerde benadering dringt zich op, om het leven van de Noordzee voor alle betrokkenen en de toekomstige generaties te helpen verlengen”, benadrukt Kevin Reynard, Senior Partner bij PwC in Aberdeen. “Als we niet gaan voor verandering, zou het doek weleens heel vroeg kunnen vallen voor het project.” In juni 2015 borrelde dit alles weer op toen de olie- en gasproducenten opnieuw werden aangespoord om het voorbeeld te volgen van de andere Britse industrieën. Ook zij moesten wel veranderen om te overleven. “We kunnen er niet omheen: de exploratie en productie zijn gedaald tegenover de vorige jaren”, geeft Kevin toe. “Ook al gaan alle geplande boringen door, het tempo waarin wordt geboord blijft nu eenmaal te laag om zelfs maar een deeltje van de mogelijke middelen te recupereren. Dat is de harde realiteit.” PwC heeft opgeroepen om de strategie drastisch bij te sturen. “Bedrijven moeten innoveren, samenwerken en hun kosten en prestaties verbeteren”, zo klinkt het. De Britse overheid heeft er ook sinds begin 2014 bij de industrie op aangedrongen om de werkingskosten te beperken, de efficiëntie te verhogen, onaangeroerde reserves te ontginnen en meer te investeren in exploratie. “Onze ervaring is van onschatbare waarde in deze context”, zegt Geir opgetogen. “We hebben een ruime ervaring met de aankoop, de verbetering en het beheer van zogenaamd ‘niet-winstgevende’ activa. Als er één bedrijf dit kan, dan is het INEOS wel.” Er zijn naar schatting nog grondstoffen voor dertig tot veertig jaar productie – of nog ongeveer 24 miljard vaten met olie – maar volgens het Britse Office for Budget Responsibility zouden de olie-inkomsten tegen 2017-2018 met 38 % dalen. Om de dalende Noordzeeproductie tegen het einde van het decennium met 15 % op te krikken, heeft de Britse kanselier George Osborne onlangs voor bijna £ 1,3 miljard aan maatregelen aangekondigd voor de komende vijf jaar. Ook is hij van plan om nieuwe exploratieoperaties gedeeltelijk te financieren om de reserves van de regio te verhogen. De olie- en gasindustrie weet dat ze haar werkingskosten met miljarden moet terugdringen en haar productie-efficiëntie moet opdrijven om de concurrentie de baas te blijven. De hoge werkingskosten van deze activa werden meteen een hot item toen de olieprijzen plots zakten van ongeveer $ 110 per vat naar $ 60, en naar nog geen $ 40 tegen het einde van het jaar (2015). Geir, die de voorbije drie jaar in de vestiging in Grangemouth werkte, ziet 2016 erg opgewekt tegemoet. “Eerst en vooral moeten we inzicht krijgen in deze nieuwe activiteit”, zegt hij. “Enerzijds heb ik het gevoel dat we vaste voet aan de grond hebben, want INEOS heeft al heel wat bereikt. Anderzijds moeten we toch voorzichtig blijven en bijleren, want dit is deels nieuw voor ons. Denk maar aan de exploratie, de ondergrondse lagen, geologie en seismologie.” Tegen eind januari 2016 zal hij een sterk groeiplan voor de activiteiten aan INEOS Capital kunnen voorleggen. Ook de medewerkers – mee overgenomen bij de verkoop van de LetterOne Group – zien de toekomst positief tegemoet. “Na al die onzekerheid voelt iedereen zich vandaag echt opgelucht”, vertelt hij. “We zien alles bijzonder rooskleurig in, want iedereen weet dat we onze nieuwe activa willen benutten en uitbouwen. We gaan ervoor en kijken naar de toekomst.” Dat vindt ook Adrian Coker, Head of Exploration and New Business bij INEOS Breagh. “Eigenlijk hebben we net een verkoopproces van twee jaar achter de rug”, zo luidt het. “Eerst was er LetterOne en dan de doorverkoop aan INEOS ... We zijn dus blij dat we eindelijk vooruit kunnen en opnieuw zoals anders aan de slag kunnen.” Jim Ratcliffe, Chairman van INEOS heeft het team al ontmoet. “Hij gaat in tegen de grote stroom van mensen die de Noordzee verlaten. Maar voor durvers met een sterke ondernemingszin, liggen hier nochtans mooie kansen”, vertelt Adrian. Het managementteam van de vestiging van DEA in het VK heeft heel wat ervaring en blijft dus aan het roer. Ze zullen deze afdeling op dezelfde manier leiden zoals dit bij de andere businesses van INEOS gebeurt. “De hoofdzetel zal vooral van op een afstand toekijken”, benadrukt Jim. “Het managementteam beslist namelijk eigenhandig over het bestuur van de vestiging.” INEOS zet hiermee een gedurfde stap in een nieuwe wereld. Deze onderneming heeft hoe dan ook het potentieel om de activiteiten van INEOS te transformeren zoals de overname van INNOVENE in 2015 dat deed. Alles hangt af van hoe ze zich ontwikkelt. video

7 min read

De deal van $ 9 miljard

De aankoop van gasvelden in de Noordzee is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van INEOS. Maar INEOS maakte eerder al het onmogelijke mogelijk. Het bedrijf zamelde tien jaar geleden bijna $ 9 miljard in voor de aankoop van INNOVENE, de gigantische chemische afdeling van BP. Deze deal veranderde het gezicht van INEOS in één klap. Van een transformatie gesproken! WE schrijven 2005. De wereld vreesde een pandemie van de vogelgriep nadat de ziekte zich al van Azië naar Europa had verspreid. Miljoenen mensen treurden om het overlijden van paus Johannes Paulus II. Saddam Hoessein moest voor de rechter verschijnen. INEOS deed het goed. Het bedrijf had een jaarlijkse omzet van meer dan $ 8 miljard en stelde 7500 mensen te werk in 20 vestigingen over de hele wereld. INEOS Capital had evenwel grotere ambities en zocht interessante investeringen. BP was van plan om zijn gigantische chemische vestiging INNOVENE naar de beurs van New York te brengen. Maar INEOS wist het managementteam te overtuigen om de olefins-, derivaten- en raffineringsafdeling door te verkopen voor $ 9 miljard. De deal was een sprong in het duister, want INEOS had veel sites nog niet eens gezien. Maar deze gedurfde stap heeft INEOS wel gelanceerd als een van de grootste petrochemische bedrijven ter wereld. INNOVENE had 8000 medewerkers en 26 productiesites in Amerika, Canada, het VK, Frankrijk, België, Duitsland en Italië. “INEOS had destijds een opvallend bescheiden profiel, maar werd door deze deal meteen naar de internationale top van de chemische industrie gekatapulteerd”, aldus Patricia Short, een journaliste van het vakblad Chemical & Engineering News. Na de overname haalden de gecombineerde ondernemingen een omzet van meer dan $ 30 miljard. INEOS werd zo het op drie na grootste petrochemische bedrijf van de wereld. Jim Ratcliffe omschrijft de deal – de grootste verkoop ooit door BP – als een “overname die ons bedrijf veranderde”. Zijn bedrijf was van de ene dag op de andere dubbel zo groot geworden. De overname (waaronder ook de raffinaderijen in Lavéra en Grangemouth) vulde de portefeuille van ethyleen- en propyleenderivaten van INEOS verder aan. David Anderson, voorzitter van het consultancybureau Chemical Market Resources Inc uit Houston, herinnert het zich nog goed. “Een klein bedrijfje nam het op tegen de grote jongens”, zegt hij. “David tegen Goliath, zeg maar. Niemand hield er rekening mee dat het misschien zou mislukken. De vraag was vooral of het team van INEOS alle puzzelstukjes in een samenhangend operationeel geheel zou kunnen leggen.” Het had ook verschrikkelijk slecht kunnen aflopen. Maar dat was het geval niet. INEOS was het immers gewend om ongewilde grondstoffenbedrijven van ICI, BASF en BP op de kop te tikken wanneer deze chemiereuzen hun activiteiten herstructureerden. Als er één bedrijf dit kon, dan was het INEOS wel. En INEOS vroeg zich alleen maar af of het de brutowinst (EBITDA) van de overgenomen vestigingen op vijf jaar tijd kon verdubbelen. Deze aanpak waren de toenmalige werknemers van INNOVENE niet gewoon. Bob Sokol, de huidige Chief Financial Officer van C2 Derivatives, had al van INEOS gehoord, maar zag het als een chemisch bedrijfje dat alleen binnen de Europese grenzen dacht. “Ik had in INEOS nooit een onderneming gezien die INNOVENE voor $ 9 miljard zou overnemen”, licht hij toe. Volgens hem wist het personeel van INNOVENE wel dat er veranderingen op til waren. “De onzekerheid onder de werknemers was groot. De onderneming zou eerst naar de beurs gaan, maar werd uiteindelijk overgenomen door een weinig bekend chemiebedrijf met 100 % schuldfinanciering”, aldus Bob. Dennis Seith, de huidige Chief Executive Officer van INEOS O&P USA, maakte deel uit van het managementteam dat BP had uitgekozen om INNOVENE op te richten. “Ik had nog nooit van INEOS gehoord. Die naam klonk de meesten in de VS en bij INNOVENE zeker niet bekend in de oren”, zegt Dennis. Maar het ijltempo van de veranderingen na de overname gaf de werknemers weinig tijd om zich vragen te stellen over de kleine garnaal die zonet een grote vis uit de chemiesector had binnengehaald. “De angst voor het onbekende is altijd een beetje verontrustend, maar we moesten de klus klaren. Het was zo intens dat we niet veel tijd hadden om stil te staan bij alle gebeurtenissen”, gaat hij verder. “Ik herinner mij alleen dat het spannend en eng tegelijk was. We kregen de kans om de bureaucratie weg te werken, ideeën uit te proberen, ondernemend te zijn en onze verantwoordelijkheid te nemen voor het welslagen of mislukken van de activiteiten.” In het kader van de deal erfde INEOS een uitvoerend team van twaalf mensen. Slechts één van hen is binnen het jaar vertrokken. “Dat was ik”, lacht Dennis. “Er schoten maar heel weinig juristen meer over en de verantwoordelijkheid lag in de handen van zij die zich daarvoor openstelden. Veel mensen voelden zich niet goed bij de inkrimping en de beperking van de kosten of de benadering van ondernemende verantwoording in een privébedrijf.” BP was uitgegroeid tot een zeer slome, bureaucratische organisatie met een obsessie voor meervoudige peer reviews. Een onderneming waarin besluiteloosheid hoogtij vierde. Onder INEOS werden de delegaties ingeperkt en op alle niveaus beslissingen genomen. De bedrijfsuitgaven werden teruggedrongen, de kapitaalsuitgaven strenger gecontroleerd. Het personeel moest de kosten met minstens 25 % verlagen. Het management introduceerde stilaan een nieuwe cultuur waarin de werknemers ‘als eigenaar’ moesten handelen en waarbij de kosten en beslissingen mee de toekomst uittekenden. “We raakten gedreven en ontwikkelden de bedrijfsvisie die we ook vandaag nog hebben”, aldus Dennis. Hij was – en is – ervan overtuigd dat de overname het beste is wat hen ooit is overkomen. “BP Chemicals deed het goed, maar was de weg kwijt door de zware matrixaanpak”, zegt hij. “INEOS gaf ons de kans om echt een onderneming te leiden en met zeer getalenteerde mensen naar gezamenlijke doelen toe te werken. Iedere werknemer telt en maakt een verschil. Onze enige beperking was onze eigen creativiteit en de manier waarop we onze middelen rangschikten naargelang van hun prioriteit.” Joe Walton, huidige Business Director van INEOS Oligomers, werkte ook bij BP INNOVENE. “Een aantal van mijn BP-collega’s zaten er erg mee om de zogenaamde stabiliteit van een grote onderneming (BP) in te ruilen voor een bedrijf met een schuldenlast (INEOS)”, gaat hij verder. “Maar als je tien jaar terugkijkt in de tijd en INEOS vergelijkt met BP, dan was er duidelijk geen reden tot paniek.” Bij BP was Joe verantwoordelijk voor de wereldwijde optimalisatie van alleen de LAO- en PAO-activiteiten. Na de overname kreeg hij meer bevoegdheden en de algemene verantwoordelijkheid voor het management, de verkoop en de technologie van INEOS Oligomers. “Veel klanten wilden weten hoe het was om niet langer voor BP maar voor INEOS te werken”, lacht hij. “Ik vertelde hen meestal dat ik als businessmanager bij BP 60 % van mijn tijd bezig was met mijn vestiging en 40 % met het beantwoorden van vragen van de centrale werkgroepen. Dit laatste leverde uiteraard geen toegevoegde waarde op. Bij INEOS spendeer ik daarentegen meer dan 90 % van mijn tijd actief aan het beheer van de vestiging.” Amper een paar weken na de overname richtte INEOS zeven nieuwe activiteiten op: raffinage, olefinen, polyolefinen, olefinen en polymeren in de VS, nitrilen, technologieën en oligomeren. INNOVENE bestond niet langer. Het was nu INEOS Nitriles, INEOS Olefins en INEOS Polyolefins in Europa, INEOS Olefins & Polymers in de VS, INEOS Oligomers, INEOS Refining en INEOS Technologies, allemaal met hun eigen specifieke team. Datzelfde jaar werd Jim door Management Today uitgeroepen tot de beste ondernemer van Groot- Brittannië, vóór Charles Dunstone van Carphone Warehouse en Simon Nixon, oprichter van Moneysupermarket.com. Het vakblad omschreef Ratcliffe als “het antwoord van de chemische industrie op staalmagnaat Lakshmi Mittal”. In de eerste tien jaar heeft INEOS meer dan twintig overnames gedaan. Maar de overname van INNOVENE blijft de deal die het gezicht van INEOS voor altijd heeft veranderd. Als je in een glazen bol zou kijken, zie je wellicht dat de aankoop van de gasvelden in de Noordzee weleens een erg vergelijkbaar effect kan hebben.

7 min read

De uitdaging van het gevaar

Wat drijft iemand ertoe om de beste van de wereld te willen zijn? INCH sprak met Steve Nash, een elektrisch ingenieur die in de vestiging in het Engelse Runcorn werkt. Jaar na jaar zoekt hij grote hoogtes op DIT was een unieke ervaring. Terwijl Steve Nash met zijn parapente over de 2478 m hoge Nufenenpas in Zwitserland vloog, kwam hij in turbulente ijslucht terecht. “Ik begon zo snel hoogte te verliezen, dat ik dacht dat ik niet meer vastzat aan de parapente”, zegt hij. “Het was alsof ik in een woeste waterval terechtgekomen was.” Terwijl hij met acht meter per seconde richting grond zoefde, moest hij het hoofd koel houden en zijn parapente weer onder controle zien te krijgen. “Gelukkig had ik in mijn opleiding geleerd wat je in zo’n situatie moet doen”, zegt hij. “Toch was ik achteraf ontzettend blij toen ik weer met beide voeten op de grond stond.” Die ervaring – die dodelijke gevolgen had kunnen hebben – weerhield hem er niet van om de volgende dag om 5 uur op te staan en zijn epische tocht door de Alpen verder te zetten. En daar zit het hem nu juist. Dit onderscheidt grote doorzetters van de rest. Of om het te zeggen met de woorden van sir Edmund Hillary, de man die als eerste de Everest bedwong: “Het is niet de berg die we overwinnen, maar onszelf.” Steve nam deel aan een van de zwaarste races ter wereld: de tweejaarlijkse Red Bull X-Alps. Slechts een 32-tal internationale paragliders beschikken over de durf en de fysieke conditie om mee te doen. Stortregens, turbulentie, stormweer, hevige wind, sneeuwstormen en vriestemperaturen zijn hun grootste tegenstanders wanneer ze stappen, lopen en vliegen van Salzburg (Oostenrijk) naar Monaco via Duitsland, Italië, Zwitserland en Frankrijk. Er wordt geen precieze route opgelegd. De atleten moeten voorbij tien controlepunten, meestal iconische bergtoppen. Maar ze beslissen zelf hoe ze daar geraken. De winnaar dit jaar was de Zwitserse paraglidinglegende Christian Maurer: hij landde 8 dagen, 4 uur en 37 minuten na zijn vertrek vanaf het Mozartplein (Salzburg) in Monaco. Hij mocht deze trofee al voor de vierde keer in ontvangst nemen. Achtenveertig uur later was de race officieel ten einde, ook al was Steve (de enige Brit en met zijn 52 jaar de oudste deelnemer) amper 178 km van de finish verwijderd. “Het was een unieke kans om mezelf te meten met de allerbeste vliegers van de wereld”, is zijn commentaar. Nadat hij in oktober 2014 was geselecteerd, vroeg Steve advies aan fitnessexperts, voedingsdeskundigen en voormalige deelnemers aan de race. “Iedereen die meedoet, ongeacht op welk niveau, wil zijn allerbeste beentje voorzetten”, vertelt hij. Maar een voorliefde voor bergen en hoogtes volstaat niet. “Het echte gevaar is het weer”, aldus Steve. “Ruwe turbulentie door thermiek kan de stoffen vleugels doen scheuren. De gigantische cumulonimbuswolken zijn zo gevaarlijk dat passagiersvliegtuigen ze steevast mijden.” Wat de deelnemers anders maakt? Ze zijn in staat om te vliegen in omstandigheden die de meeste paragliders totaal onveilig zouden vinden. “De echte topvliegers zijn zo bedreven dat ze zelfs de meest ongunstige weersomstandigheden trotseren en in hun voordeel benutten”, aldus Steve. “En dat telt, want deze race win of verlies je in de lucht.” Steve nam vier jaar geleden al eens deel, maar werd gediskwalificeerd nadat hij acht meter in verboden luchtruim rond de luchthaven van Locarno had gevlogen. “Ik had nooit eerder in verboden gebied gevlogen. Maar wanneer je fysiek en mentaal tot het uiterste gaat, denk je soms niet helemaal helder meer na”, gaat hij verder. Dit jaar wou hij die fout niet meer maken. En dat is hem gelukt. Op een goede dag schoot hij letterlijk vooruit en legde hij meer dan 130 km in de lucht en 70 km te voet af. Op een slechte dag moest hij stappen of lopen met een rugzak 9 kg op de rug. “De slechtste dag om te vliegen was toen we uit Zermatt vertrokken. De omstandigheden waren heel moeilijk, met harde wind die me letterlijk naar de verkeerde kant duwde, weg van de finish”, herinnert hij zich. De Red Bull X-Alps eist zijn tol van je lichaam, want het slaapgebrek leidt tot zware vermoeidheid. “Ze vroegen mij eens wat ik wou eten en ik kon daar niet eens een antwoord op verzinnen”, vertelt hij. Hij verloor zowat 5 % van zijn lichaamsgewicht, ook al kreeg hij per dag 4500 calorieën binnen. De deelnemers mogen stappen tussen 5 en 22.30 uur. Vliegen mag tussen 6 en 21 uur. “Ik stond vaak al om 6 uur boven op een heel hoge bergtop, klaar om uit te vliegen”, merkt hij op. Een van de unieke aspecten van de race is dat de toeschouwers elke beweging van de atleten online kunnen volgen. Dus ook toen Steve ergens in een tuin dicht bij de Zwitsers-Franse grens landde. “De eigenaar kwam zijn chalet uit om te zien of ik in orde was en iets te drinken wou”, weet hij nog. Steve begon in 1990 met paragliding in Noord-Wales, waar de hoogste piek amper 1085 m hoog is. “Paragliding staat voor mij synoniem met vrijheid”, zegt hij. “Je kunt meer dan 100 km afleggen zonder dat je enig idee hebt waar je zult landen of hoe je terug naar je vertrekpunt geraakt.” Hij houdt zijn conditie op peil door bijna elke dag naar het werk (Runcorn) te lopen of te fietsen. Als werkgever begreep INEOS zijn passie. Steve kreeg onbetaald verlof, zodat hij in de winter kon gaan trainen in Brazilië en twee maanden in de Alpen kon doorbrengen om zich ten volle op de race voor te bereiden. “Niet veel werkgevers zouden zich zo flexibel opstellen”, geeft hij toe. “Maar INEOS gelooft dat een goede fysieke conditie voor iedereen goed is, want zo lopen de werknemers minder risico om ziek te worden.” En wil hij in 2017 weer meedoen? “Zeker en vast!”, antwoordt hij. “Deze race spreekt tot de verbeelding van iedere vlieger die er ooit van heeft gedroomd om een adembenemende bergketen zoals de Alpen over te steken. Je kunt dit gewoon met geen enkele andere uithoudingsrace vergelijken.Ik heb het nu twee keer geprobeerd en deze keer was ik er bijna. Derde keer, goede keer, denk ik dan!” video www.redbullxalps.com www.redbullxalps.com/athletes/profile/steve-nash

6 min read

Een vliegende start

INEOS heeft bewondering voor gemotiveerde zielen, vooral als ze het groots durven te zien Dit project was een mooie kans voor de studenten van het Velocipede Team van de universiteit van Liverpool (VK) om de snelste fiets ter wereld te bouwen. En zo’n kans wou INEOS voor geen geld van de wereld laten schieten. Terwijl de ingenieursstudenten rustig werkten aan hun racefiets – de ARION 1 – maakte INEOS zich klaar om hen en hun ongelooflijke ontwerp naar Amerika over te vliegen voor de World Human Powered Speed Challenge. “Ik wist dat INEOS dit project graag zou steunen, want het was een combinatie van sport, techniek, ondernemerszin en een klein team dat het ondanks zijn beperkte ervaring toch groots zag”, zegt Iain Hogan, CEO van INEOS O&P South. “De studenten hadden voldoende sponsoring om de fiets te ontwerpen en bouwen. Maar omdat ze niet zeker waren van hun recordkansen, wilden ze onze steun eerst niet aanvaarden.” Naarmate de tests op het terrein van Bruntingthorpe vorderden, raakten de zestien studenten (onder wie teamleider Ben, de zoon van Iain), er steeds meer van overtuigd dat ze het wereldrecord van 133,78 km per uur weleens zouden kunnen breken. En dus namen ze de draad met INEOS weer op. De studenten hadden dringend nood aan een bedrijf met de kennis en ervaring om de fiets en het hele team naar het hartje van de Nevadawoestijn en terug te brengen. “Zonder de steun van INEOS was het team niet tot op de wedstrijd geraakt”, zegt Ben.”INEOS zorgde voor de logistieke organisatie om onze enorme transportkist – of zeg maar ‘kleine caravan’ – veilig en wel van Liverpool naar het hart van de woestijn en terug te voeren. Onze transportkist, waarin de fiets en alle instrumenten zaten, moest vooral intact en op tijd aankomen. We hadden dus een bedrijf met kennis van zaken nodig.” David Thompson, Chief Operating Officer bij INEOS Trading & Shipping, werd opgetrommeld om het team te helpen. Zijn team organiseert dagelijks de import en export van materialen van en naar de VS. “Dit had een logistieke nachtmerrie kunnen zijn”, zegt hij. “Maar we wisten precies wat we bij de Amerikaanse en de Europese douanediensten moesten doen om de fiets, alle reserveonderdelen en de onderhoudsapparatuur zo snel mogelijk in de VS en later terug in Europa te krijgen.” Tijdens de tests haalde de ARION 1 – met een omhulsel van koolstofvezel om de lucht gemakkelijker te kunnen doorklieven – snelheden van meer dan 80 km per uur. “De samenstelling met koolstofvezel was ideaal, want je kunt er zowat elke vorm mee maken”, zegt Ben. “En dat hebben we dus gedaan.” De rijder ziet de weg alleen via een kleine camera boven op de capsule, wat het sturen bijzonder moeilijk maakt. “Beeld je eens in dat je een motorfiets moet besturen terwijl je door het schermpje van je gsm kijkt”, gaat Ben verder. “Een beperkt zicht op de buitenwereld en geen ventilatie ... dit kan weleens claustrofobisch gevoel opleveren. Gelukkig zit de rijder er maar zo’n zeven minuten in, dus blijft het draaglijk.” Hoewel de fiets bijna £150.000 kost, is de rit niet bepaald comfortabel te noemen. “Binnenin is er enorm veel lawaai, net alsof je in een straaljager zit”, vertelt Ben. “Alle geluiden van de ketting en de wielen worden weerkaatst in het omhulsel. Daardoor konden we de rijder vaak moeilijk horen via de radio.” De racefiets heeft zes versnellingen die op die van een normale fiets lijken, maar dan veel groter. “De ring van de voorketting had 104 tanden”, aldus Ben. Maar de rijder van de ARION 1 veranderde alleen van versnelling wanneer de fiets hem dat opdroeg. Het team had bijna twee jaar nodig om de fiets zo perfect mogelijk af te stellen. “Het werd een obsessie”, geeft Ben toe. “We hebben zelfs geen zomervakantie genomen. Alle teamleden bleven op de universiteit en werkten zeven dagen per week om hem af te krijgen.” Het wereldkampioenschap voor door de mens aangedreven voertuigen vindt elk jaar plaats op Route 305 – een 8 km lang stuk weg in het hart van de Nevadawoestijn. Teams uit de hele wereld nemen er deel met hun racefiets die ze zelf hebben ontworpen en gebouwd. Snelheid winnen om als eerste de eindstreep te halen, is één ding. Maar vertragen is nog een ander paar mouwen. “Eerst een snelheid van 120 km per uur halen en dan vertragen ... dat is geen lachertje”, legt Ben uit. “Na de eindstreep heb je nog 1,6 km om je fiets tot stilstand te brengen. Aangezien de rijder niet kan afstappen, moet het team de fiets als het ware in de vlucht vastgrijpen. Ook dat vergt enige behendigheid.” Het Britse team heeft het wereldrecord weliswaar niet gehaald, maar de twee rijders hebben wel drie keer het dertien jaar oude nationale record gebroken. Ken Buckley was de eerste die erin slaagde, met 112,17 km per uur. Daarna haalde zijn collega David Collins, een doctoraatsstudent, 113,62 km per uur. Ken trok deze snelheid nog op tot 120,75 km per uur. Daarbij wekte hij trouwens genoeg energie op om een ketel water aan de kook te brengen! “Dat we het Britse record met bijna 13 km per uur verbeterden, is een hele prestatie”, gaat Ben opgetogen verder. Het meest indrukwekkende aan de rit waarin Ken het record brak, is dat hij 120 km per uur haalde amper 15 uur na een lelijke crash. Door een plotse windstoot en een onverwachte bult in het wegdek verloor hij met 88 km per uur de controle over de fiets. “Weer en wind zijn twee grote risico’s”, verduidelijkt Ben. “Tijdens het lange traject kan de wind in totaal verschillende richtingen blazen en de rijder verrassen. Had Ken toen gezegd dat hij wou stoppen, dan hadden we dat begrepen. Maar hij wou en zou het opnieuw proberen.” Zijn vastberadenheid was dan ook een van de doorslaggevende factoren waarom hij uit de talrijke gegadigden werd geselecteerd. De rijders moeten ook liggend een uitstekend evenwicht hebben. “Ze moeten eigenlijk opnieuw leren fietsen, want dit is helemaal anders”, zegt Robert McKenzie, die het project heeft overgenomen nadat Ben is afgestudeerd. De rijders moeten ook over heel wat lef beschikken. “De ruimte in de fiets is krap en donker, wat veel mensen claustrofobisch zou maken. Bovendien zit je vastgebonden en moet je zo snel mogelijk op de pedalen trappen”, zegt hij. Ken kwam gelukkig ongedeerd uit de crash, maar de buitenzijde van het omhulsel en het stuur raakten beschadigd. Het Britse team moest de hele nacht doorwerken, zodat de rijders een nieuwe gooi naar het record konden doen. Hoewel de Britten er niet in slaagden om de Canadezen te kloppen – de medeontwerper en rijder Todd Reichert zorgde met 137,94 km per uur voor een nieuw wereldrecord – hebben ze hun zinnen al op de volgende editie gezet. De ARION 2 zal kleiner, lichter en stabieler zijn. “Bij onze allereerste poging hebben we al het Britse record aan diggelen gereden. Nu willen we het wereldrecord terug naar ons land brengen, dat zou echt ongelooflijk zijn”, besluit Ken. En INEOS zal er weer bij zijn om die tweede poging te ondersteunen. Video

6 min read

INEOS krijgt een licentie om naar schaliegas te zoeken in het vk

INEOS is tegenwoordig de grootste speler in de Britse schaliegassector. Het gaat dus snel voor een bedrijf dat pas in 2014 het verkenningswerk startte en nu al toestemming van de Britse overheid heeft om gigantische lagen van Engeland te exploreren De aankondiging van het ministerie van Energie en Klimaatverandering betekent dat INEOS nu licenties heeft om meer dan 400.000 hectare aan potentiële schaliegasreserves te verkennen. “We zijn voortaan de grootste speler in de Britse schaliegassector en hebben duidelijk een reputatie van veilige partner opgebouwd”, aldus Gary Haywood, CEO van INEOS Shale. Groot-Brittannië is vandaag een van de duurste plaatsen ter wereld om petrochemische producten te maken. Maar INEOS gelooft dat de inlandse schaliegasproductie een revolutie kan ontketenen in de Britse industrie, het VK voor het eerst in jaren energiezekerheid kan bieden en duizenden jobs kan opleveren. “We hebben met onze eigen ogen gezien wat dit voor de Amerikaanse economie heeft gedaan”, zegt Gary. “Schaliegas is een unieke kans die het VK niet links mag laten liggen. De oliewinning uit de Noordzee heeft het VK veel rijkdom opgebracht en nu kan schaliegas hetzelfde doen.” De meeste van de 21 licenties– die INEOS in december heeft gekregen – zijn voor plaatsen met een mijnbouw- of industrieel verleden. Sommige gebieden liggen dicht bij de vestigingen van Runcorn, Hull en Newton Aycliffe. “We zijn heel blij dat de Britse overheid vastberaden is om verder te gaan in deze boeiende, nieuwe sector”, zegt INEOS voorzitter Jim Ratcliffe. INEOS Shale is de vestiging van INEOS voor de exploratie en productie van olie en gas op het land. De vestiging zette haar eerste stappen in de schaliegasexploratie in augustus 2014 met de aankoop van een aandeel in de licentie voor petroleumexploratie en -ontginning van Dart Energy. Sindsdien is de vestiging snel gegroeid. In maart 2015 sloot INEOS Shale een overeenkomst met IGas, waardoor de onderneming toegang kreeg tot iets meer dan 100.000 hectare aan potentiële schaliegasreserves in Schotland. Al snel volgde de goedkeuring van de regering om op zoek te gaan naar schaliegas in delen van de East Midlands. Maar de recentste aankondiging – de toekenning van 21 bijkomende licenties – was het beste nieuws voor het INEOS team. “Dit hoge aantal licenties sterkt ons in onze overtuiging dat we het meest geschikte bedrijf zijn om schaliegas te ontginnen in het VK”, gaat Gary verder. “Schaliegas is voor ons geen kwestie van speculeren op korte termijn. Wel willen we onze productiebasis veiligstellen, want die zorgt voor duizenden jobs op de plaatselijke arbeidsmarkt, vooral in het noorden van Engeland en in Schotland.” Maar de beslissing van INEOS om de exploratie van schaliegas in het VK verder te zetten, heeft zoals verwacht ook kwaad bloed gezet bij milieuactivisten en protestgroepen. Tegenstanders van fracking beweren dat het gevaarlijk en ontwrichtend is, aardbevingen teweegbrengt en het drinkwater en de lucht verontreinigt. Voorstanders zeggen dat – als het proces goed wordt uitgevoerd – het veilig is, landen een waardevolle binnenlandse grondstof biedt, banen schept en de productie-industrie ondersteunt. Als vervangmiddel voor steenkool helpt het bovendien om de uitstoot van koolstof terug te dringen. Dat laatste stoot namelijk tweemaal zo veel CO2 uit als gas. Eerder in 2015 sprak INEOS met de plaatselijke bewoners om de feiten rond de ontginning van schaliegas toe te lichten en een antwoord te geven op de vragen van mensen uit de Schotse gemeenschappen die in een van onze licentiezones wonen of werken. “Er zal altijd een harde kern zijn die op filosofische gronden tegen de ontginning van fossiele brandstoffen gekant is. Ook al is de koolstofvoetafdruk van schaliegas maar half zo groot als die van steenkool”, legt Gary uit. “Maar veel plaatselijke bewoners vrezen de schaliegasontginning om andere, plaatselijk gebonden redenen. Net die mensen wil INEOS spreken om ze gerust te stellen over de effecten van deze activiteit. De meeste mensen zijn volgens ons wel ruimdenkend, maar willen gewoon meer informatie.” Hij gaat verder: “Het is essentieel dat we die mensen kunnen geruststellen dat de industrie verantwoord tewerk zal gaan en geen schade zal berokkenen aan het milieu of hun levenswijze. We moeten ook aantonen waarom de ontginning van schaliegas gunstig is voor de gemeenschappen en voor het land.” INEOS verbindt zich ertoe om grondig te overleggen met alle lokale gemeenschappen. Bovendien gaat het bedrijf 6 % van de inkomsten delen met de huiseigenaars, landeigenaars en gemeenschappen in de buurt van zijn schaliegasbronnen.* “We zijn ervan overtuigd dat de gemeenschappen in de winst moeten delen. Alleen zo kan de ontginning een succes worden”, vertelt Jim. Vandaag staan de experts en pioniers die de leiding hadden over de eerste commerciële ontginning van schaliegas in de VS (de Barnett Shale) volledig ter beschikking van INEOS in Europa. Petroleumingenieur Nick Steinsberger en geologen Kent Bowker en Dan Steward hebben meer dan twintig jaar ervaring in de sector. “Ze hebben duizenden schaliebronnen aangeboord zonder noemenswaardige problemen en adviseren INEOS hoe we de grote Britse reserves het best kunnen ontginnen”, legt Gary uit. In tegenstelling tot veel andere exploratiebedrijven kan INEOS schaliegas als grondstof én als energiebron gebruiken. Dat betekent dat schaliegas ook jarenlang zou kunnen bijdragen tot de competitiviteit van de productiesites van INEOS in het VK. *4 % aan huis- en landeigenaars die net boven de bronnen zitten en 2 % aan de gemeenschappen in de ruimere omgeving.

5 min read

Een ijzeren will

Abraham Lincoln zei dat als je het karakter van een mens wou testen, je hem macht moest geven Sport is een al even goede maatstaf. INCH ontdekte dat je op weg naar een kampioenenstatus heel wat moet opofferen. Of dat denken buitenstanders toch. De Amerikaan Bart Connor, een van de grootste gymnasten die ooit aan de Olympische Spelen deelnamen, zag alles wat hij deed nooit als een opoffering. “Het is gewoon een kwestie van keuzes maken”, zegt hij. “Ik had nooit het gevoel dat ik iets miste, alleen dat ik ervoor koos iets anders te doen.” Josh Davis schreef op de OS van Atlanta in 1996 geschiedenis toen hij drie gouden medailles won, iets wat geen enkele man uit welk land en van welke discipline ook hem had voorgedaan. De olympisch kampioen heeft naar eigen zeggen maar één ding opgegeven: middelmatigheid. Eleanor Haresign, dochter van Cliff Haresign van INEOS, begrijpt zijn instelling maar al te goed. Ze won haar eerste irondistancewedstrijd – 1,9 km zwemmen, 90 km fietsen en 21 km lopen – al bij haar tweede poging, op 35-jarige leeftijd. “Wat voor sommigen een opoffering lijkt, is dat niet voor iedereen”, zegt ze. “Het betekent heel vaak vroeg opstaan, vroeg gaan slapen, een beperkt sociaal leven hebben, je zorgen maken om een verkoudheid, uitgeput zijn en je asociaal voelen. Maar het gevoel van de overwinning of van een goede prestatie maakt alles de moeite waard en geeft zin in meer.” Kortom: je moet de beste willen zijn. “Je moet jezelf afvragen hoe hevig je iets wilt, want ook professionele atleten hebben soms pijn”, zegt ze. “Maar veel mensen hebben geen keuze en lijden pijn zonder er iets te kunnen aan doen. Vaak helpt het om dat voor ogen te houden. Ik heb geluk. Ik kan tot het uiterste gaan tijdens een wedstrijd, de pijn aanvaarden en de grenzen van het mogelijke verleggen.” Maar ze voegt eraan toe dat willen alleen niet volstaat. “Om de beste te worden, kun je niet om een aantal zaken heen. En niet iedereen is bereid om de nodige inspanningen te leveren. Je moet fysiek uitblinken, maar fysieke kracht alleen volstaat niet om een winnaar te zijn. Je moet diep in je mentale reserves graven om de fysiologische ‘symptomen’ (vermoeidheid of pijn) te omzeilen.” Om de besten te verslaan, moet je doelgerichter, fitter, beter georganiseerd en beter voorbereid zijn. De vereiste ingrediënten: wilskracht, vastberadenheid, discipline, toewijding en focus. Als je ook deeltijds moet werken om de eindjes aan elkaar te knopen, zoals Eleanor, moet je bovendien je tijd efficiënt kunnen indelen. “Soms vragen mensen mij hoe ik erin slaag om mijn werk, privéleven en trainingen te combineren. Ze klagen dan dat ze niet genoeg tijd hebben om te sporten, maar dat geloof ik niet”, zegt Eleanor, een milieuconsultant. “Je moet het gewoon inplannen. Wat professionele sportlui van recreatieve sportbeoefenaars onderscheidt? Naast talent is dat de bereidheid om sport in te passen in elk aspect van hun leven. De training is er maar één van. Er zijn ook de voedingskeuzes, de zorg om je immuunsysteem, genoeg slapen, genoeg stretchen ... Ook alles wat je buiten de training doet, moet je afwegen: hoe helpt dit mij om sportieve successen te boeken?” Eleanors volgende doel is zich kwalificeren voor het wereldkampioenschap Ironman in Hawaï in 2016. Ze moet hiervoor de komende tien maanden drie volledige en twee halve Ironman-wedstrijden doen, wil ze genoeg punten hebben om in de top 35 van de wereld te staan. De Ironman, de meest iconische triatlonwedstrijd ter wereld, is een uitdaging voor de besten van de besten. In totaal zullen zowat 3000 atleten van over de hele wereld 3,86 km zwemmen, 180 km fietsen en een marathon van 42 km lopen ... zonder rustpauze. Eleanors vader Cliff zegt dat hij en zijn vrouw Carolyn al het mogelijke zullen doen om hun dochter van langs de zijlijn te steunen. “Toen Eleanor podiumplaatsen begon te halen, beseften we stilaan dat dit voor haar diepe ernst was”, vertelt hij. “Niemand neemt deze wedstrijden licht op. Alleen nog maar de finish halen vraagt heel veel mentale kracht. Ik kan me nauwelijks inbeelden hoe sterk je moet zijn om te winnen!” Dat weet Eleanor. Haar eerste triatlon legde ze af op een mountainbike met bagagedrager in de omgeving van St. Andrews in Schotland. Nu staat ze als een professionele triatleet aan de start. “Triatlon vergt evenveel mentale weerstand als fysieke kracht, maar dat is wat me telkens weer doet meedoen”, zegt ze. “Maar hoewel Ironman-wedstrijden lichamelijk veel eisen, word je je ook bijzonder bewust van wat je kunt doen met het oog op een gezonde levensstijl. Je kunt je lichaam gewoon niet vragen te presteren als je niet op je voeding, je slaap en je immuunsysteem let.” Ondanks de bikkelharde strijd om de titel, heerst er onder de atleten veel kameraadschap. Ze waarderen en respecteren elkaar oprecht. “Tijdens de race ontdek je enkele heel bijzondere trekjes van de menselijke geest”, besluit Eleanor. Charlie gaat een stapje verder DAT een Ironman-wedstrijd heelzwaar kan zijn, weet de INEOS GO Run For Fun ambassadrice Charlie Webster maar al te goed. De Britse televisiefiguur en sportcommentator werkte haar eerste volledige Ironman-triatlon – de Ironman UK – af in 6 uur, 20 minuten en 21 seconden. “Vergeet niet dat ik twee jaar geleden nog niet kon zwemmen en ik pas vorig jaar mijn eerste fiets had. Ik ben dus echt in de wolken”, zei ze na 3,86 km zwemmen, 180 km fietsen en 42 km lopen. “Het weer zat me langs alle kanten tegen”, vertelde ze. “Er stond een harde wind, het regende en het was koud. Maar de steun was fenomenaal. Ik had te doen met de fantastische toeschouwers, die drijfnat werden.”

6 min read

Visionaire benadering

Wat doe je wanneer je aan het einde van de weg bent gekomen? Of in het geval van INEOS: wanneer je je doel zes maanden eerder dan gepland hebt bereikt? Je legt nieuwe doelen vast  INEOS – geïnspireerd door het succes van zijn wereldwijde loopcampagne GO Run For Fun – breidt zijn horizonten nu uit om een generatie van gezonde kinderen te helpen grootbrengen. Zo vormde de campagne een perfect instrument in de visie van voormalig schoolhoofd Elaine Wyllie om ieder kind op elke school dagelijks te doen lopen en obesitas bij kinderen te helpen bestrijden. Het bedrijf gaat een educatief programma rond zijn bekroonde Dart-cartoons op poten zetten om kinderen het belang van gezonde voeding en beweging bij te brengen. Op haar basisschool in het Schotse Stirling legde Elaine de revolutionaire basis van wat nu als ‘The Daily Mile’ (de dagelijkse mijl) bekendstaat. De afgelopen drie jaar heeft ieder kind in de school elke dag een mijl gestapt of gelopen – puur voor het plezier. “Het lopen is de beloning”, zegt ze. In het begin zullen INEOS en Elaine zich toespitsen op het VK, waar één op de drie kinderen vandaag als zwaarlijvig of obees wordt beschouwd. Maar uiteindelijk hopen ze een wereldwijde impact te hebben. “Elaines passie, gedrevenheid en enthousiasme voor deze zaak werken echt aanstekelijk”, vindt Ian Fyfe, HR Director bij de INEOS Group. Hij ontmoette haar vorige zomer op het hoofdevenement van GO Run For Fun in het Olympic Park in Londen. De meeste van de bijna tweehonderd GO Run For Fun evenementen tot dusver georganiseerd vonden plaats in het VK, op het Europese vasteland en in de VS. Het zijn heel ludieke dagen in een feestelijke sfeer, in aanwezigheid van grote namen die de kinderen inspireren. “De Daily Mile is een soort dagelijks GO Run For Fun evenement op school”, aldus Ian. Maar het doel – en de gunstige effecten op de gezondheid en het zelfvertrouwen van de kinderen – zijn gelijk. “We hebben allebei bij de kinderen een zaadje geplant om hen te doen inzien hoe leuk het is om actief en in de buitenlucht te zijn, te bewegen en fitter en sportiever te worden”, besluit hij. Elaine is met pensioen en staat niet meer aan het hoofd van de St. Ninians School. Daar voerde ze haar schema – geniaal in zijn eenvoud – in nadat ze gehoord dat de leerlingen al uitgeput waren na de opwarming voor hun wekelijkse les lichamelijke opvoeding. Maar haar taak is nog lang niet volbracht. Het GO Run For Fun team hield onlangs een debat in het Queen Elizabeth Olympic Park rond de vraag wat er in het VK moet gebeuren om de steeds erger wordende obesitascrisis bij kinderen tegen te gaan. Elaine was een van de vier panelleden die televisiefiguur Charlie Webster, sportcommentator en ambassadrice van GO Run For Fun, voorstelde aan een publiek van journalisten en gasten. “We moeten kinderen van jongs af aan de juiste inzichten over een goede conditie en een gezonde voeding bijbrengen”, vindt een ander panellid, dr. Paul Sacher. Hij hielp INEOS bij een educatieve film voor kinderen. “Als we die kans missen, hebben we onze taak als ouders, leerkracht en maatschappij niet volbracht.” In het panel zaten ook de INEOS GO Run For Fun Director Leen Heemskerk en ‘Marathon Man’ Rob Young. De vier panelleden zijn het erover eens dat de lesroosters op de Britse scholen moeten veranderen en dat beweging vanaf de basisschool even belangrijk moet zijn als wiskunde en Engels. “We zitten met een groot probleem”, zegt Paul. “Overgewicht lijkt vandaag de normaalste zaak van de wereld.” Maar dat is niet het geval in de vroegere school van Elaine, waar geen enkele van de 420 leerlingen zwaarlijvig is. “Ze zien er slank uit en bruisen van energie”, vertelt ze. “En ze letten ook beter op in de andere lessen.” Maar ze legde aan het panel uit dat de school niet altijd een toonbeeld van gezonde kinderen is geweest. Toen ze in 2012 hoorde hoe slecht het gesteld was met de conditie van de kinderen, liet ze een klas rondjes lopen op het sportveld van de school. De meeste kinderen konden amper één rondje lopen. Vier weken later – na de invoering van de Daily Mile – konden ze het rondje allemaal in één keer uitlopen. “Ik wist dat het hun conditie ten goede zou komen”, zegt ze. “Maar daar bleef het niet bij. De kinderen straalden, waren minder prikkelbaar, gedroegen zich beter en leken gelukkiger. Het verbeterde hun mentale en fysieke welzijn zozeer dat onze kinderen het nu normaal vinden om te lopen.” Op de St. Niniansschool wordt er geen tijd verspild aan loopoutfits. De kinderen lopen 15 minuten met de kleren die ze in de klas dragen en gaan dan weer aan het werk. “Het kost niets en de kinderen zijn er dol op”, verzekert Eleanor. “Passie, dat heb je nodig. Geen dure infrastructuur.” De GO Run For Fun stichting ziet de dingen hetzelfde. INEOS lanceerde deze campagne in september 2013. Verspreid over drie jaar zet het bedrijf £1,5 miljoen in om kinderen aan te moedigen om te lopen ... gewoon voor de fun! Voorzitter Jim Ratcliffe, zelf een fervente loper, hoopte dat honderdduizend kinderen tegen het einde van juli 2016 aan een van de honderd geplande evenementen in het VK zouden hebben deelgenomen. Vandaag staat de teller al op 188 evenementen – niet alleen in het VK, maar ook op het Europese vasteland en in Texas (VS). De honderdduizendste loper haalde over de eindstreep op de piste van Wavertree Athletics in Liverpool (november) – dus zes maanden eerder dan verwacht! “We zijn verrast door de wereldwijde respons”, vertelt campagneleider John Mayock, drievoudig olympisch finalist en medaillewinnaar op de Commonwealth Games. “De vooruitgang is werkelijk fantastisch.” En die opwaartse beweging krijgt zeker een vervolg, want INEOS en zijn nieuwe partners blijven een tegengif zoeken tegen de moderne ziekten van vandaag.

5 min read

Wereldwijde campagne maakt furore

GO Run For Fun haalt zijn streefcijfer zes maanden vóór de deadline! De initiatiefnemers van de wereldwijde loopcampagne hadden gehoopt dat de honderduizendste atleet in juli 2016 de eindstreep zou halen op een GO Run For Fun in het VK. Maar Jack Ryan werd de hoofdrolspeler in dit verhaal, toen hij met zowat 1000 lopertjes van 23 basisscholen deelnam aan de door INEOS geïnspireerde fun run op de piste van Wavertree Athletics in Liverpool. Wie er ook bij was om Jack – en de andere kinderen – aan te moedigen, was de wereldkampioen sprinten Richard Kilty. “Ik ben al naar zes van deze evenementen geweest, een beetje overal in het land. Het is prachtig hoe de campagne blijft groeien en hoe het enthousiasme toeneemt”, zegt hij. “Dit is een belangrijke dag voor GO Run For Fun.” Go Run For Fun in cijfers 189 evenementen in het VK, op het Europese vasteland en in de VS 106.288 lopers haalden de eindstreep 1.061 scholen namen deel aan de campagne 74 sportambassadeurs, zoals Colin Jackson en Tanni Grey-Thompson, hebben de campagne ondersteund 2.443 vrijwilligers engageerden zich om de kleine kinderen te helpen aanmoedigen

1 min read

Een nieuwe horizon

Nieuwe kansen dienen zich vaak aan wanneer je ze het minst verwacht. Het geheim is klaar te staan, want INEOS beseft maar al te goed dat het weleens op een nieuwe goudmijn zou kunnen zitte Eerst moet het bedrijf de EU wel overtuigen om een deel van de €80 miljard die ze onlangs heeft opzijgezet voor onderzoek en innovatie op wereldniveau, in zijn ideeën te investeren. “Dit is een fantastische kans voor ons, want de plannen van de EU passen bij veel dingen die wij nu al doen”, aldus Greet Van Eetvelde. Ze staat in voor het beheer van het Carbon & Energy Network van INEOS en voert het team aan dat zich bezighoudt met kwesties rond onderzoek en innovatie. “We moeten gewoon onze zichtbaarheid en onze betrokkenheid verhogen, want voor dit soort zaken is er veel publieke steun. Tegenwoordig kunnen deze organisaties een project in de industrie volledig financieren, wat een fantastische motivatie is om samen te werken.” INCH sprak met Greet nadat de EU haar jongste financiering in het kader van het Horizon 2020 project had aangekondigd, haar grootste programma ooit om onderzoek en innovatie aan te moedigen. “Met deze investering wil men de chemische industrie een nieuw elan geven”, zegt ze. De industrie speelt een centrale rol in de Europese economie. Ze is goed voor een jaarlijkse omzet van €7 triljoen en 30 miljoen rechtstreekse jobs. Maar de afgelopen jaren had Europa het door de stijgende energiekosten en de strenge wetgeving steeds moeilijker om competitief te blijven op wereldniveau. Veel bedrijven hadden het niet gemakkelijk en dus werd er flink gesnoeid in veel onderzoeks- en innovatiebudgetten. Carlos Moedas, eurocommissaris voor Onderzoek, Wetenschap en Innovatie, zegt dat de EU iets moest doen om de concurrentiekracht van Europa te versterken. “Onderzoek en innovatie zijn de drijvende krachten achter de vooruitgang van Europa. Ze zijn cruciaal als we willen inspelen op de nieuwe, dringende uitdagingen: immigratie, de klimaatverandering, schone energie en gezonde maatschappijen”, verklaarde hij. Horizon 2020 werd gelanceerd op 1 januari 2014. Gespreid over zeven jaar gaat de EU via dit programma €77 miljard investeren om de economische concurrentiekracht van Europa te verstevigen en de grenzen van de menselijke kennis te verleggen. Met dit onderzoeksbudget wil de EU hoofdzakelijk het dagelijkse leven verbeteren op gebieden zoals gezondheid, milieu, transport, voedsel en energie. Het wil het voor de overheids- en privésector ook gemakkelijker maken om samen te werken aan innovatieve oplossingen. INEOS is achter de schermen al druk bezig met een reeks initiatieven. Het bedrijf is aan Horizon 2020 verbonden doordat het lid is van heel wat organisaties, waaronder SPIRE (Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency), SusChem en PlastEU. Stuk voor stuk organisaties die INEOS een toegevoegde waarde bieden en zijn imago helpen te versterken. “Al deze platformen delen een vergelijkbare zienswijze en zoeken nieuwe denk- en werkpistes om de Europese industrie efficiënter met haar middelen en energie te doen omgaan”, zegt Greet. Bij INEOS staat ze aan het roer van het Carbon & Energy Network. Alle ondernemingen zijn erin vertegenwoordigd met in totaal meer dan honderd collega’s, die allemaal echt geïnteresseerd zijn om de efficiëntie op een zo duurzaam mogelijke manier te verhogen. In tegenstelling tot andere ondernemingen heeft INEOS – bewust – gekozen om geen aparte duurzaamheidsafdeling op te richten. In de plaats daarvan ziet de onderneming duurzaamheid als een fundamenteel aspect van haar bedrijfsvoering. INEOS wil dat iedereen nadenkt over manieren van zakendoen die de toekomst van de onderneming veiligstellen voor de volgende generaties. Hetzelfde geldt voor het netwerk van Greet. Alle leden werken elders in de onderneming. Maar voor Greet gaat het niet alleen om energie besparen. “Het is essentieel dat we de kansen rondom ons grijpen en niet aan onze neus laten voorbijgaan”, vindt ze. “Zoals altijd moet je veel proberen voor je slaagt. En wie niet waagt, niet wint. Als we goede prestaties op dit vlak kunnen voorleggen, trekken we hopelijk meer investeringen aan voor INEOS.” En met dat doel wordt een speciaal onderzoeks- en innovatieteam opgericht binnen het Carbon & Energy Network. In eerste instantie gaat het zich toespitsen op nieuwe kansen. In december sprak Greet op de zevende European Innovation Summit in het Europees Parlement in Brussel. “Het is heel belangrijk dat we diverse bedrijfsscenario’s en oplossingen verkennen”, zegt ze. “Waarom geen wegen van plastic maken? We willen van de traditionele denkpistes af en ook ‘outside the box’ denken.” Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen. Vandaag hindert het gebrekkige begrip van elkaars processen die ontwikkeling, die vogens Greet cruciaal is als de industrie de toekomstige uitdagingen degelijk wil aanpakken. “We moeten afstappen van de lineaire waardeketens en naar een industriële symbiose streven”, gaat ze verder. “Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken. Laat ze de oversteek wagen.” Greet zegt dat INEOS Technologies in Frnkrijk onlangs een vierjarenproject op Europees niveau is gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen. Aan het EPOS-project is een bedrag van €5,1 miljoen verbonden, waarvan €3,7 miljoen wordt gefinancierd door de Europese Unie en €1,4 miljoen door de Zwitserse regering. Het project kwam tot stand via SPIRE. “Toen de vertegenwoordigers van de verschillende industrieën onlangs samenkwamen, dachten ze dat ze niets gemeen hadden. De bemiddelaar vroeg hen het als een oefening in speeddating op te vatten”, vertelt Greet. “Al na enkele minuten kregen ze door dat het wel degelijk de moeite loonde om samen te werken. Het ging zo van: Oh, jullie hebben dat! Wij hebben dat nodig!” Al deze platformen, programma’s en projecten – SPIRE, Horizon 2020 en SusChem – hebben een gemeenschappelijk doel: bouwen aan een duurzamere wereld. “De natuurlijke rijkdommen zijn beperkt”, zegt Greet. “Daarom moeten we onze denkpatronen nog meer dan ooit tegen het licht houden.” En dat zou weleens kunnen lukken, dankzij de recente boost van het EU-programma Horizon 2020. INEOS deelt in de gunstige conjunctuur INEOS viel al meerdere keren in de prijzen bij de Europese Unie. De samenwerking met anderen leverde de onderneming al miljoenen aan investeringen op in projecten die bijdragen tot een hogere energieefficiëntie, de verspilling van de natuurlijke rijkdommen tegengaan en de CO2-uitstoot verminderen. INEOS O&P (Keulen), INEOS Oxide in België, INEOS Paraform (een deel van INEOS Enterprises) in Duitsland, INEOS Chlor in het VK en onlangs INEOS Technologies in Frankrijk zijn hierin proactieve partners. “Al deze projecten werden met succes voltooid of zijn volop aan de gang”, vertelt Greet Van Eetvelde, manager van Cleantech Initiatives. INEOS Paraform verkreeg EU-financiering voor een innovatieve zuiveringstechniek om afvallucht in het productieproces van paraformaldehyde te behandelen. De fabriek in het Duitse Mainz, die sinds 1856 chemicaliën produceert, moest haar CO2-uitstoot drastisch inperken. “Indertijd bestond er geen haalbare technologie om de situatie te verbeteren en daarom werkte de fabriek met een vrijstellingsvergunning”, aldus projectmanager Horst Schmolt. INEOS voerde een reeks laboratoriumtests uit en in een testfabriek bleek dat men de emissieniveaus aanzienlijk kon terugdringen door een plasmakatalytische module voor de verwerking van afvallucht op grote schaal te installeren. “Niemand in onze sector had ooit zoiets geprobeerd”, zegt Horst. “Maar het werkte.” Ondertussen kon INEOS Chlor in het VK geld aantrekken voor de ontwikkeling van een nieuw computersysteem dat ondernemingen helpt efficiënter zaken te doen. En INEOS Oxide België werkte samen met vertegenwoordigers van zeventien bedrijven uit Frankrijk, Duitsland, Spanje, Noorwegen, Denemarken, Rusland, Italië en het VK om een investering vast te leggen voor de ontwikkeling van een nieuwe manier om vloeibare brandstoffen te produceren op basis van aardgas. Dr. Stefan Krämer, Site Energy Manager bij INEOS O&P (Keulen), is momenteel betrokken bij twee projecten die op in totaal € 5,5 miljoen aan EU-fondsen kunnen rekenen. Bij het eerste wordt een systeem uitgewerkt dat de uitbaters van grote, geïntegreerde chemische en petrochemische fabrieken in staat stelt om grondstoffen en energie efficiënter te beheren zonder dat de productie eronder lijdt. Dat systeem krijgt momenteel vorm, zodat ook andere industrietakken met vergelijkbare productie-installaties het kunnen gebruiken. Met het tweede project wil men grote, onderling verbonden systemen (elektriciteitssystemen, controletorens voor luchtverkeer, treinstations en grote industriële productievestigingen) betrouwbaarder en efficiënter maken. De recentste begunstigde is INEOS Technologies in Frankrijk. Dat is een vierjarenproject op Europees niveau gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen. Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen. “Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken”, besluit ze.  

11 min read

Veilig en wel

Wanneer bedrijven het over veiligheid hebben, gebeurt het al te vaak dat ze vast komen te zitten in statistieken en procedures. Maar dat is wel het laatste wat INEOS wil, zoals Simon Laker uitlegt THOMAS Edison zei het met de beroemde woorden: “Hier zijn geen regels, we proberen iets voor elkaar te krijgen!” Als onderneming kan INEOS zich wel in dit concept vinden. INEOS is er trots op dat het anders is en moedigt zijn personeel aan om berekende risico’s te nemen. Maar wanneer het op veiligheid aankomt, leven we alle regels strikt na. Die zijn er om mensen – zowel binnen als buiten de onderneming – te beschermen. “Niemand zou van bij INEOS naar huis mogen gaan met een letsel, laat staan een letsel met blijvende gevolgen. Of erger nog, helemaal niet naar huis gaan”, zegt Simon Laker, INEOS Group Operations Director, vanuit Lyndhurst in het VK. Veiligheidsregels moeten niet alleen door iedereen worden begrepen, maar ook verdedigd. “Het kan snel gebeuren dat we de geest achter wat we proberen te doen uit het oog verliezen”, aldus Simon. “We zijn geen machines. Beslissingen moeten door mensen worden genomen. En door elke dag opnieuw de juiste beslissingen te nemen, kunnen we letsels en ernstige procesincidenten voorkomen.” Hoewel elke onderneming van INEOS verantwoordelijk is voor haar eigen veiligheidsprogramma’s, pakt INEOS veiligheid ook op groepsniveau aan. Op elke site kunnen namelijk vergelijkbare incidenten gebeuren en beste praktijken met elkaar delen is essentieel. “We mogen niet op geluk vertrouwen”, gaat Simon verder. “Veiligheid is bewust risicobeheer. Onze inschatting van de risico’s en de beslissingen die we nemen om ze te beperken of weg te werken, zijn erg belangrijk. Alleen zo kunnen we verzekeren dat niemand gewond raakt. Als we ons vergissen, lopen er mensen gevaar.” De meest frequente en de ernstigste incidenten bij INEOS hebben aanleiding gegeven tot een aantal veiligheidsinitiatieven voor de hele groep, die meer dan 17.000 mensen tewerkstelt in 65 vestigingen in 16 landen. In 2012 voerde de onderneming de twintig veiligheidsprincipes in, gebaseerd op een analyse van acht jaar van incidenten bij INEOS en betekenisvolle voorvallen buiten INEOS. Denk maar aan de ontploffing in de olieopslagplaats van Buncefield in het VK in december 2005. Toen raakten 43 mensen gewond doordat duizenden liter olie uit een opslagtank liepen en in brand schoten. De essentiële oorzaken – en oplossingen – om te verzekeren dat een incident zich niet herhaalt, zijn in die twintig principes vervat. Om de drie jaar ondergaan alle sites ook een audit om te verzekeren dat wat moet gebeuren ook daadwerkelijk gebeurt. “We hebben alle ernstige incidenten sinds de invoering van de twintig principes doorgelicht. Zo kwamen we tot de bevinding dat de incidenten plaatsvonden omdat een of meerdere principes niet werden nageleefd”, verduidelijkt Simon. “Daarom geloven we dat als iedereen de twintig principes toepast en naleeft, we alle incidenten met mensen en processen bij INEOS kunnen voorkomen.” De beste praktijken worden gedeeld via de nota’s met richtlijnen op groepsniveau. Momenteel zijn er zestien nota’s. Daarin komt alles aan bod, van corrosiebeheer tot het herkennen van kritieke veiligheidssignalen. Nog drie nota’s worden momenteel opgesteld. “Deze laatste drie komen er naar aanleiding van herhaaldelijke incidenten rond deze kritieke activiteiten”, legt Simon uit. De nota’s met richtlijnen en de veiligheidsprincipes zijn een krachtig instrument dat de aandacht van het personeel houdt op wat moet gebeuren om te verzekeren dat iedereen ongedeerd blijft. Het is een constant proces van training, feedback en auditing. Maar nog altijd gebeuren er ongevallen. “We zijn nog niet perfect”, voegt Simon eraan toe. “Maar dat is wel waar we naar streven.” Specifieke zwakke punten – nl. gebieden waar INEOS merkte dat er nog altijd ongevallen gebeurden – werden aangepakt met zeven levensreddende regels. Die zijn ingevoerd omdat op die gebieden een risico op ernstige letsels bestond. Wie een van deze regels (bv. op het vlak van werken op hoogte of alcoholverbruik op het werk) overtreedt, kan op staande voet worden ontslagen. De voorbije zes jaar zijn de veiligheidsprestaties van INEOS driemaal beter geworden. Maar ook al is ons OSHA letselfrequentiecijfer van 1,13 gedaald naar 0,4, moeten we volgens Simon nog heel wat dingen leren. De SHE-mededelingen – eenvoudige beschrijvingen van één pagina van elk ongeval en welke maatregelen getroffen zijn om herhaling te voorkomen – worden wijd verspreid binnen de groep. Hetzelfde geldt voor de HIPO’s – high potential incident alerts (waarschuwingen over een grote kans op incidenten) – waar iets verkeerd had kunnen lopen, maar dit niet gebeurde. Ze zijn even belangrijk en worden over de hele groep gedeeld. De chemische industrie zal door haar aard altijd een potentieel gevaarlijke plaats zijn om te werken. Maar als de regels worden gevolgd, kunnen we ongevallen voorkomen. Simon kijkt de toekomst dan ook positief tegemoet. Kan INEOS alle letsels vermijden? “Absoluut”, luidt het antwoord. “Als de risico’s van een activiteit volledig door deskundige mensen worden geëvalueerd, deze risico’s worden beperkt en een bewuste beslissing wordt genomen om enig restrisico als tolereerbaar te aanvaarden, dan zou er nooit iets verkeerd mogen lopen.” Jammer genoeg hadden de werknemers niet eindeloos de tijd om de risico’s te evalueren. Dus moet er een bewuste beslissing worden genomen, zodat men niet langer moet zoeken zodra een aanvaardbaar risiconiveau was bereikt. “Wanneer dit een onbewuste beslissing is, wordt aan het toeval overgelaten of een risico blijft bestaan of niet”, zegt hij. “Als we iets over het hoofd hebben gezien, vertrouwen we op ons degelijke rapporteringssysteem van bijna-incidenten om het probleem te vinden voor zich daadwerkelijk een incident voordoet. Daarom is rapportering van bijna-incidenten zo belangrijk om de veiligheid van de mensen te blijven garanderen. We mogen niet op geluk vertrouwen.” En kan INEOS alle procesincidenten voorkomen? “Absoluut,” zegt Simon, “als we goed opgeleid mensen hebben die goed ontworpen, gecontroleerde en onderhouden fabrieken beheren, binnen bekende operationele portefeuilles. Als iets daarin niet klopt, door gebrek aan kennis of een verkeerde beslissing, zal zich op een gegeven ogenblik een procesincident voordoen. En dan kun je alleen hopen dat het geen erge gevolgen heeft. Als we merken dat een situatie onze kennissfeer te buiten gaat, moeten we stoppen, de omstandigheden veilig maken en deskundige mensen inzetten. We mogen niet op geluk vertrouwen.”

6 min read

Debat: Hoe kunnen we de economie echt koolstofarm maken?

Terwijl de wereldleiders in Parijs overlegden over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, vroeg INCH of het mogelijk is om de economie koolstofarm te maken. LATEN we de vraag of we de uitstoot van CO2 moeten terugdringen, even terzijde laten. Als we aanvaarden dat we daadwerkelijk actie moeten ondernemen, zijn er goedkope en dure mogelijkheden. De Britse overheid heeft de dure methode gekozen. Door technologische winnaars te kiezen en gigantische programma’s te subsidiëren, zoals de voorgestelde kernenergiecentrale, onderneemt de regering stappen die zullen leiden tot hogere rekeningen en de uitstoot minder zullen terugschroeven. In de plaats daarvan zouden we eenvoudige, doelgerichte maatregelen moeten treffen die een prijs plakken op de koolstofemissies, en bedrijven, gezinnen en energiemaatschappijen dan laten beslissen hoe ze de uitstoot het best verminderen. Professor Philip Booth, editoriaal- en programmadirecteur aan het Institute of Economic Affairs in Londen, VK ALS we een koolstofvrije economie willen, is een hervorming van het wereldwijde economische bestuur nodig. Om dat te doen, hebben we drie dingen nodig. Ten eerste moet er een wereldwijde koolstofprijs zijn. Een prijsverhoging voor goederen en diensten met een hoge koolstofvoetafdruk vormt een sterkere stimulans om de uitstoot te verlagen. De regels inzake internationale handel en investeringen moeten ook rekening houden met de klimaatverandering. Ondanks de beperkte vooruitgang de voorbije jaren blijft de Wereldhandelsorganisatie een forum waar wereldwijde reglementeringen worden opgesteld en ingevoerd. Als de Doha-ronde wordt afgesloten, kunnen er meer milieuthema’s op de huidige agenda worden geplaatst. Als we ten slotte koolstofarme investeringen op de lange termijn moeten aanmoedigen, moeten we het internationale financiële systeem zo hervormen dat de commerciële banken meer in koolstofarme projecten investeren. De huidige reglementeringen laten hier weinig ruimte voor. De overeenkomst van Parijs vol ambitie opvolgen, is maar een eerste stap. Maar dit zal niet voldoende zijn, aangezien het veel meer actoren zal vergen om het wereldwijde economische bestuur te hervormen. Na Parijs moeten we vooruit blijven gaan. Het Duitse Instituut voor Ontwikkeling IN de energievoorziening vinden dynamische veranderingen plaats, maar het tempo daarvan moet omhoog. Er zijn geen grote economische of technische barrières die ons belemmeren om tegen 2050 volledig op hernieuwbare energie over te schakelen. De sector van hernieuwbare energie biedt kansen om te veranderen, maar het vergt politieke actie om te verzekeren dat deze veandering tijdig plaatsvindt. Het is aan de politici en bedrijfsleiders om de industrie te sturen, de consumenten te beïnvloeden en de markten in de richting van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te duwen. Greenpeace DE klimaatverandering is een groot probleem dat grote technologische inspanningen vraagt. Nieuwe kerncentrales, gascentrales en, als de kosten naar beneden gaan, nieuwe windenergieparken in zee: allemaal zullen ze de koolstofvrije uitdaging helpen waar te maken. Maar het is belangrijk om even stil te staan en deze vraag te beantwoorden: “Waarom willen we een koolstofvrije economie?” De toekomst van onze economie, daar draaien klimaatmaatregelen om. Maar de klimaatverandering is een probleem van de hele wereld, niet een lokaal probleem. Maatregelen door afzonderlijke staten zullen niet volstaan. Wat we samen doen, dat is wat telt. Dit probleem zal niet worden opgelost door een groepje oververmoeide politici in een congresgebouw. Het vergt actie door de bedrijven, de burgermaatschappij, de steden, de regio’s en de landen. Want laten we eerlijk zijn: vandaag hebben we nog niet alle oplossingen voor een koolstofvrije economie. We moeten technologieën ontwikkelen die groen én goedkoop zijn. We moeten streven naar een markt waarop succes afhangt van hoe goed je de concurrentiestrijd aankunt. Niet van hoe goed je kunt lobbyen bij de overheid. Amber Rudd, Brits Staatssecretaris voor Energie en Klimaatverandering DAT we de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen moeten terugdringen, weet iedereen. Maar wat we al tientallen jaren weten, wordt nu echt hoogdringend. We moeten overstappen naar een koolstofarme, groene economie die efficiënt met de natuurlijke rijkdommen omgaat. Alleen zo kunnen we het risico op een gevaarlijke klimaatverandering beperken. Maar blijkbaar is een van de sleutelactoren in deze overgang voorlopig grotendeels over het hoofd gezien: de financiële sector. Deze speelt een sleutelrol in de vermindering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen aan het vereiste tempo en op de vereiste schaal, omdat eerst en vooral – hoe kon het ook anders – daar het geld zit. Er is heel veel kapitaal nodig om snel een koolstofarme energie-infrastructuur op poten te zetten, in het bijzonder in ontwikkelingslanden en opkomende economieën. Maar de mogelijke rol van institutionele investeerders in de aanpak van de klimaatverandering gaat veel verder dan het probleem van hoe we de infrastructuur gaan financieren. Institutionele investeerders zijn meer dan financierders van infrastructuur: ze zijn de eigenaars en crediteurs van grote segmenten van de wereldeconomie. En als zij niet systematisch kapitaal van koolstofrijke naar koolstofarme investeringsprojecten overplaatsen, vooral in aandelen en via schuldfinanciering, is een overgang naar een koolstofarme economie zo goed als onmogelijk. Achim Steiner, uitvoerend directeur van het UNEP en vicesecretaris-generaal van de VN

5 min read

Topcombinatie dankzij fusie

INEOS en Solvay hebben hun chloorvinylactiviteiten gebundeld om hun klanten beter te kunnen bedienen en in het hart van de Europese chemie-industrie te houden. INOVYN is voortaan een van de drie belangrijkste pvc-producenten ter wereld. “Het is nu echt een wereldwijde onderneming die goed gepositioneerd is om snel in te spelen op de veranderingen op de Europese markten”, aldus Chris Tane, CEO van INOVYN. Na het nieuws dat de Europese Commissie de joint venture had goedgekeurd, kwamen er in september al nieuwe aankondigingen. Het ging onder meer om de stillegging van de laatste overblijvende kwikcel in het Britse Runcorn om aan de EU-vereisten te voldoen, de geplande permanente sluiting van de pvc-fabriek in het Duitse Schkopau en de voorgestelde investering in een gigantische fabriek op het terrein in Antwerpen/Lillo. De productie in Schkopau lag al sinds december 2014 stil, omdat het VCM-leveringscontract met DOW verlopen was en jammer genoeg alle pogingen tot een nieuwe, competitieve overeenkomst op de lange termijn op niets waren uitgedraaid. Maar in België begon het werk aan een grote vestiging – met de modernste technologie – om de positie van INOVYN als grootste leverancier van kaliumhydroxide in Europa te versterken. INOVYN stelt 4300 mensen tewerk in 18 productievestigingen in 8 landen. De hoofdzetel bevindt zich in Londen. Deze afdeling haalt een jaarlijkse omzet van meer dan € 3,5 miljard. Elk jaar produceert ze veertig miljoen ton chemicaliën die in bijna elk aspect van onze moderne samenleving worden gebruikt en bijdragen tot de huisvesting, de gezondheid en de verbondenheid van de mensen. Als onderdeel van de deal zal Solvay, dat een lange geschiedenis in de chloorvinylindustrie heeft, de joint venture in 2018 verlaten. Daarna blijft INEOS over als enige eigenaar. De productie in Schkopau lag stil sinds. 

2 min read

INEOS opent nieuw kantoor in het VK

INEOS opent een nieuw kantoor in Londen om zijn groeiende activiteiten in het VK in onder te brengen. De kantoren zullen onderdak bieden aan een aantal activiteiten van INEOS VK, waaronder al zijn olie- en gasondernemingen, zijn transportactiviteiten en zijn handelsactiviteiten. Het gebouw wordt ook de thuis van de joint venture INOVYN, die veertien fabrieken over heel Europa beheert, waaronder de grote vestiging van Runcorn in Cheshire. “Het is allemaal heel logisch”, besluit Jim Ratcliffe, voorzitter en oprichter van INEOS. “Hoewel INEOS wereldwijd bedrijfsbelangen heeft, is de Britse olie- en gasactiviteit op dit ogenblik een van onze voornaamste aandachtspunten.” De INEOS Group en een aantal gevestigde INEOS-afdelingen behouden hun hoofdkantoor in het Zwitserse Rolle. INEOS zal zichzelf voortaan formeel een Engels-Zwitsers bedrijf noemen. 

1 min read

INEOS start reactor in VS opnieuw op

INEOS gaat binnenkort een reactor die drie jaar geleden in moeilijke marktomstandigheden tijdelijk werd stilgelegd opnieuw opstarten. Hoewel de situatie nog altijd niet rooskleurig is, wordt INEOS Nitriles gesteund door de stijgende wereldwijde vraag naar acrylonitril – het hoofdbestanddeel van acrylvezel en koolstofvezel – en zijn toegang tot goedkope grondstoffen uit de VS. INEOS Nitriles is de grootste producent van acrylonitril en acetonitril ter wereld. De fabriek in Green Lake (Texas) is een van de grootste en efficiëntste ter wereld en kan binnenkort opnieuw 545.000 ton acrylonitril per jaar produceren. Fabrikanten gebruiken acrylonitril om kunstvezels, plastic met hoogwaardige technische eigenschappen, koolstofvezel, kunstrubber en polymeren op waterbasis te maken. Die producten worden op hun beurt verwerkt in onder meer auto-onderdelen, kleding, bouwmaterialen, huishoudtoestellen en sportuitrusting. “Iedereen gebruikt elke dag vast wel iets waarin acrylonitril zit”, aldus commercieel directeur Gordon Adams. Er was ook goed nieuws voor de vestiging van INEOS Nitriles in Seal Sands, met name de belofte om te investeren in de geplande omschakeling volgend jaar. INEOS Nitriles baat vier fabrieken uit: twee in Noord-Amerika, één in Duitsland en één in het VK. In januari 2014 halveerde het de acrylonitrilproductie in de vestiging van Green Lake wegens onhoudbare marges.

2 min read

Met voorsprong de beste

Het GO Run For Fun liefdadigheidsproject was op het filmfestival van Cannes in oktober genomineerd voor twee prijzen – en heeft ze ook gewonnen. Het project viel met zijn educatieve tekenfilmreeks (Dart TV) in de prijzen op de Cannes Corporate Media & TV Awards, een van de belangrijkste festivals in de audiovisuele industrie voor het bedrijfsleven. GO Run For Fun liet deze reeks maken, die gratis beschikbaar is voor scholen die kinderen willen aanmoedigen om een gezonder en actiever leven te leiden. Voorzitter Jim Ratcliffe, oprichter van het project en zelf een fervent loper, trok samen met het Londense productieteam van Dart TV (Media Zoo) naar het Palm Beach in Cannes om de prijzen voor het beste CSR-programma en het beste Webisode- programma in ontvangst te nemen. GO Run For Fun werd twee jaar geleden in het leven geroepen. Sindsdien namen al bijna hon derdduizend kinderen over de hele wereld deel. “Dit cijfer overtreft mijn stoutste verwachtingen”, zegt Jim. Alle Dart-filmpjes zijn te vinden op de website van GO Run For Fun: www.gorunforfun.com

2 min read

Het zoete aroma van succes

Met deze deal neemt INEOS Phenol de cumeenfabriek van Axiall Corporation Pasadena in Texas over en verhuizen de fenol-, aceton- en alfamethylstyreenactiviteiten (AMS) van dat bedrijf naar de fenolfabriek van INEOS in Mobile, Alabama. Momenteel werken ongeveer 43 mensen in de fabriek van Pasadena, die in 1979 de deuren opende en 900.000 ton cumeen per jaar produceert. Cumeen wordt gebruikt om fenol en aceton te maken, die op hun beurt hun weg vinden naar een brede waaier van dagdagelijkse producten. Denk maar aan multiplex, plastic, farmaceutische producten, verf, acryl en vernis. Volgens CEO Casier is de overname van zo’n hoogstaand, goed gepositioneerd bedrijf voor INEOS Phenol een uitstekende kans om zijn concurrentiekracht te verhogen. “We zijn al een van de grootste producenten van fenol en aceton”, gaat hij verder. “Maar via selectieve investeringen in nieuwe activa en nieuwe technologieën willen we ons bedrijf verder uitbreiden en met onze klanten meegroeien.”

2 min read

Goed nieuws bij INEOS

INEOS is overeengekomen om een derde gaskraakinstallatie in Europa te bevoorraden met het ethaan dat het uit Amerika gaat invoeren. De deal met ExxonMobil Chemical Ltd en Shell Chemicals Europe BV werd in november 2015 afgesloten. Vanaf halverwege 2017 zal INEOS zijn ethaan uit Amerikaans schaliegas via een pijpleiding van de nieuwe importterminal in Grangemouth naar de ethyleenfabriek van Fife in Mossmorran vervoeren. “Deze overeenkomst is een mijlpaal voor alle betrokken partijen”, verklaart Geir Tuft, Business Director bij INEOS O&P UK. “We weten dat ethaan uit Amerikaans schaliegas een revolutie heeft betekend voor de nijverheidssector in dat land en zien nu dat ook heel Schotland van dat voordeel profiteert.” INEOS gaat voortaan ethaan uit Amerikaans schaliegas leveren aan zijn sites in Rafnes (Noorwegen) en Grangemouth, net als aan de ethyleenfabriek van Fife in Schotland. 

1 min read

Een stroom aan kansen

De olie- en gasbedrijven trekken weg uit de Noordzee door de stijgende kosten en kelderende winstmarges, terwijl INEOS hier net mooie kansen ziet. De Chairman van INEOS, Jim Ratcliffe, legt uit waarom INEOS een nieuw platform heeft gevonden om zaken te doen Deze keer is het weliswaar op zee – diep in de Noordzee. Tot dusver hebben we honderden miljoenen dollar geïnvesteerd in de aankoop van gasvelden van de DEA Group. Bovendien hebben we een nieuwe dochtermaatschappij opgezet om nog meer kansen na te jagen. “We slaan hierdoor een andere richting in, maar de tijd zal moeten uitwijzen of dit net zo’n transformatie zal teweegbrengen als de overname van INNOVENE van BP in 2005”, aldus Chairman Jim Ratcliffe. De olie- en gasbedrijven verkopen verwoed hun activa als gevolg van de hoge kosten en kelderende winstmarges. Drie jaar geleden kostte een vat olie $ 110, vandaag nog geen $ 40. En het ziet ernaar uit dat de prijs nog zal dalen. Volgens Jim hebben de problemen in de Noordzee twee oorzaken. De installaties werken niet zo efficiënt als ze zouden kunnen en de kosten swingen de pan uit. “Doorgaans werken we op 98 %. Onze machines draaien en produceren voortdurend”, zo zegt hij. “Maar in de Noordzee zien we voorbeelden van 60 tot 65 %. In de chemische industrie zouden we dit gewoon niet aanvaarden.” De stijgende kosten werken deze inefficiënte praktijken extra in de hand. “Het Verenigd Koninkrijk heeft niet zo nauwgezet omgesprongen met zijn kosten. Daardoor is alles doorgaans duurder in de Noordzee dan in de Golf van Mexico, waar een harde concurrentiestrijd woedt”, vervolgt hij. “En niet een beetje duurder, maar veel duurder. Terwijl die grote concurrentie in de VS de kosten net heeft gedrukt.” INEOS begrijpt nog niet 100 % waarom de installaties in de Noordzee niet altijd operationeel zijn, maar volgens Jim is INEOS hét bedrijf dat de productie en de efficiëntie kan verhogen. “We moeten nog uitzoeken of we concreet iets kunnen betekenen,” gaat hij verder, “maar we hebben sowieso onze expertise in de chemiesector. En dit zijn uiteindelijk allemaal chemische installaties. Ondanks de moeilijke omgeving – in het midden van de Noordzee – zijn pompen, leidingen, vaten, filters, vloeistoffen en gassen wel degelijk onze dada.” De voorbije vijftien jaar is INEOS gegroeid dankzij enkele succesvolle overnames. “Wanneer we kijken hoe we het vandaag doen in vergelijking met hoe de individuele bedrijven ten tijde van onze overname draaiden, dan is alles nu duidelijk efficiënter, veiliger en kosteneffectiever”, benadrukt hij. “Dus waarom zouden we niet hetzelfde kunnen doen in de olieen gasindustrie?” INEOS begon zowat een jaar geleden naar de mogelijkheden op zee te onderzoeken. “Uiteraard heeft de scherpe daling van de olieprijs ons enthousiasme een extra boost gegeven, maar we hadden hier eerder al over nagedacht. We hebben namelijk heel wat tentakels die hier op de een of andere manier mee verband houden”, aldus Jim. De Britse overheid is tevreden met de beslissing van INEOS om te kopen. “Wat de Britse overheid – net als wij – erkent, is dat je de koolwaterstof in de grond blokkeert als je inefficiënt en duur bent”, benadrukt Jim. “Zodra je met een platform naar het break-evenpunt daalt, moet je het opdoeken. Of er nog koolwaterstoffen in de grond zitten of niet. Als je dat platform efficiënter en kosteneffectiever maakt, dan kun je het langer exploiteren en meer koolwaterstoffen ontginnen.” Volgens Jim wou de Britse overheid wanhopig het economische herstel optimaliseren. “Misschien kan INEOS met een lichtjes andere benadering meer koolwaterstoffen voor de Britse overheid produceren”, stelt hij. Jim sluit extra investeringen in activa in de Noordzee niet uit, maar kan niet zeggen hoeveel INEOS nog wil besteden. “We gaan niet meer uitgeven dan we hebben”, zo zegt hij. “Maar bij overnames is het altijd een beetje koffiedik kijken, want je weet nooit waar je eindigt.” De grootste uitdaging is nu om nieuwe koolwaterstoffen op te delven, zodat de pijplijn voortdurend gevoed blijft. “Tenzij je nieuw materiaal vindt, zit je uiteindelijk met een activiteit die op niets zal uitdraaien”, zegt hij. “We hebben een fenolfabriek die vandaag 500.000 ton produceert en dat ook over twintig jaar nog zal doen. Maar bij olie en gas neemt de productie altijd af.” Om deze activiteit verder te doen groeien, gaat INEOS een beroep doen op een team van geologen, geofysici en experts in de ondergrondse aardlagen. Momenteel zijn die in Londen aan het werk voor INEOS Breagh. “Het lijkt mij een heel sterk team”, aldus Geir Tuft, die onlangs is aangesteld als CEO van INEOS Breagh. “Het is ook een van de redenen waarom deze overname zo aantrekkelijk was.” video

7 min read