Poacher turned Game Keeper
STROPEN was alles wat de 13-jarige Anderson Mgesi kende. Op vogels en kleine antilopen jagen was een makkelijke en snelle manier om geld te verdienen waarmee hij zijn moeder, vader en acht broers en zussen kon onderhouden. Vandaag helpt hij echter
de stroperij in Usangu te stoppen, een uitgestrekte ongerepte wildernis waar olifanten, buffels, leeuwen en luipaarden leven.
Hij werkt hier nu als gids en brengt toeristen naar de ongelooflijke wilde dieren in dit deel van het Ruaha nationaal park. De vogels behoren tot zijn favorieten.
“Anderson is nu een van de topgidsen in ons bedrijf in Zuid-Tanzania”, zegt Brandon Kemp, directeur Tanzania voor Asilia Africa. “Ik ben zo trots op hem.”
Wie ook mee profiteerde van zijn wijsheid en kennis van het gebied is Sir Jim Ratcliffe, voorzitter van INEOS.
De voorbije zes jaar speelde Jim een belangrijke rol om Asilia Africa te helpen om het toerisme in het zuiden van Tanzania een make-over te geven om zo de wilde dieren te redden die bedreigd worden door stropers.
En samen maken ze een verschil.
“We hebben nu een van de grootste nieuwe wildernisgebieden voor toerisme in Afrika,” aldus Brandon.
Sinds de opening van een nieuw expeditie- en onderzoekskamp - opnieuw gefinancierd door Jim - is het aantal stropers in de niet in kaart gebrachte wetlands in Usangu gedaald.
“We moeten gewoon zo verderdoen,” aldus Anderson. Werken in het Usangu kamp - 290 km van het huis van zijn familie in Tungamalenga - betekent veel voor Anderson.
Want de wetlands zijn de plek waar zijn grootvader woonde en zijn vader het levenslicht zag.
“Ik herinner me dat mijn grootvader me vertelde hoe hij vaak lange afstanden aflegde op zoek naar zout en voedsel,” vertelt Anderson.
Nu bewandel ik diezelfde paden en begeleid ik toeristen.”
Het Ruaha nationaal park kon je vroeger enkel te voet betreden. Dit maakte het moeilijk om de dieren te beschermen tegen stropers.
Nu ligt er een weg van 50 km naar Jims onderzoekskamp in Usangu, die Anderson en 11 anderen in twee maanden met de hand hebben aangelegd.
Tijdens de aanleg van de weg stuitten ze op een luipaard dat de omheining van hun tijdelijke kamp was binnengedrongen op zoek naar voedsel.
“We slaagden erin om het uit ons tentenkamp te jagen voor het gevaarlijk werd,” vertelt Anderson.
“Tijdens de aanleg van de weg begon Anderson Engels te studeren en inspirerende toespraken van de voormalige Amerikaanse president Barack Obama te downloaden.
“Ik heb hem heel wat uren gecoacht omdat er zoveel toewijding van hem uitging,” vertelt Brandon.
Anderson werkte aanvankelijk als klusjesman op Jabali Ridge - waar Sir Jim zijn joint venture met Asilia begon.
“Samen hebben we ons van alle safaribedrijven het sterkst geëngageerd voor het zuiden van Tanzania,” vertelt Brandon.
“En dit engagement is cruciaal, want deze immense wildernisgebieden krijgen slechts een fractie van de bezoekers (en inkomsten) van de bekendere noordelijke parken zoals de Serengeti en Tarangire.”
Tot nu toe heeft Sir Jim alleen al in Usangu meer dan 1,5 miljoen dollar bijgedragen - en ook voor een helikopter gezorgd die een doorbraak betekende in de strijd tegen de stropers.
“Zuid-Tanzania is een geweldige plek, maar het wordt bedreigd,” vertelt hij. “De oprichting van een duurzaam en ecologisch safaritoerisme zal zowel de wilde dieren beschermen als de mensen in deze geweldige regio helpen door duurzame jobs te creëren.”
En voor Brandon en Sir Jim zijn dat mensen zoals Anderson.
INEOS IN DE GEMEENSCHAP
INEOS gelooft sterk in goede buren zijn voor elkaar, door de lokale gemeenschappen rond zijn vestigingen en bedrijven te ondersteunen. Na de coronapandemie richtte INEOS een gemeenschapsfonds op - een pot van 1 miljoen pond om te verdelen onder liefdadigheidsinstellingen en gemeenschapsgroepen die het meest nood hadden aan noodfinanciering.
In die tijd was er een enorme respons. De grootste noden kwamen van voedselbanken, opvanghuizen voor huiselijk geweld, daklozenopvang, wijkgezondheidscentra en verzorgingstehuizen.
Uiteindelijk werd de volledige financieringspot gebruikt, met meer dan 67 vestigingen in 15 landen die een beroep deden op hulp namens hun gemeenschappen.
Vandaag is het INEOS gemeenschapsfonds uitgegroeid tot een grotere prioriteit voor het bedrijf, dat elk jaar opnieuw wordt bekeken en verdeeld onder de kandidaten die het best voldoen aan de 'geefcriteria'.
Voor 2023 deed INEOS speciale schenkingen ter ere van zijn 25-jarig bestaan. De liefdadigheidsinstelling die hier het meest recent van profiteerde was ‘Bridge Communities’, genomineerd door leden van het INEOS Aromatics-team in Naperville, Illinois.
Bridge Communities kreeg 25.000 pond. Deze schenking zal hun team helpen om gezinnen die dakloos dreigen te worden, te begeleiden naar zelfredzaamheid door mentorschap, huisvesting en ondersteunende diensten aan te bieden.
“We zijn INEOS echt dankbaar voor de gulle schenking voor gezinnen die dakloos dreigen te worden in DuPage County,” aldus CEO Amy Van Polen.
“Dankzij hun steun kunnen we beter inspelen op de veranderende noden van onze cliëntenfamilies in het Bridge-programma en kunnen we hen een transformatie aanreiken met een impact.”
DE ATLANTISCHE ZALM REDDEN
De wil van INEOS om het land en de ongerepte rivieren in het noordoosten van IJsland te helpen beschermen, was niet alleen een reddingsboei voor de bedreigde Noord-Atlantische zalm. Het gaf Sveinn Björnsson en Stefán Hrafnsson ook de hoop dat ook zij een verschil konden maken voor de plek waar ze opgroeiden. Beide mannen doen nu onderzoek in Vopnafjordur in het kader van het Six Rivers Iceland-project van INEOS, dat de Noord-Atlantische zalm tegen uitsterven wil beschermen.
“INEOS heeft mij alle nodige middelen gegeven om me volledig te focussen op de wederopbouw van de rivieren,” aldus Sveinn. “We hebben een visie over waar we in de toekomst willen staan met alle rivieren.”
Maar hij ziet het onderzoek niet als een job. “Zalmen en de natuur zijn al mijn leven sinds ik een kind was,” vertelt hij. “Het is geen werk; het is een manier van leven.” ‘Stéfan is ook een fervent vliegvisser en werkt samen met Sveinn.
Hij zegt dat INEOS een enorme bijdrage heeft geleverd aan de sensibilisering rond de wanhopige situatie van de zalm.
“Ik voel me zo bevoorrecht dat ik kan werken op een terrein dat me mateloos boeit,” vertelt hij.
In het noordoosten van IJsland wordt al honderden jaren op Atlantische zalm gevist, maar voor de bewoners van het gebied zou het verdwijnen van de soort ook het einde van hun manier van leven betekenen.
Voor Sveinn en Stefán zou dat ondenkbaar zijn. Omdat dit het enige is dat ze kennen. Beiden werken nog altijd deeltijds als gids op de rivieren, die één van de laatste veilige toevluchtsoorden zijn voor de Atlantische zalm.
Door hun werk als gidsen ontmoetten ze voor het eerst Sir Jim Ratcliffe, voorzitter van INEOS, een ervaren vliegvisser.
Jim wist dat IJsland de thuisbasis was van het beste vliegvissen op zalm ter wereld. Wat hij toen nog niet wist, was dat de Noord-Atlantische zalm ook een bedreigde soort was.
Hij ontdekte dat de Strengur Fishing Club al het mogelijke deed om de soort te beschermen, maar financiële hulp nodig had om meer te kunnen doen.
Met de steun van Jim werden er zalmladders geplaatst om de paaiplaats voor de vissen, die hun eieren in zoet water leggen en vervolgens naar de oceaan zwemmen, groter te maken.
Botanici hebben bomen geplant om de bodem rond de rivieren te verrijken. Een gezondere vegetatie leidt immers tot een gezondere omgeving voor de organismen die in de rivieren leven.
Smolts - jonge zalmen - werden gemerkt zodat wetenschappers hun gedrag kunnen volgen en monitoren. Daarnaast werden miljoenen zalmeitjes in het grind van verder stroomopwaarts gelegen rivieren gelegd om een gezonder en sterker bestand te helpen kweken.
Alle gegevens helpen de hengelaarsclub te begrijpen waarom de Atlantische zalm verdwijnt en wat er nodig is om dit een halt toe te roepen.
“Zalm is een geweldige diersoort en we moeten er alles aan doen om ze te beschermen,” aldus Stéfan.