Articles

Inch Magazine

Nummer Artikel
  • RECORDJAAR VOOR INEOS

    Toen de wereldmarkten het moeilijk hadden, verhuisde INEOS zijn hoofdzetel in 2010 van het Verenigd Koninkrijk naar Zwitserland om concurrerend te blijven. Zeven jaar later keert het bedrijf weer terug naar huis en gaan de zaken beter dan ooit Vorig jaar behaalde INEOS een recordwinst. Het registreerde een onderliggend resultaat van ¤ 4,3 miljard, een cijfer waarmee enkel de grootste namen in de industrie kunnen concurreren. Het bedrijf zei ook dat het een schuld van ¤ 1,2 miljard uit eigen middelen had terugbetaald en een schuld van ¤ 4 miljard had geherfinancierd, waardoor meer dan 100 miljoen euro per jaar wordt bespaard. “Dit is fantastisch nieuws,” zei INEOS-voorzitter en -stichter Jim Ratcliffe. “INEOS is in topvorm. Deze cijfers bevestigen dat het beter gaat dan ooit tevoren. Alle bedrijven presteren goed en onze succesvolle herfinanciering toont duidelijk aan dat de markt dit ook zo ziet.” Financieel directeur John Reece zei dat INEOS de afgelopen drie maanden aan het financieringspakket had gewerkt, wat resulteerde in een verlaging van de kosten en een verlenging van de looptijden tot ten vroegste 2022. “Niet alleen dat, maar we waren ook met 50% overtekend, wat aantoont hoe sterk het vertrouwen van de markt is,” zei hij. Jim vertelde dat INEOS een uniek bedrijf is. “We hebben het bedrijf maar 18 jaar geleden opgezet en het is nooit naar de beurs getrokken,” zei hij. “Het is dankzij iedereen die erbij betrokken is - management en personeel - dat we het nu zo goed doen.” Het nieuws over het recordjaar viel samen met de officiële opening van het nieuwe Britse hoofdkantoor in Knightsbridge, Londen. Jim zei dat de verhuis een weerspiegeling was van de INEOS-groei in het Verenigd Koninkrijk, waar het meer dan $ 2 miljard investeert, alsook het immense vertrouwen in de economische toekomst van Groot-Brittannië. “We zijn terug in Groot-Brittannië, omdat er hier heel wat gebeurt,” vertelde hij op 7 december vorig jaar aan de gasten tijdens de officiële opening van het hoofdkantoor in Hans Crescent. “Het Verenigd Koninkrijk is een veel betere plaats dan 10 jaar geleden en de Conservatieve regering is erg bedrijfsgericht.” INEOS voorziet een groot aantal Britse gezinnen van aardgas en exploiteert een groeiende handels- en scheepvaartonderneming. Het INEOS-bedrijf ChlorVinyls, nu bekend als INOVYN, is dubbel zo groot geworden, de Grangemouth-site herleeft en het bedrijf is van plan om in het noorden van Engeland schaliegas te winnen. De beslissing van Groot-Brittannië om uit de Europese Unie te stappen, maakte geen verschil, zei hij. “We zijn niet bezorgd over de brexit,” zei hij. “Uiteindelijk is het Verenigd Koninkrijk de vijfde grootste markt ter wereld, zoiets kun je niet zomaar negeren.”

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • DE GEBOORTEPLAATS VAN INEOS

    Toen de wereldmarkten het moeilijk hadden, verhuisde INEOS zijn hoofdzetel in 2010 van het Verenigd Koninkrijk naar Zwitserland om concurrerend te blijven. Zeven jaar later keert het bedrijf weer terug naar huis en gaan de zaken beter dan ooit Vorig jaar behaalde INEOS een recordwinst. Het registreerde een onderliggend resultaat van ¤ 4,3 miljard, een cijfer waarmee enkel de grootste namen in de industrie kunnen concurreren. Het bedrijf zei ook dat het een schuld van ¤ 1,2 miljard uit eigen middelen had terugbetaald en een schuld van ¤ 4 miljard had geherfinancierd, waardoor meer dan 100 miljoen euro per jaar wordt bespaard. “Dit is fantastisch nieuws,” zei INEOS-voorzitter en -stichter Jim Ratcliffe. “INEOS is in topvorm. Deze cijfers bevestigen dat het beter gaat dan ooit tevoren. Alle bedrijven presteren goed en onze succesvolle herfinanciering toont duidelijk aan dat de markt dit ook zo ziet.” Financieel directeur John Reece zei dat INEOS de afgelopen drie maanden aan het financieringspakket had gewerkt, wat resulteerde in een verlaging van de kosten en een verlenging van de looptijden tot ten vroegste 2022. “Niet alleen dat, maar we waren ook met 50% overtekend, wat aantoont hoe sterk het vertrouwen van de markt is,” zei hij. Jim vertelde dat INEOS een uniek bedrijf is. “We hebben het bedrijf maar 18 jaar geleden opgezet en het is nooit naar de beurs getrokken,” zei hij. “Het is dankzij iedereen die erbij betrokken is - management en personeel - dat we het nu zo goed doen.” Het nieuws over het recordjaar viel samen met de officiële opening van het nieuwe Britse hoofdkantoor in Knightsbridge, Londen. Jim zei dat de verhuis een weerspiegeling was van de INEOS-groei in het Verenigd Koninkrijk, waar het meer dan $ 2 miljard investeert, alsook het immense vertrouwen in de economische toekomst van Groot-Brittannië. “We zijn terug in Groot-Brittannië, omdat er hier heel wat gebeurt,” vertelde hij op 7 december vorig jaar aan de gasten tijdens de officiële opening van het hoofdkantoor in Hans Crescent. “Het Verenigd Koninkrijk is een veel betere plaats dan 10 jaar geleden en de Conservatieve regering is erg bedrijfsgericht.” INEOS voorziet een groot aantal Britse gezinnen van aardgas en exploiteert een groeiende handels- en scheepvaartonderneming. Het INEOS-bedrijf ChlorVinyls, nu bekend als INOVYN, is dubbel zo groot geworden, de Grangemouth-site herleeft en het bedrijf is van plan om in het noorden van Engeland schaliegas te winnen. De beslissing van Groot-Brittannië om uit de Europese Unie te stappen, maakte geen verschil, zei hij. “We zijn niet bezorgd over de brexit,” zei hij. “Uiteindelijk is het Verenigd Koninkrijk de vijfde grootste markt ter wereld, zoiets kun je niet zomaar negeren.”

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • DE GROEIENDE INDUSTRIE IN BELGIË

    De Belgische chemische industrie doet het niet gewoon goed. Ze groeit ook. Volgens Essenscia, de Belgische vereniging voor de chemische industrie, is dat dankzij de drang om de concurrentie steeds een stap voor te zijn en te innoveren: op het gebied van nieuwe producten, kwalitatief hoogstaande infrastructuur, energieefficiëntie of het aanwerven van de allerbeste mensen. “We krijgen te maken met uitdagingen, maar we weten dat we ze het hoofd kunnen bieden,” zei algemeen directeur Yves Verschueren. De industrie stelt rechtstreeks ongeveer 90.000 mensen tewerk en dat aantal neemt elk jaar toe. “Dat is in schril contrast met andere industriesectoren, die banenverlies hebben geleden,” zei hij. De jaarlijkse bijdrage aan het BBP van België bedraagt ongeveer 16 miljard euro. “Deze industrie is echt van het allergrootste belang voor dit land,” zei Yves. En dus heeft de sector ook invloed. “Succesvolle bedrijven zoals INEOS spelen een belangrijke rol om onze overheid te helpen begrijpen dat verdere investeringen alleen in de juiste omstandigheden mogelijk zijn,” zei hij. “En dat betekent lagere energiekosten.” De Belgen krijgen echter met andere problemen af te rekenen, net zoals de rest van West-Europa. “Tot op zekere hoogte hebben jongeren de interesse in wetenschap, wiskunde en techniek verloren,” zei Yves. Iemand die dit voelt, is Holger Laqua, fabrieksmanager van INEOS Oxide in Zwijndrecht, Antwerpen. “Onze site is erg technisch georiënteerd en goede technische mensen vinden, is een uitdaging,” zei hij. “We gaan naar scholen en leggen uit wat we doen en wat we maken, want we moeten kinderen van 12 jaar over dit beroep doen nadenken.” Essenscia bezoekt ook scholen en heeft wetenschapsparken en musea opgezet, om het beeld van de chemische sector te veranderen en om kinderen te tonen dat de antwoorden op de grote vragen van vandaag uit de chemie zullen komen. “We moeten hen laten zien wat de chemische industrie al doet om een duurzame samenleving te creëren en de klimaatverandering aan te pakken,” zei Yves. De komende jaren zullen er jaarlijks naar schatting 2.600 vacatures zijn om de werknemers te vervangen die met pensioen gaan, dus wordt rekrutering steeds belangrijker.

    2 minuten gelezen Nummer 12
  • INEOS BOUWT EEN ENORME BUTAANGASOPSLAGTANK

    Gas is het levensbloed van INEOS. Zonder competitieve gasprijzen kan het bedrijf onmogelijk met de rest van de wereld concurreren. Daarom wordt er nu actie ondernomen Eens te meer heeft INEOS een moedige stap gezet om zijn wereldwijde positie te versterken. Vorige maand kwam de bevestiging dat het de grootste butaangasopslagtank ooit in Europa gaat bouwen. Eens gebouwd, kan INEOS met de grootst mogelijke schepen goedkoop butaangas importeren vanuit Amerika en andere wereldmarkten, om de naftakraakinstallaties in Keulen, Duitsland en Lavéra in Frankrijk competitief te kunnen bevoorraden. Dankzij de tank, die in Antwerpen wordt gebouwd, kan INEOS Trading & Shipping ook butaan verkopen in Europa. De gaskraakinstallaties van INEOS – in Noorwegen en Schotland – plukken al de vruchten van de INEOS-beslissing om goedkoop ethaan van de VS naar Rafnes en Grangemouth te verschepen, waar het wordt opgeslagen in enorme, speciaal hiervoor gebouwde tanks. Deze ontwikkeling versterkt de belangrijke positie die België in de petrochemische wereld inneemt. Dankzij INEOS kan de haven van Antwerpen nu al bogen op de grootste ethyleenterminal in Europa, de tweede grootste ter wereld. Zeven jaar geleden investeerde INEOS 100 miljoen euro in de nieuwe terminal van 1 miljoen ton, zodat het vanuit de hele wereld goedkoop ethyleen kon importeren voor zijn Europese fabrieken en fabrieken die verbonden zijn met de ARG-pijpleiding. “Deze nieuwe tank en terminal geeft INEOS meer flexibiliteit en aanbodzekerheid, waarmee ons concurrentievermogen in Europa aanzienlijk zal verbeteren,” zei David Thompson, CEO van INEOS Trading & Shipping. “Het positioneert INEOS ook als een belangrijke speler op de wereldwijde lpg-markten.” Holger Laqua, fabrieksmanager van INEOS Oxide, is van mening dat INEOS de chemische industrie in Europa aandrijft. “Enkele jaren geleden gingen er stemmen op dat de Europese chemische industrie dood was, maar we hebben enkele goede beslissingen genomen,” zei hij.  

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • BP VERKOOPT HET FORTIES-PIJPLEIDINGSYSTEEM AAN INEOS

    INEOS heeft met BP een overeenkomst ter waarde van $ 250 miljoen gesloten voor de aankoop van het Forties-pijpleidingsysteem, dat bijna 40% van de Britse volumes aan Noordzeeolie en -gas levert. De verkoop van het 380 kilometer lange pijpleidingsysteem werd deze maand overeengekomen, behoudens goedkeuring door regelgevende en andere instanties. Toen de pijpleiding in 1975 in gebruik werd genomen, transporteerde ze olie uit het Forties-veld – destijds het eerste grote Britse offshore olieveld – voornamelijk naar de raffinaderij en petrochemische fabriek in het Schotse Grangemouth. BP was toen de eigenaar van zowel de raffinaderij als de chemische fabriek, maar verkocht beide in 2005 aan INEOS. Vandaag verbindt de pijpleiding 85 olie- en gasactiva in de Noordzee met het Britse vasteland en de INEOS-site in Grangemouth, waar 20% van die olie de raffinaderij voedt om 80% van de brandstof in Schotland te voorzien. INEOS-voorzitter en -stichter Jim Ratcliffe omschreef het Forties-pijpleidingsysteem als een strategische troef voor Groot-Brittannië. “INEOS zal efficiënter kunnen werken en een competitieve, langetermijntoekomst helpen garanderen voor deze belangrijke schakel in de Britse olieen gasinfrastructuur,” zei hij. Vorig jaar was de gemiddelde dagelijkse doorvoer van de pijpleiding 445.000 vaten olie en 3.500 ton ruw gas. Maar de leiding kan per dag 575.000 vaten olie vervoeren. De 300 mensen die de FPS-activiteiten in Kinneil, Grangemouth, Dalmeny en offshore exploiteren en ondersteunen, zullen naar verwachting de Upstream-medewerkers van INEOS worden. INEOS levert al gas aan vele duizenden Britse gezinnen, sinds het de zuidelijke Noordzeevelden Breagh and Clipper South in 2015 van LetterOne kocht. Als de deal eenmaal is afgesloten, worden het Forties-pijpleidingsysteem, de Kinneil-terminal en -gasverwerkingsfabriek, de Dalmeny-terminal, de sites in Aberdeen, het Forties Unity Platform en bijbehorende infrastructuur aan INEOS overgedragen. “Dit is weer een zeer belangrijke deal voor INEOS,” zei Jim. “De aankoop verenigt de Noordzee- en Grangemouth-activa onder het eigendom van INEOS. INEOS is nu het enige Britse bedrijf met raffinaderij- en petrochemische activa die rechtstreeks in de Noordzee zijn geïntegreerd.”

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • INEOS SHALE ZET DE EERSTE STAP

    INEOS heeft in het Verenigd Koninkrijk nu zowat 5000 vierkante kilometer grondgebied voor de exploratie van schaliegas en hoopt dit jaar in actie te kunnen komen. Derbyshire komt als eerste in het vizier INEOS blijft streven naar schaliegasexploratie in het Verenigd Koninkrijk. Het bedrijf hoopt dit jaar een eerste keer te boren op een terrein in de buurt van het dorp Marsh Lane in Derbyshire, om het gesteente duizenden meters onder het oppervlak te testen. In maart besliste de districtsraad van Derbyshire dat INEOS geen milieueffectbeoordeling moest uitvoeren voordat het een gedetailleerde planningsaanvraag indiende om in Bramleymoor Lane te boren. “We waren erg blij met deze beslissing,” zei Tom Pickering, Operations Director van INEOS Shale. “Maar terwijl uit de screening deze keer bleek dat er geen beoordeling nodig was, zullen we deze natuurlijk uitvoeren als hiertoe een duidelijke behoefte bestaat.” Ondanks de uitspraak wilde hij de dorpsbewoners, die bezorgd zouden kunnen zijn over de impact op het milieu, ervan verzekeren dat met hun standpunten rekening wordt gehouden. “Hoewel er geen formele impactbeoordeling is vereist, worden alle relatieve milieuvragen samen met onze planningsaanvraag behandeld,” zei hij. De plannen, die na een bijeenkomst met de lokale gemeenschap zullen worden opgesteld, zullen een verslag bevatten over watergebruik, ecologie, lawaai, landschap, visuele effecten en het culturele erfgoed. “We willen ervoor zorgen dat de belangrijke problemen besproken, overwogen en begrepen zijn vooraleer we onze planningsaanvraag indienen,” zei Tom. Als de put geboord is, worden de grondstalen geanalyseerd in een laboratorium. “We moeten de geologische kenmerken van het gesteente en de gasproducerende eigenschappen identificeren,” zei Tom. INEOS is van mening dat Groot-Brittannië moet nadenken over waar het zijn energie vandaan zal halen wanneer kool- en kerncentrales sluiten. De laatste Britse steenkoolmijn, Kellingley Colliery in het noorden van Yorkshire, sloot zijn deuren in december 2015, meteen het einde van eeuwen steelkoolontginning in het Verenigd Koninkrijk. “Schaliegaswinning gaat niet over het gebruik van meer fossiele brandstoffen,” zei Tom. “Het gaat erom dat we steenkool vervangen en ons eigen gas gebruiken in plaats van dit in te voeren.” Eerder dit jaar gaf de organisatie Friends of the Earth (Vrienden van de Aarde) toe dat het de bevolking had misleid rond fracking. De Advertising Standards Authority vond dat de groep geen bewijzen had dat de vloeistof die bij fracking wordt gebruikt chemicaliën bevat die gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. Het 14 maanden durende onderzoek kwam ook tot het besluit dat de milieugroep geen bewijs kon leveren voor de bewering dat een Amerikaanse frackingsite de oorzaak was van een toename in het aantal gevallen van astma, en dat wie in Groot-Brittannië in de buurt van een frackingsite woont of werkt, hetzelfde risico zou lopen. Friends of the Earth beweerde ook onterecht dat fracking zou leiden tot dalende vastgoedprijzen en het risico op kanker zou vergroten. “Deze valse beweringen vormen de kern van de het onterechte verzet van Friends of the Earth tegen fracking,” zei Tom. Hij zei dat INEOS een ‘volwassen, wetenschappelijk gefundeerde discussie’ wilt, gebaseerd op waarheid. “De Britse energie- en productiesectoren zijn te belangrijk om het debat door valse feiten te laten beïnvloeden,” zei hij. “Helaas willen Friends of the Earth en Friends of the Earth Scotland niet met ons rond de tafel zitten.”

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • MARIAH KOMT DICHTER BIJ OLYMPISCHE ROEM

    Succes leidt tot succes. Kijk maar naar Andy Bell van INEOS, vader van twee schaatsers van wereldformaat SPORT vormt ons niet, ze haalt het beste in ons naar boven. Andy Bell van INEOS is het vast eens met de woorden van wijlen basketbalspeler John Wooden. Hij is de vader van twee meisjes – beide schaatsers van wereldklasse. “Het belangrijkste was dat ze betere mensen werden,” zei hij. “We wilden geen prima donna’s opvoeden.” Zijn oudste dochter Morgan (25) schaatst voor Disney on Ice en reist de wereld rond om Anna uit de film Frozen te vertolken. Zijn jongste dochter Mariah (20) maakt grote kans om volgend jaar tot het Amerikaanse olympische team te behoren. Andy en zijn vrouw Kendra begrijpen het belang van een sterke werkethiek. En dat is iets dat ze aan hun kinderen hebben doorgegeven. “Je moet houden van de training en het harde werk,” zei Andy. “Je moet passie hebben voor wat je doet. We hebben ons nooit gefocust op hun resultaten, maar eerder op hun werkethiek en de inspanningen. Het is een marathon, geen sprint. Veel ouders van jonge atleten begrijpen dit niet en pushen hun kinderen. Helaas houden de meesten het niet lang vol.” Andy is even gepassioneerd over zijn werk bij INEOS. Hij leverde een onmisbare bijdrage toen INEOS grensverleggende deals sloot met Amerikaanse bedrijven om schaliegas van de VS naar Europa te verschepen. Bijna zes jaar lang werkte hij onvermoeid aan wat bekend werd als het Mariner Project en leidde hij de onderhandelingen voor de 15 jaar durende terminal- en leveringscontracten. “In het begin kregen we veel scepticisme vanuit de sector, waar mensen zich afvroegen of we het ons wel zou lukken,” zei hij. “Maar veel van die relaties, die begonnen met een spontaan telefoontje, zijn nu zeer strategische partnerschappen.” Er waren best moeilijke momenten. Om ze de baas te kunnen, liet Andy zich inspireren door zijn dochter. “Toen de zaken niet goed gingen, dacht ik vaak aan de weg die Mariah in het schaatsen heeft afgelegd, de hoogte- en laagtepunten, en hoe je, als je met opgeheven hoofd blijft doorzetten, uiteindelijk zult slagen,” zei hij. Het enige nadeel van zijn werk is dat hij het grootste deel van de week doorbrengt in Houston, Pittsburgh of Philadelphia – op zo’n 1.600 kilometer van zijn gezin in Monument, Colorado. “Het is moeilijk, maar mijn rol is om haar dromen zo goed mogelijk te financieren, en te zorgen voor de beste coaching en training die we ons kunnen veroorloven,” zei hij.“Mijn vrouw neemt de ondersteuning van dag tot dag op zich, en dat doet ze echt geweldig goed.” Hij vertelde dat er offers zijn gemaakt. “Er zijn er veel geweest, maar ons doel als ouders is altijd geweest om onze meisjes te helpen hun dromen waar te maken,” zei hij. “En ik kan niks belangrijkers bedenken.”  

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • DE ULTIEME TEAMBUILDING

    In mei nam INEOS zijn getalenteerde derdejaars afgestudeerden mee op het avontuur van hun leven, waar ze hun grenzen konden aftasten en verleggen, fitter konden worden en konden ontdekken waar ze echt toe in staat zijn Het is een teambuildingactiviteit zoals enkel INEOS die had kunnen bedenken. Maar voorzitter Jim Ratcliffe is van mening dat met de juiste ingesteldheid alles mogelijk is. Daarom kregen ze de vreemdste en zwaarste uitdagingen voorgeschoteld. “Het is fantastisch wat mensen kunnen presteren en bereiken als ze de remmen in hun hoofd loslaten,” zei hij. Zes dagen lang liepen, fietsten en trokken de 29 afgestudeerden 250 km door de zinderend hete, ongerepte Namibische woestijn, de laatste plaats op aarde waar je de grote 3 kunt vinden: de leeuw, de zwarte neushoorn en de woestijnolifant. Ze trokken over oude vulkanische kraters, beklommen met de Brandberg de hoogste berg in Namibië, en veroverden te voet de meedogenloze basaltlava van de Ugab. “Hoewel ze fysiek zwaar op de proef werden gesteld, en op zand moesten lopen en fietsen, zullen ze daar goed voor beloond worden,” zei projectleider John Mayock. De afgestudeerden, waaronder acht vrouwen, begonnen hun reis op zaterdag 6 mei vanuit Cape Cross aan de Skeleton Coast. “Ik zag dat enkelen van hen een beetje nerveus waren, maar de kameraadschap was fantastisch,” zei John. Gevaar is Jim niet onbekend. Hij is een de weinige mensen die zowel de Noord- als de Zuidpool hebben bereikt. Hij ging met de afgestudeerden mee, net als Simon Laker, Operations Director van de INEOSgroep, en ook fitness- en medische deskundigen. “INEOS wil iedereen steeds aanmoedigen om meer te doen,” zei hij. “Als je dat kunt, vind ik dat je het aantal onvergetelijke dagen in je leven moet maximaliseren.” Het volledige verslag van de reis lees je in de volgende editie van INCH, die in juli verschijnt. BLIK VOORUIT ALS HET WARM WORDT ONDER DE VOETEN INEOS-afgestudeerden Hannah Salter en Kasper Hawinkel vreesden vooral de intense hitte. Maar de gedachte dat ze zouden moeten lopen, klimmen en fietsen bij 43 °C zorgde ervoor dat ze allebei gefocust waren op hun training. “Die bezorgdheid was best nuttig om ervoor te zorgen dat ik me voldoende voorbereidde,” zei Hannah (30). Afgezien van de hitte trok veel in de reis hen aan: boven op een berg onder de sterrenhemel slapen en de kans om vrienden voor het leven te maken. “Veel van mijn vrienden zijn jaloers,” zei Kasper (28). “Hun teambuildingsactiviteiten waren hindernisparcours en go-karting.” Kasper en Hannah beschouwen zichzelf niet bepaald als atletisch, maar beide houden van het buitenleven. Hannah houdt van kajakken en Kasper speelt waterpolo. “Deze reis is voor mij een geweldige vakantie, zij het een extreme versie,” zei Hannah, inkoopspecialiste bij Polymer Additives, Catalyst & Chemicals voor O&P Europe. Kasper is productie-ingenieur bij INEOS Oxide in Antwerpen, België. “Dit is een unieke kans en een grote uitdaging om onze grenzen af te tasten en te verleggen,” zei hij.

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • INZETTEN OP VEILIGHEID

    De chemie is een van de meest dynamische en vooruitstrevende sectoren. Dat heeft al geleid tot medische doorbraken, veranderde de manier waarop energie wordt gebruikt en helpt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar het grote publiek ziet het niet altijd zo, wat frustrerend kan zijn voor wie bij INEOS werkt, vooral als het bedrijf net zijn beste veiligheidscijfers ooit heeft kunnen voorleggen ONGEVALLEN waren schering en inslag tijdens de industriële revolutie. Arbeiders, waaronder heel wat kinderen, zwoegden vaak urenlang in vreselijke omstandigheden. In 1842 merkte een Duitse bezoeker aan het noorden van Engeland op dat hij in Manchester veel mensen zonder armen en benen had gezien. Het deed hem denken aan ‘een leger dat pas was teruggekeerd van een veldtocht’. Gelukkig zijn die donkere dagen al lang voorbij. Ongevallen gebeuren nog steeds, maar de gevaren van blootstelling aan asbest, lood, silica, koolmonoxide en katoenstof zijn bekend, en er zijn overheidsinstellingen die ervoor zorgen dat bedrijven zich aan de wet houden. Maar het lijkt alsof de bevolking de chemische sector nog steeds als een inherent onveilige industrie beschouwt. “Het is frustrerend, want we weten dat dit niet het geval is,” zei Simon Laker, Operations Director van de INEOS-groep. Onlangs gaf Simon een presentatie voor de verzekeringssector over de INEOS-aanpak rond veiligheid, activiteiten en risicobeheer. Tijdens zijn presentatie verwees hij naar de recente cijfers van de OSHA (Occupational Health and Safety Administration), het strikte registratiesysteem voor ongevallen, verwondingen en ziekte op het werk, dat specifiek voor de VS werd ontwikkeld maar intussen wereldwijd wordt toegepast. Uit de resultaten blijkt dat in sommige sectoren aanzienlijk meer ongevallen gebeuren. Boven aan de lijst stond productie, op de voet gevolgd door de bouwsector, waar vier op de 100 werknemers gewond raakten. De petrochemie in het algemeen deed het veel beter – en de prestatie van INEOS was nóg beter. “Men was erg onder de indruk van onze aanpak rond veiligheid en risicobeheer, en er was erkenning voor de cijfers die we in de loop der jaren konden voorleggen,” zei Simon. Vorig jaar haalde INEOS zijn beste veiligheidscijfers ooit, met een OSHA-cijfer van 0,32 (0,32 verwondingen per 100 voltijdse werknemers). Wat dit nog indrukwekkender maakte, was dat INEOS dit klaarspeelde terwijl het bedrijven overnam die de zaken anders deden. “We hebben nu meer dan 80 locaties in 16 landen met verschillende technologieën, processen en duizenden procedures, die op honderdduizenden punten worden gecontroleerd,” zei Simon. “Maar het is door onze focus op veiligheid dat we verbetering blijven zien, ondanks onze groei. De verzekeringssector lichtte zelfs uit hoe goed we erin slagen nieuwe bedrijven naadloos te integreren in onze operationele en veiligheidsprocessen.” Simon vertelde INCH dat van het personeel wordt verwacht dat zij elk incident melden, want voor INEOS is dit de beste en enige manier om ervoor te zorgen dat er telkens waardevolle lessen worden geleerd. “Het grote publiek zou meer vertrouwen moeten hebben in een bedrijf dat problemen meldt, zelfs het kleinste probleem, dan in een onderneming die zegt dat ze niets te vertellen heeft,” zei hij. “In dat voorbeeld is het ons wel duidelijk wie de gezondheid en veiligheid serieus neemt en wie niet.” Het grootste gevaar is dat de aandacht verslapt, en dat is waar we bij INEOS voor op onze hoede zijn. “Ons doel is altijd om voortdurend te verbeteren zodat we helemaal ongevallenvrij kunnen worden,” zei Simon. Pas dan zullen we tevreden zijn. GERAFFINEERDE PRESTATIES BETROUWBAARHEID is van levensbelang om investeringen aan te trekken en vertrouwen op te bouwen, vertelde een manager van de Petroineos-raffinaderij in het Schotse Grangemouth vorige maand aan INCH-magazine. Reliability and Integrity Manager Neil King zei dat sterke prestaties en materiaalbetrouwbaarheid ongetwijfeld fundamenteel zijn om het vertrouwen van aandeelhouders te winnen en om het uitstekende werk op de site te consolideren. “De aandeelhouders houden ons terecht goed in de gaten, want het helpt om te tonen hoe belangrijk het is om de dingen vanaf de eerste keer goed te doen,” zei hij. Neil sprak met INCH na de tweede editie van de Reliability Days. Zes dagen lang vertelden sportlui hun eigen verhaal. Ze vergeleken hun eigen inspanningen om hun prestaties te verbeteren met wat werknemers kunnen doen om de raffinaderij beter te laten werken. Olympisch hordeloper Colin Jackson sprak over het gevaar dat de aandacht kan verslappen na successen. Hij zei dat hij tijdens de Olympische Spelen van Barcelona in 1992 de raad van zijn coach om zich goed op te warmen, had genegeerd. “Ik dacht dat ik niet op mijn best moest zijn om te kwalificeren voor de finale,” zei hij. De olympische favoriet kwalificeerde zich, maar liep een blessure op die zijn prestatie beïnvloedde, waardoor hij naast een medaille greep. “Elke collega is een tandwiel in het grote mechanisme en speelt een belangrijke rol om de raffinaderij goed te laten draaien - zodat wij de medailles behalen, en niet onze concurrenten,” zei Neil. En er waren uitdagingen. “Drie jaar geleden hadden we een ongewoon personeelsverloop en daarmee verloren we veel vaardigheden en kennis,” zei Neil. Ondanks de robuuste procedures bleek al snel dat de verloren kennis heropgebouwd moest worden. Hierdoor daalde de operationele betrouwbaarheid, al was dat maar even het geval. Hij zei dat de raffinaderij immens was verbeterd sinds de minder goede prestaties van 2014. Neil schreef dit onder meer toe aan de betrouwbaarheidsdagen die al de raffinaderijprocessen en verbeteringen op het gebied van betrouwbaarheid op gang helpen brengen, en die ook de kans bieden om Petroineos-medewerkers en aannemers positief te betrekken. “We weten dat er nog werk aan de winkel is,” zei hij. “Maar we weten ook dat onze betrouwbaarheidsdagen binnen het bedrijf worden gewaardeerd. Het personeel ziet dat ze een verschil kunnen maken en dat problemen waar ze mee te maken krijgen, worden erkend en aangepakt.” De betrouwbaarheidsdagen zijn hier slechts één element van. Op fundamenteel niveau helpen ze de bedrijfscultuur veranderen in de Grangemouth-raffinaderij, wat essentieel is om de langetermijnperspectieven en het concurrentievermogen te waarborgen. Partners PetroChina en INEOS evalueren momenteel een aantal opties voor de Grangemouth-raffinaderij om die alle kansen op succes te geven. Grangemouth is de enige olieraffinaderij van Schotland, die meer dan 80% van de brandstof in Schotse tankstations levert, en alle luchtvaartbrandstof voor de Schotse luchthavens. De toekomst van de installatie op de lange termijn is dus van cruciaal belang voor de Schotse economie, de werknemers en iedereen die belang heeft bij het succes van het bedrijf. “De raffinaderij moet blijven bewijzen dat ze consequent betrouwbaar kan zijn. En dat is de verantwoordelijkheid van ons allemaal,” zei Neil.

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • DE DAILY MILE GEEFT KINDEREN EEN VOORSPRONG

    Uit een nieuwe studie blijkt dat kinderen die deelnemen aan de Daily Mile fitter, alerter, zelfbewuster en veerkrachtiger zijn KINDEREN die elke dag ongeveer een mijl (1600 meter) lopen op school, presteren beter in de klas. Een nieuwe studie heeft aangetoond dat kinderen die drie maanden lang 15 minuten per dag lopen, 25% beter dan verwacht presteren voor lezen, schrijven en wiskunde. De kinderen waren ook fitter, zelfverzekerder en minder storend tijdens de les. De resultaten werden bijzonder positief onthaald bij INEOS, dat heel wat tijd, energie en geld heeft geïnvesteerd om het gepensioneerde Schotse schoolhoofd Elaine Wyllie te helpen het Daily Mile-programma te promoten en kinderen een leven lang fitter te maken. “Deze eerste gegevens lijken te tonen dat Daily Mile een positief effect heeft op de conditie, de gezondheid en het welzijn van kinderen,” zei Holly Eager, Assistant Communications Officer in het Londense hoofdkantoor van INEOS. Het rapport werd opgesteld in opdracht van de London Playing Fields Foundation voor Public Health England en Sport England om de impact van de Daily Mile te evalueren in Coppermill Primary School Londen. Twaalf weken lang volgden de onderzoekers 76 kinderen van de school terwijl ze elke dag 12 minuten liepen. “Het was gewoon een gelukkig toeval dat ze ervoor kozen om de Daily Mile te evalueren,” zei Holly. “We wisten van niets totdat het onderzoek bijna klaar was.” De leerkrachten waren verbijsterd over de resultaten: de kinderen presteerden aanzienlijk boven de nationale en regionale verwachtingen in de SAT-proeven voor wiskunde, schrijven en lezen. Op nationaal niveau wordt verwacht dat 66% van de leerlingen het nationale gemiddelde voor lezen haalt, maar bij Coppermill was dat maar liefst 92%. “Het is verbazingwekkend,” zei schoolhoofd Figen Bektasoglu. “De Daily Mile maakt de kinderen niet alleen slimmer, maar ook meer gefocust, aandachtiger en klaar om te werken.” Ursula Heath, Group Communications Officer bij de INEOS-groep, zei dat kinderen in meer dan 2.500 basisscholen in het Verenigd Koninkrijk, Europa en de VS nu deelnemen aan de Daily Mile, wat betekent dat ze in hun uniform de klas verlaten om 15 minuten te lopen, wandelen of joggen. Dat zijn 500.000 leerlingen die wekelijks bijna 2,5 miljoen kilometer afleggen. En met de steun van INEOS groeit het initiatief nog steeds.

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • ‘GO RUN FOR FUN’ DOET SCHOLEN NADENKEN

    De succesvolle ‘GO Run For Fun’-campagne van INEOS inspireert een gezondere generatie in het klaslokaal. De campagne om kinderen weer aan het lopen te krijgen, werd in de zomer van 2013 gelanceerd en is een klinkend succes geworden. Maar INEOS gelooft dat het nog meer kan doen om kinderen aan te moedigen een gezond en actief leven te leiden. Het team wil nu vooral scholen ondersteunen, aanvankelijk in het Verenigd Koninkrijk, door het belang van een goede conditie en de juiste voeding te promoten. De scholen krijgen onder meer video’s en activiteiten aangeboden die tijdens de les kunnen worden ingezet. Leerkrachten worden ook aangemoedigd om loopclubs op te zetten in de school. Leerlingen krijgen de kans om ambassadeurs te worden en de campagne zo op school te promoten. Het Go Run For Fun-team blijft gratis evenementen organiseren in het Verenigd Koninkrijk – minder vaak, maar groter opgezet. “We willen dat de boodschap lange tijd blijft hangen,” zei Ursula Heath, communicatiemedewerker voor de groep. Go Run For Fun werd opgericht door INEOS-voorzitter Jim Ratcliffe, naar aanleiding van de groeiende obesitascrisis bij kinderen. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt dit als een van de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw. In het VK alleen al heeft bijna een vijfde van de vier- tot vijfjarigen te kampen met overgewicht. Sinds het eerste evenement hebben meer dan 190.000 kinderen van 5 tot 10 jaar deelgenomen aan de evenementen in het VK, Frankrijk, Duitsland, België, Noorwegen, Italië, Zwitserland en Houston, VS. “En we groeien nog steeds,” zei Ursula. Vorig jaar organiseerde het team 40 evenementen in het VK. Dit jaar staan slechts enkele evenementen op het programma. “Maar ze zullen nog groter zijn,” zei Ursula. De evenementen op het Europese vasteland en in Amerika gaan gewoon door zoals voorheen

    2 minuten gelezen Nummer 12
  • INEOS GAAT MEE DE STRIJD AAN TEGEN PLASTICVERVUILING

    Kunststoffen bieden heel wat voordelen voor de bouw-, zorg-, auto- en verpakkingsindustrie, maar er gaan stemmen op dat ingrijpende veranderingen nodig zijn om de zee niet te laten verdrinken in plasticafval INEOS ondersteunt officieel een internationaal initiatief om de stroom plasticafval in de oceanen en rivieren van deze planeet een halt toe te roepen. Voorzitter en stichter Jim Ratcliffe zetten zijn handtekening onder Operation Clean Sweep® van de wereldwijde kunststoffenindustrie en beloofde plechtig alles te doen wat hij kan. De beslissing om te ondertekenen werd genomen toen het VN-milieuprogramma bekendmaakte dat er jaarlijks ongeveer acht miljoen ton plastic in zee belandt. “Tenzij nu wereldwijd actie wordt ondernomen, zullen onze oceanen gevuld zijn met overblijfselen van de menselijke consumptie,” zei een woordvoerder in een recent rapport. “Dit zijn echt alarmerende statistieken. Cijfers zoals deze blijven hangen, zeker bij politici, ngo’s, milieugroeperingen en het grote publiek,” zei dr. Jason Leadbitter, Sustainability & Corporate Social Responsibility Manager bij INOVYN. In het kader van zijn ambitieuze campagne wil het VN-milieuprogramma de komende vijf jaar $ 6 miljoen investeren opdat niemand het probleem nog zal kunnen negeren. Jason werkt bij een van ‘s werelds grootste plasticproducenten is, zij het in pellet- of poedervorm, maar hij zegt dat INEOS zich hier al jaren bewust van is en probeert het probleem aan te pakken. “We hebben al tal van procedures om ervoor te zorgen dat onze sites en processen zorgvuldig worden beheerd, en om te voorkomen dat plasticpoeder en -pellets verloren gaan,” zei hij. “Zo gebruiken we overal absorptiepakketten en zorgen we altijd voor degelijk beheer om lekken te voorkomen.” Een van de kernbeloften van Operation Clean Sweep® is dat het INEOS-personeel extra training en verantwoordelijkheid krijgt, en dat er regelmatig audits zullen worden uitgevoerd. “We moeten positieve actie ondernemen, omdat we hier in de komende jaren op beoordeeld zullen worden,” zei hij. “Het is ook in ons eigen belang omdat dergelijke verliezen, hoe klein ook, een economische waarde hebben voor het bedrijf.” Jason herinnert zich hoe hij 10 jaar geleden op een strand in Sardinië zat, toen zijn dochter plastic pellets uit het zand viste en hem vroeg wat dit was. “Ik schaamde me bijna om haar te vertellen dat het bedrijf van papa zulke pellets maakt,” zei hij. Jason zei dat de sector een weinig rooskleurige toekomst tegemoet gaat als ze er niet in slagen dit probleem aan te pakken. “Als we niets doen, dan dreigt plastic langzaam te verdwijnen: sommige ngo’s pleiten er nu al voor bepaalde soorten plastic voor eenmalig gebruik te verbieden,” zei hij. “Gelukkig begint Operation Clean Sweep® aan kracht en ook geloofwaardigheid te winnen bij een aantal ngo’s, omdat meer en meer bedrijven de belofte aangaan.” Fidra, een Schotse liefdadigheidsorganisatie, schat dat alleen al in Groot-Brittannië jaarlijks zo’n 53 miljard plastic pellets verloren gaan. “Als je je kunt voorstellen dat een tanker van 24 ton ongeveer 1,5 miljard pellets bevat, dan kun je de grootte van het probleem begrijpen,” zei Jason. Gelukkig wil Fidra met de sector en handelsorganisaties samenwerken, en niet tegen hen. “Fidra begrijpt het belang van plastic binnen de samenleving en probeert het probleem collectief aan te pakken,” zei Jason. “Het ziet Operation Clean Sweep® als de sector die zijn verantwoordelijkheid opneemt.” Maar plastic pellets zijn slechts een deel van het probleem. De kleine plastic bolletjes in sommige douchegels en gelaatsscrubs zijn ontworpen om via riolen weg te spoelen. Maar de deeltjes drijven in het water en kunnen een grote afstand afleggen. Er zijn talrijke campagnes die oproepen om deze microbeads te verbieden, maar ondertussen eten vissen ze op omdat ze denken dat het voedsel is. “Persoonlijk vind ik microbeads volledig onhoudbaar,” zei Jason. “De lekkage naar de natuur is onvermijdelijk en ze tasten duidelijk de reputatie van de kunststoffenindustrie aan.” De komende vijf jaar plant het VN-milieuprogramma grootse strandschoonmaken over de hele wereld om het probleem onder de aandacht te brengen. “Dit is niet alleen een probleem van de industrie, maar van de hele samenleving,” zei Jason. ELLEN MACARTHUR WAARSCHUWT VOOR DE STORM AAN DE HORIZON DAME Ellen MacArthur, die geschiedenis schreef toen ze in 2005 de snelste solozeiler rond de wereld werd, is een drijvende kracht voor verandering geworden. Zij is van mening dat de wereldeconomie fundamenteel tekortschiet en ze gelooft dat mensen van de natuur, waar niets verloren gaat, kunnen leren. “Hoe kan onze economie echt op lange termijn blijven draaien, als we daarvoor eindige grondstoffen ontginnen, er iets mee produceren en het vervolgens gewoon weggooien?” zei ze. “We moeten een economie opbouwen waarin we dingen gebruiken en niet verbruiken.” In een nieuw rapport, dat in januari gepubliceerd werd door de Ellen MacArthur Foundation en het World Economic Forum, werden de plasticproducenten opgeroepen om betere verpakking te ontwerpen, recyclingcijfers te verhogen en nieuwe modellen te introduceren om verpakking beter te benutten. Slechts 14% van de plasticverpakkingen wordt momenteel gerecycleerd. Ellen is van mening dat dit gemakkelijk naar 70% kan stijgen door het o ntwerp te herbekijken.  

    6 minuten gelezen Nummer 12
  • EEN KLIMAAT VAN VERANDERING

    Tot dusver is de industrie erin geslaagd om de CO2-uitstoot te verminderen door efficiënter met energie om te springen, maar op een bepaald moment zal er meer moeten gebeuren om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Daarom is INEOS betrokken bij een project dat de wereld kan veranderen INEOS is begonnen met een initiatief dat de wereld zou kunnen veranderen. Het is lid geworden van ELEGANCY, een Noors onderzoeksproject om een betere, gemakkelijkere en goedkopere manier te vinden om koolstof op te vangen, het broeikasgas waarvan wordt aangenomen dat het de opwarming van de aarde veroorzaakt. Als de EU er dit jaar mee instemt om dit project te financieren, zal INEOS een promovendus van Imperial College in Londen sponsoren om voornamelijk te onderzoeken hoe de Grangemouth-site in Schotland koolstof kan opvangen en opslaan. “In de toekomst zal de Britse economie aan veel strengere uitstootnormen moeten voldoen, dus is dit een heel goede samenwerking,” zei professor Nilay Shah, hoofd chemische technologie van de universiteit. “We zullen de student een heleboel middelen aanreiken om de analyse uit te voeren en het team in Grangemouth zal hem of haar laten zien wat al dan niet mogelijk is op de site.” INEOS, zei hij, is het perfecte bedrijf om mee samen te werken aan een project dat nauw aan het hart van de universiteit ligt. “Het is een toekomstgericht bedrijf en heeft een aantal geweldige faciliteiten, niet alleen in Grangemouth, maar ook op het Europese vasteland, en het is zeer geïnteresseerd in wat we proberen te doen rond de opvang van waterstof en koolstof,” zei hij. “Alles wijst erop dat ze sterk openstaan voor deze samenwerking, om uitgedaagd en gepusht te worden om milieuvriendelijk te werken en snel te handelen.” Onlangs heeft de universiteit een proefinstallatie gebouwd om beter te begrijpen hoe koolstofopvang werkt. “We willen bedrijven als INEOS tonen dat het mogelijk is om in een koolstofarme omgeving te blijven functioneren,” zei hij. De industrie heeft tot nu toe de emissies verminderd door energie-efficiëntie, hoewel daar geen wettelijke verplichting toe bestaat. Maar professor Shah zei dat bedrijven als INEOS er goed aan doen om meer plannen te maken voor de toekomst voordat de wet wel degelijk verandert. “Dit toont niet alleen hun engagement om hun CO2-voetafdruk te verminderen, maar ook dat ze erkennen dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben,” zei hij. Professor Shah zei dat de beslissing van INEOS om nauw samen te werken met een promovendus ook verfrissend was, omdat het bedrijf wist dat de student misschien moeilijke vragen zou kunnen stellen en knelpunten binnen het bedrijf kan blootleggen. “De student kan wellicht manieren vinden om de dingen beter te doen, dus moeten de mensen aan de andere kant zich op hun gemak voelen om open te zijn over wat ze doen,” zei hij. “Deze samenwerking toont ons dat INEOS sterk inzet op schone productie.” Regeringen zijn van mening dat de opvang en opslag van koolstof deel uitmaakt van een groenere economie. Maar in sommige opzichten is de sector sceptisch. Er wordt gezegd dat de technologie momenteel niet alleen te duur is om te bouwen en te exploiteren, maar dat niemand echt heeft nagedacht over hoe ongewenst gas zou kunnen worden gedistribueerd aan wie het nodig heeft of zou willen. INEOS, dat koolstofdioxide produceert als een bijproduct van zijn processen, zegt dat de promovendus het grootste deel van zijn tijd in Grangemouth en de kraakinstallaties in Rafnes, Noorwegen en Keulen zal doorbrengen. “Dat is wat INEOS aantrok,” zei Colin Pritchard, Energy and Business Manager in Grangemouth. “Dit wordt geen zuiver academische oefening. De oplossingen moeten kunnen worden toegepast in de industrie.” De student zal zelf kunnen beoordelen hoe goed zijn ideeën in de werkelijkheid zouden werken. INEOS raakte betrokken bij het project via het O&O-netwerk van Greet Van Eetvelde, via professor Mazzotti van de ETHZ-hogeschool in Zürich en professor Shah, die beide partners van ELEGANCY zijn. Als het doorgaat, zal INEOS in juli de voor- en nadelen van koolstofopvang en -opslag onderzoeken in het kader van het consortium van zorgvuldig geselecteerde industriële partners en academische instituten binnen Europa. “Het is een groot project dat misschien wel de wereld kan veranderen, maar zelfs een bedrijf zo groot als INEOS moet samenwerken met partners om dit mogelijk te maken, want de uitdagingen gaan dieper dan alleen technologie,” zei Colin, die ervoor moet zorgen dat de Grangemouth-fabriek wordt voorzien van voldoende stoom en energie. Greet, die het overkoepelende INEOS Carbon & Energy Network voorzit, stuurt verschillende O&O-projecten aan in de INEOS-bedrijven. Haar doel is om oplossingen voor de industrie te begrijpen en mogelijk te maken, om ons zo op weg te zetten naar een koolstofarme economie. “Door onze industriële ervaring en operationele kennis hopen we te kunnen helpen die toekomst mee op te bouwen,” zei ze.  

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • INEOS VERSTERKT ZIJN NOORDZEEPROFIEL

    In minder dan twee jaar tijd is INEOS een belangrijke speler geworden in de sector van Noordzeeolie en -gas. Maar voor wie INEOS kent, is dat geen verrassing INEOS koopt de volledige olie- en gasactiva in de Noordzee van een Deens bedrijf voor meer dan $ 1 miljard. DONG Energy zei dat het zich wou focussen op duurzame energiebronnen, met name windparken. “We hebben hard gewerkt om het best mogelijke resultaat te behalen. En daar zijn we in geslaagd: door het bedrijf in zijn geheel te verkopen is de ontwikkeling ervan op de lange termijn verzekerd,” zei Henrik Poulsen, CEO van DONG Energy. Voor INEOS is de acquisitie van een portfolio van goed beheerde, langlopende activa met een zeer succesvol en ervaren team een perfecte match, terwijl de groep haar Upstream-business blijft uitbreiden. “Deze business is heel belangrijk voor ons in dit stadium van onze groeiplannen, en we zijn opgetogen over de expertise die we hiermee aan boord krijgen,” zei INEOS-voorzitter Jim Ratcliffe. “We zien al heel wat kansen binnen dit indrukwekkende portfolio.” Door de aankoop van de volledige DONG Oil & Gas Business staat INEOS nu in de top tien grootste bedrijven die in de Noordzee actief zijn, en wordt het het grootste particuliere exploitatie- en productiebedrijf in dit energiegebied. De deal omvat ook Ormen Lange, het tweede grootste gasveld in Noorse wateren, Laggan-Tormore, een nieuw gasveld ten westen van Shetland, en olie- en gashubs in Denemarken. Het bedrijf produceert momenteel ongeveer 100.000 vaten olie-equivalent per dag, waarvan ongeveer 70% van Noorse velden komt. Maar INEOS Upstream gelooft dat het meer kan doen. “We denken dat we deze business veel te bieden hebben,” zei Jim. INEOS heeft zich al bewezen op het gebied van complexe activa die de economische terugwinning van koolwaterstoffen maximaliseren. Het Upstream-bedrijf werd opgericht in oktober 2015, toen het alle gasvelden van de DEA-groep in de Britse Noordzeegebieden kocht. Enkele dagen later verkocht Fairfield Energy Holdings Ltd zijn 25% van het Clipper South-platform aan INEOS. Recenter tekende INEOS om het 380 kilometer lange en strategisch belangrijke Forties-pijpleidingsysteem voor $ 250 miljoen van BP te kopen. Behoudens goedkeuring door regelgevende instanties worden de 440 DONG- en FPS-personeelsleden medewerkers van INEOS.

    3 minuten gelezen Nummer 12
  • OPKOMST VAN SCHALIEGAS LEIDT TOT MEER JOBS

    EEN TOEKOMSTGERICHTE gemeenschap heeft geholpen om een snelgroeiend, dynamisch Amerikaans bedrijf te overtuigen miljoenen te investeren in een nieuwe fabriek in hun stad. Toen ze hoorden dat WL Plastics een nieuwe fabriek wilde openen om polyethyleenpijpleidingen te vervaardigen ter ondersteuning van infrastructuur (water, leidingen, riolering, afvoering) en de Amerikaanse schaliegasindustrie, omarmden ze de plannen van het bedrijf en hielpen om het project sneller te realiseren. Toen de gemeenschap zich achter het project schaarde, stelden gemeenschapsleiders en politici een pakket stimuleringsmaatregelen ter waarde van $ 2,9 miljoen samen om het bedrijf aan te moedigen zijn fabriek in het Amerikaanse Statesboro, Georgia te bouwen. De Development Authority van Bulloch County, het district en de staat beloofden om 12 hectare grond te geven voor de fabriek en een spoorweg naar de nieuwe locatie aan te leggen. In ruil daarvoor vroegen ze onder meer de creatie van 50 goedbetaalde banen voor mensen die uiteindelijk voor de fabriek zouden werken, evenals een verbintenis om de grondstoffen en diensten voor de productie lokaal aan te kopen. De maatregelen hebben gewerkt. De fabriek werd gebouwd en de productie startte in januari dit jaar. “Dit is een echte win-win voor iedereen,” zei Dennis Seith, CEO van INEOS O&P USA, dat WL Plastics eind vorig jaar kocht. WL Plastics was volop bezig met de bouw van zijn zevende productiesite in Statesboro toen INEOS het volledige bedrijf in november kocht. De fabriek vervaardigt pijpleidingen van hogedichtheidpolyethyleen (HDPE), die nodig zijn voor de ontwikkeling van infrastructuur en om water naar en van frackingsites in de VS te vervoeren. “Dit is een uitstekend voorbeeld van de investering die volgt op de schaliegas- en infrastructuurontwikkeling,” zei INEOS-voorzitter Jim Ratcliffe die miljoenen heeft geïnvesteerd om de schaliegasindustrie in het VK te lanceren. Pijpleidingen die van HDPE zijn gemaakt, lekken of roesten niet. En hebben, indien goed ontworpen en geïnstalleerd, 100 jaar lang geen onderhoud nodig. Daarom zijn ze veelgevraagd door de olie- en gasproducenten. Tijdens de officiële opening van de nieuwe fabriek vorige maand prees Benjy Thompson, woordvoerder van de Development Authority van Bulloch County de investering van $ 13 miljoen door INEOS-bedrijf WL Plastics. “Dit type project voegt diversiteit toe aan een industriële basis,” zei hij. “In plaats van een of twee grote industriële werkgevers hebben we een aantal middelgrote tot kleine producenten. En dat is goed voor de algemene gezondheid van onze economie.” En daar ging Dennis mee akkoord. “Ik geloof dat dit het verhaal is achter schaliegas. Nieuwe banen die voortkomen uit de ontwikkeling van goedkope energie. En elke grote samenleving, elke gemeenschap heeft dit type productiejobs nodig om te overleven.”

    4 minuten gelezen Nummer 12
  • Kendra in de spotlight

    EEN van de meest inspirerende vrouwelijke managers van INEOS wordt volgende maand in de bloemetjes gezet. Kendra Carter, Olefins Business Manager bij INEOS O&P USA, zal een Women in Manufacturing STEP Ahead Award ontvangen ter erkenning van haar voorbeeldige leiderschap. Elk jaar selecteert het Manufacturing Institute 100 vrouwen die een verschil hebben gemaakt in hun vakgebied. Kendra’s baas Dennis Seith is in de wolken met deze erkenning. “Kendra is uitgegroeid tot een van onze grote leiders die een grote impact heeft door het goede voorbeeld dat ze geeft met haar manier van coachen en leiden,” zei hij. “En ze is een van de redenen waarom ons bedrijf in de VS een toppresteerder is binnen de INEOS-groep.” Onder leiding van Kendra is het olefinenbedrijf 300% gegroeid. Ze zette haar schouders onder projecten die niet alleen de productie hebben verhoogd, maar ook de impact van het bedrijf op het milieu hebben verminderd. “Wat we doen, verbetert de levenskwaliteit van mensen over de hele wereld en dat is echt inspirerend,” zei ze. “De producten die we vervaardigen, raken mensen via hun kleding, huisvesting, voeding en transport.” Het Manufacturing Institute hoopt dat vrouwen zoals Kendra zullen helpen om de volgende generatie vrouwen te inspireren tot carrières in de productie.

    1 minuut gelezen Nummer 12
  • INOVYN beloont visionaire bedrijven

    INNOVATIEVE bedrijven die INOVYN’s visie van voortdurende productieverbetering en duurzame ontwikkeling delen, lieten eind vorig jaar zien wat de industrie te bieden heeft. En de beste bedrijven ontvingen alle lof. De allereerste INOVYN Awards voor innovatie met vinylproducten waren een succes. “Pvc wordt vaak beschouwd als een volwassen product, maar de innovatie staat in onze sector nooit stil,” zei Chris Tane, CEO van INOVYN, Europa’s toonaangevende vinylproducent. “Innovatie is de hartslag van onze industrie.” Pvc mag dan al bestaan sinds de jaren 30, er wordt nog voortdurend ontwikkeld om de veranderende wereld bij te blijven. Tijdens het laatste decennium alleen al werden zo’n 70.000 pvc-gerelateerde patenten geregistreerd en dat aantal gaat elk jaar in stijgende lijn. INOVYN heeft fabrikanten, distributeurs, architecten, ontwerpers, studenten, academici en onderzoeksorganisaties van over de hele wereld uitgenodigd om tijdens dit eerste evenement mee te dingen naar de prijzen. De reacties waren overweldigend. In totaal dienden organisaties uit 17 landen over de vijf continenten 72 projecten in rond innovatie, duurzaamheid en industrieel ontwerp. “Het niveau en de kwaliteit hebben duidelijk aangetoond dat onze sector nog steeds bruist van innovatie,” zei Chris. Na een moeilijke deliberatie door de vijf onafhankelijke juryleden won Chemson Pacific Pty Ltd uit Australië de prijs voor innovatie met zijn 3D-vinyl voor geavanceerd industrieel 3D-printen. “Het was een hele eer om door INOVYN erkend te worden voor onze bijdrage aan pvc,” zei Greg Harrison, algemeen directeur van Chemson. Het Britse Axion Consulting won de duurzaamheidsprijs voor een recyclagesysteem van pvc, voor gebruik in de gezondheidszorgsector. En het Zweedse bedrijf Bolon AB won in de categorie industrieel ontwerp voor zijn interactieve ontwerptool, waarmee mensen hun eigen geweven vinylvloerbekleding kunnen ontwerpen. Chris zei dat de wereldwijde vinylindustrie zich sterk bewust is van de nood aan duurzame producten. “Het is van doorslaggevend belang voor het toekomstige succes van de sector,” zei hij. De volgende prijsuitreiking wordt in 2019 gehouden.

    2 minuten gelezen Nummer 12
  • INEOS OXIDE KOCHT HET OXO-ALCOHOLBEDRIJF VAN ARKEMA

    De overname was onder voorbehoud van goedkeuring van de Europese Commissie, die vorige maand werd gegeven. CEO Graham Beesley beschreef de verkoop van oxo-alcoholen, die voornamelijk worden gebruikt voor de productie van acrylester, dieseladditieven, verven en smeermiddelen, als een kernactiviteit voor INEOS Oxide. Door de deal verkrijgt INEOS ook het volledige eigendom over Oxochimie, de 50:50 joint venture met de Franse chemiegroep. Oxochimie heeft een site in Lavéra, waar het butanol en 2-ethylhexanol produceert. “We kijken uit naar de integratie van de Oxochimie joint venture en de groei van onze wereldwijde aanwezigheid in oxo-alcoholen, aldehyden en derivaten,” zei Graham.

    1 minuut gelezen Nummer 12
  • Grangemouth houdt opties open

    INEOS O&P UK is in gesprek met verschillende bedrijven die geïnteresseerd zijn om te verhuizen naar Grangemouth - de thuisbasis van het nieuwe INEOS-hoofdkantoor van £20 miljoen dat onlangs een architectuurprijs heeft gewonnen.   De business development manager van de site, Ian Little, zei dat er nog geen overeenkomsten werden ondertekend, maar dat hij alle vertrouwen had in de vernieuwde aantrekkingskracht van de site na de baanbrekende beslissing van INEOS om ethaan uit de VS naar de Schotse haven te verschepen. “Het is nog maar het prille begin,” zei hij. “We hebben de eerste besprekingen met een klein aantal chemische productiebedrijven afgerond.” De INEOS-visie voor de site in Grangemouth is dat ze in 2020 een toonaangevende wereldwijde hub voor chemische productie en een expertisecentrum zal zijn. Het nieuwe hoofdkantoor helpt zeker om zelfvertrouwen te projecteren. In maart dit jaar werd dit nieuwe vertrouwen gevoeld toen het gebouw van vier verdiepingen, ontworpen door een toonaangevend Schots architectenbureau, een prijs wegkaapte tijdens de vierde jaarlijkse Scottish Property Awards in Edinburgh. “Voor ons symboliseert het gebouw onze voortdurende inzet om van Grangemouth een productiesite van wereldklasse te maken,” zei John McNally, CEO van INEOS Olefins & Polymers UK. De nieuwe kantoren, waar de 450 personeelsleden van INEOS Olefins & Polymers nu voor het eerst samenwerken sinds INEOS de site in 2005 van BP kocht, zijn slechts een onderdeel van de £ 450 miljoen die INEOS in de 690 hectare grote site in Grangemouth investeert. De ladingen schaliegas die eind vorig jaar in Grangemouth begonnen aan te komen, hebben nieuw leven in de site geblazen en hebben een hergeboorte binnen de petrochemische productie teweeggebracht.

    2 minuten gelezen Nummer 12
  • WAAROM SCHALIEGAS UIT DE VS NOG ALTIJD EEN GOED IDEE IS MET EEN OLIEPRIJS VAN 30 DOLLAR

    De instorting van de olieprijzen vormt geen probleem voor INEOS dat net 2 miljard dollar heeft geïnvesteerd om Amerikaans schaliegas naar Europa te vervoeren. Tom Crotty, de Group Communications Director van INEOS, zegt dat buitenstaanders vragen hadden gehad over de levensvatbaarheid van de invoer van Amerikaans gas op een moment dat de olieprijzen zo laag stonden. Maar hij verklaart dat het geen belang heeft, omdat INEOS zowel gas- als oliekrakers bezit. “Voor ons hebben de veel lagere olieprijzen helemaal geen invloed op de levensvatbaarheid van de invoer van dat gas vanuit Amerika”, zegt hij. “Integendeel: het verbetert de rendabiliteit van onze krakers die op olie zijn gebaseerd.” Tom zegt dat er verkeerde informatie werd verspreid. “Sommigen beweerden dat ondernemingen als INEOS wel gek moesten zijn om ethaan uit de VS in te voeren op een moment dat de olieprijzen zo laag waren, maar zij begrijpen het niet”, zo zegt hij. “Als je een gaskraker hebt, kun je geen nafta gebruiken. Dan moet je gas gebruiken. Het is dus geen kwestie van gas of nafta. Het gaat om gas of gas.” De beschikbaarheid van goedkoop ethaan, een aardgas dat afgeleid wordt uit schaliegas, heeft nieuw leven geblazen in de Amerikaanse chemische industrie. Het gaf deze industrie een voordeel op de concurrentie over de hele wereld die gebruikmaakt van nafta, een duurdere grondstof op basis van olie. Maar door de instorting van de olieprijzen is dit voordeel kleiner geworden. “De Europese petrochemische industrie heeft het heel, heel goed gedaan dankzij de lage olieprijzen, omdat de prijs van nafta de dieperik inging”, zo zegt Tom. “De marges zijn dus in grote mate teruggekeerd bij de naftakrakers. Als je zoals wij beide soorten krakers hebt, dan heb je alle redenen om heel blij te zijn.” INEOS gebruikt ethaangas voor zijn krakers in Noorwegen en Grangemouth en zegt dat het nog altijd goedkoper is om gas in te voeren uit de VS dan het in te kopen in Europa. “De andere kwestie is dat we geen gas kunnen krijgen in Europa”, aldus Tom. “De voorbije drie jaar draaide onze kraker in Grangemouth op een output van 40 % omdat we geen ethaan hebben. De ethaanvoorraad in de Noordzee slinkt fel. Dus is de keuze snel gemaakt. Je moet een kraker draaiende houden of niet.” STILGELEGDE INSTALLATIE OPNIEUW OPEN Een productie-installatie op de INEOS-site in Grangemouth zal acht jaar nadat ze werd stilgelegd opnieuw worden geopend. De fabriek heeft met succes de strenge proeven voor de heringebruikname doorstaan om klaar te zijn voor de komst van Amerikaans ethaan uit schaliegas. INEOS kondigde het nieuws aan kort nadat de eerste lading van Amerikaans schaliegas was aangekomen in zijn naburige gaskraker in het Noorse Rafnes. De eerste leveringen worden in de herfst in Grangemouth verwacht. “We zijn nu helemaal klaar om de fabriek van Grangemouth eindelijk op volle capaciteit te gebruiken”, zegt Gordon Milne, Operations Director in INEOS Grangemouth. INEOS moest in 2008 de tweede productie-installatie in de KG-ethyleenkraker wel sluiten, omdat die niet meer op volle capaciteit kon draaien. De komst van Amerikaans ethaan verandert alles. “Als het gas uiteindelijk hier is, wordt deze fabriek een van de voornaamste petrochemische fabrieken in Europa”, zegt Gordon. Het Amerikaanse vloeibare gas zal worden opgeslagen in een speciaal gebouwde ethaantank – de grootste in Europa – en zal de dalende leveringen van Noordzeegas compenseren.  

    5 minuten gelezen Nummer 10
  • WIE WAAGT, DIE WINT

    De wereld is net getuige geweest van een echt belangrijk moment in de geschiedenis van de petrochemie. Deze leveringen van vloeibaar ethaan dat uiteindelijk in maart aan wal kwam in het Noorse Rafnes, zal nieuw leven inblazen in de Europese activiteiten van INEOS. Maar vergeet alle jaren, de vele miljoenen manuren en de 5000 arbeiders die nodig waren om de eerste twee ‘Dragon ships’ te bouwen die deze kostbare lading vervoeren. Want deze schepen vormen maar een onderdeel van dit ongelooflijk inspirerende verhaal met een internationale dimensie en een adembenemende visie. Het is ook het verhaal dat veel mensen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan afdeden als pure fantasie. “Het was nog nooit uitgevoerd en velen zeiden dat het onmogelijk was”, zegt Chad Stephens, Senior Vice President of Corporate Development van Range Resources dat aan INEOS het gas levert dat het nodig heeft. De komst van deze meest toonaangevende vaartuigen ter wereld die in China werden gebouwd, luidt een nieuw tijdperk in het vervoer van ethaangas in. “We zijn niet vaak getuige van revolutionaire momenten in onze industrie, maar dit is er zeker een van”, zegt Peter Clarkson, hoofd van Investor Relations bij INEOS. Dit ethaan met een competitieve prijs zal een verbluffend verschil maken voor de Europese petrochemische activiteiten van INEOS, zowel op het vlak van energie als op dat van de grondstoffen. INEOS zal het gebruiken om zijn fabrieken aan te drijven en het daarbij omzetten in ethyleen, een van de belangrijkste petrochemische producten ter wereld. “Door Amerikaans ethaangas te verschepen naar Europa zijn we voor de komende jaren verzekerd van onze petrochemische activa in Europa”, zegt John McNally, CEO van INEOS Olefins & Polymers UK. Het verhaal begint echter zes jaar terug toen INEOS het ondenkbare durfde te denken. In 2010 wankelde Europa door de gevolgen van de financiële crisis. De energieprijzen waren hoger dan ooit en de voorraden Noordzeegas slonken. In Amerika was een revolutie aan de gang. Schaliegas had gezorgd voor lage energie- en grondstoffenprijzen en dat had nieuw leven in de productie-industrie geblazen. Maar Amerika had een probleem. Het had zoveel ethaan dat het niet wist wat ermee aan te vangen. In de kantoren van INEOS in het Zwitserse Rolle ontstond een plan: een virtuele, trans-Atlantische pijplijn maken om het gas te vervoeren dat het dringend nodig had om de toekomst van zijn Europese krakers veilig te stellen. Maar hoe zou INEOS dat doen? Niemand had ooit iets op deze schaal geprobeerd. Er was geen enkele manier om het gas uit de schaliegasbronnen in het zuidwesten van Pennsylvania te brengen naar Philadelphia aan de Oostkust van de VS dat 460 kilometer verderop lag. Er was geen uitvoerinfrastructuur in de VS en niemand had ooit eerder geprobeerd om dergelijke grote hoeveelheden ethaangas per schip te vervoeren. Maar voor Jim Ratcliffe, de voorzitter van INEOS, deed dat er niet toe. “Mensen zeiden dat we het niet konden”, zegt hij. “Maar bij INEOS hebben we er altijd in geloofd dat alles mogelijk is.” INEOS zette zijn ambitieuze plannen voort en stelde een team van internationale partners op drie continenten samen, terwijl anderen bij de pakken bleven zitten en een afwachtende houding aannamen. “De technologie bestond nog niet, dus moesten we die zelf maken”, zegt Andy Currie, Director bij INEOS. David Thompson, Chief Operating Officer van INEOS Trading & Shipping, kreeg de opdracht om het project te leiden. “Het is gewoon een van de grootste technische projecten ter wereld geweest”, zegt hij. “Wij zijn pioniers op dit vlak. We zijn betrokken geweest bij de pijpleidingen, de fractionering, de terminals, de infrastructuur en de schepen. We moesten het allemaal doen.” Dat gedurfde, vernieuwende plan is nu werkelijkheid geworden. Om dit te doen sloot INEOS 15-jarige overeenkomsten met ethaanleveranciers, waaronder Range Resources, om het gas te leveren, met MarkWest om het gas te verwerken en met Sunoco om het via een pijpleiding honderden kilometers te vervoeren naar het Marcus Hook Industrial Complex. Daar wordt het gas afgekoeld tot -95 °C voor het naar Noorwegen en later dit jaar naar het Schotse Grangemouth wordt verscheept. Bij geen van de betrokkenen was er sprake van twijfel. Dit was geen probleem. Dit was een kans. Een kans om de toekomst van de activiteiten in Europa veilig te stellen en nieuw leven te blazen in de ooit zo bloeiende gemeenschappen in Amerika. In Amerika werd begonnen aan het ombouwen van een vroegere pijpleiding voor olieproducten. Daarmee zou het ethaan voor het grootste deel van het traject worden vervoerd van de Marcellus Shale naar Marcus Hook, een ooit bruisende olie- en gasraffinaderij die in 2011 gesloten werd. Sunoco, die nog altijd de eigenaar was van de roestende raffinaderij, begon miljarden dollars te pompen in de conversie ervan tot een centrum voor chemische productie, gasopslag en distributie van wereldklasse. Daar kon de vloot van ‘Dragonschepen’ van INEOS dan hun vracht laden. Op andere plekken werd 75 kilometer nieuwe leidingen aangelegd en er werd een nieuw pompstation geïnstalleerd. In Europa ging INEOS een partnerschap aan met de grote Deense vervoerder Evergas om schepen te ontwerpen die opgewassen waren tegen zo’n enorme taak. “Het was een gigantische taak, maar Evergas begreep misschien beter dan wie ook wat nodig was om ethaan te vervoeren in de hoeveelheden die INEOS wou over de vereiste afstand”, zegt Chad. En Evergas begreep dat maar al te goed. “Er bestaan ethaanschepen”, zo zegt CEO Steffen Jacobsen. “Maar samen met zijn belanghebbenden creëerde Evergas de grootste en meest verfijnde ethaangastankers die er bestaan. Die ambitieuze visie van INEOS en Evergas maakt dit scheepsproject mogelijk.” In het Duitse Hamburg werkte HSVA aan een verbeterde romp die aan de speciale behoeften voldeed om ethaan te kunnen transporteren. Het Finse Wärtsilä vond motoren uit die volledig konden werken op ethaan: daardoor was er niet alleen meer ruimte voor de lading, maar dit beperkte ook de uitstoot van schadelijke stoffen. Zodra de ontwerpen klaar waren, kreeg Sinopacific Offshore and Engineering, een van de grootste scheepsbouwers ter wereld, het laatste stukje van de puzzel. Het moest de schepen bouwen. Terwijl in China de werkzaamheden begonnen, begon TGE Gas Engineering, een van ‘s werelds grootste aannemers voor de technische uitvoering en het projectbeheer van gasopslag, met het bouwen van nog een ethaanopslagtank en ethaaninfrastructuur op de site van INEOS in Rafnes. Daarmee kon het ethaan invoeren uit de Noord-Amerikaanse schaliegasvelden. Er werd ook begonnen met de bouw van nieuwe verschepings- en opslaginfrastructuur om de invoer van ethaan in de fabriek van INEOS in Grangemouth te verwerken. Na maanden van onzekerheid was het vooruitzicht op een schitterende nieuwe toekomst bij het personeel van Grangemouth voelbaar. Enkele maanden eerder was die verlieslatende petrochemische fabriek bedreigd met sluiting: na een bitter arbeidsconflict verwierp het personeel in een eerste fase het overlevingsplan van de onderneming. Het personeel herzag echter zijn mening en dat maakte de weg vrij voor grote investeringen en een leninggarantie van 230 miljoen van de Britse regering. Daarmee kon INEOS de fondsen bij elkaar brengen die nodig waren om een van de grootste ethaanopslagtanks in Europa te bouwen. Zodra die klaar is, zal de ethyleenkraker de productie kunnen verdubbelen. Het is een gigantische opdracht geweest. Maar toen Jim op de brug van het eerste ‘Dragonship’ stond dat de gepaste naam ‘INEOS Ingenuity’ had gekregen, kon hij zijn tevredenheid niet verbergen. “Het is geweldig als je plan gerealiseerd wordt”, zegt hij. “En het vult je met heel veel trots als je iets hebt verwezenlijkt wat nog nooit eerder iemand heeft gedaan.”

    8 minuten gelezen Nummer 10
  • EEN WERELDPRIMEUR VOOR INEOS

    De noordelijke Atlantische Oceaan is geen plek voor watjes. Het is een potentieel gevaarlijke omgeving voor elk schip, en vooral voor een schip dat vloeibaar ethaan vervoert. INEOS weet dat en daarom deed het een beroep op Evergas, een wereldleider in het vervoer van gas. De opdracht van INEOS was op het eerste gezicht heel eenvoudig. Het had een schip nodig dat grote hoeveelheden vloeibaar ethaangas op -90 °C kon transporteren over een afstand van meer dan 1600 kilometer, in een diepe, koude oceaan die geplaagd wordt door ijsbergen, dichte mist, golven van 15 meter hoog en hevige stormen. En dat schip moest dat dan ook nog eens doen op een efficiëntere manier dan ooit eerder gedaan was. Het antwoord was allesbehalve eenvoudig. Maar het resultaat was de grootste, meest flexibele, milieuvriendelijkste multigastanker die ooit is gebouwd. “In de hele wereld bestaat er geen schip zoals dit”, zegt Hans Weverbergh, Operations Manager van de Deense scheepvaartonderneming Evergas. “Er waren geen schepen met druktanken die deze hoeveelheid ethaan konden vervoeren. Het was iets wat nog nooit eerder was gedaan.” Al decennia lang wordt vloeibaar aardgas over de hele wereld getransporteerd. Ethaan is echter iets helemaal anders. Dat werd tot nu toe alleen maar verscheept in kleine vaartuigen over een kleine afstand. Om de Atlantische Oceaan over te steken waren veel grotere schepen nodig. Andere bedrijven hadden het idee dat het gewoon niet levensvatbaar was. Maar INEOS zag er een kans in en had de visie om het uit te voeren. “Deze vaartuigen zijn echt uniek”, zegt Steffen Jacobsen, CEO van Evergas, die al 35 jaar in de scheepvaartindustrie werkt. “Niemand heeft ooit eerder geprobeerd ethaan in die hoeveelheden en over die afstand te verschepen. Om dit te doen moesten we een volledig nieuwe manier van handelen uitvinden.” INEOS wou dat de ‘Dragonships’ konden worden aangedreven door de lading die ze vervoerden. Daarvoor deed het een beroep op de Finse onderneming Wärtsilä dat een nieuwe norm in brandstofflexibiliteit instelde. Het ontwierp dualfuelmotoren die in staat waren om moeiteloos over te schakelen tussen vloeibaar aardgas, ethaan, lichte stookolie of zware stookolie zonder vermogensverlies. “Het was een technologische doorbraak”, zegt Timo Koponen, Vice President, Flow and Gas Solutions, Wärtsilä Marine Solutions. Als de motoren van INEOS op ethaan draaien, dan is er niet alleen meer ruimte voor de lading.De vaartuigen zullen ook 25 % minder CO2 produceren, 99 % minder zwaveldioxide en voldoen aan de reglementering van Tier III van de International Maritime Organisation. Elk schip is ook uitgerust met twee motoren die ervoor zorgen dat de lading alles kan doorstaan. De schepen zijn de grootste in hun soort die ooit zijn ontworpen. Om het voor leken begrijpelijk te maken: elk schip heeft de lengte van twee voetbalvelden en als je de opslagtanks weghaalt, is er ruimte voor 5.750 Mini Coopers. De tanks liggen in de romp van elk vaartuig en kunnen elk de hoeveelheid van 11 zwembaden in vloeibaar ethaan opslaan. HSVA, de Duitse specialisten in het ontwerpen van rompen, zorgde voor een maximale efficiëntie van deze reusachtige vaartuigen en voerden met schaalmodellen van de schepen tests uit in realistische omstandigheden. Sinopacific Offshore and Engineering, een van de grootste scheepsbouwers ter wereld, bouwde de eerste twee schepen in een droogdok in Qidong, nabij Sjanghai. “SOE is een van de weinige bedrijven die de vaardigheden en bouwinfrastructuur hadden om de taak van het bouwen van deze enorm complexe vaartuigen op zich te nemen”, zegt CEO/Voorzitter Simon Liang. “Toen ik die eerste twee schepen echt neus aan neus zag staan in het dok, dacht ik: ‘Deze kerels weten echt waar ze mee bezig zijn’”, zegt Chad Stephens, Senior Vice President of Corporate Development van Range Resources, die uitgenodigd was voor de doopplechtigheid van de schepen. Het was ook een groot moment voor Evergas. “Ik voelde me trots op alle mensen die er intern en extern aan hadden meegewerkt, alle mensen die deze vaartuigen tot leven hadden gewekt”, zegt Steffen. De doopplechtigheid was nog een mijlpaal in het wereldwijde project van INEOS van 2 miljard dollar om schaliegas van de VS te transporteren naar zijn productiefaciliteiten in Noorwegen en Schotland. INEOS is de eerste onderneming ter wereld die kiest voor het verschepen van ethaan dat afgeleid is van schaliegas uit Amerika, waar het gas heeft geleid tot een heropleving van de productie.

    6 minuten gelezen Nummer 10
  • EEN GESCHENK WAAR JE NIET GENOEG VAN KRIJGT

    Niemand had kunnen voorspellen hoe de vastberadenheid van één man de loop van de geschiedenis zou kunnen veranderen. Maar de rimpeleffecten van het werk van ingenieur Nick Steinsberger in het schaliegasveld van Barnett, waar hij 20 jaar terug eindelijk de perfecte vloeistofmix ontdekte om gas te halen uit de schalie die 3 kilometer onder de grond zat, worden ook vandaag nog gevoeld. Niet alleen in Amerika, maar over de hele wereld. “Ik vind niet dat alleen ik er aanspraak op kan maken en oorspronkelijk had ik nooit gedacht dat dit zou gebeuren”, zo zegt hij aan INCH magazine vanuit zijn kantoor in Fort Worth, Texas. “Ik deed toen alleen maar mijn best om iets te laten lukken. Na verloop van tijd besefte ik echter het grote belang van wat we hadden bereikt. Het geeft me een goed gevoel dat ik ertoe heb bijgedragen dat de wereld nu over zoveel goedkoop gas kan beschikken.” Deze revolutie die beschreven wordt als het opmerkelijkste succesverhaal in de energiesector in de Amerikaanse geschiedenis, heeft tot enorme voordelen in de VS geleid. Voor de petrochemische industrie, een van de grootste gasverbruikers ter wereld. Voor het productieapparaat dat een heropleving heeft gekend. Voor de gemeenschappen die het hardst werden getroffen door de recessie. En wat misschien nog het meest verbaast, voor het milieu. Twintig jaar terug waren er in het gasveld van Barnett 250 boorputten waar op zoek werd gegaan naar schaliegas en olie. Vandaag zijn er meer dan 200.000. Voor de petrochemische industrie van Amerika is de ontdekking van deze ruime, onaangeboorde reserves van schaliegas van fenomenaal belang. “De Amerikaanse investeringen in de chemische industrie voor schaliegas bedragen nu al meer dan 158 miljard dollar”, zegt Cal Dooley, Voorzitter en CEO van de American Chemistry Council. In januari van dit jaar waren 262 projecten aangekondigd, waaronder nieuwe fabrieken, uitbreidingen en proceswijzigingen om de capaciteit te verhogen. De petrochemische industrie heeft aardgas nodig om haar productiefaciliteiten te verwarmen en aan te drijven. Maar gas is niet alleen een brandstof voor energie. Het is ook een grondstof waarmee we duizenden essentiële producten maken waar we elke dag op vertrouwen. Zonder gas zouden er geen kunststof, auto-onderdelen, verpakking, medische producten, banden, glas, kleren of iPad-schermen zijn. “Dat wordt vaak vergeten wanneer we getuige zijn van hevige debatten over de verdiensten van het aanhoudende gebruik van gas”, vertelt Greet Van Eetvelde, Head of Energy and Innovation Policy van INEOS. “Veel onderdelen van hernieuwbare producten, zoals de wieken van windturbines en de smeermiddelen in hun tandwielkasten, kunnen ook niet worden gemaakt zonder gas en olie.” En dankzij schaliegas is dat allemaal veel goedkoper. “De heropleving van de Amerikaanse chemische industrie is nog maar net begonnen”, zo schrijft Kevin Swift, hoofdeconoom van de American Chemistry Council, in de ‘Year-End 2015 Chemical Industry Situation and Outlook’ van de handelsgroep. “Er is een sterke basis. Belangrijke binnenlandse eindgebruikersmarkten zijn uitgebreid, de consumentenbestedingen gingen in een hogere versnelling, de jobmarkt sloeg weer aan en de huishoudens beschikten over extra geld door de lagere energiekosten.” En met zijn 17 productievestigingen in de VS deelt INEOS in dat grote geluk. Later dit jaar zal de nieuwe fabriek van INEOS en SASOL in het INEOS Battleground Manufacturing Complex in LaPorte, Texas al winstgevend zijn. De fabriek, een 50/50 joint venture, zal elk jaar 470.000 ton hogedichtheidspolyethyleen produceren voor de Amerikaanse markt. INEOS verwacht ook dat de vestiging zal groeien en daarmee zal het de laatste hand kunnen leggen aan de plannen om te investeren in een warmtekrachtkoppelingssysteem met een betere brandstofefficiëntie dat ook de CO2-uitstoot zal helpen verminderen. In december publiceerde The Boston Consulting Group een rapport, Made In America, Again. “Het aantal bedrijven dat actief hun productie terug naar de VS brengt, blijft stijgen”, aldus een woordvoerder. “Eigenlijk heeft de VS China al voorbijgestoken als de meest waarschijnlijke bestemming voor nieuwe productiecapaciteit.” De reden is voor een deel te zoeken in de lagere energiekosten onder invloed van het schaliegas, in combinatie met de stijgende lonen in China. Apple, het grootste technologische bedrijf ter wereld, maakte melding van deze redenen voor zijn beslissing om de Mac Pro personal computer, beschreven als de krachtigste Mac die ooit is gebouwd, te produceren in Texas. We zijn een heel eind verwijderd van de situatie van een tiental jaren terug toen de VS bij de duurste plekken ter wereld hoorde voor de producenten van kunststof. “Vandaag is Amerika een van de aantrekkelijkste plaatsen ter wereld om te investeren in de productie van kunststof”, zo verklaarde Steve Russell, vicevoorzitter van de kunststofafdeling van ACC vorig jaar. “Zelfs na de recente dalingen in olieprijzen heeft ons land een doorslaggevend voordeel.” Amerika wil nu al deze investeringen benutten en verkopen aan de wereld. Vorig jaar beschreef Cal Dooley deze beweging als het ‘pad met de grootste garantie op een sterkere economie en nieuwe jobs’. Internationaal adviseur Nexant voorspelt een sterke groei in de Amerikaanse uitvoer van chemische producten in de komende 15 jaar. In zijn verslag van 2015 ‘Fuelling Export Growth’ maakte het gewag van een verkoop van 123 miljard dollar tegen 2030: meer dan het dubbele van wat de chemische producenten in 2014 uitvoerden. Maar bij de Amerikanen is er ook een groeiende honger naar producten die ‘Made in the USA’ zijn. Een persoon die dat heeft begrepen, is Harry Moser, een oudgediende van de productie-industrie en voormalig voorzitter van de gereedschapmaker GF AgieCharmilles. Hij richtte in 2010 het Reshoring Initiative op om bedrijven te helpen bij het beoordelen of ze opnieuw in de VS moeten produceren. “Vol ontzetting zag ik hoe steeds meer Amerikaanse jobs verdwenen, eerst naar Japan en daarna naar Mexico, Taiwan, Korea en uiteindelijk naar China”, zegt hij. “De impact op de Amerikaanse economie was vreselijk: miljoenen banen in de productie gingen verloren. De VS was vroeger de industriële grootmacht van de wereld en toen ik opgroeide, zag ik die in al haar glorie.” Sinds hij Reshoring Initiative oprichtte, zijn ongeveer 1000 bedrijven naar Amerika teruggekeerd: zij brachten bijna 100.000 banen mee. “Ik ben blij met de reactie van het land en van veel bedrijven”, zegt hij. “Helaas klampen veel ondernemingen zich nog altijd vast aan het motto ‘kopen tegen de goedkoopste prijs’ en hebben ze geen oog voor de totale kostprijs. Het zal tientallen jaren duren eer we die MBAmentaliteit volledig kwijt zijn.” De beslissing van Apple om zijn Mac Pro in Amerika te produceren was ook een onderdeel van het initiatief ‘Made in the USA’ van Chief Executive Officer Tim Cook waarmee 100 miljoen dollar is gemoeid. “We willen de Mac Pro niet alleen hier assembleren”, zegt hij. “We willen hem hier ook helemaal maken. Dat is heel wat.” In januari kondigde Bollman, de oudste hoedenmaker van Amerika, aan dat het 41 jobs uit China terughaalde naar zijn fabriek in Adamstown, Pennsylvania. Het lanceerde in november een oproep bij het publiek om 100.000 dollar in te zamelen voor het invoeren van 80 breimachines die in 1938 waren gebouwd en die stof weven voor zijn beroemde Kangol 504. ‘Hoedje af’, zo reageerde het publiek op de houding van de onderneming en het gaf gehoor aan de oproep. “Reshoring is de snelste en efficiëntste manier om de Amerikaanse economie te versterken, want het toont aan dat productie een groeicarrière is”, zegt Harry. “En zonder productie wordt een land geleidelijk armer.” Maar het is niet alleen de industrie die baat heeft bij goedkope grondstoffen en lage energieprijzen. Schaliegas heeft gemeenschappen nieuw leven ingeblazen. Sommige daarvan behoorden tot de gemeenschappen die het ergst getroffen waren door de recessie. De Associated Petroleum Industries of Pennsylvania verklaarde dat de ontwikkeling van aardgas honderdduizenden jobs in Pennsylvania had ondersteund. Daarmee had het jaarlijks 34,7 miljard dollar bijgedragen aan de staatseconomie en de omzet gestimuleerd in meer dan 1300 bedrijven van allerlei grootte in de hele energietoeleveringsketen. “Een veilige en verantwoorde ontwikkeling van aardgas is goed geweest voor de staatseconomie, voor de plaatselijke economieën en voor de inwoners van Pennsylvania”, aldus Executive Director Stephanie Catarino Wissman. “En zo willen wij het houden.” In Marcus Hook, de site van een vroegere raffinaderij van ruwe olie die in 2011 gesloten werd, met het verlies van 500 banen tot gevolg, heerst nu een gezonde spanning. De vroegere raffinaderij die 109 jaar lang benzine, diesel en kerosine had geproduceerd, werd omgevormd tot een belangrijk centrum voor de verwerking en de verscheping van vloeibaar aardgas dankzij de banden met de industrie van de Marcellus-schalie. “Het stilleggen van de Marcus Hook Refinery was een moeilijke tijd voor de provincie Marcus Hook, voor de Sunocofamilie en voor de hele streek”, zegt Hank Alexander, vicevoorzitter, business development van Sunoco Logistics Partners LP. “Maar nu zit de stad opnieuw vol leven: het is overal druk, zowel in de restaurants in het centrum als in de infrastructuur van de plaatselijke aannemers. En sommige arbeiders die in 2011 hun baan verloren waren, werken nu opnieuw in de fabriek.” Sunoco Logistics had de oude raffinaderij in 2013 gekocht, met de bedoeling om een verbinding te maken met de Marcellus-schalie die nu bijna 20 % van het aardgas van Amerika produceert, in vergelijking met helemaal niets zo’n 10 jaar geleden. Het management was ervan overtuigd dat het met de bestaande infrastructuur voor schepen, treinen, vrachtwagens en pijpleidingen een uitstekende positie had als hub voor vloeibaar aardgas. “We wilden productie-ondernemingen aantrekken die opnieuw voor jobs zouden zorgen en de productie in de regio nieuw leven zouden inblazen”, zegt Hank. “De schaliegasboom heeft steden zoals Marcus Hook een nieuw elan gegeven.” Mario Giambrone is eigenaar van het restaurant Italiano in Marcus Hook. “Of ik nu meer broodjes of pizza’s verkoop of niet, je kunt wel zeggen dat het een godsgeschenk is voor deze stad en voor mijn zaak”, verklaarde hij aan de Pennsylvania Manufacturers’ Association. David Taylor is voorzitter van die vereniging die de voornaamste spreekbuis is van de productiesector in Pennsylvania. “De energiesector heeft bijna op haar eentje de economie van Pennsylvania overeind gehouden tijdens de recessie en in de afgelopen jaren”, zegt hij. De ontwikkeling van energie uit de Marcelusschalie heeft ook het naburig gelegen Williamsport laten uitgroeien tot de op zes na snelst groeiende metropool in Amerika. Dr. Vince Matteo, voorzitter en CEO van Williamsport Lycoming Chamber of Commerce and Industrial Properties Corporation, zegt dat het grootste deel van de plaatselijke bevolking de schaliegas “boom” graag zag komen. “Het heeft alles voor ons veranderd”, zegt hij. “Ik had nog nooit zoiets gezien. Op een bepaald moment kwamen 85 bedrijven naar het district. Daardoor gingen talloze restaurants en vier nieuwe hotels open.” Ondertussen werd Williston, ooit een slaperig stadje in Noord-Dakota, plots de snelst groeiende kleine stad in Amerika dankzij de olie “boom”. Opnieuw met nieuwe restaurants, nieuwe winkels en nieuwe mensen tot gevolg. Gemeenschappen haalden ook hun profijt uit de onverwachte inkomstenstromen van bedrijven die boorden naar schaliegas. Hierdoor konden ze verbeteringen aanbrengen die anders niet mogelijk zouden zijn geweest. “Die bron van inkomsten heeft ons een geweldige “boom” bezorgd”, vertelt Lisa Cessna, uitvoerend directeur van de plaatselijke planningcommissie in Washington County, net buiten Pittsburgh, aan The Associated Press. “Daarmee kwamen een vissteiger, speelruimten en wandelroutes tot stand.” Ze vertelt The Associated Press dat er klachten zijn geweest over boorlocaties in de openbare ruimte, maar zegt dat het eindresultaat positiever doorwoog dan de negatieve elementen. “Je kunt ervoor zorgen dat het lukt”, zegt ze. “Er zullen altijd wel hindernissen zijn. Je zult altijd wel mensen tegen de borst stoten. We drongen aan op een speciaal wettelijk kader dat ons de controle geeft over veel aspecten van het boorproces. We keuren elke pijpleiding, boorpad, toegangsweg goed. Het is arbeidsintensief, maar het is het waard. De belangrijkste boodschap is om de volledige controle te behouden.” Maar een van de grootste verrassingen is het effect geweest dat het schaliegas heeft op de lucht die we inademen: de CO2-uitstoot was in 2012 in Amerika op zijn laagste niveau in 20 jaar. De reden daarvoor? Gas, dat de geliefkoosde brandstof was geworden om elektriciteit op te wekken, in plaats van steenkool waarvan de CO2- uitstoot twee keer zo hoog is. Ondanks alle voordelen zijn niet alle mensen, zelfs zij die op de hoogste posities zitten, voorstanders van schaliegas. “President Obama is gekant tegen fossiele brandstoffen en daardoor erkent hij niet het opmerkelijkste succesverhaal op het vlak van de energie in de Amerikaanse geschiedenis, misschien wel in de wereldgeschiedenis”, zegt dr. Mark Perry, een geleerde bij het American Enterprise Institute en professor economie aan de Universiteit van Michigan. “Maar we hebben een president nodig die dat wil erkennen.” Dr. Perry zegt dat schalieolie: De afhankelijkheid van Amerika van buitenlandse olie en petroleum uit vaak onstabiele delen van de wereld aanzienlijk heeft verminderd. Ertoe heeft bijgedragen om de benzineprijzen naar beneden te halen en heeft voorkomen dat de grote recessie nog erger was geweest en nog langer had geduurd. “De binnenlandse energieproductie zorgt voor Amerikaanse jobs en geeft aandelen in de opbrengsten voor landeigenaars en belastinginkomsten voor regeringen en de staats-, plaatselijke en federale overheden”, zegt hij. “En de daling van de Amerikaanse gasprijzen naar het laagste peil in zeven jaar zal de Amerikaanse consumenten dit jaar meer dan 100 miljard dollar aan lagere energiekosten doen besparen.”

    8 minuten gelezen Nummer 10
  • DE HAMVRAAG

    Voor een atheïst heeft professor Peter Atkins heel veel geloof. Maar geloven doet hij niet in God, maar wel in de chemische industrie. En de belangrijke bijdrage die ze kan leveren aan de wereld van vandaag en morgen. “Zonder de chemische industrie zou de wereld heel wat minder kleur hebben”, zegt hij. “Dan zouden we in een stenen tijdperk leven, ondervoed, met huiden als kleren en zonder de vele apparaten die ons leven gemakkelijk maken en ons vermaken. Onze levens zouden kort en pijnlijk zijn.” De professor chemie op rust van de Britse Oxford University zegt dat chemie uiterst belangrijk is voor ons allemaal. Het probleem is dat ze vaak verkeerd begrepen wordt. “De meeste mensen weten absoluut niets over hoe de producten die ze elke dag gebruiken, gemaakt worden”, zegt Lawrence D. Sloan, voorzitter en CEO van de Society of Chemical Manufacturers and Affiliates. “En omdat ik mijn hele professionele leven deel heb uitgemaakt van de chemische industrie, is dat heel erg frustrerend.” De petrochemische industrie zet grondstoffen zoals water, olie, aardgas, lucht, metalen en mineralen om in waardevollere producten die producenten dan gebruiken om vooral alle producten te maken die wij willen, nodig hebben en elke dag gebruiken. Om een idee te geven: meer dan 96 % van alles wat in de wereld wordt gemaakt, heeft chemische producten als basis. Maar de chemische industrie worstelt voor een deel met het probleem dat het publiek ze niet beschouwt als één van de belangrijkste industrieën ter wereld. En precies die perceptie moet veranderen. “Hoe dat kan worden veranderd, blijft de hamvraag”, zegt Lawrence. “Net als vele andere organisaties staan wij voor een grote PR-uitdaging: we moeten regelmatig onze verkozen ambtenaren informatie geven, zodat zij ons kunnen verdedigen. Alleen zo kunnen zij begrijpen hoe groot de impact van onze industrie op de maatschappij is. Want geen enkele industrie draagt zoveel bij tot de moderne wereld als wij.” Hij beschrijft de chemische industrie als de ‘miskende held’. “Te veel mensen denken dat de industrie geen verantwoordelijkheid opneemt voor de gezondheid en het welzijn van haar medewerkers of voor het milieu”, zegt hij. “Maar het is overmoedig om te denken dat de industrie zichzelf schade wil berokkenen door haar marges met een of twee incrementele procentpunten te willen verhogen.” Op het jaarlijkse diner van de Chemical Industries Association verklaarde Tom Crotty, Communications Director van INEOS, aan de aanwezigen: “Als de regering echt achter een heropleving van de productie staat, dan moet ze begrijpen dat een bloeiende chemische industrie hier een essentiële rol in speelt.” Want met de producten en technologieën van de chemische industrie wordt alles gemaakt: van verf tot kunststof, van textiel tot technologie, van geneesmiddelen tot mobiele telefoons. Maar als een energie-intensieve industrie moet zij ook toegang hebben tot energievoorraden tegen een competitieve prijs. Want anders kan de industrie niet overleven. In Amerika vormt dit geen probleem: daar kent het productieapparaat momenteel een heropleving dankzij de overvloedige voorraden van goedkoop schaliegas. Dit heeft geleid tot een daling van de grondstoffen die de producenten nodig hebben. In Europa is de situatie helemaal anders. Daar rijzen de energiekosten de pan uit. Europese producenten hebben het daarom moeilijk om de concurrentie aan te gaan op de internationale markten. Tom, die ook voorzitter is van de CIA, zegt dat Groot-Brittannië dringend zijn energiebasis moet aanpakken als het een bloeiende Britse chemische industrie wil. Tijdens een recent onderzoek van de Britse glas- en beglazingsindustrie door Pilkingtons UK vormden de stijgende kosten voor grondstoffen (te wijten aan de energiekosten) de ‘grootste hindernis’ die haar ondernemingen momenteel moeten overwinnen. En ze zeiden ook dat dit ook in de komende twee jaar de grootste uitdaging zou blijven. Het belang van de chemische industrie die de grondstoffen levert aan de producenten, mag daarom niet worden onderschat. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En het is vaak de plaats waar innovatie begint. “De mensen vinden het vanzelfsprekend dat ongelooflijke wetenschappelijke ontdekkingen worden gedaan door de gespecialiseerde chemische industrie. Het zijn precies die ontdekkingen die zorgen voor de elektronica, de geneesmiddelen die mensenlevens redden en huizen met slimme energie waar wij zo van genieten en waar wij zo op vertrouwen”, zegt Lawrence. INEOS, dat 17.000 mensen tewerkstelt in 65 vestigingen in 16 landen, is trots op wat het doet om het leven van de mensen makkelijker en comfortabeler te maken. INEOS maakt zelf: Oplosmiddelen die worden gebruikt in de productie van insuline en antibiotica. Efficiënte en doeltreffende biobrandstoffen om de duurzaamheid van modern transport te verbeteren. Chloor om drinkwater te zuiveren. Synthetische oliën die de CO2-uitstoot helpen te verminderen. Moderne, sterke, maar lichte kunststoffen om voeding en dranken te verpakken, te beschermen en te bewaren. Materialen om huizen, kantoren, elektrische en telecommunicatiekabels te isoleren. Producten die autoproducenten hebben geholpen om auto’s sterker, lichter en brandstofzuiniger te maken en die op hun beurt bijdragen tot een kleinere CO2-uitstoot. De lijst gaat maar door, net als al het werk dat achter de schermen wordt uitgevoerd om vernieuwende oplossingen te zoeken voor de vele uitdagingen waarmee de maatschappij vandaag wordt geconfronteerd. “Chemische producten en technologieën worden bijna in elke sector van de wereldeconomie gebruikt”, zegt een woordvoerder van de International Congress and Convention Association (ICCA), de internationale spreekbuis van de chemische industrie. “Naarmate de wereldwijde economie groeit, zal de vraag naar producten van de chemische industrie stijgen. Deze groei stimuleert de innovatie van producten en de industrie zorgt elk jaar voor nieuwe producten. Ondertussen tracht ze de productieprocessen te verbeteren en middelen efficiënter te gebruiken.” In 2014 investeerde American Chemistry 59 miljard dollar in onderzoek en ontwikkeling: dit betekent meer dan 185 dollar per persoon in de Verenigde Staten. “We investeren meer in innovatie dan de elektronica-, automobiel- of gezondheidszorgindustrieën”, aldus Cal Dooley, CEO en voorzitter van de American Chemistry Council. “De chemische industrie blinkt uit in het voortdurend brengen van nieuwe, vindingrijke en vernieuwende ideeën naar de markt. Morgen zal dat niet anders zijn.” Om het pionierswerk van de chemische industrie voort te zetten, zal de VS volgens de American Chemistry Council ook een energiestrategie moeten aannemen die de binnenlandse energiebronnen, waaronder zijn grote voorraden schaliegas, benut. Die mening is ook Steve Elliott, Chief Executive van de CIA, toegedaan. Hij wil dat de Britse chemische industrie (die goed is voor 50 miljard dollar) de energie benut die onder de Britse grond zit en zich niet verlaat op ingevoerd gas. “De eigen schalievoorraden van het VK zullen bijdragen tot een meer verzekerde gasaanvoer en jobs en groei ondersteunen”, zegt hij. “Gebeurt dit niet, dan zal de gasinvoer naar verwachtingen 75 % van de behoeften uitmaken tegen 2030. Het Britse schaliegas zal helpen te zorgen dat de lichten blijven branden en ondertussen kan het VK de overgang maken naar een groene economie.” Als één van de grootste industrieën ter wereld (met een omzet van meer dan 5,4 biljoen dollar in 2014) heeft de chemische industrie een grote invloed op de wereld waarin wij leven en zal ze die blijven hebben: de maatschappij streeft immers naar een gezondere, veiligere en duurzamere wereld. “Helaas betekent het woord ‘groen’ voor veel mensen niet hetzelfde”, zegt Lawrence. “Voor sommigen kan een chemische fabriek nooit ‘groen’ zijn omdat het omgaat met chemische producten die volgens hen slecht zijn.” De chemische industrie beseft dat zij haar imago bij het algemene publiek moet veranderen: anders kan ze er nooit in slagen om dat publiek te laten inzien welke rol de industrie speelt in het moderne leven. “Sterke, competitieve chemische industrieën ondersteunen alle grote producerende landen in de ontwikkelde wereld: chemische producten en materialen vormen nu eenmaal de essentiële component waarop het productieapparaat steunt”, zegt Steve. “Zonder deze processen en deze producten die de ‘bouwstenen’ vormen, zou het grootste deel van de overige productie niet mogelijk zijn.” Hij verklaart dat de industrie dan wel energie-intensief mag zijn, maar dat de producten tijdens hun levensduur meer dan twee keer de energie besparen die zij nodig hebben om te worden gemaakt. “Wij bieden de groene toekomst”, zegt hij.

    7 minuten gelezen Nummer 10
  • WOELIGE TIJDEN

    Voor een natie die het pad effende voor de industrialisering en de massaproductie in de 18e en 19e eeuw, valt de waarheid zwaar. Voor de eerste keer in de geschiedenis zakte het Britse productieaandeel in de Britse economie tot 9,4 procent: het laagste cijfer dat ooit werd opgetekend. Jim Ratcliffe, de oprichter en voorzitter van INEOS die opgroeide in het industriële noorden van Engeland, maakt zich hierover grote zorgen. “We zijn getuige van de trage doodsstrijd van de productie in dit land”, zegt hij. “In slechts één generatie zijn we de helft van onze productiecapaciteit verloren.” “Twintig jaar geleden stond het Britse productieapparaat op gelijke hoogte van het Duitse”, zegt hij.“In Duitsland is de productie nog altijd sterk.” “Deze aardverschuiving in de Britse productie betekent misschien maar een kleine wijziging in het dienstenrijke Londen en in de meeste districten in het zuiden, maar het kan met vertraging een ramp veroorzaken in vele noordelijke delen van Engeland, Wales en Schotland”, zegt hij. In oktober vorig jaar ging de staalfabriek van Redcar in de streek Teesside dicht nadat Sahaviriya Steel Industries UK, de Thaïse eigenaars van de fabriek, failliet ging. 2200 banen gingen daarbij verloren. Anna Turley, parlementslid voor Labour, beschreef het in de krant The Northern Echo als een ‘menselijke en industriële tragedie’. “Het is gedaan met de staalindustrie in Teesside”, aldus een arbeider die 30 jaar in de fabriek had gewerkt. In de jaren 1970 werkten nog meer dan 200.000 mensen in de Britse staalindustrie. Vandaag zijn ze nog met ongeveer 30.000 arbeiders, maar ook die banen zijn in gevaar. In januari werd nog meer banenverlies aangekondigd. Tata Steel bevestigde dat 750 banen verloren gingen in het Welshe Port Talbot en honderden andere banen zijn bedreigd in zijn vestigingen in Scunthorpe, Trostre, Corby en Hartlepool. Een toestroom van goedkope invoer vanuit China (waar de staalproductie overheidssubsidies krijgt), de sterke Britse pond en de hoge energiekosten in het VK worden als de redenen aangehaald. Wat de reden ook is, het is een trend die zorgen baart. “Als we de daling in de productie een halt willen toeroepen of zelfs opnieuw willen groeien, dan moeten we ervoor zorgen dat bedrijven een reden hebben om te investeren in Groot-Brittannië”, zegt Jim. “Wat we nodig hebben, zijn energie tegen een competitieve prijs, vakkundig personeel, een aantrekkelijk belastingregime en een regering die daarvoor wil zorgen.” Hij zegt dat Groot-Brittannië nood heeft aan wat marketingmensen ‘USP’s’ noemen: unique selling points of unieke verkoopargumenten. “Duitsland heeft die”, zegt hij. “Het beschikt over hoogopgeleide arbeidskrachten, ligt in het hart van Europa en heeft een geweldige productie-infrastructuur en deskundige leveranciers. Amerika heeft goedkope energie dankzij het schaliegas, opgeleide arbeidskrachten en de grootste markt ter wereld. China heeft groei, goedkope arbeidskrachten en een enorme markt.” Het is niet de eerste keer dat Jim verklaart dat Groot-Brittannië er niet in slaagt om zichzelf aan investeerders te verkopen. Drie jaar terug waarschuwde hij al dat Groot-Brittannië geen aantrekkelijke plaats was om te produceren. In een interview met Alistair Osborne, de economieredacteur van The Daily Telegraph, noemde hij de hoge energiekosten. Daar heeft hij alle redenen toe. Zo verbruikt de fabriek van Runcorn van INEOS dat 95 % van het chloor levert voor het Britse water, evenveel energie als de stad Liverpool. Hij verklaarde dat het VK moet nagaan wat het te bieden heeft: alleen op die manier kan het begrijpen waarom het jammerlijk achteroploopt. “Het zou leuk zijn als daar een simpel en duidelijk antwoord op was, maar dat is er nu eenmaal niet”, zegt hij. “Om de productie te behouden of te laten groeien is een constante stroom van investeringen nodig, want fabrieken en producten verouderen. Om nieuwe fabrieken en nieuwe producten te krijgen, zijn er investeringen nodig.” Groot-Brittannië heeft volgens hem goedkope energie nodig of tenminste energie met een competitieve prijs. “Dat kunnen we op dit moment niet bieden. En omdat de gasvoorraad uit de Noordzee slinkt, zal onze positie nog verslechteren”, zegt hij. “Tegelijk zitten we boven op grote schaliegasafzettingen die alles zouden kunnen veranderen.” In de 18e eeuw bouwde Groot-Brittannië zijn rijkdom op zijn steenkoolvoorraden die overvloedig aanwezig waren en die makkelijk konden worden ontgonnen. En het zette de industriële revolutie in gang, een veranderingsproces waarin Groot-Brittannië een pioniersrol vertolkte. Voor het Britse productieapparaat is toegang tot goedkope energie echter vandaag niet de enige kopzorg. Jim benadrukt ook de nood aan vakkundige arbeidskrachten. “Vroeger hadden we uitstekende opleidingsprogramma’s met leercontracten en uitstekende polytechnische en technische hogescholen”, zegt hij. “Maar de regering besloot dat alle jongeren academici moesten worden.” Velen delen die bezorgdheid met hem. Uit een recent onderzoek van Britse producenten dat werd gepubliceerd in het Annual Manufacturing Report 2016, blijkt dat een tekort aan vaardigheden hun grootste vrees blijft. ”Om het ronduit te zeggen: ons onderwijssysteem helpt onze jongeren niet en bijgevolg zorgt dit voor problemen in de industrie”, zegt Callum Bentley, redacteur van The Manufacturer. “Niemand verwacht dat een jongere die pas van school komt, dezelfde vaardigheden en ervaring heeft als een oudere werknemer, maar die jongere is nu slecht voorbereid op de arbeidsmarkt. En dat duurt nu al enkele decennia”, zegt hij. “Hoe langer dit blijft duren, hoe meer dit onze concurrentiekracht zal aantasten. De kloof in het begrip tussen de scholen en de arbeidsmarkt moet worden overbrugd in het belang van onze productiebasis en onze mensen zelf.” Jim vindt het ‘bemoedigend’ dat hij hoort praten over een ‘Northern Powerhouse’: een initiatief van de overheid om het economische onevenwicht tussen het noorden en het zuiden te herstellen. Volgens hem is het vele jaren geleden dat er nog een regering is geweest die het productieapparaat zo goedgezind is geweest als de huidige Britse conservatieve regering. Maar om eigenlijk het verschil te kunnen maken, moet Groot-Brittannië volgens hem investeerders aantrekken. “In de heel competitieve wereld van vandaag kunnen beleggers het zich veroorloven om erg kieskeurig te zijn”, zegt hij. “INEOS heeft gekozen om een groot deel van zijn kapitaal te investeren in de Verenigde Staten. Veel andere bedrijven hebben het Verre Oosten gekozen.” Jim roept de Britse regering op om 100 % kapitaalfaciliteiten te bieden voor investeringsuitgaven voor het productieapparaat en een belastingtarief onder 10 % voor productie. “In de geglobaliseerde wereld van vandaag worden investeringsbeslissingen altijd vergeleken en geplaatst naast alternatieve locaties in het buitenland. Het VK is momenteel geen doel voor investeringen in productie omdat het geen USP’s heeft, die zijn broodnodig.” Eind vorig jaar verklaarde ResPublica, een onafhankelijke, onpartijdige denktank uit Westminster, dat een grote stijging in de uitvoer nodig was om de Britse productie nieuw leven in te blazen en de economie weg te brengen van een ‘gevaarlijke afhankelijkheid van dienstenindustrieën’. Directeur Phillip Bond zei dat buitenlanders die Britse eigendommen kopen, de waarde van het pond hadden opgedreven. Hierdoor was het voor de producenten moeilijker om te exporteren. “De recente instorting van de Britse staalindustrie heeft gewezen op een verontrustend feit dat onze economie al te veel afhankelijk is van diensten en externe financiering”, zei hij. “De groei moet komen van de lang verwaarloosde productiesector waar de uitvoer het hard te verduren kreeg door het sterke pond. De munt heeft een belangrijke rol om de uitvoer te helpen en we moeten het probleem van de wisselkoersen die ongunstig zijn voor Britse bedrijven, aanpakken.” Jim zou het daarmee eens zijn. “Elke evenwichtige economie moet tot op een bepaalde hoogte de manier weerspiegelen waarop de inwoners ervan het geld in hun zakken spenderen. Als de inwoners ‘spullen’ kopen met hun inkomsten, moeten we ‘spullen’ maken in onze binnenlandse economie. Doen we dit niet, dan moeten we alle geproduceerde goederen invoeren vanuit het buitenland en ervoor betalen in vreemde valuta.” EEN NIEUWE INDUSTRIËLE EVOLUTIE VOOR GROOT-BRITTANNIË Een vroegere journalist van de Financial Times zegt dat Jim Ratcliffe, de voorzitter van INEOS, zich met reden zorgen maakt over de staat van het productieapparaat in het VK. Peter Marsh zegt dat zowel de staal- als de chemische industrie extreme problemen hebben gekend. “De de-industrialisering, het verminderde aandeel van de productie in de Britse economische output, is ver genoeg gegaan”, zegt hij. “Als we een duurzame economische groei en een betere levensstandaard willen, dan moet Groot-Brittannië opnieuw industrialiseren.” Maar de heer Marsh, een vroegere productieredacteur bij de FT, zegt dat Groot-Brittannië dan wel terrein mag hebben verloren, het toch nog altijd een grote producent is van nicheproducten, zoals gespecialiseerde analyse-instrumenten en goederen waarvan het geen zin heeft dat die worden ingevoerd. “Dat kan gaan van voedingsmiddelen tot matrassen en bouwmaterialen”, zegt hij. Volgens de laatste cijfers van de VN is Groot-Brittannië de 10e grootste producent ter wereld: het maakt net iets minder dan 2% van de goederen die op de wereld worden geproduceerd. Een vergelijking: in 1895 maakte het 18 % van alle goederen. “Groot-Brittannië mag dan niet zo groot zijn als vroeger, maar voor een land dat 1 % van de wereldbevolking uitmaakt, doet het land het toch nog niet onaardig”, zegt hij. “China is vanuit een lagere positie in de voorbije 20 jaar opgeklommen en maakt nu ongeveer 20 % van alle geproduceerde goederen. Maar het heeft ook 20 % van de wereldbevolking binnen zijn grenzen.” De heer Marsh is nu docent en auteur van The New Industrial Revolution: Consumers Globalization and the End of Mass Production (‘De nieuwe industriële revolutie: de globalisering van consumenten en het einde van de massaproductie’). Hij richtte onlangs ook een website op over produceren in het VK: www.madeherenow.com

    10 minuten gelezen Nummer 10
  • LAAT DE LICHTEN BRANDEN: INEOS WIL DE MYTHEN OVER SCHALIEGAS DE WERELD UIT

    INEOS is nu één van de grootste bedrijven in de schaliegasindustrie in het VK. Maar het weet dat het makkelijk is om de grootste te zijn. Het is heel wat anders om de beste en de betrouwbaarste te zijn. Omdat het vertrouwen in de wereld van de grote bedrijven, banken en politici op een historisch laagtepunt staat, is het nooit belangrijker geweest om het respect van de mensen terug te winnen. INEOS Shale beschikt nu over overheidsvergunningen om ruim 4.000 vierkante kilometer in het VK te exploiteren voor schaliegas. In april vorig jaar begon het met zijn campagne om de gemeenschappen te overtuigen van zijn eerbare bedoelingen. “We zien dit op de lange termijn”, zegt CEO Gary Haywood. “Het draait niet alleen om geld. We willen onze bijdrage leveren tot een heropleving van de productie in Groot-Brittannië en wij denken dat een binnenlandse schaliegasindustrie daarin een rol kan spelen.” Het begon al gesprekken met gemeenschappen in Schotland waar het vergunningen heeft om tientallen vierkante kilometer in de buurt van zijn productiefaciliteiten in Grangemouth te exploiteren. Maar INEOS wacht tot Schotland in afwachting van meer onderzoek zijn huidige verbod op fracking opheft. Ondertussen heeft het zijn activiteiten naar het zuiden verhuisd, naar Engeland. Daar hoopt het de mensen in Cheshire, Yorkshire, Derbyshire en de East Midlands te overtuigen van de voordelen die een binnenlandse schaliegasindustrie met zich kan brengen. “We begrijpen dat de mensen in deze gebieden zich zorgen maken”, zegt Gary. “En dat is gedeeltelijk omdat er zoveel mythen bestaan rond de extractie van schaliegas. Maar we willen laten zien dat dit goed en veilig kan gebeuren en we willen de mensen uit de gebieden waarvoor we vergunningen hebben, ontmoeten.” Er worden exposities georganiseerd waar de plaatselijke mensen de mogelijkheid hebben om in een rechtstreekse dialoog te treden met INEOS – en alle vragen te stellen – over wat de plannen zijn in de buurt van hun huizen. INEOS Shale heeft ook een aantal films gemaakt om elke vrees die de mensen kunnen hebben, uit de wereld te helpen. Die zullen worden getoond bij de exposities waar deskundigen zullen uitleggen wat het betekent voor de gemeenschappen. Aan hen is 6 % van de inkomsten uit schaliegas van INEOS beloofd om de plaatselijke faciliteiten te verbeteren. Bij het ter perse gaan van INCH plande INEOS grondige 2D- en 3D-studies van het gesteente in elk district om na te gaan of gas aanwezig en toegankelijk is. Als de resultaten veelbelovend blijken te zijn, zal toelating worden gevraagd om verticale boorputten van 180 meter diep te boren om kernmonsters van het gesteente van 7,6 cm breed te nemen. Daarmee moet de kwaliteit en de kwantiteit van olie en gas in de schalie worden bepaald. “Het is echt alsof je het klokhuis uit een appel haalt”, zegt Tom Pickering, Operations Director van INEOS Upstream. “Het is een voorzichtige aanpak die aangedreven wordt door de wetenschap. Maar het is wel belangrijk dat we het bij het juiste eind hebben.” Zodra INEOS alle gedetailleerde gegevens heeft die het nodig heeft, zal worden beslist of het economisch gezond - en veilig - is om de bron te fracken met 98 % water, 1,5 % zand en 0,5 % additieven, wat kalkvorming zal voorkomen en de bron steriliseren. “Sommige mensen zeggen dat bij fracking 600 giftige chemische stoffen worden gebruikt, maar dat is niet waar”, zegt Tom. “De meeste bronnen vereisen zes tot twaalf chemische producten. Alle gebruikte chemische producten zullen openlijk moeten worden beschreven in planningsaanvragen en vergunningen.” INEOS Shale weet dat zijn beslissing om schaliegas te exploiteren niet goed gevallen is bij natuurbeschermers die beweren dat fracking gevaarlijk is, aardbevingen veroorzaakt, het drinkwater vergiftigt en de lucht die we inademen, aantast. Maar het bedrijf is nooit weggevlucht van een uitdaging, vooral als het denkt dat het een economisch sterke en milieuvriendelijke zaak heeft. “Een binnenlandse bloeiende schaliegasindustrie zal niet alleen een revolutie ontketenen in de productie in Groot-Brittannië, maar het zal het VK voor het eerst in vele jaren energiezekerheid geven en duizenden banen creëren in sectoren die het hardst getroffen zijn geweest”, zegt Gary. “Als we dat kunnen doen en de mensen verzekeren dat de industrie kan draaien zonder schade op lange termijn te berokkenen aan het milieu of hun levenswijze, is het voor iedereen een win-winsituatie.” Professor Peter Styles, één van de drie deskundigen die door de Britse regering in 2011 de opdracht kreeg om een onafhankelijk verslag te schrijven nadat het fracken door een andere onderneming kleine trillingen veroorzaakte in Lancashire, meent dat de toekomst op lange termijn van Groot-Brittannië afhangt van de ruime voorraden schaliegas die diep onder de grond zitten. “Ik denk niet dat mensen beseffen hoe extreem kwetsbaar we zijn in het VK”, zegt hij. “Op dit moment is 80% van de energie voor de verwarming en het koken van de huishoudens in Groot-Brittannië afkomstig van gas. Daarvan voeren we de helft in. Een deel ervan komt uit Noorwegen en dat vormt geen probleem, maar veel ervan komt uit Siberië en dat is in de voorbije jaren niet de meest zekere vorm van bevoorrading gebleken.” In januari 2009 zorgde een conflict tussen Oekraïne en Rusland over de aardgasprijzen ervoor dat de leveringen naar een aantal Europese landen volledig werden stopgezet. “We hadden maar een voorraad voor twee dagen”, zegt hij. “En als dat gebeurt, worden bedrijven als INEOS ChlorVinyls in Runcorn, de derde grootste verbruiker van gas in Groot-Brittannië, afgekoppeld om de binnenlandse voorraden te beschermen.” INEOS gebruikt echter niet alleen gas om zijn productiefabrieken te verwarmen en aan te drijven. Gas is ook een essentiële grondstof waarmee we duizenden essentiële producten maken waar we elke dag op vertrouwen. Zonder gas zouden er geen kunststof, geneesmiddelen, gebouwen, auto’s, computers, kleren of iPad-schermen zijn. “Dat wordt vaak over het hoofd gezien wanneer we getuige zijn van hevige debatten over de verdiensten van het aanhoudende gebruik van fossiele brandstoffen”, zegt Greet Van Eetvelde, INEOS Manager van Cleantech Initiatives. “Veel hernieuwbare elementen, zoals de belangrijke onderdelen voor windturbines en zonnepanelen, kunnen niet worden gemaakt zonder gas. We hebben nog altijd gas nodig om dingen te maken, ook al zijn we overgeschakeld naar koolstofarme energie.” INEOS Shale dat meer vergunningen heeft dan eender welke andere onderneming in Groot-Brittannië, is van mening dat de meeste mensen openstaan voor de ontwikkeling van schaliegas. “Meer willen we niet”, zegt Tom. “We zijn niet zelfingenomen. We begrijpen dat mensen zich zorgen maken, maar vele dingen die zij lezen over schaliegas, zijn gewoon niet waar. We gaan graag de uitdaging aan als men denkt dat wij het mis hebben. We hopen dat we mensen meer informatie kunnen bieden tijdens deze bijeenkomsten.” Het wordt een lastige klus, want de groeperingen tegen het fracken hebben zich meester gemaakt van de sociale media. Maar INEOS hoopt toch aan te tonen dat wie het hardst roept, niet altijd het meeste kennis van zaken heeft. WAAROM INEOS DE JUISTE ONDERNEMING IS OM SCHALIEGAS IN HET VK TE WINNEN Weinig ondernemingen hebben zoveel kennis als INEOS. Naast haar knowhow die ze boven de grond heeft opgebouwd bij het omgaan met brandbare gassen in haar 65 productievestigingen over de hele wereld, beschikt de onderneming ook over knowhow onder de grond. In november verwierf INEOS gasplatformen in de Noordzee en daarmee beschikt het ook over een team van boordeskundigen die voldoende gas leveren om 1 op de 10 gezinnen in het VK van warmte te voorzien. INEOS stelt ook het team tewerk dat pionierswerk verrichtte bij de ontwikkeling van schaliegas in de VS. Het team beschikt over meer dan 20 jaar ervaring in de industrie beschikt. Voorzitter Jim Ratcliffe zegt dat hij niet kan begrijpen waarom het nog altijd zo moeilijk is om mensen ervan te overtuigen dat de extractie van schaliegas veilig is. “Er is zoveel ervaring opgebouwd in het boren en fracken van schalie in Noord-Amerika dat alle zorgen en spookbeelden zouden moeten zijn weggewerkt”, zegt hij. “In Amerika hebben we in de voorbije 10 jaar nu meer dan een miljoen boorputten geboord en gefrackt en het heeft een reusachtige hoeveelheid koolwaterstoffen voortgebracht.” In de begindagen van de exploitatie van schaliegas in Amerika werden fouten gemaakt. Door een verkeerde constructie van de boorputten raakte water verontreinigd en het water uit gefrackte olieboorputten kwam terecht in open, onafgebakende putten. “We hebben al die gevallen bestudeerd om ervoor te zorgen dat wij de dingen anders zouden doen”, zegt Tom Pickering, Chief Operating Officer van INEOS Shale. Sommige Amerikaanse bedrijven hadden slechts één laag staal in de boorput gebruikt. INEOS zal tot vier lagen staal gebruiken die in elkaar zijn gebetonneerd. Andere bedrijven hergebruikten oude boorputten. INEOS zal alleen nieuwe boorputten gebruiken. Het afvalwater werd achtergelaten in open poelen. Het afvalwater van INEOS zal worden opgeslagen in tweelagige opslagtanks, voor het zal worden gerecycleerd. “Het is belangrijk om te erkennen dat er problemen zijn geweest, maar die gebeurden in de begindagen van de exploitatie van schaliegas in Amerika en wij leven niet in Amerika”, zegt Tom. “Dit is Groot-Brittannië, dat een van de meest strenge reguleringen ter wereld heeft.” De Royal Society and Royal Academy of Engineering bekeek het beschikbare bewijsmateriaal en concludeerde dat schaliegas veilig kan worden geëxtraheerd als er een gepaste regelgeving is. Schaliegasextractie is niet zonder risico’s en moet voorzichtig gebeuren, maar de risico’s zijn beheersbaar en vergelijkbaar met andere praktijken.

    12 minuten gelezen Nummer 10
  • KNOWHOW KOMT NAAR BOVEN

    INEOS Upstream zou de nieuwste activiteit van INEOS kunnen worden. Maar voor de mensen achter de nieuwe energieactiviteiten is fracking geen onbekende, on- of offshore. Onshore werkt INEOS met de drie Amerikanen die pionierswerk hebben verricht bij de ontwikkeling van schaliegas in de VS. Dit leidde tot een heropleving van de productie. Offshore hebben ze een team samengesteld dat al jaren veilig boort en frackt naar aardgas. INEOS bouwde bovengronds knowhow op door in zijn 65 productievestigingen om te gaan met brandbare gassen. Dat maakt de onderneming ervan overtuigd dat ze de eerste onderneming in het VK kan worden om de ruime voorraden schaliegas te extraheren dat momenteel honderden meters onder de grond in gesteente vastzit. INEOS wil daarbij ook de perceptie van de publieke opinie veranderen. “We denken dat we de opkomende schaliegasindustrie iets unieks kunnen bieden”, zegt Tom Pickering, Chief Operating Officer van INEOS Shale die jarenlang heeft gewerkt op een olieboorplatform in de Noordzee. Doug Scott is hoofd van de boorafdeling bij INEOS Breagh, een dochteronderneming van INEOS Upstream. “In de voorbije vier jaar zijn we een van de meest actieve exploitanten van fracking in gasvelden in dicht zandsteen in het zuiden van de Noordzee geweest”, zegt hij. “We hebben de techniek gebruikt om het gas er sneller uit te krijgen en toegang te krijgen tot het gas dat vroeger niet rendabel was voor extractie.” Schaliegas is hetzelfde als Noordzeegas. Het gaat telkens om aardgas. Het enige verschil is dat het Noordzeegas wordt geëxtraheerd uit zandsteen dat zich op ongeveer 3 kilometer onder de zeebodem bevindt, en onshore zou INEOS het extraheren uit schalie die zich tot 5 kilometer onder de grond bevindt. Doug en zijn team werkten tot oktober voor DEA. Dat veranderde toen INEOS de Duitse onderneming voor enkele honderden miljoenen dollars kocht en daardoor de verantwoordelijkheid kreeg om de gasbevoorrading te verzekeren voor 1 op de 10 huizen in het VK. INEOS Breagh exploiteert vier platformen in het zuiden van de Noordzee en heeft belangen in 16 exploitatievergunningen. De beslissing van INEOS om te kopen (op een moment dat iedereen leek te verkopen) wordt beschouwd als een baanbrekende stap naar de energiesector. Anderen zagen niets dan problemen door de stijgende kosten en de dalende winsten, maar INEOS zag hier een grote opportuniteit in. Die opportuniteit om een enorme kennis te verwerven – en tegelijk het leven en de efficiëntie van deze platformen te verbeteren zonder in te boeten aan veiligheid – mocht niet worden gemist. Om de activiteiten te laten groeien zal INEOS rekenen op zijn nieuwe team van geologen, geofysici en deskundigen in boorputconstructie die nu werken voor INEOS Breagh. Het nieuwe team werkt goed samen met INEOS Groep omdat zij dezelfde ethos delen. “Veiligheid en efficiëntie zijn heel belangrijk voor ons”, zegt Doug. “De werkzaamheden voor het opstellen en plannen die we uitvoerden voor we onze allereerste boorput frackten, was van essentieel belang voor het succes ervan. Het kan niet worden overschat. De tijd die je besteedt om alles precies juist te hebben, betaalt zichzelf terug tijdens de operationele fase.” Hij zegt dat, dankzij een goede planning en het inspelen op onvoorziene gebeurentenissen, het team goed kon omgaan met de onzekerheden die altijd gepaard gaan met het boren en fracken van boorputten. “Zoals altijd tijdens de operationele fase kreeg veiligheid altijd de voorrang als er een conflict ontstond tussen de operationele vooruitgang en de veiligheid”, zegt hij. Doug vertelt dat veilige en efficiënte werkzaamheden alleen mogelijk zijn als het team competent is en er een efficiënte communicatie is tussen de personen die de booruitrusting, het frackvaartuig en het platform bedienen. “Dat is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat iedereen op het juiste moment doet wat hij moet doen”, zegt hij. Het team van INEOS Breagh heeft ook altijd de gewoonte om te zoeken naar manieren waarop nog efficiënter kan worden gewerkt of gewoon naar nieuwe manieren van werken. Bij INEOS Breagh brachten ze in wezen een filter in de boorput om te voorkomen dat het opvulmiddel (voornamelijk zand) tijdens de gasproductie de oppervlakte bereikt. Dit betekende dat de gefrackte boorput 12 maanden voor er een alternatieve technische oplossing werd gevonden, online kon worden gebracht. “De schermen in de boorputten waren een primeur voor gefrackte boorputten in het Britse continentaal plat in het zuiden van de Noordzee”, zegt Doug. “Maar met deze eenvoudige technologie zijn allerlei kansen mogelijk voor de toekomstige ontwikkelingen van gefrackte gasvelden.” En in Clipper South verkochten ze het gesaneerde gas van de bron in plaats van het te fakkelen. “Dat was ook een primeur voor ons”, zegt Doug. “Het vroeg een enorme inspanning en veel samenwerking binnen de organisatie om de veiligheids- en productiesystemen te integreren, maar hierdoor konden we niet alleen 300 ton CO2 recupereren, maar het zorgde ook voor4,3 miljoen inkomsten uit de verkoop van gas.” De platformen die INEOS erfde als onderdeel van de deal, zijn relatief nieuw, goed beheerd en bestuurd vanop afstand. “Dat maakte hen voor een deel zo aantrekkelijk”, zegt Geir Tuft, CEO van INEOS Breagh. INEOS zet steeds meer stappen in de energiesector en INEOS Shale zal waardevolle lessen kunnen leren van het team bij INEOS Breagh. “We willen ons voordeel halen uit de nieuwe familiebanden in alle gebieden en daarbij middelen en ervaringen delen”, zegt Geir. Sedert de overname is hij bezig aan een stevig plan om de activiteiten efficiënter te maken, vooral gezien de dalende olie- en gasprijzen. Drie jaar geleden kostte een vat olie 110 dollar. Vandaag is die prijs onder de 40 dollar gezakt. “We moeten kunnen omgaan met een verminderde kasstroom om ervoor te zorgen dat de onderneming in alle omstandigheden stabiel blijft”, zegt hij.

    6 minuten gelezen Nummer 10
  • MOUNT EVEREST. INEOS OP HET DAK VAN DE WERELD

    Als je op het dak van de wereld hebt gestaan, is het moeilijk om de voeten terug op de aarde te krijgen. Iemand die dat uit eigen ervaring weet, is Rhys Jones. Hij bedwong Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, op zijn 20e verjaardag. Acht jaar lang had hij van dat moment gedroomd, nadat hij als een 12-jarige scout had geluisterd naar een lezing. Op een bepaalde manier was zijn werk nu af en voelde hij niet meer de aandrang om de berg nogmaals te beklimmen. “Om verschillende redenen was één keer genoeg”, zegt hij. “Maar op een bepaalde manier is het alsof ik die berg nooit ben afgekomen. Als ik mijn ogen sluit, dan kan ik nog elk deel van de klim opnieuw beleven. Het is iets wat ik nooit zal vergeten.” Samen met zijn vrouw Laura heeft Rhys nu zijn eigen bedrijf dat luxe-expedities organiseert. Enkele jaren terug kreeg hij de vraag om een expeditie te leiden naar de ‘death zone’ en naar de top van Mount Everest. “Dat heb ik geweigerd, want op die ervaring kan ik geen bedrag plakken”, zegt hij. “Je moet echt de ontbering en het gevaar willen verdragen en ik weet niet of een cheque voldoende is om mij daarvoor te motiveren.” In 2006 kwam hij echter op de top dankzij een ‘cheque’. “Ik weet niet wat me ertoe bracht om zoveel jaren terug INEOS te benaderen om mij te sponsoren”, zegt hij. “Het was eigenlijk toevallig. Maar ik had zoveel mogelijke sponsors aangeschreven, waaronder Stannah Stairlifts dat me 100 (dollar) gaf.” Hij stond op het punt om het op te geven toen Jim Ratcliffe, de voorzitter van INEOS, erin toestemde om de toen 19-jarige te ontmoeten. Na een gesprek van een uur wandelde Rhys naar buiten met in zijn zak het geld dat hij nog nodig had om de expeditie af te maken... en een vlag van INEOS om op de top te plaatsen. “Zonder de hulp van INEOS was het mij niet gelukt”, zegt hij. “Het was het geld dat ik nog nodig had, maar het betekende veel meer voor mij. Dat Jim in mij geloofde, wakkerde mijn vertrouwen enorm aan en dat is wat mij op de berg moed gaf. Ik herinner me nog levendig dat ik enkele maanden later de laatste stappen naar de top zette en het enige waar ik maar aan kon denken, was dat ik Jim had beloofd om een foto te nemen van de vlag van INEOS op de top.” Rhys keerde terug naar het VK met vertrouwen en een grote vastberadenheid. Maar hij voelde dat er iets ontbrak. “Het was zo lang een doel geweest dat ik het miste om dat doel te hebben”, zegt hij. Hij begon lezingen te geven op diners en evenementen en begon samen te werken met scholen. “Ik voelde dat het belangrijk was om aan kinderen uit te leggen dat ik maar een gewone jongen was toen ik die doelstellingen voor mezelf stelde”, zegt hij. “Ik was geen hoogvlieger. Ik was éénvan de 80 % van de studenten die opdagen op school, het minimum doen om niet in de problemen te raken en opnieuw naar huis gaan. Ik was heel anoniem en kon niet wachten tot het weekend was om te kunnen gaan klimmen. Maar ik slaagde in wat ik wou bereiken omdat ik de juiste aanpak had.” Hij herinnert zich nog hoe verbaasd zijn leraars waren toen hij de Denali beklom, de hoogste top van Noord-Amerika, 12 maanden nadat hij zijn eindexamen had afgelegd. “In een van mijn oude schoolrapporten kreeg ik de raad om aan mijn conditie te werken, zodat ik meer zou genieten van de lessen lichamelijke opvoeding”, zegt hij. “Normaal dus dat zij verbaasd waren.” Hij leidde ook expedities voor reisbureaus en goede doelen. “Het was wel leuk, maar ik vond altijd dat ik mijzelf tekortdeed door te werken voor een tussenpersoon”, zegt hij. Dus stapte hij op en hij richtte zijn eerste onderneming op, RJ7 Expeditions, vanuit een kantoor in Dubai in het Midden-Oosten. Nu is hij terug in het VK en leidt hij een nieuwe onderneming, Monix Adventures. Zijn specialisatie is de begeleiding van mensen naar enkele van de moeilijkst te bereiken plaatsen op de aarde. En voor wie op zoek is naar zulke sensaties, is zijn ervaring van onschatbare waarde. “Ik heb tijdens expedities ook wel tegenslagen gekend”, zegt hij. “In Groenland viel ik in een kloof en brak ik mijn arm. Maar we krijgen allemaal te maken met uitdagingen in ons leven. Als het lastig wordt, dan denk ik eraan dat niets blijft duren, hoe steil, hoe ingewikkeld of hoe moeilijk het ook lijkt.” Hij hoopt dat de vlag van INEOS die hij plaatste tijdens de vijf minuten die hij op 17 mei 2006 doorbracht op de top van de 8.848 m hoge berg ergens ter wereld in een kantoor van INEOS omhoog hangt. “Wie weet kan de vlag iemand anders inspireren om in mijn voetstappen te treden”, zegt hij.

    7 minuten gelezen Nummer 10
  • DEBAT: HEBBEN WE GAS NODIG?

    De energiestrategie in Groot-Brittannië heeft drie grote doelstellingen: de lichten brandende houden, de energierekeningen laag houden en de stap zetten naar een toekomst met schone energie. We moeten voorzien in de behoefte aan energie in het VK met schone en koolstofarme energiebronnen om te blijven strijden tegen de klimaatverandering en om de economie te laten groeien. Maar dat is niet iets wat gewoon van de ene op de andere dag kan veranderen. De stap naar meer hernieuwbare en koolstofarme energiebronnen zal tijd vergen. De stap van steenkool naar gas zou een grote bijdrage leveren tot de vermindering van de koolstofvoetafdruk en is de ‘brug’ die we voor vele toekomstige jaren nodig hebben. De lobby die tegen het fracking gekant is, lijkt te denken dat er een onuitputtelijke voorraad van geld is van de mensen die het opwekken van hernieuwbare energie financieren. Die voorraad is niet onuitputtelijk en ook als dat zo was, dan zouden we nog altijd gas nodig hebben: namelijk als een betrouwbare bron van elektriciteit als de zon niet schijnt of als er geen wind is. Andrea Leadsom, minister van Energie en Klimaatverandering, Britse regering Het nastreven van schaliegas is een nutteloze onderneming als hernieuwbare energiebronnen kunnen bieden wat er nodig is voor een energierevolutie. Dit is vooral waar voor de 1,3 miljard mensen die geen enkele toegang tot elektriciteit hebben en voor alle mensen die ‘zonder aansluiting’ leven en die gedecentraliseerde en plaatselijk toegepaste technologieën nodig hebben. Dit is echter ook waar voor de energiesystemen in het globale noorden. Net als nieuwe steenkool en nieuwe kernenergie is het investeren in onconventioneel gas een ernstige afleiding van broodnodige investeringen in hernieuwbare energie. Uit onderzoek in de VS is gebleken dat de extractie van schaliegas via fracking een grotere totale broeikasgasvoetafdruk zou kunnen hebben dan steenkool. Naast de invloeden op het klimaat is gasextractie de bron van ernstige milieu- en sociale conflicten over de hele wereld. De ontwikkeling van gaspijpleidingen en -infrastructuur stimuleert landverwerving en volgens ons bedreigt dit op vele plaatsen waterbronnen en biodiversiteit. Bovendien denken wij dat er grote risico’s zijn op waterverontreiniging en luchtvervuiling door fracking. Internationale Vrienden van de Aarde Het is zo dat we op lange termijn moeten evolueren naar technologieën met een koolstofafdruk die zo laag als praktisch mogelijk is. De middelen die we hiervoor hebben (afvang en opslag van kooldioxide en technologieën voor hernieuwbare energie) zijn momenteel niet klaar om te voldoen aan de globale vraag naar energie en de behoeften voor armoedeverlichting. Sommige ervan zijn mogelijk nooit rendabel of uitvoerbaar. Als het met toewijding en autoriteit wordt beheerd en gereguleerd heeft schaliegas het potentieel om een deel van de nodige vermindering van CO2 te bieden en ondertussen energie te leveren aan een snel groeiende, maar koolstofarme wereld. Professor Peter Styles, Brits geoloog en professor Toegepaste en Milieugerichte Geofysica aan de Universiteit van Keele Alternatieve energiebronnen kunnen een bevredigend alternatief vormen voor fossiele brandstoffen, als we voldoende inspanningen en kennis aanwenden zoals we hebben gedaan bij het maken van de eerste atoombom. Het meest aanvaardbare alternatief zou waterstoffusie zijn, maar dat bijna-mirakel kan buiten onze mogelijkheden liggen. Misschien ontdekken we dat we het voorlopig met de combinatie van wind, zon, biomassa enzovoort het moeten zien te stellen. Maar of dat tot een succes leidt, kan misschien een inspanning vergen, die reeds een generatie terug is gestart. Wat essentieel is om al dan niet te slagen, is ons besef dat we alles kunnen doen maar dat houdt ook de mogelijkheid tot mislukken in. Alfred W. Crosby, Professor Emeritus Geschiedenis, Geografie en Amerika-studies aan de Universiteit van Texas. De voorbije vier maanden heeft aardgas dat schoner is dan steenkool, het grootste deel van de elektriciteit in Amerika opgewekt. Maar sommigen, waaronder het Amerikaanse Environmental Protection Agency, zijn van mening dat de tijd nu al gekomen is om aardgas te beginnen vervangen door wind- en zonne-energie. Deze hernieuwbare bronnen zijn in volle ontwikkeling, maar vormen wel een heel kleine basis. Bovendien is die ontwikkeling pas mogelijk dankzij miljarden dollars aan subsidies waar de belastingbetaler voor moet opdraaien. Wind- en zonne-energie hebben nog andere problemen: de wind waait niet altijd en de zon schijnt niet altijd. Hernieuwbare energiebronnen hebben dus een reservebron van energie nodig, vooral van aardgas. In plaats van te vertrouwen op de opdrachten van de regering om onze energiesector om te vormen, kunnen we beter de markt zijn gang laten gaan. De enorme goedkope voorraad aardgas in Amerika is het product van innovatie en ondernemerschap. Deze Amerikaanse manier van het aanpakken van problemen heeft een marktcompetitieve oplossing voortgebracht die energiekosten en emissies hebben teruggebracht: die zitten nu op hun laagste niveau van de afgelopen 27 jaar. Geen enkel ander land is in staat geweest om dit Amerikaanse succesverhaal te herhalen. Natuurlijk willen veel voorstanders van hernieuwbare energie graag dat wij de marktprincipes volledig overboord gooien. Als we dat doen, jagen we niet alleen de energieprijzen de hoogte in: we zullen dan ook de innovatie op een lager pitje zetten. Dr. J. Winston Porter, vroegere assistent-bestuurder van de EPA in Washington DC. Nu is hij actief als energie- en milieuconsultant vanuit Savannah, Georgia, VS. Meer dan een jaar lang heeft de Task Force on Shale Gas onderzoek verricht naar de mogelijke positieve en negatieve invloeden van het ontstaan van een schaliegasindustrie in het VK. In december hebben we onze eindaanbevelingen gepubliceerd. We zijn ervan overtuigd dat gas deel moet uitmaken van de Britse energiemix op de korte en middellange termijn. Het is gewoon niet haalbaar om een industrie rond hernieuwbare energie te creëren die op korte tijd kan voldoen aan al onze energiebehoeften. Gas vormt een milieuvriendelijker alternatief voor steenkool. De nadelige invloed op het klimaat van schaliegas is vergelijkbaar met die van conventioneel gas en kleiner dan LNG. Uit alle bewijsmateriaal dat we in het voorbije jaar hebben verzameld, kunnen we maar één duidelijke conclusie trekken: het risico van schaliegas voor het plaatselijke milieu of de volksgezondheid is niet groter dan het risico dat gepaard gaat met vergelijkbare industrieën in de veronderstelling (zoals bij alle industriële werkzaamheden) dat de operatoren de bestpractices volgen. Lord Chris Smith, Voorzitter van de Task Force on Shale Gas = werkgroep rond schaliegas Het International Energy Agency verwacht dat hernieuwbare energiebronnen een steeds groter deel van de internationale energievoorraad zullen leveren, maar fossiele brandstoffen zullen niet meteen verdwijnen. In het centrale scenario van onze belangrijke World Energy Outlook stijgt de globale vraag naar energie tegen 2040 met ongeveer een derde. Hernieuwbare energiebronnen zullen zeker bijdragen tot die stijging, maar aardgas zal dat ook doen: in alle scenario’s van de WEO zorgt gas eigenlijk tenminste voor een vierde voor de wereldwijde energie in 2040. Schaliegas heeft de verschuiving van een deel van de opwekking van elektriciteit van steenkool verhoogd, en samen met hernieuwbare energiebronnen is de verdere ontwikkeling van aardgas van essentieel belang voor een gevarieerde, veilige en duurzame energiebevoorrading in de komende tientallen jaren. Laszlo Varro, Hoofdeconoom, The International Energy Agency = het Internationaal Energiebureau Het Amerikaanse experiment met schaliegas heeft aangetoond dat de juiste middelen en grote boorinspanningen belangrijke hoeveelheden aardgas kunnen produceren. Het heeft echter ook aangetoond dat de productie op korte termijn is gericht (de bronnen zijn snel uitgeput), dat de bronnen erg variëren in kwaliteit (alleen de ‘sweet spots’ zijn rendabel), dat het boren kan leiden tot water- en luchtvervuiling en dat methaanlekken alle klimaatvoordelen van schaliegas ten opzichte van steenkool tenietdoen. Hernieuwbare energiebronnen daarentegen vormen de toekomst van energie, met dalende kosten en een veel kleinere impact op het milieu. Richard Heinberg, Senior Partner, Post Carbon Instituut We willen heel duidelijk zijn: zonnecellen, windturbines en biomassateelten voor de productie van energie, kunnen nooit ook maar een klein deel van de heel betrouwbare, constant werkende kerncentrales, waterkrachtcentrales en centrales op fossiele brandstoffen vervangen. Het is populair om het omgekeerde te beweren, maar dat is ook onverantwoord. We leven in een koolwaterstofarme wereld, brengen te veel CO2 voort en de belangrijkste kansen om waterkracht te benutten, zijn over de hele wereld uitgeput. Tad W. Patzek, voorzitter van de afdeling Petroleum en Geosysteem Engineering aan de Universiteit van Texas in Austin Het Clean Power Plan van President Barack Obama is een regelgeving van het Environmental Protection Agency om de CO2-uitstoot van de Amerikaanse krachtcentrales terug te brengen tot 32 % onder het niveau van 2005. Omdat elke staat zijn eigen energiemix heeft, bepaalt het Clean Power Plan per staat doelstellingen voor reductie en geeft het de flexibiliteit om aan die doelstellingen te voldoen via individuele nalevingsplannen. Ongeacht de manier waarop de staten het plan implementeren, is het duidelijk dat aardgas de meest kostenefficiënte manier is om onze doelstellingen voor een schone energie in de hand te werken en tegelijk ook de economische groei veilig te stellen. Daarom zal aardgas nog vele jaren een essentieel onderdeel blijven van de Amerikaanse productie van energie. De Energy Information Administration meldde overigens dat de koolstofemissies van de energieproductiesector in april op het laagste niveau stond sinds 1988. Het is niet toevallig dat in april voor het eerst in de geschiedenis aardgas de eerste plaats overnam van steenkool als grootste leverancier voor elektriciteit. Amerikaanse Nationale Gas Alliantie

    7 minuten gelezen Nummer 10
  • DE DAGELIJKSE MIJL WINT TERREIN

    De visie van een vroeger schoolhoofd om elk kind in elke Britse school elke dag gewoon voor het plezier een mijl te laten lopen, heeft een nieuwe dimensie aangenomen. Voor een deel is dit te danken aan de GO Run for Fun Foundation. Vier jaar geleden was de basisschool van Elaine Wyllie in het Schotse Stirling de enige Britse school die zich bezighield met wat zij ‘The Daily Mile’ (de dagelijkse mijl) had gedoopt. Haar campagne om een gezondere en fittere generatie voort te brengen, heeft vandaag de formele steun van de Schotse regering: haar loopactiviteit wordt nu ingevoerd in alle Schotse basisscholen. En steeds meer scholen uit alle hoeken van het VK sluiten zich elke dag bij dit initiatief aan. “We willen een nationaal netwerk uitbouwen en via de sociale media weten we dat al honderden scholen er aan meedoen”, aldus Ursula Heath, Group Communications Officer, die ook samenwerkt met de GO Run for Fun Foundation. “Met Elaine en ons GO Run for Fun netwerk proberen we er nu een nationaal programma van te maken”, zegt Ursula. “Het is enorm boeiend om te zien hoe dit groeit en om te weten dat dit de gezondheid en het welzijn van de Britse kinderen voor vele jaren ten goede zal komen.” Elaine is nu met pensioen, maar blijft leerkrachten aansporen om zich achter deze actie te scharen. “Uiteindelijk zijn het de schoolhoofden die het voortouw moeten nemen om The Daily Mile succesvol te maken. Het roemrijke cv van Elaine als leerkracht, en de passie voor haar goede zaak inspireren anderen om het initiatief toe te juichen”, zegt Ursula. Op 17 maart werd The Daily Mile Foundation officieel gelanceerd in de Hallfield Primary School in Westminster, Londen, met de steun van de GO Run for Fun Foundation. “Het is onze droom om elk kind in het VK ooit de kans te geven om elke dag op school te lopen”, zegt Ursula. Op korte termijn hoopt men dat de Britse regering ook de voordelen zal inzien om The Daily Mile op te nemen in het nationale lessenpakket als een manier om het groeiende probleem van obesitas in het VK aan te pakken. Naar verluidt kan een op de drie kinderen in het VK momenteel als te zwaar of zwaarlijvig worden beschouwd. “We denken dat deze campagne een groot verschil kan maken om dat probleem aan te pakken”, zegt Ursula. Neem een kijkje op de website van The Daily Mile: www.thedailymile.co.uk. Volg de campagne ook op Twitter @thedailymile en Facebook www.facebook.com/thedailymileforschools video  

    6 minuten gelezen Nummer 10
  • GROOT SUCCES

    Een wereldwijde campagne om kinderen aan het lopen te krijgen, heeft vaste voet aan de grond gekregen in Amerika. De reacties op de eerste evenementen van GO Run For Fun in Texas vorig jaar waren zo positief dat de organisatie uit het VK een speciaal team heeft opgericht om de loopactiviteiten in de VS te organiseren. Dit jaar hoopt het Amerikaanse team om 10.000 kinderen uit 17 scholen te overtuigen om deel te nemen aan een van de 34 loopactiviteiten in de streek rond Houston. “Dat is ons doel, maar omdat de vraag zo groot is, kunnen het er dit jaar ook makkelijk 20.000 worden”, zegt Kathryn Shuler, Manager van Community Relations and Special Projects bij INEOS Olefins & Polymers USA. “Maar dit zal ons eerste officiële jaar zijn en we moeten ervoor zorgen dat we een kwaliteitsvol programma kunnen brengen zoals iedereen dat verwacht van GO Run for Fun.” Het Amerikaanse team krijgt ook de opdracht om de campagne naar Chicago te brengen, in de buurt van de vestigingen van Styrolution and Technologies van INEOS. Bijna een op de vijf humaniorastudenten in Texas wordt nu als te zwaar beschouwd. Maar GO Run For Fun helpt al om dat probleem aan te pakken. Karla Klyng, onderdirecteur van de Alvin Elementary School in Alvin, Texas, vertelt INEOS dat 155 kinderen – in plaats van de verwachte 65 – lid werden van de naschoolse loopclub Mighty Milers nadat ze vorig jaar deelnamen aan een evenement van GO Run for Fun. “De kinderen zitten vol ongeduld te wachten om dit jaar opnieuw een GO Run for Fun te lopen”, zegt ze. GO Run For Fun werd in het VK opgericht door Jim Ratcliffe, voorzitter van INEOS en zelf een fervent loper. Hij wou met dit initiatief kinderen aansporen om voor het plezier te lopen en tegelijk fit te worden. Het programma zette al zijn eerste stappen in het VK en op het Europese continent: duizenden kinderen hebben al deelgenomen in een van de honderden korteafstand-loopwedstrijden. Amerika, dat zich bewust is van de gewichtsproblemen bij kinderen, volgt nu in dezelfde voetsporen. “Fastfoodrestaurants vermelden op hun menu’s nu het aantal calorieën van elk gerecht en de overheid beseft dat kinderen elke dag 60 minuten moeten bewegen”, zegt Kathryn. Maar voeding is niet het enige probleem waarover de leerkrachten lichamelijke opvoeding in de VS zich zorgen maken. “Zij zeggen dat videospelletjes ook een gevaarlijke afleiding vormen”, zegt Kathryn. Mary Meyer, leerkracht LO op Longfellow Elementary in Alvin, Texas, vertelt aan INEOS: “De kinderen zijn het zo gewend om videospelletjes te spelen dat ze gewoon ergens gaan zitten als ze tijdens de speeltijd naar buiten gaan. Ze weten niet meer wat het is om te rennen en te spelen.” Maar de teams achter wat stilaan het grootste loopinitiatief voor kinderen ter wereld aan het worden is, geloven in het motto ‘waar een wil is, is een weg’. De Amerikaanse campagne heeft al een heleboel inspirerende supporters overtuigd, zoals Bernard Lagat, de kampioen van de 1.000 meter, Wallace Spearman, de Olympische spurter, en Mario Runco, de astronaut die in de jaren negentig deelnam aan drie missies met de spaceshuttle. Vorig jaar woonde Wallace Spearmon, momenteel de zevende snelste man ter wereld, verscheidene evenementen van GO Runfor Fun in Texas bij. Hij vertelt kinderen hoe hij twee keer geen plaatsje had gekregen in de atletiekploeg van zijn middelbare school. “Alleen maar door de aanmoedigingen van mijn vader bleef ik lopen en trainen”, zegt hij. “Het was moeilijk, maar ik bleef werken.” Uiteindelijk bemachtigde hij een plek in de Amerikaanse Olympische ploeg. Om te zorgen dat de Amerikaanse GO Run for Fun campagne een succes op lange termijn blijft, heeft het ook een liefdadigheidsfonds opgericht. Het belangrijkste initiatief van de INEOS ICAN Foundation, een vrijwilligersorganisatie voor fitheid- en gemeenschapsprogramma’s, zal GO Run for Fun zijn, maar de Foundation zal ook het jaarlijkse Amerikaanse golftoernooi van INEOS Olefins & Polymers ondersteunen. Dit golftoernooi wordt georganiseerd door de werknemers, met de bedoeling om geld in te zamelen. De Foundation zal scholen ook beurzen toekennen waarmee ze de opleiding wetenschap, technologie, engineering en wiskunde in de klaslokalen kunnen uitbreiden. De Houston Marathon Foundation biedt al zijn officiële steun, samen met het professionele vrouwenvoetbalteam, de Houston Dash, die deze lente inspirerende ambassadrices stuurde naar de evenementen. “Op die manier kunnen we de kinderen laten zien dat lopen niet alleen een goedkope en leuke bezigheid is op zich, maar dat het ook een onderdeel vormt van zoveel geweldige sporten”, zegt Kathryn. Veel ouders zijn ook enthousiast en werken mee aan de campagne. “Helaas tellen sommige van onze doelscholen niet zoveel vrijwilligers bij de ouders als andere”, zegt Kathryn. “En vele van deze scholen liggen in gebieden waar ouders meer dan één job hebben om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Maar het is echt belangrijk om alle ouders te laten inzien dat goede gewoonten om te bewegen op deze plaatsen moeten worden ondersteund.” Om de boodschap over de voordelen van lopen en beweging voor lichaam en geest te laten doordringen, zal INEOS informatiefolders in het Engels en het Spaans maken. Dit jaar zullen de evenementen worden georganiseerd in 17 openbare lagere scholen in de schooldistricten Alvin, Clear Lake en La Porte. In april vonden al gedurende 9 dagen loopactiviteiten plaats in het schooldistrict Alvin. Maar INEOS kijkt al naar de toekomst: het wil tegen 2017 15.000 kinderen bereiken en tegen 2018 20.000 kinderen. Met de passie die in het team heerst, zou dit geen probleem mogen vormen. “Ik ben heel enthousiast over de kans die ik krijg om kinderen te helpen motiveren om meer te bewegen”, zegt Dennis Seith, CEO van INEOS Olefins & Polymers USA. “Gezonde, actieve kinderen tonen een betere betrokkenheid en hebben meer succes op school”, zegt hij. “Door actief te zijn in de atletiekactiviteiten leren ze ook de waarden van teamwork, verantwoordelijkheid, fair play en inspanningen om het beste van jezelf te geven.” Bernard Lagat, ambassadeur van GO Run for Fun, treedt deze mening van harte bij. “Dankzij het lopen heb ik de fantastische gelegenheid gekregen om de wereld rond te reizen”, zegt hij. “Maar bij deze campagne gaat het om meer dan alleen lopen voor je plezier. Het leert kinderen hoe belangrijk een gezonde levensstijl is.”  video  

    7 minuten gelezen Nummer 10
  • JEUGDCULTUUR

    Niemand kan zich zo sterk achter een goede zaak zetten als INEOS. Het is niet iets wat INEOS zelf verklaart, maar het is wel gevoel dat leeft op het terrein: INEOS doet immers zoveel om een gezonde interesse in sport, vooral bij jongeren, te helpen ontwikkelen. En dat mag om het even welke sport zijn. IJshockey. Voetbal. Rugby. Lopen. En blijkbaar doet INEOS dat in elk land waar het activiteiten ontplooit. De VS, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en België. “INEOS heeft voor een revolutie in onze club gezorgd”, zegt Sacha Weibel, Chief Executive Officer van de Lausanne Hockey Club. “We staan nu in de eerste klasse en behoren tot de top tien clubs van het land.” INEOS benaderde de club in 2010. In dat jaar verhuisde het zijn hoofdkwartier, samen met 80 gezinnen, van het VK naar Rolle in Zwitserland. “Ze wilden zich integreren in de gemeenschap en dat was prachtig”, zegt Sacha. “Hadden maar meer mensen die wens.” Maar het ging niet alleen om financiële ondersteuning. “INEOS wou volledig betrokken zijn”, zegt Sacha. Dus woonde INEOS regelmatig wedstrijden bij in het stadion met 8.000 zitjes, en organiseerde het zijn eigen vriendschappelijke wedstrijden vóórr de officiële wedstrijden van de club. En zijn ze goed? “Neen, ze zijn vreselijk”, zegt hij met de glimlach. “Maar dat valt ook te verwachten. Zodra kinderen kunnen stappen, beginnen ze hier te schaatsen.” IJshockey is de sport die de meeste toeschouwers trekt in Zwitserland en het is een van de moeilijkste sporten om onder de knie te krijgen. Je moet niet alleen goed kunnen schaatsen (en daar moet je al behoorlijk handig voor zijn), maar in wedstrijden moet je ook op hoge snelheid kunnen bewegen, schieten, passes geven en shots tegenhouden. INEOS is dan misschien geen kei op het ijs, maar naast het ijs is de steun van de onderneming van onschatbare waarde gebleken. “Het heeft ons echt geholpen om de hele club te veranderen”, zegt Sacha. In de voorbije vier jaar heeft de club een spectaculaire comeback gemaakt: nu speelt ze in de topklasse van het Zwitserse ijshockey. En elk seizoen wordt de club beter. “Onze samenwerking met INEOS heeft ons echt geïnspireerd”, aldus Sacha. “Hun manier van werken straalt af op ons allemaal.” Natuurlijk is dat niet alles. Als onderneming produceert het ook de ruwe chemische producten waarmee de onderdelen worden gemaakt van hockeyhelmen en –sticks, en waarmee de ijsbanen koud worden gehouden. INEOS is ook een grote supporter van sportclubs waar zijn eigen medewerkers of de kinderen van medewerkers hun vrije tijd doorbrengen, hetzij met trainen, coachen of spelen. “We zijn altijd trots op onze medewerkers die een actieve rol spelen in clubs om andere mensen te helpen”, zegt Dr. Anne-Gret Iturriaga Abarzua, hoofd van de communicatieafdeling van INEOS Keulen. In januari ging de vestiging een partnerschap aan met een van de grootste atletiekclubs van Duitsland. Een deel van zijn werk met ASV Keulen zal de organisatie van de evenementen van GO Run for Fun in juni zijn. De door INEOS geïnspireerde GO Run for Fun is nu een wereldwijde loopcampagne. Meer dan 1000 scholen in Groot-Brittannië, het Europese vasteland en de VS hebben een plezierloop van 2 km georganiseerd dankzij de oorspronkelijke investering van INEOS van 1,5 miljoen pond (€1,9 miljoen, $ 2,5 miljoen). En dat werk – om een gezonde aanpak van beweging en voeding te promoten – gaat door. Anne-Gret zegt dat INEOS talloze sportclubs voor kinderen die dicht bij de vestiging van Keulen liggen, financieel ondersteunt. “INEOS wil graag iedereen ondersteunen die de gemeenschap een handje wil helpen”, zegt ze. Iemand die er in weer en wind steeds bij is, is Bill Faulds, de trainer van de U16-rugbyploeg van het Schotse Falkirk. De Infrastructure Technical Manager van de vestiging van Grangemouth van INEOS werkt al met de club sinds hij een student was in 1985. Drie avonden per week traint hij de jonge spelers. “Het is dankbaar om te zien hoe kinderen hun vaardigheden en vertrouwen opbouwen”, zegt hij. “En INEOS is een grote steun met een jaarlijkse toelage die perfect van pas komt. Dankzij hun steun konden we trainingsmateriaal kopen.” INEOS zal altijd manieren vinden om de mensen te steunen die sport promoten en die begrijpen hoe belangrijk het is voor de ontwikkeling van jongeren. Of zoals de vroegere Amerikaanse president John F. Kennedy het zei: ‘Fysieke fitheid is niet alleen een van de belangrijkste elementen voor een gezond lichaam, het is ook de basis van een dynamische en creatieve intellectuele activiteit.’

    5 minuten gelezen Nummer 10
  • Voor PLAYMOBIL slaat INEOS het beste figuur

    PLAYMOBIL, de grootste speelgoedmaker van Duitsland, zocht hulp bij INEOS. En het werd niet teleurgesteld. De onderneming had een slijtvast, flexibel materiaal nodig voor drie nieuwe speciale figuren: een ijsdraak, een doorzichtige roze robot en een piraat. PLAYMOBIL wist waartoe INEOS in staat was, want ze hebben al jaren met de onderneming samengewerkt. Maar deze keer hadden ze een materiaal nodig dat niet alleen sterk en makkelijk in vorm te brengen, maar ook doorzichtig was. INEOS Styrolution, de wereldleider in styreen, stelde Zylar voor, een van zijn gespecialiseerde chemische producten. De combinatie was perfect. “Het waren strikte vereisten, maar we proberen altijd de juiste oplossing te vinden, wie de klant ook is”, zegt Julia Herzog, Marketing Communications Manager. De figuren van PLAYMOBIL zagen in 1974 het daglicht. Toen waren het er nog maar drie: een bouwvakker met een gestreepte trui, een ridder met een zilveren helm en een indiaan met een veer in zijn haar. Sindsdien liepen er meer dan 4.000 verschillende figuurtjes van de productielijnen in Malta: in totaal werden bijna 3 miljard figuurtjes in kunststof gemaakt. “Zylar wordt steeds populairder als materiaal voor speelgoed”, zegt Peter Rath, Director Sales Construction, Distribution, Compounding & Others, INEOS Styrolution. “Zonder kunststof zouden veel speelgoed- en allerlei soorten sportmateriaal niet bestaan.” Hij zegt dat INEOS zich vereerd voelde om met zo’n beroemde speelgoedmaker samen te werken. Zylar wordt momenteel gebruikt voor medische apparaten, maar we vinden het ook terug in tal van huishoudtoestellen, zoals waterfilters of de waterhouders van koffiemachines.

    1 minuut gelezen Nummer 10
  • INEOS koopt een fabriek aan de Spaanse kust

    INEOS heeft een zwavelzuurfabriek gekocht in een van de belangrijkste logistieke centra in Europa. De verwerving van de fabriek in het Spaanse Bilbao betekent een aanvulling van het bestaande zwavelverbindingsbedrijf van INEOS in Runcorn in het VK en verdubbelt effectief de productiecapaciteit van INEOS. Zwavelzuur is een van de belangrijkste basisverbindingen die de chemische industrie produceert. Het wordt gebruikt om letterlijk honderden samenstellingen te maken die bijna elke industriële sector nodig heeft, zoals meststoffen, detergenten, waterbehandeling en batterijen. “Vroeger was de zwavelzuurconsumptie een maatstaf van het BBP van een land”, zegt Ashley Reed, CEO van INEOS Enterprises. “De vraag was nauw verbonden met de economische gezondheid van een land.” Dat kan vandaag ook nog waar zijn. Vorig jaar was Spanje de op een na snelst groeiende economie in Europa met een groei van het BBP van 3,2 %. Het Internationaal Monetair Fonds is van mening dat het herstel van Spanje zich zal doorzetten. “Dat is goed nieuws voor ons en het zou ons een sterk platform moeten geven voor omzetgroei in de plaatselijke markten”, zegt Ashley. De Spaanse fabriek maakt elk jaar ongeveer 340.000 metrieke ton zwavelzuur. Ze is een van de modernste in Europa en ligt vlak bij de raffinaderij van Bilbao dat het grootste deel van de belangrijkste grondstof van de fabriek, zwavel, levert. “Zwavel is vaak een ongewenst nevenproduct bij de productie van raffinageproducten. Dit is dus een manier om zich ervan te ontdoen”, zegt Ashley. Ongeveer 25 % van de inkomsten van de fabriek komt van de warmtekrachtkoppeling met elektriciteit, die voortkomt uit de verbranding van zwavel in de lucht. De elektriciteitsprijzen behoren tot de hoogste ter wereld en volgens de nieuwe Spaanse wetgeving om de productie van hernieuwbare energie aan te moedigen, zal de Spaanse regering de elektriciteitsprijs voor de onderneming voor de volgende 25 jaar verzekeren. “Dat was een van de redenen waarom INEOS geïnteresseerd was in de fabriek”, zegt Ashley. De fabriek is strategisch gelegen in de haven van Bilbao: een ideale plaats om te exporteren naar de hele wereld. “Binnen een straal van 400 kilometer rond de haven is er geen enkele andere zwavelproducent”, zegt Ashley. “En omdat de transportkosten een belangrijk deel vormen van de prijs van zwavelzuur is de juiste locatie van levensbelang voor het succes van een onderneming in de zwavelsector.”  

    2 minuten gelezen Nummer 10
  • INEOS gaat het alleen doen

    Een joint venture tussen INEOS en Solvay zal later dit jaar eindigen, twee jaar eerder dan gepland. De twee ondernemingen hebben zoveel bereikt sinds ze in juli 2015 INOVYN vormden, dat Solvay erin heeft toegestemd om de controle over deze activiteiten met een waarde van 3,5 miljard euro over te laten aan INEOS. “Dankzij de snelle en efficiënte integratie van zijn teams en activa is INOVYN nu een gezonde en duurzame speler in de wereld van chloorvinyl”, zegt Jean-Pierre Clamadieu, CEO van Solvay. De Belgische onderneming Solvay had altijd de bedoeling om de activiteiten aan INEOS over te laten, maar dat was oorspronkelijk pas gepland voor juli 2018. Jim Ratcliffe, de voorzitter van INEOS, zegt blij te zijn met de vroege exit van Solvay. “Bedrijven die actief zijn op het vlak van chloorvinyl zijn van groot belang voor grote petrochemische bedrijven zoals wij”, zegt hij. “En door deze geplande overname krijgt INOVYN een eigenaar met een langetermijnvisie die stabiliteit biedt voor zijn activiteiten en medewerkers.” De beslissing van de twee ondernemingen in 2015 om hun chloorvinylactiviteiten te combineren, zorgde voor een winnende combinatie. Het pas genoemde INOVYN werd hierdoor een van de top drie pvc-producenten ter wereld en dit betekende dat de onderneming uitstekend geplaatst was om snel te reageren op de veranderende Europese markten. INOVYN, met hoofdkwartier in Londen, stelt 4.300 mensen tewerk in 18 productievestigingen in acht landen. Elk jaar maakt het 40 miljoen ton chemische producten die gebruikt worden in bijna elk aspect van het moderne leven, die zorgen dat de mensen een dak boven hun hoofd hebben, gezond zijn en met elkaar verbonden zijn.

    1 minuut gelezen Nummer 10
  • Onbekend terrein

    Het zijn spannende tijden voor INEOS – zowel aan land als op zee – zo ontdekt INCH tijdens een gesprek met Geir Tuft, CEO van de nieuwe olie- en gasvestiging INEOS Breagh VELEN vragen zich af waarom INEOS zich inlaat met olie en gas. Sommigen fronsen de wenkbrauwen omdat het bedrijf zijn pijlen op de Noordzee richt, terwijl anderen zich er net uit terugtrekken. De onderneming is ervan overtuigd dat ze de frisse wind is waar de olie- en gasindustrie op zit te wachten. Dat ze de verouderende activa (die niet meer winstgevend en ongeschikt zouden zijn) nieuw leven kan inblazen. Die mening is ook Geir Tuft toegedaan. INEOS heeft de man aangetrokken als hoofd van de nieuwe gasbusiness op zee, INEOS Breagh. Die opereert vier boorplatforms in de Noordzee en heeft aandelen in zestien exploratievergunningen. INCH sprak met Geir kort nadat hij als CEO van de nieuwe dochteronderneming van INEOS zijn intrek had genomen in zijn nieuwe kantoor in Londen. “Ik weet niet waar dit avontuur mij of INEOS uiteindelijk zal brengen, maar we kunnen zeker een groot verschil maken in de Noordzee”, aldus Geir. “Voor ons is dit namelijk geen kortlopend project.” In oktober kocht INEOS alle twaalf gasvelden van de Duitse firma DEA, deel van de LetterOne Group, in het Britse Noordzeegebied. De gasvelden liggen dicht bij de activa van INEOS in het noordoosten van Engeland en Schotland. Ze leveren ongeveer 8 % van het gas in het VK, genoeg om 10 % van de woningen te verwarmen. “Dat is niet niks en daar denk ik ook aan als ik ‘s avonds naar huis ga. Wat is het fijn om aan het roer van zo’n schip te staan”, aldus Geir. De Russische miljardair Mikhail Fridman verkocht de gasvelden op vraag van de Britse overheid, uit angst voor sancties tegen Moskou voor de rol van Rusland in Oekraïne. Een paar dagen nadat INEOS had beslist om DEA (VK), waaronder het Clipper South platform over te kopen, heeft Fairfield Energy Holdings Ltd zijn aandeel van 25 % in de Clipper South verkocht. Zo kwam het boorplatform voor 75 % in handen van INEOS. Fairfield wou zich naar eigen zeggen toeleggen op ontmanteling. Maar het is onwaarschijnlijk dat INEOS het hierbij laat en stopt met de aankoop van gasvelden in de Noordzee. “Hoegenaamd alles in de Noordzee is te koop en wij zijn de enige kopers in een zee van verkopers”, aldus Geir. Ook al is dit onbekend terrein voor INEOS, toch voelt de onderneming er zich klaar voor. “INEOS is dan wel een nieuwkomer in de Noordzee, maar ons bedrijf heeft heel wat ervaring met chemische fabrieken die even complex of zelfs complexer zijn dan deze platforms op zee”, licht Geir toe. “Onze belangrijkste aandachtspunten (milieu, gezondheid en veiligheid; betrouwbaarheid; hoge bezetting en competitieve vaste kosten) zijn allemaal aspecten die de mature Noordzeemarkt nodig heeft om de levensduur van de activa te verlengen en om zo veel mogelijk koolwaterstof te ontginnen. We twijfelen er niet aan dat we deze activa betrouwbaarder kunnen maken en investeren daar waar nodig.” De problemen van de Britse olie- en gasbedrijven, die al sinds 1964 in de Noordzee naar olie en gas boren, zijn uitvoerig beschreven. In 2014, waarschuwde Pricewaterhouse Coopers dat er dringend nood was aan een nieuwe visie en nieuwe werkmethodes om de positie van die industrie als wereldwijde olie- en gashub veilig te stellen. “Een meer strategische en geïntegreerde benadering dringt zich op, om het leven van de Noordzee voor alle betrokkenen en de toekomstige generaties te helpen verlengen”, benadrukt Kevin Reynard, Senior Partner bij PwC in Aberdeen. “Als we niet gaan voor verandering, zou het doek weleens heel vroeg kunnen vallen voor het project.” In juni 2015 borrelde dit alles weer op toen de olie- en gasproducenten opnieuw werden aangespoord om het voorbeeld te volgen van de andere Britse industrieën. Ook zij moesten wel veranderen om te overleven. “We kunnen er niet omheen: de exploratie en productie zijn gedaald tegenover de vorige jaren”, geeft Kevin toe. “Ook al gaan alle geplande boringen door, het tempo waarin wordt geboord blijft nu eenmaal te laag om zelfs maar een deeltje van de mogelijke middelen te recupereren. Dat is de harde realiteit.” PwC heeft opgeroepen om de strategie drastisch bij te sturen. “Bedrijven moeten innoveren, samenwerken en hun kosten en prestaties verbeteren”, zo klinkt het. De Britse overheid heeft er ook sinds begin 2014 bij de industrie op aangedrongen om de werkingskosten te beperken, de efficiëntie te verhogen, onaangeroerde reserves te ontginnen en meer te investeren in exploratie. “Onze ervaring is van onschatbare waarde in deze context”, zegt Geir opgetogen. “We hebben een ruime ervaring met de aankoop, de verbetering en het beheer van zogenaamd ‘niet-winstgevende’ activa. Als er één bedrijf dit kan, dan is het INEOS wel.” Er zijn naar schatting nog grondstoffen voor dertig tot veertig jaar productie – of nog ongeveer 24 miljard vaten met olie – maar volgens het Britse Office for Budget Responsibility zouden de olie-inkomsten tegen 2017-2018 met 38 % dalen. Om de dalende Noordzeeproductie tegen het einde van het decennium met 15 % op te krikken, heeft de Britse kanselier George Osborne onlangs voor bijna £ 1,3 miljard aan maatregelen aangekondigd voor de komende vijf jaar. Ook is hij van plan om nieuwe exploratieoperaties gedeeltelijk te financieren om de reserves van de regio te verhogen. De olie- en gasindustrie weet dat ze haar werkingskosten met miljarden moet terugdringen en haar productie-efficiëntie moet opdrijven om de concurrentie de baas te blijven. De hoge werkingskosten van deze activa werden meteen een hot item toen de olieprijzen plots zakten van ongeveer $ 110 per vat naar $ 60, en naar nog geen $ 40 tegen het einde van het jaar (2015). Geir, die de voorbije drie jaar in de vestiging in Grangemouth werkte, ziet 2016 erg opgewekt tegemoet. “Eerst en vooral moeten we inzicht krijgen in deze nieuwe activiteit”, zegt hij. “Enerzijds heb ik het gevoel dat we vaste voet aan de grond hebben, want INEOS heeft al heel wat bereikt. Anderzijds moeten we toch voorzichtig blijven en bijleren, want dit is deels nieuw voor ons. Denk maar aan de exploratie, de ondergrondse lagen, geologie en seismologie.” Tegen eind januari 2016 zal hij een sterk groeiplan voor de activiteiten aan INEOS Capital kunnen voorleggen. Ook de medewerkers – mee overgenomen bij de verkoop van de LetterOne Group – zien de toekomst positief tegemoet. “Na al die onzekerheid voelt iedereen zich vandaag echt opgelucht”, vertelt hij. “We zien alles bijzonder rooskleurig in, want iedereen weet dat we onze nieuwe activa willen benutten en uitbouwen. We gaan ervoor en kijken naar de toekomst.” Dat vindt ook Adrian Coker, Head of Exploration and New Business bij INEOS Breagh. “Eigenlijk hebben we net een verkoopproces van twee jaar achter de rug”, zo luidt het. “Eerst was er LetterOne en dan de doorverkoop aan INEOS ... We zijn dus blij dat we eindelijk vooruit kunnen en opnieuw zoals anders aan de slag kunnen.” Jim Ratcliffe, Chairman van INEOS heeft het team al ontmoet. “Hij gaat in tegen de grote stroom van mensen die de Noordzee verlaten. Maar voor durvers met een sterke ondernemingszin, liggen hier nochtans mooie kansen”, vertelt Adrian. Het managementteam van de vestiging van DEA in het VK heeft heel wat ervaring en blijft dus aan het roer. Ze zullen deze afdeling op dezelfde manier leiden zoals dit bij de andere businesses van INEOS gebeurt. “De hoofdzetel zal vooral van op een afstand toekijken”, benadrukt Jim. “Het managementteam beslist namelijk eigenhandig over het bestuur van de vestiging.” INEOS zet hiermee een gedurfde stap in een nieuwe wereld. Deze onderneming heeft hoe dan ook het potentieel om de activiteiten van INEOS te transformeren zoals de overname van INNOVENE in 2015 dat deed. Alles hangt af van hoe ze zich ontwikkelt. video

    7 minuten gelezen Nummer 9
  • De deal van $ 9 miljard

    De aankoop van gasvelden in de Noordzee is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van INEOS. Maar INEOS maakte eerder al het onmogelijke mogelijk. Het bedrijf zamelde tien jaar geleden bijna $ 9 miljard in voor de aankoop van INNOVENE, de gigantische chemische afdeling van BP. Deze deal veranderde het gezicht van INEOS in één klap. Van een transformatie gesproken! WE schrijven 2005. De wereld vreesde een pandemie van de vogelgriep nadat de ziekte zich al van Azië naar Europa had verspreid. Miljoenen mensen treurden om het overlijden van paus Johannes Paulus II. Saddam Hoessein moest voor de rechter verschijnen. INEOS deed het goed. Het bedrijf had een jaarlijkse omzet van meer dan $ 8 miljard en stelde 7500 mensen te werk in 20 vestigingen over de hele wereld. INEOS Capital had evenwel grotere ambities en zocht interessante investeringen. BP was van plan om zijn gigantische chemische vestiging INNOVENE naar de beurs van New York te brengen. Maar INEOS wist het managementteam te overtuigen om de olefins-, derivaten- en raffineringsafdeling door te verkopen voor $ 9 miljard. De deal was een sprong in het duister, want INEOS had veel sites nog niet eens gezien. Maar deze gedurfde stap heeft INEOS wel gelanceerd als een van de grootste petrochemische bedrijven ter wereld. INNOVENE had 8000 medewerkers en 26 productiesites in Amerika, Canada, het VK, Frankrijk, België, Duitsland en Italië. “INEOS had destijds een opvallend bescheiden profiel, maar werd door deze deal meteen naar de internationale top van de chemische industrie gekatapulteerd”, aldus Patricia Short, een journaliste van het vakblad Chemical & Engineering News. Na de overname haalden de gecombineerde ondernemingen een omzet van meer dan $ 30 miljard. INEOS werd zo het op drie na grootste petrochemische bedrijf van de wereld. Jim Ratcliffe omschrijft de deal – de grootste verkoop ooit door BP – als een “overname die ons bedrijf veranderde”. Zijn bedrijf was van de ene dag op de andere dubbel zo groot geworden. De overname (waaronder ook de raffinaderijen in Lavéra en Grangemouth) vulde de portefeuille van ethyleen- en propyleenderivaten van INEOS verder aan. David Anderson, voorzitter van het consultancybureau Chemical Market Resources Inc uit Houston, herinnert het zich nog goed. “Een klein bedrijfje nam het op tegen de grote jongens”, zegt hij. “David tegen Goliath, zeg maar. Niemand hield er rekening mee dat het misschien zou mislukken. De vraag was vooral of het team van INEOS alle puzzelstukjes in een samenhangend operationeel geheel zou kunnen leggen.” Het had ook verschrikkelijk slecht kunnen aflopen. Maar dat was het geval niet. INEOS was het immers gewend om ongewilde grondstoffenbedrijven van ICI, BASF en BP op de kop te tikken wanneer deze chemiereuzen hun activiteiten herstructureerden. Als er één bedrijf dit kon, dan was het INEOS wel. En INEOS vroeg zich alleen maar af of het de brutowinst (EBITDA) van de overgenomen vestigingen op vijf jaar tijd kon verdubbelen. Deze aanpak waren de toenmalige werknemers van INNOVENE niet gewoon. Bob Sokol, de huidige Chief Financial Officer van C2 Derivatives, had al van INEOS gehoord, maar zag het als een chemisch bedrijfje dat alleen binnen de Europese grenzen dacht. “Ik had in INEOS nooit een onderneming gezien die INNOVENE voor $ 9 miljard zou overnemen”, licht hij toe. Volgens hem wist het personeel van INNOVENE wel dat er veranderingen op til waren. “De onzekerheid onder de werknemers was groot. De onderneming zou eerst naar de beurs gaan, maar werd uiteindelijk overgenomen door een weinig bekend chemiebedrijf met 100 % schuldfinanciering”, aldus Bob. Dennis Seith, de huidige Chief Executive Officer van INEOS O&P USA, maakte deel uit van het managementteam dat BP had uitgekozen om INNOVENE op te richten. “Ik had nog nooit van INEOS gehoord. Die naam klonk de meesten in de VS en bij INNOVENE zeker niet bekend in de oren”, zegt Dennis. Maar het ijltempo van de veranderingen na de overname gaf de werknemers weinig tijd om zich vragen te stellen over de kleine garnaal die zonet een grote vis uit de chemiesector had binnengehaald. “De angst voor het onbekende is altijd een beetje verontrustend, maar we moesten de klus klaren. Het was zo intens dat we niet veel tijd hadden om stil te staan bij alle gebeurtenissen”, gaat hij verder. “Ik herinner mij alleen dat het spannend en eng tegelijk was. We kregen de kans om de bureaucratie weg te werken, ideeën uit te proberen, ondernemend te zijn en onze verantwoordelijkheid te nemen voor het welslagen of mislukken van de activiteiten.” In het kader van de deal erfde INEOS een uitvoerend team van twaalf mensen. Slechts één van hen is binnen het jaar vertrokken. “Dat was ik”, lacht Dennis. “Er schoten maar heel weinig juristen meer over en de verantwoordelijkheid lag in de handen van zij die zich daarvoor openstelden. Veel mensen voelden zich niet goed bij de inkrimping en de beperking van de kosten of de benadering van ondernemende verantwoording in een privébedrijf.” BP was uitgegroeid tot een zeer slome, bureaucratische organisatie met een obsessie voor meervoudige peer reviews. Een onderneming waarin besluiteloosheid hoogtij vierde. Onder INEOS werden de delegaties ingeperkt en op alle niveaus beslissingen genomen. De bedrijfsuitgaven werden teruggedrongen, de kapitaalsuitgaven strenger gecontroleerd. Het personeel moest de kosten met minstens 25 % verlagen. Het management introduceerde stilaan een nieuwe cultuur waarin de werknemers ‘als eigenaar’ moesten handelen en waarbij de kosten en beslissingen mee de toekomst uittekenden. “We raakten gedreven en ontwikkelden de bedrijfsvisie die we ook vandaag nog hebben”, aldus Dennis. Hij was – en is – ervan overtuigd dat de overname het beste is wat hen ooit is overkomen. “BP Chemicals deed het goed, maar was de weg kwijt door de zware matrixaanpak”, zegt hij. “INEOS gaf ons de kans om echt een onderneming te leiden en met zeer getalenteerde mensen naar gezamenlijke doelen toe te werken. Iedere werknemer telt en maakt een verschil. Onze enige beperking was onze eigen creativiteit en de manier waarop we onze middelen rangschikten naargelang van hun prioriteit.” Joe Walton, huidige Business Director van INEOS Oligomers, werkte ook bij BP INNOVENE. “Een aantal van mijn BP-collega’s zaten er erg mee om de zogenaamde stabiliteit van een grote onderneming (BP) in te ruilen voor een bedrijf met een schuldenlast (INEOS)”, gaat hij verder. “Maar als je tien jaar terugkijkt in de tijd en INEOS vergelijkt met BP, dan was er duidelijk geen reden tot paniek.” Bij BP was Joe verantwoordelijk voor de wereldwijde optimalisatie van alleen de LAO- en PAO-activiteiten. Na de overname kreeg hij meer bevoegdheden en de algemene verantwoordelijkheid voor het management, de verkoop en de technologie van INEOS Oligomers. “Veel klanten wilden weten hoe het was om niet langer voor BP maar voor INEOS te werken”, lacht hij. “Ik vertelde hen meestal dat ik als businessmanager bij BP 60 % van mijn tijd bezig was met mijn vestiging en 40 % met het beantwoorden van vragen van de centrale werkgroepen. Dit laatste leverde uiteraard geen toegevoegde waarde op. Bij INEOS spendeer ik daarentegen meer dan 90 % van mijn tijd actief aan het beheer van de vestiging.” Amper een paar weken na de overname richtte INEOS zeven nieuwe activiteiten op: raffinage, olefinen, polyolefinen, olefinen en polymeren in de VS, nitrilen, technologieën en oligomeren. INNOVENE bestond niet langer. Het was nu INEOS Nitriles, INEOS Olefins en INEOS Polyolefins in Europa, INEOS Olefins & Polymers in de VS, INEOS Oligomers, INEOS Refining en INEOS Technologies, allemaal met hun eigen specifieke team. Datzelfde jaar werd Jim door Management Today uitgeroepen tot de beste ondernemer van Groot- Brittannië, vóór Charles Dunstone van Carphone Warehouse en Simon Nixon, oprichter van Moneysupermarket.com. Het vakblad omschreef Ratcliffe als “het antwoord van de chemische industrie op staalmagnaat Lakshmi Mittal”. In de eerste tien jaar heeft INEOS meer dan twintig overnames gedaan. Maar de overname van INNOVENE blijft de deal die het gezicht van INEOS voor altijd heeft veranderd. Als je in een glazen bol zou kijken, zie je wellicht dat de aankoop van de gasvelden in de Noordzee weleens een erg vergelijkbaar effect kan hebben.

    7 minuten gelezen Nummer 9
  • Een vliegende start

    INEOS heeft bewondering voor gemotiveerde zielen, vooral als ze het groots durven te zien Dit project was een mooie kans voor de studenten van het Velocipede Team van de universiteit van Liverpool (VK) om de snelste fiets ter wereld te bouwen. En zo’n kans wou INEOS voor geen geld van de wereld laten schieten. Terwijl de ingenieursstudenten rustig werkten aan hun racefiets – de ARION 1 – maakte INEOS zich klaar om hen en hun ongelooflijke ontwerp naar Amerika over te vliegen voor de World Human Powered Speed Challenge. “Ik wist dat INEOS dit project graag zou steunen, want het was een combinatie van sport, techniek, ondernemerszin en een klein team dat het ondanks zijn beperkte ervaring toch groots zag”, zegt Iain Hogan, CEO van INEOS O&P South. “De studenten hadden voldoende sponsoring om de fiets te ontwerpen en bouwen. Maar omdat ze niet zeker waren van hun recordkansen, wilden ze onze steun eerst niet aanvaarden.” Naarmate de tests op het terrein van Bruntingthorpe vorderden, raakten de zestien studenten (onder wie teamleider Ben, de zoon van Iain), er steeds meer van overtuigd dat ze het wereldrecord van 133,78 km per uur weleens zouden kunnen breken. En dus namen ze de draad met INEOS weer op. De studenten hadden dringend nood aan een bedrijf met de kennis en ervaring om de fiets en het hele team naar het hartje van de Nevadawoestijn en terug te brengen. “Zonder de steun van INEOS was het team niet tot op de wedstrijd geraakt”, zegt Ben.”INEOS zorgde voor de logistieke organisatie om onze enorme transportkist – of zeg maar ‘kleine caravan’ – veilig en wel van Liverpool naar het hart van de woestijn en terug te voeren. Onze transportkist, waarin de fiets en alle instrumenten zaten, moest vooral intact en op tijd aankomen. We hadden dus een bedrijf met kennis van zaken nodig.” David Thompson, Chief Operating Officer bij INEOS Trading & Shipping, werd opgetrommeld om het team te helpen. Zijn team organiseert dagelijks de import en export van materialen van en naar de VS. “Dit had een logistieke nachtmerrie kunnen zijn”, zegt hij. “Maar we wisten precies wat we bij de Amerikaanse en de Europese douanediensten moesten doen om de fiets, alle reserveonderdelen en de onderhoudsapparatuur zo snel mogelijk in de VS en later terug in Europa te krijgen.” Tijdens de tests haalde de ARION 1 – met een omhulsel van koolstofvezel om de lucht gemakkelijker te kunnen doorklieven – snelheden van meer dan 80 km per uur. “De samenstelling met koolstofvezel was ideaal, want je kunt er zowat elke vorm mee maken”, zegt Ben. “En dat hebben we dus gedaan.” De rijder ziet de weg alleen via een kleine camera boven op de capsule, wat het sturen bijzonder moeilijk maakt. “Beeld je eens in dat je een motorfiets moet besturen terwijl je door het schermpje van je gsm kijkt”, gaat Ben verder. “Een beperkt zicht op de buitenwereld en geen ventilatie ... dit kan weleens claustrofobisch gevoel opleveren. Gelukkig zit de rijder er maar zo’n zeven minuten in, dus blijft het draaglijk.” Hoewel de fiets bijna £150.000 kost, is de rit niet bepaald comfortabel te noemen. “Binnenin is er enorm veel lawaai, net alsof je in een straaljager zit”, vertelt Ben. “Alle geluiden van de ketting en de wielen worden weerkaatst in het omhulsel. Daardoor konden we de rijder vaak moeilijk horen via de radio.” De racefiets heeft zes versnellingen die op die van een normale fiets lijken, maar dan veel groter. “De ring van de voorketting had 104 tanden”, aldus Ben. Maar de rijder van de ARION 1 veranderde alleen van versnelling wanneer de fiets hem dat opdroeg. Het team had bijna twee jaar nodig om de fiets zo perfect mogelijk af te stellen. “Het werd een obsessie”, geeft Ben toe. “We hebben zelfs geen zomervakantie genomen. Alle teamleden bleven op de universiteit en werkten zeven dagen per week om hem af te krijgen.” Het wereldkampioenschap voor door de mens aangedreven voertuigen vindt elk jaar plaats op Route 305 – een 8 km lang stuk weg in het hart van de Nevadawoestijn. Teams uit de hele wereld nemen er deel met hun racefiets die ze zelf hebben ontworpen en gebouwd. Snelheid winnen om als eerste de eindstreep te halen, is één ding. Maar vertragen is nog een ander paar mouwen. “Eerst een snelheid van 120 km per uur halen en dan vertragen ... dat is geen lachertje”, legt Ben uit. “Na de eindstreep heb je nog 1,6 km om je fiets tot stilstand te brengen. Aangezien de rijder niet kan afstappen, moet het team de fiets als het ware in de vlucht vastgrijpen. Ook dat vergt enige behendigheid.” Het Britse team heeft het wereldrecord weliswaar niet gehaald, maar de twee rijders hebben wel drie keer het dertien jaar oude nationale record gebroken. Ken Buckley was de eerste die erin slaagde, met 112,17 km per uur. Daarna haalde zijn collega David Collins, een doctoraatsstudent, 113,62 km per uur. Ken trok deze snelheid nog op tot 120,75 km per uur. Daarbij wekte hij trouwens genoeg energie op om een ketel water aan de kook te brengen! “Dat we het Britse record met bijna 13 km per uur verbeterden, is een hele prestatie”, gaat Ben opgetogen verder. Het meest indrukwekkende aan de rit waarin Ken het record brak, is dat hij 120 km per uur haalde amper 15 uur na een lelijke crash. Door een plotse windstoot en een onverwachte bult in het wegdek verloor hij met 88 km per uur de controle over de fiets. “Weer en wind zijn twee grote risico’s”, verduidelijkt Ben. “Tijdens het lange traject kan de wind in totaal verschillende richtingen blazen en de rijder verrassen. Had Ken toen gezegd dat hij wou stoppen, dan hadden we dat begrepen. Maar hij wou en zou het opnieuw proberen.” Zijn vastberadenheid was dan ook een van de doorslaggevende factoren waarom hij uit de talrijke gegadigden werd geselecteerd. De rijders moeten ook liggend een uitstekend evenwicht hebben. “Ze moeten eigenlijk opnieuw leren fietsen, want dit is helemaal anders”, zegt Robert McKenzie, die het project heeft overgenomen nadat Ben is afgestudeerd. De rijders moeten ook over heel wat lef beschikken. “De ruimte in de fiets is krap en donker, wat veel mensen claustrofobisch zou maken. Bovendien zit je vastgebonden en moet je zo snel mogelijk op de pedalen trappen”, zegt hij. Ken kwam gelukkig ongedeerd uit de crash, maar de buitenzijde van het omhulsel en het stuur raakten beschadigd. Het Britse team moest de hele nacht doorwerken, zodat de rijders een nieuwe gooi naar het record konden doen. Hoewel de Britten er niet in slaagden om de Canadezen te kloppen – de medeontwerper en rijder Todd Reichert zorgde met 137,94 km per uur voor een nieuw wereldrecord – hebben ze hun zinnen al op de volgende editie gezet. De ARION 2 zal kleiner, lichter en stabieler zijn. “Bij onze allereerste poging hebben we al het Britse record aan diggelen gereden. Nu willen we het wereldrecord terug naar ons land brengen, dat zou echt ongelooflijk zijn”, besluit Ken. En INEOS zal er weer bij zijn om die tweede poging te ondersteunen. Video

    6 minuten gelezen Nummer 9
  • De uitdaging van het gevaar

    Wat drijft iemand ertoe om de beste van de wereld te willen zijn? INCH sprak met Steve Nash, een elektrisch ingenieur die in de vestiging in het Engelse Runcorn werkt. Jaar na jaar zoekt hij grote hoogtes op DIT was een unieke ervaring. Terwijl Steve Nash met zijn parapente over de 2478 m hoge Nufenenpas in Zwitserland vloog, kwam hij in turbulente ijslucht terecht. “Ik begon zo snel hoogte te verliezen, dat ik dacht dat ik niet meer vastzat aan de parapente”, zegt hij. “Het was alsof ik in een woeste waterval terechtgekomen was.” Terwijl hij met acht meter per seconde richting grond zoefde, moest hij het hoofd koel houden en zijn parapente weer onder controle zien te krijgen. “Gelukkig had ik in mijn opleiding geleerd wat je in zo’n situatie moet doen”, zegt hij. “Toch was ik achteraf ontzettend blij toen ik weer met beide voeten op de grond stond.” Die ervaring – die dodelijke gevolgen had kunnen hebben – weerhield hem er niet van om de volgende dag om 5 uur op te staan en zijn epische tocht door de Alpen verder te zetten. En daar zit het hem nu juist. Dit onderscheidt grote doorzetters van de rest. Of om het te zeggen met de woorden van sir Edmund Hillary, de man die als eerste de Everest bedwong: “Het is niet de berg die we overwinnen, maar onszelf.” Steve nam deel aan een van de zwaarste races ter wereld: de tweejaarlijkse Red Bull X-Alps. Slechts een 32-tal internationale paragliders beschikken over de durf en de fysieke conditie om mee te doen. Stortregens, turbulentie, stormweer, hevige wind, sneeuwstormen en vriestemperaturen zijn hun grootste tegenstanders wanneer ze stappen, lopen en vliegen van Salzburg (Oostenrijk) naar Monaco via Duitsland, Italië, Zwitserland en Frankrijk. Er wordt geen precieze route opgelegd. De atleten moeten voorbij tien controlepunten, meestal iconische bergtoppen. Maar ze beslissen zelf hoe ze daar geraken. De winnaar dit jaar was de Zwitserse paraglidinglegende Christian Maurer: hij landde 8 dagen, 4 uur en 37 minuten na zijn vertrek vanaf het Mozartplein (Salzburg) in Monaco. Hij mocht deze trofee al voor de vierde keer in ontvangst nemen. Achtenveertig uur later was de race officieel ten einde, ook al was Steve (de enige Brit en met zijn 52 jaar de oudste deelnemer) amper 178 km van de finish verwijderd. “Het was een unieke kans om mezelf te meten met de allerbeste vliegers van de wereld”, is zijn commentaar. Nadat hij in oktober 2014 was geselecteerd, vroeg Steve advies aan fitnessexperts, voedingsdeskundigen en voormalige deelnemers aan de race. “Iedereen die meedoet, ongeacht op welk niveau, wil zijn allerbeste beentje voorzetten”, vertelt hij. Maar een voorliefde voor bergen en hoogtes volstaat niet. “Het echte gevaar is het weer”, aldus Steve. “Ruwe turbulentie door thermiek kan de stoffen vleugels doen scheuren. De gigantische cumulonimbuswolken zijn zo gevaarlijk dat passagiersvliegtuigen ze steevast mijden.” Wat de deelnemers anders maakt? Ze zijn in staat om te vliegen in omstandigheden die de meeste paragliders totaal onveilig zouden vinden. “De echte topvliegers zijn zo bedreven dat ze zelfs de meest ongunstige weersomstandigheden trotseren en in hun voordeel benutten”, aldus Steve. “En dat telt, want deze race win of verlies je in de lucht.” Steve nam vier jaar geleden al eens deel, maar werd gediskwalificeerd nadat hij acht meter in verboden luchtruim rond de luchthaven van Locarno had gevlogen. “Ik had nooit eerder in verboden gebied gevlogen. Maar wanneer je fysiek en mentaal tot het uiterste gaat, denk je soms niet helemaal helder meer na”, gaat hij verder. Dit jaar wou hij die fout niet meer maken. En dat is hem gelukt. Op een goede dag schoot hij letterlijk vooruit en legde hij meer dan 130 km in de lucht en 70 km te voet af. Op een slechte dag moest hij stappen of lopen met een rugzak 9 kg op de rug. “De slechtste dag om te vliegen was toen we uit Zermatt vertrokken. De omstandigheden waren heel moeilijk, met harde wind die me letterlijk naar de verkeerde kant duwde, weg van de finish”, herinnert hij zich. De Red Bull X-Alps eist zijn tol van je lichaam, want het slaapgebrek leidt tot zware vermoeidheid. “Ze vroegen mij eens wat ik wou eten en ik kon daar niet eens een antwoord op verzinnen”, vertelt hij. Hij verloor zowat 5 % van zijn lichaamsgewicht, ook al kreeg hij per dag 4500 calorieën binnen. De deelnemers mogen stappen tussen 5 en 22.30 uur. Vliegen mag tussen 6 en 21 uur. “Ik stond vaak al om 6 uur boven op een heel hoge bergtop, klaar om uit te vliegen”, merkt hij op. Een van de unieke aspecten van de race is dat de toeschouwers elke beweging van de atleten online kunnen volgen. Dus ook toen Steve ergens in een tuin dicht bij de Zwitsers-Franse grens landde. “De eigenaar kwam zijn chalet uit om te zien of ik in orde was en iets te drinken wou”, weet hij nog. Steve begon in 1990 met paragliding in Noord-Wales, waar de hoogste piek amper 1085 m hoog is. “Paragliding staat voor mij synoniem met vrijheid”, zegt hij. “Je kunt meer dan 100 km afleggen zonder dat je enig idee hebt waar je zult landen of hoe je terug naar je vertrekpunt geraakt.” Hij houdt zijn conditie op peil door bijna elke dag naar het werk (Runcorn) te lopen of te fietsen. Als werkgever begreep INEOS zijn passie. Steve kreeg onbetaald verlof, zodat hij in de winter kon gaan trainen in Brazilië en twee maanden in de Alpen kon doorbrengen om zich ten volle op de race voor te bereiden. “Niet veel werkgevers zouden zich zo flexibel opstellen”, geeft hij toe. “Maar INEOS gelooft dat een goede fysieke conditie voor iedereen goed is, want zo lopen de werknemers minder risico om ziek te worden.” En wil hij in 2017 weer meedoen? “Zeker en vast!”, antwoordt hij. “Deze race spreekt tot de verbeelding van iedere vlieger die er ooit van heeft gedroomd om een adembenemende bergketen zoals de Alpen over te steken. Je kunt dit gewoon met geen enkele andere uithoudingsrace vergelijken.Ik heb het nu twee keer geprobeerd en deze keer was ik er bijna. Derde keer, goede keer, denk ik dan!” video www.redbullxalps.com www.redbullxalps.com/athletes/profile/steve-nash

    6 minuten gelezen Nummer 9
  • INEOS krijgt een licentie om naar schaliegas te zoeken in het vk

    INEOS is tegenwoordig de grootste speler in de Britse schaliegassector. Het gaat dus snel voor een bedrijf dat pas in 2014 het verkenningswerk startte en nu al toestemming van de Britse overheid heeft om gigantische lagen van Engeland te exploreren De aankondiging van het ministerie van Energie en Klimaatverandering betekent dat INEOS nu licenties heeft om meer dan 400.000 hectare aan potentiële schaliegasreserves te verkennen. “We zijn voortaan de grootste speler in de Britse schaliegassector en hebben duidelijk een reputatie van veilige partner opgebouwd”, aldus Gary Haywood, CEO van INEOS Shale. Groot-Brittannië is vandaag een van de duurste plaatsen ter wereld om petrochemische producten te maken. Maar INEOS gelooft dat de inlandse schaliegasproductie een revolutie kan ontketenen in de Britse industrie, het VK voor het eerst in jaren energiezekerheid kan bieden en duizenden jobs kan opleveren. “We hebben met onze eigen ogen gezien wat dit voor de Amerikaanse economie heeft gedaan”, zegt Gary. “Schaliegas is een unieke kans die het VK niet links mag laten liggen. De oliewinning uit de Noordzee heeft het VK veel rijkdom opgebracht en nu kan schaliegas hetzelfde doen.” De meeste van de 21 licenties– die INEOS in december heeft gekregen – zijn voor plaatsen met een mijnbouw- of industrieel verleden. Sommige gebieden liggen dicht bij de vestigingen van Runcorn, Hull en Newton Aycliffe. “We zijn heel blij dat de Britse overheid vastberaden is om verder te gaan in deze boeiende, nieuwe sector”, zegt INEOS voorzitter Jim Ratcliffe. INEOS Shale is de vestiging van INEOS voor de exploratie en productie van olie en gas op het land. De vestiging zette haar eerste stappen in de schaliegasexploratie in augustus 2014 met de aankoop van een aandeel in de licentie voor petroleumexploratie en -ontginning van Dart Energy. Sindsdien is de vestiging snel gegroeid. In maart 2015 sloot INEOS Shale een overeenkomst met IGas, waardoor de onderneming toegang kreeg tot iets meer dan 100.000 hectare aan potentiële schaliegasreserves in Schotland. Al snel volgde de goedkeuring van de regering om op zoek te gaan naar schaliegas in delen van de East Midlands. Maar de recentste aankondiging – de toekenning van 21 bijkomende licenties – was het beste nieuws voor het INEOS team. “Dit hoge aantal licenties sterkt ons in onze overtuiging dat we het meest geschikte bedrijf zijn om schaliegas te ontginnen in het VK”, gaat Gary verder. “Schaliegas is voor ons geen kwestie van speculeren op korte termijn. Wel willen we onze productiebasis veiligstellen, want die zorgt voor duizenden jobs op de plaatselijke arbeidsmarkt, vooral in het noorden van Engeland en in Schotland.” Maar de beslissing van INEOS om de exploratie van schaliegas in het VK verder te zetten, heeft zoals verwacht ook kwaad bloed gezet bij milieuactivisten en protestgroepen. Tegenstanders van fracking beweren dat het gevaarlijk en ontwrichtend is, aardbevingen teweegbrengt en het drinkwater en de lucht verontreinigt. Voorstanders zeggen dat – als het proces goed wordt uitgevoerd – het veilig is, landen een waardevolle binnenlandse grondstof biedt, banen schept en de productie-industrie ondersteunt. Als vervangmiddel voor steenkool helpt het bovendien om de uitstoot van koolstof terug te dringen. Dat laatste stoot namelijk tweemaal zo veel CO2 uit als gas. Eerder in 2015 sprak INEOS met de plaatselijke bewoners om de feiten rond de ontginning van schaliegas toe te lichten en een antwoord te geven op de vragen van mensen uit de Schotse gemeenschappen die in een van onze licentiezones wonen of werken. “Er zal altijd een harde kern zijn die op filosofische gronden tegen de ontginning van fossiele brandstoffen gekant is. Ook al is de koolstofvoetafdruk van schaliegas maar half zo groot als die van steenkool”, legt Gary uit. “Maar veel plaatselijke bewoners vrezen de schaliegasontginning om andere, plaatselijk gebonden redenen. Net die mensen wil INEOS spreken om ze gerust te stellen over de effecten van deze activiteit. De meeste mensen zijn volgens ons wel ruimdenkend, maar willen gewoon meer informatie.” Hij gaat verder: “Het is essentieel dat we die mensen kunnen geruststellen dat de industrie verantwoord tewerk zal gaan en geen schade zal berokkenen aan het milieu of hun levenswijze. We moeten ook aantonen waarom de ontginning van schaliegas gunstig is voor de gemeenschappen en voor het land.” INEOS verbindt zich ertoe om grondig te overleggen met alle lokale gemeenschappen. Bovendien gaat het bedrijf 6 % van de inkomsten delen met de huiseigenaars, landeigenaars en gemeenschappen in de buurt van zijn schaliegasbronnen.* “We zijn ervan overtuigd dat de gemeenschappen in de winst moeten delen. Alleen zo kan de ontginning een succes worden”, vertelt Jim. Vandaag staan de experts en pioniers die de leiding hadden over de eerste commerciële ontginning van schaliegas in de VS (de Barnett Shale) volledig ter beschikking van INEOS in Europa. Petroleumingenieur Nick Steinsberger en geologen Kent Bowker en Dan Steward hebben meer dan twintig jaar ervaring in de sector. “Ze hebben duizenden schaliebronnen aangeboord zonder noemenswaardige problemen en adviseren INEOS hoe we de grote Britse reserves het best kunnen ontginnen”, legt Gary uit. In tegenstelling tot veel andere exploratiebedrijven kan INEOS schaliegas als grondstof én als energiebron gebruiken. Dat betekent dat schaliegas ook jarenlang zou kunnen bijdragen tot de competitiviteit van de productiesites van INEOS in het VK. *4 % aan huis- en landeigenaars die net boven de bronnen zitten en 2 % aan de gemeenschappen in de ruimere omgeving.

    5 minuten gelezen Nummer 9
  • Een ijzeren will

    Abraham Lincoln zei dat als je het karakter van een mens wou testen, je hem macht moest geven Sport is een al even goede maatstaf. INCH ontdekte dat je op weg naar een kampioenenstatus heel wat moet opofferen. Of dat denken buitenstanders toch. De Amerikaan Bart Connor, een van de grootste gymnasten die ooit aan de Olympische Spelen deelnamen, zag alles wat hij deed nooit als een opoffering. “Het is gewoon een kwestie van keuzes maken”, zegt hij. “Ik had nooit het gevoel dat ik iets miste, alleen dat ik ervoor koos iets anders te doen.” Josh Davis schreef op de OS van Atlanta in 1996 geschiedenis toen hij drie gouden medailles won, iets wat geen enkele man uit welk land en van welke discipline ook hem had voorgedaan. De olympisch kampioen heeft naar eigen zeggen maar één ding opgegeven: middelmatigheid. Eleanor Haresign, dochter van Cliff Haresign van INEOS, begrijpt zijn instelling maar al te goed. Ze won haar eerste irondistancewedstrijd – 1,9 km zwemmen, 90 km fietsen en 21 km lopen – al bij haar tweede poging, op 35-jarige leeftijd. “Wat voor sommigen een opoffering lijkt, is dat niet voor iedereen”, zegt ze. “Het betekent heel vaak vroeg opstaan, vroeg gaan slapen, een beperkt sociaal leven hebben, je zorgen maken om een verkoudheid, uitgeput zijn en je asociaal voelen. Maar het gevoel van de overwinning of van een goede prestatie maakt alles de moeite waard en geeft zin in meer.” Kortom: je moet de beste willen zijn. “Je moet jezelf afvragen hoe hevig je iets wilt, want ook professionele atleten hebben soms pijn”, zegt ze. “Maar veel mensen hebben geen keuze en lijden pijn zonder er iets te kunnen aan doen. Vaak helpt het om dat voor ogen te houden. Ik heb geluk. Ik kan tot het uiterste gaan tijdens een wedstrijd, de pijn aanvaarden en de grenzen van het mogelijke verleggen.” Maar ze voegt eraan toe dat willen alleen niet volstaat. “Om de beste te worden, kun je niet om een aantal zaken heen. En niet iedereen is bereid om de nodige inspanningen te leveren. Je moet fysiek uitblinken, maar fysieke kracht alleen volstaat niet om een winnaar te zijn. Je moet diep in je mentale reserves graven om de fysiologische ‘symptomen’ (vermoeidheid of pijn) te omzeilen.” Om de besten te verslaan, moet je doelgerichter, fitter, beter georganiseerd en beter voorbereid zijn. De vereiste ingrediënten: wilskracht, vastberadenheid, discipline, toewijding en focus. Als je ook deeltijds moet werken om de eindjes aan elkaar te knopen, zoals Eleanor, moet je bovendien je tijd efficiënt kunnen indelen. “Soms vragen mensen mij hoe ik erin slaag om mijn werk, privéleven en trainingen te combineren. Ze klagen dan dat ze niet genoeg tijd hebben om te sporten, maar dat geloof ik niet”, zegt Eleanor, een milieuconsultant. “Je moet het gewoon inplannen. Wat professionele sportlui van recreatieve sportbeoefenaars onderscheidt? Naast talent is dat de bereidheid om sport in te passen in elk aspect van hun leven. De training is er maar één van. Er zijn ook de voedingskeuzes, de zorg om je immuunsysteem, genoeg slapen, genoeg stretchen ... Ook alles wat je buiten de training doet, moet je afwegen: hoe helpt dit mij om sportieve successen te boeken?” Eleanors volgende doel is zich kwalificeren voor het wereldkampioenschap Ironman in Hawaï in 2016. Ze moet hiervoor de komende tien maanden drie volledige en twee halve Ironman-wedstrijden doen, wil ze genoeg punten hebben om in de top 35 van de wereld te staan. De Ironman, de meest iconische triatlonwedstrijd ter wereld, is een uitdaging voor de besten van de besten. In totaal zullen zowat 3000 atleten van over de hele wereld 3,86 km zwemmen, 180 km fietsen en een marathon van 42 km lopen ... zonder rustpauze. Eleanors vader Cliff zegt dat hij en zijn vrouw Carolyn al het mogelijke zullen doen om hun dochter van langs de zijlijn te steunen. “Toen Eleanor podiumplaatsen begon te halen, beseften we stilaan dat dit voor haar diepe ernst was”, vertelt hij. “Niemand neemt deze wedstrijden licht op. Alleen nog maar de finish halen vraagt heel veel mentale kracht. Ik kan me nauwelijks inbeelden hoe sterk je moet zijn om te winnen!” Dat weet Eleanor. Haar eerste triatlon legde ze af op een mountainbike met bagagedrager in de omgeving van St. Andrews in Schotland. Nu staat ze als een professionele triatleet aan de start. “Triatlon vergt evenveel mentale weerstand als fysieke kracht, maar dat is wat me telkens weer doet meedoen”, zegt ze. “Maar hoewel Ironman-wedstrijden lichamelijk veel eisen, word je je ook bijzonder bewust van wat je kunt doen met het oog op een gezonde levensstijl. Je kunt je lichaam gewoon niet vragen te presteren als je niet op je voeding, je slaap en je immuunsysteem let.” Ondanks de bikkelharde strijd om de titel, heerst er onder de atleten veel kameraadschap. Ze waarderen en respecteren elkaar oprecht. “Tijdens de race ontdek je enkele heel bijzondere trekjes van de menselijke geest”, besluit Eleanor. Charlie gaat een stapje verder DAT een Ironman-wedstrijd heelzwaar kan zijn, weet de INEOS GO Run For Fun ambassadrice Charlie Webster maar al te goed. De Britse televisiefiguur en sportcommentator werkte haar eerste volledige Ironman-triatlon – de Ironman UK – af in 6 uur, 20 minuten en 21 seconden. “Vergeet niet dat ik twee jaar geleden nog niet kon zwemmen en ik pas vorig jaar mijn eerste fiets had. Ik ben dus echt in de wolken”, zei ze na 3,86 km zwemmen, 180 km fietsen en 42 km lopen. “Het weer zat me langs alle kanten tegen”, vertelde ze. “Er stond een harde wind, het regende en het was koud. Maar de steun was fenomenaal. Ik had te doen met de fantastische toeschouwers, die drijfnat werden.”

    6 minuten gelezen Nummer 9
  • Wereldwijde campagne maakt furore

    GO Run For Fun haalt zijn streefcijfer zes maanden vóór de deadline! De initiatiefnemers van de wereldwijde loopcampagne hadden gehoopt dat de honderduizendste atleet in juli 2016 de eindstreep zou halen op een GO Run For Fun in het VK. Maar Jack Ryan werd de hoofdrolspeler in dit verhaal, toen hij met zowat 1000 lopertjes van 23 basisscholen deelnam aan de door INEOS geïnspireerde fun run op de piste van Wavertree Athletics in Liverpool. Wie er ook bij was om Jack – en de andere kinderen – aan te moedigen, was de wereldkampioen sprinten Richard Kilty. “Ik ben al naar zes van deze evenementen geweest, een beetje overal in het land. Het is prachtig hoe de campagne blijft groeien en hoe het enthousiasme toeneemt”, zegt hij. “Dit is een belangrijke dag voor GO Run For Fun.” Go Run For Fun in cijfers 189 evenementen in het VK, op het Europese vasteland en in de VS 106.288 lopers haalden de eindstreep 1.061 scholen namen deel aan de campagne 74 sportambassadeurs, zoals Colin Jackson en Tanni Grey-Thompson, hebben de campagne ondersteund 2.443 vrijwilligers engageerden zich om de kleine kinderen te helpen aanmoedigen

    1 minuut gelezen Nummer 9
  • Visionaire benadering

    Wat doe je wanneer je aan het einde van de weg bent gekomen? Of in het geval van INEOS: wanneer je je doel zes maanden eerder dan gepland hebt bereikt? Je legt nieuwe doelen vast  INEOS – geïnspireerd door het succes van zijn wereldwijde loopcampagne GO Run For Fun – breidt zijn horizonten nu uit om een generatie van gezonde kinderen te helpen grootbrengen. Zo vormde de campagne een perfect instrument in de visie van voormalig schoolhoofd Elaine Wyllie om ieder kind op elke school dagelijks te doen lopen en obesitas bij kinderen te helpen bestrijden. Het bedrijf gaat een educatief programma rond zijn bekroonde Dart-cartoons op poten zetten om kinderen het belang van gezonde voeding en beweging bij te brengen. Op haar basisschool in het Schotse Stirling legde Elaine de revolutionaire basis van wat nu als ‘The Daily Mile’ (de dagelijkse mijl) bekendstaat. De afgelopen drie jaar heeft ieder kind in de school elke dag een mijl gestapt of gelopen – puur voor het plezier. “Het lopen is de beloning”, zegt ze. In het begin zullen INEOS en Elaine zich toespitsen op het VK, waar één op de drie kinderen vandaag als zwaarlijvig of obees wordt beschouwd. Maar uiteindelijk hopen ze een wereldwijde impact te hebben. “Elaines passie, gedrevenheid en enthousiasme voor deze zaak werken echt aanstekelijk”, vindt Ian Fyfe, HR Director bij de INEOS Group. Hij ontmoette haar vorige zomer op het hoofdevenement van GO Run For Fun in het Olympic Park in Londen. De meeste van de bijna tweehonderd GO Run For Fun evenementen tot dusver georganiseerd vonden plaats in het VK, op het Europese vasteland en in de VS. Het zijn heel ludieke dagen in een feestelijke sfeer, in aanwezigheid van grote namen die de kinderen inspireren. “De Daily Mile is een soort dagelijks GO Run For Fun evenement op school”, aldus Ian. Maar het doel – en de gunstige effecten op de gezondheid en het zelfvertrouwen van de kinderen – zijn gelijk. “We hebben allebei bij de kinderen een zaadje geplant om hen te doen inzien hoe leuk het is om actief en in de buitenlucht te zijn, te bewegen en fitter en sportiever te worden”, besluit hij. Elaine is met pensioen en staat niet meer aan het hoofd van de St. Ninians School. Daar voerde ze haar schema – geniaal in zijn eenvoud – in nadat ze gehoord dat de leerlingen al uitgeput waren na de opwarming voor hun wekelijkse les lichamelijke opvoeding. Maar haar taak is nog lang niet volbracht. Het GO Run For Fun team hield onlangs een debat in het Queen Elizabeth Olympic Park rond de vraag wat er in het VK moet gebeuren om de steeds erger wordende obesitascrisis bij kinderen tegen te gaan. Elaine was een van de vier panelleden die televisiefiguur Charlie Webster, sportcommentator en ambassadrice van GO Run For Fun, voorstelde aan een publiek van journalisten en gasten. “We moeten kinderen van jongs af aan de juiste inzichten over een goede conditie en een gezonde voeding bijbrengen”, vindt een ander panellid, dr. Paul Sacher. Hij hielp INEOS bij een educatieve film voor kinderen. “Als we die kans missen, hebben we onze taak als ouders, leerkracht en maatschappij niet volbracht.” In het panel zaten ook de INEOS GO Run For Fun Director Leen Heemskerk en ‘Marathon Man’ Rob Young. De vier panelleden zijn het erover eens dat de lesroosters op de Britse scholen moeten veranderen en dat beweging vanaf de basisschool even belangrijk moet zijn als wiskunde en Engels. “We zitten met een groot probleem”, zegt Paul. “Overgewicht lijkt vandaag de normaalste zaak van de wereld.” Maar dat is niet het geval in de vroegere school van Elaine, waar geen enkele van de 420 leerlingen zwaarlijvig is. “Ze zien er slank uit en bruisen van energie”, vertelt ze. “En ze letten ook beter op in de andere lessen.” Maar ze legde aan het panel uit dat de school niet altijd een toonbeeld van gezonde kinderen is geweest. Toen ze in 2012 hoorde hoe slecht het gesteld was met de conditie van de kinderen, liet ze een klas rondjes lopen op het sportveld van de school. De meeste kinderen konden amper één rondje lopen. Vier weken later – na de invoering van de Daily Mile – konden ze het rondje allemaal in één keer uitlopen. “Ik wist dat het hun conditie ten goede zou komen”, zegt ze. “Maar daar bleef het niet bij. De kinderen straalden, waren minder prikkelbaar, gedroegen zich beter en leken gelukkiger. Het verbeterde hun mentale en fysieke welzijn zozeer dat onze kinderen het nu normaal vinden om te lopen.” Op de St. Niniansschool wordt er geen tijd verspild aan loopoutfits. De kinderen lopen 15 minuten met de kleren die ze in de klas dragen en gaan dan weer aan het werk. “Het kost niets en de kinderen zijn er dol op”, verzekert Eleanor. “Passie, dat heb je nodig. Geen dure infrastructuur.” De GO Run For Fun stichting ziet de dingen hetzelfde. INEOS lanceerde deze campagne in september 2013. Verspreid over drie jaar zet het bedrijf £1,5 miljoen in om kinderen aan te moedigen om te lopen ... gewoon voor de fun! Voorzitter Jim Ratcliffe, zelf een fervente loper, hoopte dat honderdduizend kinderen tegen het einde van juli 2016 aan een van de honderd geplande evenementen in het VK zouden hebben deelgenomen. Vandaag staat de teller al op 188 evenementen – niet alleen in het VK, maar ook op het Europese vasteland en in Texas (VS). De honderdduizendste loper haalde over de eindstreep op de piste van Wavertree Athletics in Liverpool (november) – dus zes maanden eerder dan verwacht! “We zijn verrast door de wereldwijde respons”, vertelt campagneleider John Mayock, drievoudig olympisch finalist en medaillewinnaar op de Commonwealth Games. “De vooruitgang is werkelijk fantastisch.” En die opwaartse beweging krijgt zeker een vervolg, want INEOS en zijn nieuwe partners blijven een tegengif zoeken tegen de moderne ziekten van vandaag.

    5 minuten gelezen Nummer 9
  • Een nieuwe horizon

    Nieuwe kansen dienen zich vaak aan wanneer je ze het minst verwacht. Het geheim is klaar te staan, want INEOS beseft maar al te goed dat het weleens op een nieuwe goudmijn zou kunnen zitte Eerst moet het bedrijf de EU wel overtuigen om een deel van de €80 miljard die ze onlangs heeft opzijgezet voor onderzoek en innovatie op wereldniveau, in zijn ideeën te investeren. “Dit is een fantastische kans voor ons, want de plannen van de EU passen bij veel dingen die wij nu al doen”, aldus Greet Van Eetvelde. Ze staat in voor het beheer van het Carbon & Energy Network van INEOS en voert het team aan dat zich bezighoudt met kwesties rond onderzoek en innovatie. “We moeten gewoon onze zichtbaarheid en onze betrokkenheid verhogen, want voor dit soort zaken is er veel publieke steun. Tegenwoordig kunnen deze organisaties een project in de industrie volledig financieren, wat een fantastische motivatie is om samen te werken.” INCH sprak met Greet nadat de EU haar jongste financiering in het kader van het Horizon 2020 project had aangekondigd, haar grootste programma ooit om onderzoek en innovatie aan te moedigen. “Met deze investering wil men de chemische industrie een nieuw elan geven”, zegt ze. De industrie speelt een centrale rol in de Europese economie. Ze is goed voor een jaarlijkse omzet van €7 triljoen en 30 miljoen rechtstreekse jobs. Maar de afgelopen jaren had Europa het door de stijgende energiekosten en de strenge wetgeving steeds moeilijker om competitief te blijven op wereldniveau. Veel bedrijven hadden het niet gemakkelijk en dus werd er flink gesnoeid in veel onderzoeks- en innovatiebudgetten. Carlos Moedas, eurocommissaris voor Onderzoek, Wetenschap en Innovatie, zegt dat de EU iets moest doen om de concurrentiekracht van Europa te versterken. “Onderzoek en innovatie zijn de drijvende krachten achter de vooruitgang van Europa. Ze zijn cruciaal als we willen inspelen op de nieuwe, dringende uitdagingen: immigratie, de klimaatverandering, schone energie en gezonde maatschappijen”, verklaarde hij. Horizon 2020 werd gelanceerd op 1 januari 2014. Gespreid over zeven jaar gaat de EU via dit programma €77 miljard investeren om de economische concurrentiekracht van Europa te verstevigen en de grenzen van de menselijke kennis te verleggen. Met dit onderzoeksbudget wil de EU hoofdzakelijk het dagelijkse leven verbeteren op gebieden zoals gezondheid, milieu, transport, voedsel en energie. Het wil het voor de overheids- en privésector ook gemakkelijker maken om samen te werken aan innovatieve oplossingen. INEOS is achter de schermen al druk bezig met een reeks initiatieven. Het bedrijf is aan Horizon 2020 verbonden doordat het lid is van heel wat organisaties, waaronder SPIRE (Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency), SusChem en PlastEU. Stuk voor stuk organisaties die INEOS een toegevoegde waarde bieden en zijn imago helpen te versterken. “Al deze platformen delen een vergelijkbare zienswijze en zoeken nieuwe denk- en werkpistes om de Europese industrie efficiënter met haar middelen en energie te doen omgaan”, zegt Greet. Bij INEOS staat ze aan het roer van het Carbon & Energy Network. Alle ondernemingen zijn erin vertegenwoordigd met in totaal meer dan honderd collega’s, die allemaal echt geïnteresseerd zijn om de efficiëntie op een zo duurzaam mogelijke manier te verhogen. In tegenstelling tot andere ondernemingen heeft INEOS – bewust – gekozen om geen aparte duurzaamheidsafdeling op te richten. In de plaats daarvan ziet de onderneming duurzaamheid als een fundamenteel aspect van haar bedrijfsvoering. INEOS wil dat iedereen nadenkt over manieren van zakendoen die de toekomst van de onderneming veiligstellen voor de volgende generaties. Hetzelfde geldt voor het netwerk van Greet. Alle leden werken elders in de onderneming. Maar voor Greet gaat het niet alleen om energie besparen. “Het is essentieel dat we de kansen rondom ons grijpen en niet aan onze neus laten voorbijgaan”, vindt ze. “Zoals altijd moet je veel proberen voor je slaagt. En wie niet waagt, niet wint. Als we goede prestaties op dit vlak kunnen voorleggen, trekken we hopelijk meer investeringen aan voor INEOS.” En met dat doel wordt een speciaal onderzoeks- en innovatieteam opgericht binnen het Carbon & Energy Network. In eerste instantie gaat het zich toespitsen op nieuwe kansen. In december sprak Greet op de zevende European Innovation Summit in het Europees Parlement in Brussel. “Het is heel belangrijk dat we diverse bedrijfsscenario’s en oplossingen verkennen”, zegt ze. “Waarom geen wegen van plastic maken? We willen van de traditionele denkpistes af en ook ‘outside the box’ denken.” Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen. Vandaag hindert het gebrekkige begrip van elkaars processen die ontwikkeling, die vogens Greet cruciaal is als de industrie de toekomstige uitdagingen degelijk wil aanpakken. “We moeten afstappen van de lineaire waardeketens en naar een industriële symbiose streven”, gaat ze verder. “Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken. Laat ze de oversteek wagen.” Greet zegt dat INEOS Technologies in Frnkrijk onlangs een vierjarenproject op Europees niveau is gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen. Aan het EPOS-project is een bedrag van €5,1 miljoen verbonden, waarvan €3,7 miljoen wordt gefinancierd door de Europese Unie en €1,4 miljoen door de Zwitserse regering. Het project kwam tot stand via SPIRE. “Toen de vertegenwoordigers van de verschillende industrieën onlangs samenkwamen, dachten ze dat ze niets gemeen hadden. De bemiddelaar vroeg hen het als een oefening in speeddating op te vatten”, vertelt Greet. “Al na enkele minuten kregen ze door dat het wel degelijk de moeite loonde om samen te werken. Het ging zo van: Oh, jullie hebben dat! Wij hebben dat nodig!” Al deze platformen, programma’s en projecten – SPIRE, Horizon 2020 en SusChem – hebben een gemeenschappelijk doel: bouwen aan een duurzamere wereld. “De natuurlijke rijkdommen zijn beperkt”, zegt Greet. “Daarom moeten we onze denkpatronen nog meer dan ooit tegen het licht houden.” En dat zou weleens kunnen lukken, dankzij de recente boost van het EU-programma Horizon 2020. INEOS deelt in de gunstige conjunctuur INEOS viel al meerdere keren in de prijzen bij de Europese Unie. De samenwerking met anderen leverde de onderneming al miljoenen aan investeringen op in projecten die bijdragen tot een hogere energieefficiëntie, de verspilling van de natuurlijke rijkdommen tegengaan en de CO2-uitstoot verminderen. INEOS O&P (Keulen), INEOS Oxide in België, INEOS Paraform (een deel van INEOS Enterprises) in Duitsland, INEOS Chlor in het VK en onlangs INEOS Technologies in Frankrijk zijn hierin proactieve partners. “Al deze projecten werden met succes voltooid of zijn volop aan de gang”, vertelt Greet Van Eetvelde, manager van Cleantech Initiatives. INEOS Paraform verkreeg EU-financiering voor een innovatieve zuiveringstechniek om afvallucht in het productieproces van paraformaldehyde te behandelen. De fabriek in het Duitse Mainz, die sinds 1856 chemicaliën produceert, moest haar CO2-uitstoot drastisch inperken. “Indertijd bestond er geen haalbare technologie om de situatie te verbeteren en daarom werkte de fabriek met een vrijstellingsvergunning”, aldus projectmanager Horst Schmolt. INEOS voerde een reeks laboratoriumtests uit en in een testfabriek bleek dat men de emissieniveaus aanzienlijk kon terugdringen door een plasmakatalytische module voor de verwerking van afvallucht op grote schaal te installeren. “Niemand in onze sector had ooit zoiets geprobeerd”, zegt Horst. “Maar het werkte.” Ondertussen kon INEOS Chlor in het VK geld aantrekken voor de ontwikkeling van een nieuw computersysteem dat ondernemingen helpt efficiënter zaken te doen. En INEOS Oxide België werkte samen met vertegenwoordigers van zeventien bedrijven uit Frankrijk, Duitsland, Spanje, Noorwegen, Denemarken, Rusland, Italië en het VK om een investering vast te leggen voor de ontwikkeling van een nieuwe manier om vloeibare brandstoffen te produceren op basis van aardgas. Dr. Stefan Krämer, Site Energy Manager bij INEOS O&P (Keulen), is momenteel betrokken bij twee projecten die op in totaal € 5,5 miljoen aan EU-fondsen kunnen rekenen. Bij het eerste wordt een systeem uitgewerkt dat de uitbaters van grote, geïntegreerde chemische en petrochemische fabrieken in staat stelt om grondstoffen en energie efficiënter te beheren zonder dat de productie eronder lijdt. Dat systeem krijgt momenteel vorm, zodat ook andere industrietakken met vergelijkbare productie-installaties het kunnen gebruiken. Met het tweede project wil men grote, onderling verbonden systemen (elektriciteitssystemen, controletorens voor luchtverkeer, treinstations en grote industriële productievestigingen) betrouwbaarder en efficiënter maken. De recentste begunstigde is INEOS Technologies in Frankrijk. Dat is een vierjarenproject op Europees niveau gestart om te onderzoeken hoe de zes globale verwerkende industrieën beter kunnen samenwerken om energie, geld en grondstoffen te besparen. Volgens Greet is het van essentieel belang dat alle kernindustrieën – chemie, staal, cement, mineralen, levenswetenschappen en techniek – manieren vinden om hun processen te optimaliseren door afvalstromen en grondstoffen te delen. “Al deze industrieën hebben meer gemeen dan ze beseffen en samen kunnen ze efficiënter werken”, besluit ze.  

    11 minuten gelezen Nummer 9
  • Veilig en wel

    Wanneer bedrijven het over veiligheid hebben, gebeurt het al te vaak dat ze vast komen te zitten in statistieken en procedures. Maar dat is wel het laatste wat INEOS wil, zoals Simon Laker uitlegt THOMAS Edison zei het met de beroemde woorden: “Hier zijn geen regels, we proberen iets voor elkaar te krijgen!” Als onderneming kan INEOS zich wel in dit concept vinden. INEOS is er trots op dat het anders is en moedigt zijn personeel aan om berekende risico’s te nemen. Maar wanneer het op veiligheid aankomt, leven we alle regels strikt na. Die zijn er om mensen – zowel binnen als buiten de onderneming – te beschermen. “Niemand zou van bij INEOS naar huis mogen gaan met een letsel, laat staan een letsel met blijvende gevolgen. Of erger nog, helemaal niet naar huis gaan”, zegt Simon Laker, INEOS Group Operations Director, vanuit Lyndhurst in het VK. Veiligheidsregels moeten niet alleen door iedereen worden begrepen, maar ook verdedigd. “Het kan snel gebeuren dat we de geest achter wat we proberen te doen uit het oog verliezen”, aldus Simon. “We zijn geen machines. Beslissingen moeten door mensen worden genomen. En door elke dag opnieuw de juiste beslissingen te nemen, kunnen we letsels en ernstige procesincidenten voorkomen.” Hoewel elke onderneming van INEOS verantwoordelijk is voor haar eigen veiligheidsprogramma’s, pakt INEOS veiligheid ook op groepsniveau aan. Op elke site kunnen namelijk vergelijkbare incidenten gebeuren en beste praktijken met elkaar delen is essentieel. “We mogen niet op geluk vertrouwen”, gaat Simon verder. “Veiligheid is bewust risicobeheer. Onze inschatting van de risico’s en de beslissingen die we nemen om ze te beperken of weg te werken, zijn erg belangrijk. Alleen zo kunnen we verzekeren dat niemand gewond raakt. Als we ons vergissen, lopen er mensen gevaar.” De meest frequente en de ernstigste incidenten bij INEOS hebben aanleiding gegeven tot een aantal veiligheidsinitiatieven voor de hele groep, die meer dan 17.000 mensen tewerkstelt in 65 vestigingen in 16 landen. In 2012 voerde de onderneming de twintig veiligheidsprincipes in, gebaseerd op een analyse van acht jaar van incidenten bij INEOS en betekenisvolle voorvallen buiten INEOS. Denk maar aan de ontploffing in de olieopslagplaats van Buncefield in het VK in december 2005. Toen raakten 43 mensen gewond doordat duizenden liter olie uit een opslagtank liepen en in brand schoten. De essentiële oorzaken – en oplossingen – om te verzekeren dat een incident zich niet herhaalt, zijn in die twintig principes vervat. Om de drie jaar ondergaan alle sites ook een audit om te verzekeren dat wat moet gebeuren ook daadwerkelijk gebeurt. “We hebben alle ernstige incidenten sinds de invoering van de twintig principes doorgelicht. Zo kwamen we tot de bevinding dat de incidenten plaatsvonden omdat een of meerdere principes niet werden nageleefd”, verduidelijkt Simon. “Daarom geloven we dat als iedereen de twintig principes toepast en naleeft, we alle incidenten met mensen en processen bij INEOS kunnen voorkomen.” De beste praktijken worden gedeeld via de nota’s met richtlijnen op groepsniveau. Momenteel zijn er zestien nota’s. Daarin komt alles aan bod, van corrosiebeheer tot het herkennen van kritieke veiligheidssignalen. Nog drie nota’s worden momenteel opgesteld. “Deze laatste drie komen er naar aanleiding van herhaaldelijke incidenten rond deze kritieke activiteiten”, legt Simon uit. De nota’s met richtlijnen en de veiligheidsprincipes zijn een krachtig instrument dat de aandacht van het personeel houdt op wat moet gebeuren om te verzekeren dat iedereen ongedeerd blijft. Het is een constant proces van training, feedback en auditing. Maar nog altijd gebeuren er ongevallen. “We zijn nog niet perfect”, voegt Simon eraan toe. “Maar dat is wel waar we naar streven.” Specifieke zwakke punten – nl. gebieden waar INEOS merkte dat er nog altijd ongevallen gebeurden – werden aangepakt met zeven levensreddende regels. Die zijn ingevoerd omdat op die gebieden een risico op ernstige letsels bestond. Wie een van deze regels (bv. op het vlak van werken op hoogte of alcoholverbruik op het werk) overtreedt, kan op staande voet worden ontslagen. De voorbije zes jaar zijn de veiligheidsprestaties van INEOS driemaal beter geworden. Maar ook al is ons OSHA letselfrequentiecijfer van 1,13 gedaald naar 0,4, moeten we volgens Simon nog heel wat dingen leren. De SHE-mededelingen – eenvoudige beschrijvingen van één pagina van elk ongeval en welke maatregelen getroffen zijn om herhaling te voorkomen – worden wijd verspreid binnen de groep. Hetzelfde geldt voor de HIPO’s – high potential incident alerts (waarschuwingen over een grote kans op incidenten) – waar iets verkeerd had kunnen lopen, maar dit niet gebeurde. Ze zijn even belangrijk en worden over de hele groep gedeeld. De chemische industrie zal door haar aard altijd een potentieel gevaarlijke plaats zijn om te werken. Maar als de regels worden gevolgd, kunnen we ongevallen voorkomen. Simon kijkt de toekomst dan ook positief tegemoet. Kan INEOS alle letsels vermijden? “Absoluut”, luidt het antwoord. “Als de risico’s van een activiteit volledig door deskundige mensen worden geëvalueerd, deze risico’s worden beperkt en een bewuste beslissing wordt genomen om enig restrisico als tolereerbaar te aanvaarden, dan zou er nooit iets verkeerd mogen lopen.” Jammer genoeg hadden de werknemers niet eindeloos de tijd om de risico’s te evalueren. Dus moet er een bewuste beslissing worden genomen, zodat men niet langer moet zoeken zodra een aanvaardbaar risiconiveau was bereikt. “Wanneer dit een onbewuste beslissing is, wordt aan het toeval overgelaten of een risico blijft bestaan of niet”, zegt hij. “Als we iets over het hoofd hebben gezien, vertrouwen we op ons degelijke rapporteringssysteem van bijna-incidenten om het probleem te vinden voor zich daadwerkelijk een incident voordoet. Daarom is rapportering van bijna-incidenten zo belangrijk om de veiligheid van de mensen te blijven garanderen. We mogen niet op geluk vertrouwen.” En kan INEOS alle procesincidenten voorkomen? “Absoluut,” zegt Simon, “als we goed opgeleid mensen hebben die goed ontworpen, gecontroleerde en onderhouden fabrieken beheren, binnen bekende operationele portefeuilles. Als iets daarin niet klopt, door gebrek aan kennis of een verkeerde beslissing, zal zich op een gegeven ogenblik een procesincident voordoen. En dan kun je alleen hopen dat het geen erge gevolgen heeft. Als we merken dat een situatie onze kennissfeer te buiten gaat, moeten we stoppen, de omstandigheden veilig maken en deskundige mensen inzetten. We mogen niet op geluk vertrouwen.”

    6 minuten gelezen Nummer 9
  • Debat: Hoe kunnen we de economie echt koolstofarm maken?

    Terwijl de wereldleiders in Parijs overlegden over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, vroeg INCH of het mogelijk is om de economie koolstofarm te maken. LATEN we de vraag of we de uitstoot van CO2 moeten terugdringen, even terzijde laten. Als we aanvaarden dat we daadwerkelijk actie moeten ondernemen, zijn er goedkope en dure mogelijkheden. De Britse overheid heeft de dure methode gekozen. Door technologische winnaars te kiezen en gigantische programma’s te subsidiëren, zoals de voorgestelde kernenergiecentrale, onderneemt de regering stappen die zullen leiden tot hogere rekeningen en de uitstoot minder zullen terugschroeven. In de plaats daarvan zouden we eenvoudige, doelgerichte maatregelen moeten treffen die een prijs plakken op de koolstofemissies, en bedrijven, gezinnen en energiemaatschappijen dan laten beslissen hoe ze de uitstoot het best verminderen. Professor Philip Booth, editoriaal- en programmadirecteur aan het Institute of Economic Affairs in Londen, VK ALS we een koolstofvrije economie willen, is een hervorming van het wereldwijde economische bestuur nodig. Om dat te doen, hebben we drie dingen nodig. Ten eerste moet er een wereldwijde koolstofprijs zijn. Een prijsverhoging voor goederen en diensten met een hoge koolstofvoetafdruk vormt een sterkere stimulans om de uitstoot te verlagen. De regels inzake internationale handel en investeringen moeten ook rekening houden met de klimaatverandering. Ondanks de beperkte vooruitgang de voorbije jaren blijft de Wereldhandelsorganisatie een forum waar wereldwijde reglementeringen worden opgesteld en ingevoerd. Als de Doha-ronde wordt afgesloten, kunnen er meer milieuthema’s op de huidige agenda worden geplaatst. Als we ten slotte koolstofarme investeringen op de lange termijn moeten aanmoedigen, moeten we het internationale financiële systeem zo hervormen dat de commerciële banken meer in koolstofarme projecten investeren. De huidige reglementeringen laten hier weinig ruimte voor. De overeenkomst van Parijs vol ambitie opvolgen, is maar een eerste stap. Maar dit zal niet voldoende zijn, aangezien het veel meer actoren zal vergen om het wereldwijde economische bestuur te hervormen. Na Parijs moeten we vooruit blijven gaan. Het Duitse Instituut voor Ontwikkeling IN de energievoorziening vinden dynamische veranderingen plaats, maar het tempo daarvan moet omhoog. Er zijn geen grote economische of technische barrières die ons belemmeren om tegen 2050 volledig op hernieuwbare energie over te schakelen. De sector van hernieuwbare energie biedt kansen om te veranderen, maar het vergt politieke actie om te verzekeren dat deze veandering tijdig plaatsvindt. Het is aan de politici en bedrijfsleiders om de industrie te sturen, de consumenten te beïnvloeden en de markten in de richting van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te duwen. Greenpeace DE klimaatverandering is een groot probleem dat grote technologische inspanningen vraagt. Nieuwe kerncentrales, gascentrales en, als de kosten naar beneden gaan, nieuwe windenergieparken in zee: allemaal zullen ze de koolstofvrije uitdaging helpen waar te maken. Maar het is belangrijk om even stil te staan en deze vraag te beantwoorden: “Waarom willen we een koolstofvrije economie?” De toekomst van onze economie, daar draaien klimaatmaatregelen om. Maar de klimaatverandering is een probleem van de hele wereld, niet een lokaal probleem. Maatregelen door afzonderlijke staten zullen niet volstaan. Wat we samen doen, dat is wat telt. Dit probleem zal niet worden opgelost door een groepje oververmoeide politici in een congresgebouw. Het vergt actie door de bedrijven, de burgermaatschappij, de steden, de regio’s en de landen. Want laten we eerlijk zijn: vandaag hebben we nog niet alle oplossingen voor een koolstofvrije economie. We moeten technologieën ontwikkelen die groen én goedkoop zijn. We moeten streven naar een markt waarop succes afhangt van hoe goed je de concurrentiestrijd aankunt. Niet van hoe goed je kunt lobbyen bij de overheid. Amber Rudd, Brits Staatssecretaris voor Energie en Klimaatverandering DAT we de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen moeten terugdringen, weet iedereen. Maar wat we al tientallen jaren weten, wordt nu echt hoogdringend. We moeten overstappen naar een koolstofarme, groene economie die efficiënt met de natuurlijke rijkdommen omgaat. Alleen zo kunnen we het risico op een gevaarlijke klimaatverandering beperken. Maar blijkbaar is een van de sleutelactoren in deze overgang voorlopig grotendeels over het hoofd gezien: de financiële sector. Deze speelt een sleutelrol in de vermindering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen aan het vereiste tempo en op de vereiste schaal, omdat eerst en vooral – hoe kon het ook anders – daar het geld zit. Er is heel veel kapitaal nodig om snel een koolstofarme energie-infrastructuur op poten te zetten, in het bijzonder in ontwikkelingslanden en opkomende economieën. Maar de mogelijke rol van institutionele investeerders in de aanpak van de klimaatverandering gaat veel verder dan het probleem van hoe we de infrastructuur gaan financieren. Institutionele investeerders zijn meer dan financierders van infrastructuur: ze zijn de eigenaars en crediteurs van grote segmenten van de wereldeconomie. En als zij niet systematisch kapitaal van koolstofrijke naar koolstofarme investeringsprojecten overplaatsen, vooral in aandelen en via schuldfinanciering, is een overgang naar een koolstofarme economie zo goed als onmogelijk. Achim Steiner, uitvoerend directeur van het UNEP en vicesecretaris-generaal van de VN

    5 minuten gelezen Nummer 9
  • Topcombinatie dankzij fusie

    INEOS en Solvay hebben hun chloorvinylactiviteiten gebundeld om hun klanten beter te kunnen bedienen en in het hart van de Europese chemie-industrie te houden. INOVYN is voortaan een van de drie belangrijkste pvc-producenten ter wereld. “Het is nu echt een wereldwijde onderneming die goed gepositioneerd is om snel in te spelen op de veranderingen op de Europese markten”, aldus Chris Tane, CEO van INOVYN. Na het nieuws dat de Europese Commissie de joint venture had goedgekeurd, kwamen er in september al nieuwe aankondigingen. Het ging onder meer om de stillegging van de laatste overblijvende kwikcel in het Britse Runcorn om aan de EU-vereisten te voldoen, de geplande permanente sluiting van de pvc-fabriek in het Duitse Schkopau en de voorgestelde investering in een gigantische fabriek op het terrein in Antwerpen/Lillo. De productie in Schkopau lag al sinds december 2014 stil, omdat het VCM-leveringscontract met DOW verlopen was en jammer genoeg alle pogingen tot een nieuwe, competitieve overeenkomst op de lange termijn op niets waren uitgedraaid. Maar in België begon het werk aan een grote vestiging – met de modernste technologie – om de positie van INOVYN als grootste leverancier van kaliumhydroxide in Europa te versterken. INOVYN stelt 4300 mensen tewerk in 18 productievestigingen in 8 landen. De hoofdzetel bevindt zich in Londen. Deze afdeling haalt een jaarlijkse omzet van meer dan € 3,5 miljard. Elk jaar produceert ze veertig miljoen ton chemicaliën die in bijna elk aspect van onze moderne samenleving worden gebruikt en bijdragen tot de huisvesting, de gezondheid en de verbondenheid van de mensen. Als onderdeel van de deal zal Solvay, dat een lange geschiedenis in de chloorvinylindustrie heeft, de joint venture in 2018 verlaten. Daarna blijft INEOS over als enige eigenaar. De productie in Schkopau lag stil sinds. 

    2 minuten gelezen Nummer 9
  • INEOS opent nieuw kantoor in het VK

    INEOS opent een nieuw kantoor in Londen om zijn groeiende activiteiten in het VK in onder te brengen. De kantoren zullen onderdak bieden aan een aantal activiteiten van INEOS VK, waaronder al zijn olie- en gasondernemingen, zijn transportactiviteiten en zijn handelsactiviteiten. Het gebouw wordt ook de thuis van de joint venture INOVYN, die veertien fabrieken over heel Europa beheert, waaronder de grote vestiging van Runcorn in Cheshire. “Het is allemaal heel logisch”, besluit Jim Ratcliffe, voorzitter en oprichter van INEOS. “Hoewel INEOS wereldwijd bedrijfsbelangen heeft, is de Britse olie- en gasactiviteit op dit ogenblik een van onze voornaamste aandachtspunten.” De INEOS Group en een aantal gevestigde INEOS-afdelingen behouden hun hoofdkantoor in het Zwitserse Rolle. INEOS zal zichzelf voortaan formeel een Engels-Zwitsers bedrijf noemen. 

    1 minuut gelezen Nummer 9
  • INEOS start reactor in VS opnieuw op

    INEOS gaat binnenkort een reactor die drie jaar geleden in moeilijke marktomstandigheden tijdelijk werd stilgelegd opnieuw opstarten. Hoewel de situatie nog altijd niet rooskleurig is, wordt INEOS Nitriles gesteund door de stijgende wereldwijde vraag naar acrylonitril – het hoofdbestanddeel van acrylvezel en koolstofvezel – en zijn toegang tot goedkope grondstoffen uit de VS. INEOS Nitriles is de grootste producent van acrylonitril en acetonitril ter wereld. De fabriek in Green Lake (Texas) is een van de grootste en efficiëntste ter wereld en kan binnenkort opnieuw 545.000 ton acrylonitril per jaar produceren. Fabrikanten gebruiken acrylonitril om kunstvezels, plastic met hoogwaardige technische eigenschappen, koolstofvezel, kunstrubber en polymeren op waterbasis te maken. Die producten worden op hun beurt verwerkt in onder meer auto-onderdelen, kleding, bouwmaterialen, huishoudtoestellen en sportuitrusting. “Iedereen gebruikt elke dag vast wel iets waarin acrylonitril zit”, aldus commercieel directeur Gordon Adams. Er was ook goed nieuws voor de vestiging van INEOS Nitriles in Seal Sands, met name de belofte om te investeren in de geplande omschakeling volgend jaar. INEOS Nitriles baat vier fabrieken uit: twee in Noord-Amerika, één in Duitsland en één in het VK. In januari 2014 halveerde het de acrylonitrilproductie in de vestiging van Green Lake wegens onhoudbare marges.

    2 minuten gelezen Nummer 9
  • Met voorsprong de beste

    Het GO Run For Fun liefdadigheidsproject was op het filmfestival van Cannes in oktober genomineerd voor twee prijzen – en heeft ze ook gewonnen. Het project viel met zijn educatieve tekenfilmreeks (Dart TV) in de prijzen op de Cannes Corporate Media & TV Awards, een van de belangrijkste festivals in de audiovisuele industrie voor het bedrijfsleven. GO Run For Fun liet deze reeks maken, die gratis beschikbaar is voor scholen die kinderen willen aanmoedigen om een gezonder en actiever leven te leiden. Voorzitter Jim Ratcliffe, oprichter van het project en zelf een fervent loper, trok samen met het Londense productieteam van Dart TV (Media Zoo) naar het Palm Beach in Cannes om de prijzen voor het beste CSR-programma en het beste Webisode- programma in ontvangst te nemen. GO Run For Fun werd twee jaar geleden in het leven geroepen. Sindsdien namen al bijna hon derdduizend kinderen over de hele wereld deel. “Dit cijfer overtreft mijn stoutste verwachtingen”, zegt Jim. Alle Dart-filmpjes zijn te vinden op de website van GO Run For Fun: www.gorunforfun.com

    2 minuten gelezen Nummer 9
  • Goed nieuws bij INEOS

    INEOS is overeengekomen om een derde gaskraakinstallatie in Europa te bevoorraden met het ethaan dat het uit Amerika gaat invoeren. De deal met ExxonMobil Chemical Ltd en Shell Chemicals Europe BV werd in november 2015 afgesloten. Vanaf halverwege 2017 zal INEOS zijn ethaan uit Amerikaans schaliegas via een pijpleiding van de nieuwe importterminal in Grangemouth naar de ethyleenfabriek van Fife in Mossmorran vervoeren. “Deze overeenkomst is een mijlpaal voor alle betrokken partijen”, verklaart Geir Tuft, Business Director bij INEOS O&P UK. “We weten dat ethaan uit Amerikaans schaliegas een revolutie heeft betekend voor de nijverheidssector in dat land en zien nu dat ook heel Schotland van dat voordeel profiteert.” INEOS gaat voortaan ethaan uit Amerikaans schaliegas leveren aan zijn sites in Rafnes (Noorwegen) en Grangemouth, net als aan de ethyleenfabriek van Fife in Schotland. 

    1 minuut gelezen Nummer 9
  • Het zoete aroma van succes

    Met deze deal neemt INEOS Phenol de cumeenfabriek van Axiall Corporation Pasadena in Texas over en verhuizen de fenol-, aceton- en alfamethylstyreenactiviteiten (AMS) van dat bedrijf naar de fenolfabriek van INEOS in Mobile, Alabama. Momenteel werken ongeveer 43 mensen in de fabriek van Pasadena, die in 1979 de deuren opende en 900.000 ton cumeen per jaar produceert. Cumeen wordt gebruikt om fenol en aceton te maken, die op hun beurt hun weg vinden naar een brede waaier van dagdagelijkse producten. Denk maar aan multiplex, plastic, farmaceutische producten, verf, acryl en vernis. Volgens CEO Casier is de overname van zo’n hoogstaand, goed gepositioneerd bedrijf voor INEOS Phenol een uitstekende kans om zijn concurrentiekracht te verhogen. “We zijn al een van de grootste producenten van fenol en aceton”, gaat hij verder. “Maar via selectieve investeringen in nieuwe activa en nieuwe technologieën willen we ons bedrijf verder uitbreiden en met onze klanten meegroeien.”

    2 minuten gelezen Nummer 9
  • Het probleem van negen miljard mensen

    De wereld raakt stilaan vol. Duurzaamheid moet bovenaan ieders agenda staan als we als soort willen overleven op een planeet met beperkte grondstoffen. Maar hoe spelen we dat klaar nu de wereldbevolking in 2050 naar verwachting de kaap van de negen miljard zal overschrijden? Negen miljard mensen is een probleem, al zijn de meningen verdeeld De bekendste natuurhistorische filmmaker van Groot-Brittannië, sir David Attenborough, neemt geen blad voor de mond. Toch zal hij ook niet snel overdrijven. De voorbije veertig jaar heeft hij vastgesteld hoe de mens sommige delen van de natuur zodanig heeft toegetakeld dat er geen dieren meer leven. Hij heeft de natuur voor zijn ogen zien veranderen, letterlijk. „En dat”, zegt hij, „is te wijten aan de toenemende bevolking.” „Ik twijfel er niet aan dat dit de fundamentele oorzaak is van al onze problemen en vooral onze milieuproblemen”, stelde hij onlangs in een interview met The Wellcome Trust. „Ik kan geen enkel probleem bedenken dat niet eenvoudiger op te lossen zou zijn als er minder mensen waren.” Tijdens zijn loopbaan heeft hij de wereldbevolking zien verdrievoudigen. „Mochten we de bevolkingsgroei kunnen afremmen, dan zouden we de problemen misschien beter kunnen oplossen. Maar zo is het helaas niet”, zei hij. „Het beste wat we kunnen doen, is het tempo van de aangroei vertragen. De beheerders van de Trust zijn gelukkig geen politici maar wetenschappers.” In een interview met INCH Magazine vorig jaar zei Jonathon Porritt, een van de meest vooraanstaande milieuactivisten ter wereld, dat hij hoopte dat de chemische industrie een doorslaggevende rol kon spelen in het vinden van een oplossing voor de uitdagingen in verband met duurzaamheid. En dat kan de sector inderdaad. Sinds de historische eerste Top van de Aarde in Rio de Janeiro in 1992 helpt de chemische industrie boeren wereldwijd om duurzame landbouwmethoden aan te nemen en biedt ze meer en meer mensen toegang tot schoner en veiliger drinkwater. De inspanningen van de sector leiden bovendien tot medische doorbraken, veranderen de manier waarop energie wordt gebruikt en helpen de uitstoot van broeikasgassen in te perken. De International Council of Chemical Associations, de internationale stem voor de chemische industrie, zegt dat deze vooruitgang het resultaat is van innovatieve ideeën, technologieën en processen die allemaal mogelijk zijn dankzij de chemie. INEOS is een van de bedrijven die zich toeleggen op de ontwikkeling van innovatieve, duurzame oplossingen voor complexe, uitdagende problemen. INEOS begrijpt namelijk dat hij een enorme invloed kan hebben op wat de wereld vandaag en in de toekomst doet. Een van zijn producten die een hemelsbreed verschil maken voor de voeding en de gezondheid in de wereld is acetonitrile. Deze stof wordt gebruikt bij de aanmaak van essentiële geneesmiddelen, zoals insuline en antibiotica, en speelt een belangrijke rol in kankerbehandelingen. Het heldere, vloeibare oplosmiddel wordt ook gebruikt bij de productie van agrochemicaliën die een hogere oogstopbrengst verzekeren. INEOS neemt momenteel ongeveer de helft van de wereldwijde vraag naar acetonitrile voor zijn rekening. Bovendien wordt een groot deel van zijn productie vervaardigd door andere bedrijven die een licentie hebben voor de technologie van INEOS. De mensheid staat hoe dan ook voor een belangrijke vraag: hoe kan de planeet na 2050 aan de behoeften van negen miljard mensen voldoen? De vraag naar voedsel stijgt, de natuurlijke rijkdommen worden schaarser en door de klimaatverandering is er dringend behoefte aan nieuwe, koolstofarme energiebronnen. Tim Benton, professor populatie-ecologie aan de universiteit van Leeds (Verenigd Koninkrijk) en expert in voedselzekerheid, zegt dat de mensen moeten begrijpen en aanvaarden dat er grenzen zijn aan het vermogen van onze planeet om ons te bieden wat we nodig hebben. „Alleen zo kunnen we echt werk maken van duurzaamheid”, aldus professor Benton. „De vraag is het allergrootste probleem. Als we de vraag niet inperken, zullen we het land en het water blijven overbelasten en de klimaatverandering nog meer versnellen.” Tegen 2050 zal de planeet voedsel moeten verstrekken aan 30 % meer mensen, maar de hoeveelheid bebouwbaar land is beperkt. „Door de technologische vooruitgang zullen we het land ongetwijfeld efficiënter kunnen benutten, maar we kunnen niet meer blijven halen uit steeds minder”, gaat professor Benton verder. „De enige manier om echt werk te maken van duurzaamheid, is door onze vraag te matigen.” Vandaag produceert de wereld genoeg calorieën voor twaalf miljard mensen, maar de bewoners van ontwikkelde landen eten te veel, een groot aandeel gaat naar het vee en de rest wordt verspild. „Het gaat hier niet om formulering en individuele voedingsstoffen, of om 3D-printers”, vervolgt professor Benton. „Het gaat om weerstand opbouwen, de afvalberg verminderen en ons voedingspatroon bijsturen. In de toekomst kan de agroindustrie de mentaliteit dat ‘de vraag groeit en daar moeten we tegen elke prijs op inspelen’ niet verder in stand houden. Deze mentaliteit moet veranderen.” Friends of the Earth voert al meer dan veertig jaar campagne voor het welzijn van de planeet en lanceerde onlangs een driejarenproject onder de titel ‘Big Ideas Change the World’. Volgens een woordvoerder van de organisatie moet we de extreme druk die de mens – vooral in de ontwikkelde landen – op onze planeet uitoefent, snel en sterk terugschroeven. „Het is een titanenwerk en als de wereldbevolking deze eeuw niet stagneert, zou het weleens onmogelijk kunnen zijn”, zo luidt het. Maar of de wereld nu tot de ondergang gedoemd is, daarover zijn de meningen verdeeld. „Het is een race tussen de uitputting van de grondstoffen en innovatie. Tot nu toe heeft innovatie de bovenhand”, verduidelijkt de hoofdeconoom van Citi, Willem Buiter, onlangs in INCH Magazine. „We worden hierin gesteund door meerdere duizenden jaren menselijke geschiedenis, dus ik ben vrij optimistisch.” Ook Robert Aliber, professor internationale economie en financiën aan de universiteit van Chicago, heeft er vertrouwen in. „Thomas Malthus voorspelde in 1798 dat een ongecontroleerde bevolkingsgroei tot de hongerdood zou leiden voor de aarde”, zegt hij. „De afgelopen tweehonderd jaar is gebleken dat hij ongelijk had, dus waarom zou hij de volgende honderd jaar zijn gelijk halen?” Overbevolking is in bepaalde delen van de wereld inderdaad een probleem. Zoveel staat vast. De bekroonde Deense fotograaf Mads Nissen trok negen jaar geleden naar Manila op de Filipijnen en zag er met eigen ogen wat het betekent als er te veel mensen in een te kleine ruimte wonen. In 1980 telden de Filipijnen 50 miljoen inwoners. Dit aantal zou tegen 2050 nog tot 180 miljoen stijgen. „Manila is nu al een van de meest overbevolkte plaatsen ter wereld”, legt Nissen uit. „De gezinnen wonen er in zelfgemaakte krotten op begraafplaatsen, tussen spoorwegen of onder bruggen. Ze wonen eender waar ze wat plaats vinden. Zelfs op de giftige vuilnisbelten van de stad wonen, eten en slapen mensen, omringd door rottend afval.” Maar de World Population Balance gelooft dat we de toekomst op een humane manier kunnen veranderen. „We kunnen een nieuwe visie, een nieuwe droom voor de planeet creëren”, aldus oprichter en voorzitter David Paxson. Volgens hem ligt de oplossing bij een wereldwijde campagne om mensen aan te moedigen minder kinderen te verwekken. „Vandaag spenderen we miljoenen aan onze strijd voor een duurzamere planeet, maar het enige resultaat is nog meer vervuiling”, gaat hij verder. „Duurzaamheid op een overbevolkte planeet is onmogelijk en de wereld is op dit ogenblik ernstig overbevolkt.” Volgens hem leven vandaag twee miljard mensen in armoede. „Dat zijn meer mensen dan er minder dan honderd jaar geleden op de hele planeet rondliepen.” Nog volgens Paxson zal het een loodzware opdracht zijn om het bevolkingscijfer terug te dringen, maar dat is nog niets in vergelijking met de strijd tegen de verwoestende gevolgen van de overbevolking. De vraag hoe we negen miljard mensen eten kunnen geven, zal tweedracht blijven zaaien. Maar ondertussen is het aan de chemiesector, die aan de basis ligt van bijna alle andere industrieën, om zijn inspanningen verder te concentreren op de productie van essentiële elementen waarmee we veel problemen van een wereld in constante verandering kunnen verhelpen. Dat moet de chemiesector niet alleen op een efficiëntere manier doen, maar ook op een manier die zijn eigen impact op het milieu en de impact van de andere sectoren die hij bedient beperkt. Het gaat ook niet alleen om geld besparen. INEOS is zich maar al te goed bewust van zijn enorme verantwoordelijkheid om de materialen die nodig zijn voor de technologieën van morgen te verstrekken en hierbij minder grondstoffen te verbruiken. Zo kan de onderneming de maatschappij helpen om minder energie te verbruiken in een wereld met beperkte grondstoffenvoorraden. Daarom is INEOS actief in het hart van de chemie die de basisbehoeften van de mens inlost: de behoefte aan voedsel, transport, communicatie, water en energie. Dit is het soort chemie die INEOS al jarenlang levert en het is de bedoeling om dat nog vele generaties te blijven doen.

    10 minuten gelezen Nummer 8
  • De dichtstbevolkte plaats ter wereld

    Als je graag naar mensen kijkt, dan is Mong Kok iets voor jou. Tenminste: als je geen last hebt van de mensenmassa. Deze wijk in Hongkong wordt beschouwd als de dichtstbevolkte plaats ter wereld. Met meer dan 130.000 inwoners per km² laat de wijk alle mogelijke concurrenten ver achter zich. Toch heeft Charles Reynolds, die al negen jaar in Hongkong woont en werkt, niet het gevoel dat het er overbevolkt is. „Ik ben al op andere plaatsen geweest, waar het een en al chaos is en de mensen niet kunnen bewegen”, zegt hij. „Maar in Mong Kok loopt het voetgangersverkeer behoorlijk vlot.” In Mong Kok wordt zowat alles gekocht of verkocht. Er zijn hele straten gewijd aan de verkoop van geluksbrengende goudvisjes, bloemen, keukengerei of badkuipen.

    1 minuut gelezen Nummer 8
  • Schone energie

    De vraag naar energie stijgt wereldwijd sinds de 18e eeuw, toen de mens de natuurlijke rijkdommen van de aarde begon te gebruiken om de industriële revolutie op gang te trekken. Deze leidde overal ter wereld tot grote veranderingen. Maar de recente, snelle industrialisering van landen zoals India en China blijft de vraag naar brandstof fel opdrijven. Wat heeft de toekomst in petto? JAN Modaal ligt wellicht niet wakker van de wereldwijde vraag naar energie, maar regeringen, wetenschappers, academici, milieuactivisten en energie-intensieve bedrijven (zoals INEOS) proberen constant om efficiënter om te gaan met energie. Het is een groot probleem. Vandaag voeden fossiele brandstoffen overal ter wereld fabrieken waar elke dag tonnen chemicaliën worden geproduceerd, zodat andere fabrieken alles kunnen vervaardigen wat we in het leven gebruiken. Van verf tot plastic, van medicijnen tot mobiele telefoons, van auto’s tot kleding. „Veel problemen die het voortbestaan van de mens op onze planeet bedreigen, komen voort uit het toegenomen verbruik van energie, water en grondstoffen”, aldus een woordvoerder van Friends of the Earth Europe. Maar wat zijn de alternatieven? Kunnen windmolenparken en zonne-energie het antwoord bieden? „Ja”, luidt het antwoord bij Friends of the Earth Europe. „Gedeeltelijk”, denkt INEOS. Ze maken deel uit van de energiemix, maar volstaan niet om aan alle behoeften van de mens te voldoen. Het zal nog enkele decennia duren om de manier waarop we in Europa elektriciteit en warmte produceren helemaal om te gooien. Tot die tijd hangt INEOS dus af van fossiele brandstoffen. De uitstoot van gas is hoe dan ook maar half zo groot als die van steenkool. Daarom is INEOS overtuigd van zijn plicht tegenover het milieu om het gebruik van gas in plaats van steenkool aan te moedigen. De producenten van hernieuwbare technologieën zijn belangrijke klanten van INEOS. INEOS vervaardigt grondstoffen voor windmolens en zonnecellen. Die grondstoffen worden gemaakt uit molecules die de onderneming uit gas haalt. „We hebben gas op lange termijn nodig als grondstof om de productie te ondersteunen”, zegt Leen Heemskerk, Chief Financial Officer van INEOS Olefins & Polymers Europe (North). Gas is voor INEOS dus niet gewoon een brandstof om energie op te wekken. Het is ook een grondstof van chemicaliën die nodig zijn voor heel wat essentiële producten (medicijnen, kleding, gebouwen, voertuigen, computers ...) en groene technologieën (windmolens en energie-efficiënte materialen ...). INEOS zal altijd gas nodig hebben om deze essentiële producten te vervaardigen, ook wanneer de onderneming de overstap naar koolstofarme energie heeft gemaakt. Daarom is het van cruciaal belang dat Europa over een zekere en competitieve gasbevoorrading op lange termijn kan rekenen om de toekomst van de verwerkende industrie veilig te stellen. „INEOS staat volledig achter het streven naar innovatie om alternatieve energiebronnen te vinden, maar we moeten realistisch blijven over het tempo waaraan we onze economie koolstofarm kunnen maken”, zegt Leen. Momenteel verbruikt de wereld zowat 529 biljard BTU per jaar. Fossiele brandstoffen leveren bijna 80 % van de energie wereldwijd. De grootste consument is de nijverheid, die de producten levert waarvan de maatschappij afhangt. De VS (slechts 5 % van de wereldbevolking) verbruikt vandaag ongeveer 20 % van de totale energiebevoorrading. Maar naar verwachting zal de wereldwijde vraag naar energie tegen 2040 verdubbelen. De mensen in India en China (samen meer dan 30 % van de wereldbevolking) worden namelijk rijker en willen meer energieverbruikende goederen, zoals computers. Volgens milieuactivisten moet de maatschappij haar gedrag wijzigen om een energiecrisis te vermijden en de hoop levend te houden dat we de klimaatverandering kunnen afwenden. De strengere regelgeving en de beperkingen op broeikasgassen hebben al geholpen, zeggen ze. Maar Friends of the Earth Europe vindt dat rijke landen ook hun energieverbruik moeten terugdringen en ook de Europese Commissie is deze mening toegedaan. Ze stelt ambitieuze streefdoelen voor Europa, die de industrie uiteindelijk zouden kunnen dwingen om drastisch in het energieverbruik te snoeien. Gas who needs it vid INEOS denkt dat dit onbedoelde gevolgen kan hebben. Zo zouden de investeringen en de groei van de industrie kunnen verschuiven naar regio’s buiten Europa. „Er bestaat een groot misverstand over de chemische industrie”, verduidelijkt Greet Van Eetvelde, INEOS Manager van Cleantech Initiatives. „We verbruiken veel energie, maar het is niet zo dat we dat inefficiënt doen. We zoeken constant naar manieren om minder energie te gebruiken. Dit komt niet alleen het milieu, maar ook onze cijfers ten goede. Daarnaast zijn we koolstofi ntensief. We gebruiken gasmolecules als grondstof. We hebben nog een lange weg af te leggen voor de ambtenaren begrijpen wat we doen. Voor hen is industrie gewoon industrie. Maar de verwerkende industrie is anders en zonder de chemische industrie in het bijzonder zou het moderne leven niet mogelijk zijn.” Volgens Dan Byles, voorzitter van de partijoverkoepelende parlementaire groep voor onconventionele olie en gas van de regering van het Verenigd Koninkrijk, is de vraag niet of de wereld koolstofarme energie wil. „Waar het over gaat, is de weg om daar te geraken”, zegt hij. „Gas moeten we zien als een overgangsbrandstof tussen een energiesysteem dat nog altijd door olie en steenkool wordt overheerst en de koolstofarme energiemix van de toekomst waarnaar we allemaal streven.” Hij pleit ervoor dat we niet zouden moeten kiezen tussen gas of hernieuwbare energiebronnen. „We hebben beide nodig”, zegt hij, „en dat zal nog een tijdje zo blijven.” Steenkool – de grootste boosdoener – is de brandstof van de duizelingwekkende klim van China van een kleine, opkomende markt tot de op één na grootste economie ter wereld. Aan dit succesverhaal hangt weliswaar een al even hallucinant prijskaartje voor het milieu, want vandaag stoot China meer CO2 uit dan eender welk land. Vorig jaar daalde de steenkoolafhankelijkheid van China voor het eerst deze eeuw, wat gepaard ging met een snelle stijging van het gebruik van hernieuwbare energie. Volgens Greenpeace Oost-Azië levert dit de planeet „nieuwe kansen” op. „Als het steenkoolverbruik zou blijven stijgen zoals de afgelopen tien jaar in China, zouden we alle hoop om de klimaatverandering onder controle te krijgen, mogen opbergen”, verklaart Lauri Myllyvirta van de energiecampagnes bij Greenpeace Oost-Azië. „De piek is misschien nog niet bereikt, maar het is wel een teken dat China stilaan afstand neemt van steenkool.” We moeten alternatieve energiebronnen vinden, want met een stijgende wereldbevolking zal ook de vraag naar energie blijven groeien. In de ontwikkelde wereld heeft de toegang tot veilige, betrouwbare en betaalbare energie het leven van de mensen veranderd. Ook voor wie in de armste landen ter wereld woont, zou dat het geval kunnen zijn. Dat vindt alvast Bill Gates, oprichter van Microsoft en een van de rijkste mensen op aarde. „In de rijke wereld maken we ons terecht zorgen om energiebesparing, maar in arme regio’s hebben de mensen net meer energie nodig”, blogde hij onlangs. „Landen die uit de armoede willen geraken, hebben verlichting nodig in de scholen zodat de studenten ook ‘s avonds kunnen studeren, koelkasten in gezondheidscentra zodat de vaccins koel blijven en pompen om de landbouwgrond te irrigeren en schoon water te leveren.” Volgens Bill Gates hebben de rijke landen, zoals de VS, de plicht om meer te investeren in onderzoek naar schone energie. „De bedoeling is om energiebronnen te ontwikkelen die helemaal geen koolstof produceren”, aldus nog de baas van Microsoft. De chemiesector slorpt dan wel een flinke hap van de wereldwijde energievoorziening op, maar is essentieel voor heel wat ontwikkelingen en helpt de wereldeconomie koolstofarm te maken. De uitstoot is wereldwijd teruggedrongen dankzij verbeteringen waaraan de chemische industrie een belangrijke bijdrage heeft geleverd. Denk maar aan isolatiematerialen voor de bouwsector, chemische meststoffen en producten die de oogsten beschermen, plastic verpakking, verlichting, antifoulingcoatings voor schepen, synthetisch textiel, kunststof voor de automobielsector, detergenten voor gebruik op lage temperatuur, efficiëntere motoren en polymeren voor leidingen. „Deze besparingen bewijzen de vitale rol van de chemische industrie in het koolstofarm maken van de economie”, zegt een woordvoerder van de International Council of Chemical Associations. „In werkelijkheid zou het niet mogelijk zijn om deze CO2-besparingen waar te maken zonder de voordelen van chemische producten en technologieën.” Het gebruik van chemie in energiebesparende producten, zoals isolatiematerialen voor de bouw, compacte fluorescentielampen en lichte, plastic auto-onderdelen, levert in de VS alleen al een besparing op van tot 10,9 biljard BTU energie en tot $ 85 miljard per jaar. In mensentaal betekent dit dat de VS zijn energieverbruik met 11 % teruggedrongen heeft en net zoveel energie heeft bespaard als er nodig is om 135 miljoen voertuigen een jaar lang aan te drijven. „Dat is 55 % van alle auto’s die vandaag op de weg rijden”, preciseert Ryan Baldwin, woordvoerder van de American Chemistry Council. De International Council of Chemical Associations liet onlangs weten dat chemische producten voor voertuigen vandaag 230 miljoen ton aan uitstoot van broeikasgassen per jaar helpen te besparen. INEOS is heel nauw betrokken bij de vooruitgang die fabrikanten hebben geboekt om auto’s lichter, sterker en zuiniger te maken. Het gebruik van plastic is daar een voorbeeld van, net als koolstofvezel. Maar er zijn ook een reeks andere grondstoffen die INEOS vervaardigt, met toepassingen in zuinige banden en synthetische oliën, die de motorefficiëntie verhogen. INEOS fabriceert ook onderdelen voor windmolens en de zonne-energiesector. Kortom, de onderneming stelt andere industrieën, in het bijzonder die van de hernieuwbare energie, in staat om energie te besparen en de CO2-uitstoot te verminderen. De overgang naar hernieuwbare energiebronnen zal hoe dan ook niet meteen voor morgen zijn. De hernieuwbare energiesector groeit dan wel snel, maar nog niet snel genoeg. Bovendien produceren de groene technologieën niet constant voldoende energie om aan de vraag te voldoen. Volgens de National Academies, adviseurs voor de VS op het gebied van wetenschappen, techniek en geneeskunde, is het voor de toekomst van onze energie even belangrijk om de hoeveelheid verloren energie terug te dringen als om nieuwe bronnen te vinden. „Elke minuut gaan reusachtige hoeveelheden energie verloren omdat we ze moeten omzetten in bruikbare vormen”, zegt een woordvoerder. Ook op dit vlak levert INEOS creatief werk. Dat moet ook als INEOS zijn activiteiten wil voortzetten in Europa, waar energie momenteel tweemaal zoveel kost als in de VS. „We moeten onze energie-efficiëntie constant maximaliseren”, zegt Jean-Noel Large, die de efficiëntie van Petroineos in Lavéra (Frankrijk) moet verbeteren. „Het is een topprioriteit, samen met de veiligheid van de vestiging.”

    13 minuten gelezen Nummer 8
  • Schaliegas, de weg naar de t oekomst

    De beslissing van INEOS om een deal voor schaliegasexploratie in het VK binnen te halen, leidde tot een conflict met milieuactivisten en protestgroeperingen. Maar INEOS gaat uitdagingen niet uit de weg, zeker wanneer de onderneming ervan overtuigd is dat hij het juiste doen. INEOS is nu officieel het op twee grootste schaliegasbedrijf van het VK. Dankzij onze deal met IGas (aangekondigd in maart en afgerond in mei) hebben we voortaan toegang tot meer dan 100.000 ha potentiële schaliegasreserves in Schotland en het noordwesten van Engeland. „Het gaat om activa van topkwaliteit die in de toekomst aanzienlijke hoeveelheden gas kunnen opleveren”, vertelt Gary Haywood, CEO van INEOS Shale. In augustus kende de Britse regering INEOS drie bijkomende schaliegaslicenties toe. Deze extra oppervlakte verstevigt de positie van INEOS als een van de belangrijkste schaliegasbedrijven van het VK. Volgens INEOS kan een inlandse schaliegasindustrie een revolutie teweegbrengen in de nijverheid in Groot- Brittannië (momenteel een van de duurste plaatsen ter wereld voor de productie van petrochemicaliën), het VK voor het eerst in jaren energiezekerheid bieden en duizenden banen creëren. Maar in heel het VK blijft de publieke ondersteuning een uitdaging voor deze opkomende industrie. In maart kreeg INEOS steun van een enquête die door Greenpeace werd gesponsord, waaruit bleek dat fracking in het VK meer voor- dan tegenstanders had. „Een duidelijk teken dat steeds meer mensen de potentieel gigantische voordelen inzien van schaliegas dat in het VK geproduceerd wordt”, zei Tom Crotty, INEOS Corporate Affairs Director, toen. „De ontginning van schaliegas in het VK is een unieke kans die we niet mogen laten schieten. De olie uit de Noordzee heeft het VK veel rijkdom opgeleverd en schaliegas kan hetzelfde doen.” Tegenstanders van fracking beweren dat het gevaarlijk en verstorend is, aardbevingen teweegbrengt en het drinkwater en de lucht verontreinigt. Voorstanders zeggen daarentegen dat fracking – indien deskundig uitgevoerd – veilig is, dat het de landen in kwestie kostbare binnenlandse middelen oplevert, banen creëert, de nijverheid ondersteunt en de CO2-uitstoot helpt terugdringen. Een voorbeeld daarvan zien we in de VS. Daar leidde fracking tot een herstel van de nijverheid, duizenden nieuwe jobs en voor meer dan $ 150 miljard aan investeringen. Bovendien daalde de CO2-uitstoot van de VS drastisch doordat steenkool meer naar het achterplan verdween. Steenkool stoot namelijk tweemaal zoveel CO2 uit als gas. Volgens gegevens van het National Energy Information Agency dook de CO2-uitstoot door energie in 2012 tot zijn laagste niveau sinds 1994, dankzij schalie. In april en mei dit jaar ontmoette INEOS voor het eerst de plaatselijke bewoners. De bedoeling: het winnen van schaliegas toelichten en een antwoord bieden op de vragen van de lokale Schotse gemeenschappen die rechtstreeks betrokken zouden zijn. „Er zal altijd een harde kern van tegenstanders zijn, met filosofische bezwaren tegen de winning van fossiele brandstoffen. Ook al is de koolstofvoetafdruk van schaliegas slechts de helft van die van steenkool”, zegt Gary Haywood. „Maar veel bewoners vrezen schalie om andere, lokale redenen. INEOS wil met deze mensen praten en hen geruststellen over de gevolgen van de schaliegaswinning. We denken dat de meesten ervoor openstaan, maar dat ze meer informatie willen. Ons werk bestaat voor een groot deel uit de feiten toelichten. Zo kunnen de mensen zelf beslissen of schaliegas veilig en succesvol kan worden gewonnen in hun gemeenschap. Daarvan zijn wij alvast overtuigd.” De gesprekken bleken een succes en de gemeenschappen waarderen deze kans om rechtstreeks met INEOS te praten en een antwoord op hun vragen te krijgen. In september zal het team in Schotland als vervolg op de eerste reeks openbare ontmoetingen evenementen opzetten, waaronder een tentoonstelling. „Het is essentieel dat we de mensen kunnen geruststellen dat de sector hier kan opereren zonder schade aan het milieu of aan hun levenswijze op lange termijn”, gaat Gary Haywood verder. „Het is ook cruciaal dat we hen kunnen laten zien waarom schaliegaswinning gunstig is voor de maatschappij en het land.” Schaliegas heeft een lage koolstofvoetafdruk (de helft van die van steenkool) en wordt daarom gezien als de belangrijkste tussenstap op de weg naar betaalbare, hernieuwbare energie. In de huidige situatie ondermijnen de stijgende energiekosten in Europa mogelijk het vermogen van producenten in de EU om op wereldniveau te concurreren. Het VK verliest momenteel banen ten voordele van de VS, waar de industrie over goedkoper schaliegas beschikt. In een poging om zijn petrochemische activiteiten in het VK te beschermen voor het te laat is, investeert INEOS nu al $ 1 miljard om schaliegas uit de VS te importeren en zo zijn vestiging in Grangemouth rendabel te maken en om de groei van zijn vestiging in Rafnes (Noorwegen) op lange termijn mogelijk te maken. Later dit jaar komen de eerste ladingen van vloeibaar gemaakt ethaan eerst in Rafnes en dan in Schotland aan – een wereldprimeur. „Ons succes in het VK hangt af van de toegang tot competitieve energie en grondstoffen”, zegt Tom. „Dankzij goedkopere grondstoffen en energie zou de petrochemicaliënindustrie in het VK de wind weer in de zeilen krijgen en opnieuw kunnen concurreren op de wereldmarkt.” Het is moeilijk te geloven dat Groot-Brittannië, grondlegger van de industriële revolutie, ooit de drijvende kracht achter de wereldhandel was. Vandaag wordt de nijverheid in het VK gezien als een industrie van het verleden. Een sector die langzaam is weggezakt en de voorbije twintig jaar alleen al meer dan drie miljoen banen heeft zien verdwijnen. Nochtans is de chemische industrie tegenwoordig relevanter en belangrijker dan ooit als we een groenere economie willen bouwen. Hoewel de fabrieken in deze sector nog altijd op fossiele brandstoffen steunen, sparen ze naar schatting voor elke gebruikte ton CO2 meer dan twee ton uit dankzij hun producten. Denk maar aan katalysatoren, isolatie en onderdelen voor windmolens en zonnecellen. Boren naar schaliegas mag dan wel een nieuwe uitdaging zijn voor INEOS in het VK, maar het INEOS team krijgt hulp van drie pioniers. Experts van wereldniveau die de ontwikkeling van het eerste commerciële schalieveld van de VS (Barnett Shale) in goede banen leidden. Sindsdien werkten ze ook al mee aan veel andere schalieprojecten in de VS en elders in de wereld. Petroleumingenieur Nick Steinsberger en geologen Kent Bowker en Dan Steward werken voortaan exclusief voor INEOS in Europa en hebben meer dan twintig jaar ervaring in de sector. Ze boorden al duizenden schaliebronnen aan, zonder noemenswaardige problemen, en zullen INEOS adviseren hoe je de grote reserves in Groot-Brittannië het best veilig kunt aanboren. „Onze kennis en ervaring met complexe petrochemische installaties, gekoppeld aan de topexpertise in ondergrondse winning waarmee we onlangs ons team hebben versterkt, maken van INEOS een heel veilige speler”, zegt Gary. Hij gaat verder: „We zien schaliegaswinning niet als speculatie op korte termijn. Waar het om gaat, is onze productiebasis veiligstellen. Duizenden banen in regionale economieën hangen er namelijk van af.” Ga voor meer informatie over schaliegas naar: www.ineosupstream.com

    6 minuten gelezen Nummer 8
  • Bezoek aan Keulen: Energie Efficiënt

    De Europese Commissie wil drastisch snijden in het energieverbruik in Europa, want dit zou het milieu, de werkgelegenheid, de energiezekerheid en de economie ten goede komen. INEOS, dat per jaar € 1,3 miljard aan energie uitgeeft, denkt er anders over. De onderneming dringt er bij de Europese Commissie op aan om te kijken naar de aanzienlijke dagelijkse inspanningen van de chemische industrie om haar energie-efficiëntie verder te verbeteren, in de plaats van nog meer streefcijfers op te leggen. Voor de Commissie, die het energieverbruik tegen 2030 met 27 % wil terugschroeven, is het in elk geval positief dat energiebesparing al een fundamenteel aspect van de bedrijfsvoering vormt bij INEOS. „We hebben niet nog meer regels of doelstellingen nodig”, zegt Tom Crotty, INEOS Group Communications Director. „Energieefficiëntie is al een kernwaarde van onze bedrijfsvoering, omdat het economisch gezien heel interessant is. Op onze sites hebben we zo goed als alle beschikbare en betaalbare energiebesparende technologie geïnstalleerd. Om ons energieverbruik nóg te verlagen, zouden we in onze productie moeten beginnen snoeien.” De Commissie gelooft dat een ambitieus streefcijfer inzake energie-efficiëntie het milieu, de werkgelegenheid, de energiezekerheid en de Europese economie ten goede zal komen. INEOS geeft jaarlijks € 1,3 miljard uit aan energie. Voor onze onderneming is de doelstelling niet realistisch, niet haalbaar voor de chemische sector en een bedreiging voor de industrie in Europa, waardoor zes miljoen banen gevaar lopen. Volgens INEOS komt het probleem gedeeltelijk voort uit het onvermogen van de Commissie om het belang en de dagelijkse realiteit van de chemische industrie te begrijpen. „We kampen al met een concurrentieprobleem in Europa”, zegt Tom Crotty. In een gezamenlijke inspanning om te worden gehoord onder de miljoenen antwoorden op een raadpleging van de Europese Commissie over haar klimaat- en energiebeleid voor 2030, nodigden INEOS en CEFIC vertegenwoordigers van het Directoraat-Generaal voor Energie van de Commissie uit voor een bezoek aan de site in Keulen. „INEOS levert al jaren succesvolle inspanningen op het gebied van energiebesparing”, zegt Gerd Franken, CEO van INEOS O&P North. „We zijn ervan overtuigd dat onze vestigingen tot de meest energieefficiënte ter wereld behoren.” De chemiesite in Keulen (Duitsland) stelt 2000 mensen uit 28 landen tewerk en heeft een oppervlakte ter grootte van Monaco. Negentig procent van haar uitgaven gaan naar energie en grondstoffen. Bovendien verbruikt ze net zoveel energie als je nodig hebt om 200.000 huishoudens van verwarming, verlichting en elektriciteit te voorzien. Dat is dus heel wat, maar het betekent niet dat de vestiging niet efficiënt is. Stefan Krämer, Energy Manager van de site, toonde de afvaardiging van het DG Energie hoe iedereen in het bedrijf al samenwerkt om energie te besparen. „Het is een hele uitdaging, want de interne energienetwerken van de INEOS-site in Keulen moeten constant in evenwicht blijven”, legt hij uit. „Zo produceert het salpeterzuur- en acrylonitrilproces stoom. De productie van krakers en butadieen heeft dan weer warmte nodig en dus wordt de stoom daar gebruikt.” Het nevenproduct waterstof wordt niet verbrand, maar thermisch gebruikt in de energiecentrale in de plaats van aardgas. Die ingreep levert een besparing van 80.000 MWh aan aardgas per jaar op. Door enkele verbeteringen aan de koeltoren besparen we jaarlijks ook nog eens 13.000 MWh aan elektriciteit. „INEOS is vastbesloten om alles wat het produceert te gebruiken en te hergebruiken”, zegt Gerd. „Dit komt namelijk zowel ons bedrijf als het milieu ten goede.” Tijdens het bezoek riep ook Brigitta Huckestein, Communications & Government Relations bij BASF (het grootste chemische bedrijf ter wereld), de Commissie op om tot inkeer te komen. Voor de allereerste keer gaat BASF zijn Europese investeringen strategisch afbouwen. De redenen: de stagnerende markt, de dure energie en de hoge loonkosten. Brigitta Huckestein zei dat BASF de grootste moeite deed om meer mogelijkheden te vinden om zijn energieverbruik en CO2-uitstoot te verlagen. De vestiging van BASF in Ludwigshafen is de grootste en efficiëntste geïntegreerde fabriek van Duitsland. Maar als er vanaf 2017 een toeslag van toepassing wordt op de zelfgeproduceerde elektriciteit van een WKK-installatie, zal de efficiëntie van de geïntegreerde productie aanzienlijk dalen. „Dat zal ook de concurrentiekracht van deze uiterst energie-efficiënte installatie verminderen”, zegt ze. „Kortom, we voelen ons al verdreven. Als de regels de productie van basischemicaliën in Europa regelen als een middel om de Europese vraag naar energie te verminderen, denken wij dat dat gevaarlijk zal zijn voor de Duitse en de Europese economie, want de waardeketens zullen worden verbroken. Als de omstandigheden niet gunstig zijn, zullen we elders moeten investeren.” Alistair Steel is een vertegenwoordiger van CEFIC, de spreekbuis van de chemische sector in Europa. Volgens hem is betaalbare energie dé sleutel tot groei. Koln video „De concurrentiekracht van de sector hangt af van een competitieve, betrouwbare energievoorziening”, zegt hij. Momenteel kost het in Europa tweemaal zoveel om ethyleen te produceren als in de VS. Daar heeft goedkoop schaliegas de nijverheid doen heropleven. Terwijl de winst van INEOS in Europa de voorbije drie jaar gehalveerd is, is die in de VS verdrievoudigd. „We kunnen niet nóg meer energie besparen”, zegt Greet Van Eetvelde, Manager van Cleantech Initiatives, vanuit het hoofdkantoor van INEOS in het Zwitserse Rolle. „De Europese Commissie moet beslissen of ze wil dat de chemische industrie standhoudt in Europa. Het is onmogelijk om deze doelstellingen te halen zonder aanzienlijke investeringen. In het economische klimaat in Europa is dat heel moeilijk.” Zelfs al wou INEOS schone technologie financieren, dan nog zou het bedrijf voor een haast onmogelijke taak staan. „Banken willen zekerheid”, zegt Tom. „Ze houden niet van nieuwe technologieën. Vaak hangt de financiering van nieuwe technologieën ook af van de overheidssteun, wat een politiek risico inhoudt.” Volgens Stefan werkt de chemische industrie al jaren aan manieren om haar productievestigingen efficiënter te maken. „Het engagement van de industrie om energie-efficiënter te worden, dateert van lang voor de EU-richtlijnen van 1996”, zegt hij. Vorig jaar waarschuwde Jim Ratcliffe, bestuurder van INEOS, dat de Europese chemische industrie binnen tien jaar zou uitsterven. „Ik zie groene taksen. Ik zie hoe de nijverheid wordt verdreven”, schreef hij in een open brief aan José Manuel Barroso, destijds voorzitter van de Europese Commissie. Hij wou de Commissie wakker schudden. „De chemische sector is wereldwijd goed voor $ 4,3 triljoen aan inkomsten”, zei hij. „Dat is meer dan het bbp van Duitsland. In Europa staan chemicaliën en auto’s samen aan de top met elk $ 1 triljoen. De chemische industrie is een van de sterkhouders van de Europese economie.” INEOS hoopt dat het bezoek aan Keulen de beleidsmakers in Brussel de ogen heeft geopend. Paul Hodson, een lid van de afvaardiging van de Commissie, schreef in een e-mail aan INEOS dat het bezoek hen een waardevol inzicht in de chemische industrie had opgeleverd. Hij zei dat het welvaren van de Europese industrie een van de prioriteiten van de Commissie is en dat ze er in haar beleid naar zou streven om de concurrentiekracht ervan te verhogen. Wat de Europese Commissie wil tegen 2030 Een vermindering van het energieverbruik met 27 (niet bindend voor de industrie) Een stijging van minstens 27% van het gebruik van hernieuwbare energie Een vermindering van de CO2-uitstoot met 40 %

    7 minuten gelezen Nummer 8
  • Anders denken

    De werkplaats veranderen is gemakkelijk. Veranderen hoe mensen denken allerminst. Maar met de juiste aanpak is niets onmogelijk. NIEMAND houdt van verandering. Of zo luidt toch de theorie. In werkelijkheid zijn er sommige mensen die ervan houden en andere niet. Wanneer een bedrijf zijn medewerkers wil overtuigen, brengt een andere aanpak vaak soelaas. De meester van het management, wijlen Peter Drucker, was heel duidelijk over de beste manier om veranderingen door te voeren in een organisatie. „Je moet je hele organisatie doordringen met de gedachte dat verandering een kans is, geen bedreiging”, zei hij. „Mensen voelen zich veilig als ze beseffen dat deze periode van plotse, onverwachte en radicale verandering kansen biedt.” Dr. Fred Wadsworth, medisch directeur bij Corperformance in het VK, begrijpt maar al te goed dat verandering emotionele verwarring en slechtere prestaties kan veroorzaken. In het verleden werkte hij al nauw samen met INEOS. „Een slecht beheerd veranderingsproces kan als een bedreiging overkomen en klassieke stressreacties teweegbrengen”, zegt hij. Maar volgens hem mag de vrees om veranderingen door te voeren een onderneming nooit tegenhouden om verandering na te streven. „De honger naar verandering moet aanwezig zijn en aangemoedigd worden. Maar dat kan alleen door de personeelsleden reële doelstellingen op te leggen waarin ze zelf geloven. Wie zich door het proces bedreigd voelt, is vaak het moeilijkst te overtuigen.” Maar ook die mensen kun je over de streep trekken. John Reh, een ervaren Amerikaanse zakenman en auteur, zegt dat als de betrokkenen begrijpen wat ze moeten doen en hoe, de zaak al half gewonnen is. „Je moet je mensen helpen te begrijpen wat de verandering inhoudt, wanneer ze zal plaatsvinden en waarom ze nodig is”, stelt hij. Roberta Katz, vennoot en vicevoorzitter voor strategische planning aan de universiteit van Stanford in de VS, beschreef verandering als een terugkerend proces. „De individuen binnen de organisatie springen op verschillende ogenblikken op de trein van de verandering. De leider moet de visie en de strategie steeds weer herhalen. Wanneer iedereen uiteindelijk op dezelfde trein zit, hebben ze allemaal dezelfde boodschap gehoord en het gemeenschappelijke doel begrepen. Dit kan vervelend zijn voor de leider die de verandering aankondigt: je bent klaar om verder te gaan, maar moet hetzelfde blijven herhalen. Zelfs als iemand de boodschap al tien keer heeft gehoord, kan het dat hij ze pas de elfde keer begrijpt, wanneer er iets in zijn leven gebeurt dat de boodschap zinvol maakt.” Weerstand tegen verandering kan vaak gebaseerd zijn op de angst voor het onbekende. „We verzetten ons tegen verandering, maar de angst voor het onbekende kan ertoe leiden dat we ons aan het huidige gedrag vastklampen – hoe slecht dat ook is”, zegt dr. Stan Goldberg, een voormalige klinisch professor aan de staatsuniversiteit van San Francisco. Die vrees steunt vaak op de perceptie van het personeel. En die perceptie telt, want ze is hun realiteit. Maar het goede nieuws is volgens hem dat je percepties, net als persoonlijkheden, kunt veranderen. „De persoonlijkheid is flexibel”, legt hij uit. „Onze waarden kunnen in onze jeugdjaren gevormd worden en als een anker op de zeebodem fungeren. Volgens dezelfde beeldspraak zijn onze gedragingen flexibeler, als boeien die op het wateroppervlak drijven. Ze blijven verbonden aan onze ankers, maar zijn vatbaar voor verandering. Daarom hebben doelstellingen die zijn afgestemd op onze waarden meer kans op slagen.” Peter Drucker zei dat een verandering die mogelijkerwijs kansen biedt, moet gesteund worden door de onderneming. Daarom moet een bedrijf er één of twee goede krachten op zetten. „Je moet iemand aan de top hebben die van het onverwachte houdt”, verklaarde hij. „Dat is cruciaal. Er zullen namelijk veel verrassingen komen en als elke verrassing als een bedreiging wordt gezien, zullen we het niet lang uithouden.” Peter Drucker zei dat snelle veranderingen mogelijk zijn zonder de medewerkers te verontrusten als ze de onderneming vertrouwen. „Vertrouwen bouwen is geen ruimtevaarttechnologie”, benadrukt James Hec, docent aan de Harvard Business School. „Eigenlijk zou het vrij simpel moeten zijn. Schep geen verwachtingen die niet kunnen worden ingelost. Deel kennis. Zorg ervoor dat je de juiste mensen aanwerft, erkent en ontslaat. Wees consequent en voorspelbaar. Vermijd zo veel mogelijk grootschalige ontslagen.” Dr. John Kotter, professor aan de Harvard Business School, schreef al bijna twintig boeken over leiderschap en verandering. Vorig jaar richtte hij het Kotter International Center for Leaders op, een firma van topexperts die organisaties helpen veranderen. „De veranderingen gaan sneller dan we ze kunnen bijhouden”, zegt dr. Kotter, „Toch verwachten we van leiders op alle niveaus dat ze steeds betere en snellere resultaten leveren.” David Carder is engagementsleider bij Kotter International in de VS. „Veel ondernemingen zijn niet in staat om de technologie echt te benutten en om te veranderen zoals ze dat zouden willen, omdat hun hiërarchie en structuur een belemmering vormt”, zegt hij. Het punt volgens Peter Drucker is dat verandering pijnlijk en riskant is en heel wat inspanningen vraagt. „Jammer genoeg kun je verandering niet beheren”, aldus Drucker, „Je kunt enkel anticiperen. Je kunt het alleen maar doorvoeren.” Vijf toptips voor een onderneming die veranderingen wil doorvoeren: Houd je medewerkers op de hoogte: mensen weten graag wat er gaande is, vooral als het rechtstreeks iets te maken heeft met hun job Inspireer je personeel: doe een beroep op de ambities en wensen van de mensen Doelstellingen die verband houden met hun eigen waarden, hebben meer kans op slagen Denk vooruit: veranderingen moeten worden doorgevoerd in het beste belang van de onderneming op lange termijn, niet gewoon om op korte termijn geld te besparen Wees begripvol: medewerkers aanvaarden veranderingen sneller als ze de onderliggende redenen goed begrijpen Wees realistisch: onrealistische doelstellingen versterken de angst, wat dan weer het risico op falen verhoogt.

    6 minuten gelezen Nummer 8
  • Het veranderende gezicht van Grangemouth

    Het gezicht van Grangemouth is aan het veranderen. Het is de voorbode van een nieuwe, opwindende toekomst. EEN van de grootste ethaanopslagtanks ooit in Europa krijgt vorm. Wanneer de tank van 60.000 m² af is, zal hij 30.000 ton vloeibaar gemaakt ethaangas kunnen bevatten. Een nieuw tijdperk in de productie van petrochemicaliën is aangebroken. „Het landschap van Grangemouth is veranderd sinds de bouw van de 40 m hoge tankwand”, zegt Alan MacMillan, O&P UK Ethane Project Manager. „Dit zijn opwindende tijden voor O&P UK. De tank is het tastbare bewijs van de investeringen die worden gedaan.” INEOS raises the roof vid De bouw van de tank is maar één onderdeel van een aantal simultane projecten en activiteiten die de visie van O&P UK rond een duurzame, leefbare toekomst onderstrepen. INEOS stopt zowat £ 450 miljoen in de verlieslatende Schotse fabriek, die meer dan 1300 mensen rechtstreeks tewerkstelt, om ze om te vormen tot een van de beste ter wereld. „Het is de grootste investering in de Britse petrochemische industrie van de voorbije tijd”, vertelt John McNally, CEO van INEOS Olefins & Polymers UK. „Zo bewijzen we duidelijk ons engagement tegenover Grangemouth.” INEOS heeft het ethaan, dat vanaf volgend jaar uit de VS aankomt, nodig om de krimpende Noordzeevoorraden te vervangen. Alleen als er voldoende grondstoffen worden verzekerd om de productiesites optimaal en op volle capaciteit te laten werken – wat jarenlang niet mogelijk was – kan het tij keren voor de Schotse vestiging. Naast de opslagtank omvat het ethaanbevoorradingsproject ook grote infrastructuurwerken. De onderneming bouwt momenteel de aanlegpier en de losinstallaties om waar de ultramoderne schepen zullen aanmeren. Bovendien legt ze kilometers pijpleidingen aan om het ethaan naar de tank en de productiesite te vervoeren. INEOS constructs ethane tank vid Er worden verschillende aannemers ingezet, zodat het project op tijd, veilig en binnen het budget wordt afgewerkt. „Met tal van verschillende ondernemingen en op uiteenlopende manieren samenwerken, is een complexe, uitdagende taak”, zegt Alan. Het plan in Grangemouth heeft veel gemeen met het project dat onlangs werd doorgevoerd op de site van INEOS in Rafnes (Noorwegen). Daar heeft de onderneming de infrastructuur gebouwd om dit jaar nog ethaan van de Noord-Amerikaanse schaliegasvelden te kunnen importeren. Er zijn langetermijncontracten met Amerikaanse leveranciers gesloten om het ethaan uit schaliegas via pijpleidingen naar de Amerikaanse oost- en golfkust te voeren. Van daaruit verschepen acht speciaal in opdracht van INEOS ontworpen schepen het dan over de Atlantische Oceaan naar Noorwegen en in 2016 ook naar Schotland. In afwachting van deze leveringen in Grangemouth werkt O&P UK verder aan zijn strategische overlevingsplan. Dat moet de waarde van de site op lange termijn beschermen door de oprichting van een internationaal, toonaangevend chemicaliën- en productieknooppunt met het potentieel om een centrum van uitmuntendheid en innovatie voor Schotland te worden.

    5 minuten gelezen Nummer 8
  • Hoe ook machtige bedrijven kunnen vallen

    In de snel veranderende omgeving van vandaag groeien en verdwijnen bedrijven sneller dan ooit. De grootste bedreiging is wellicht zelfgenoegzaamheid. Wijlen Steve Jobs, de uitvinder van de iPhone, zei het ook al: „Dood zelfgenoegzaamheid voor ze jou doodt.” Deze zes bedrijven werden ooit beschouwd als de leiders van hun sector, tot ze een voor een op ongelukkige wijze het noorden kwijtraakten. Blockbuster Wie had kunnen voorspellen dat hun succesverhaal zo zou eindigen? Blockbuster was met een marktwaarde van $ 5 miljard ooit de onbetwistbare leider in videoverhuur. Het bedrijf stelde 60.000 mensen tewerk en had 9000 vestigingen verspreid over de wereld. Toen ging Netflix films via de post verzenden en begonnen de kabel- en telefoonmaatschappijen films rechtstreeks de huiskamer in te sturen. Blockbuster speelde niet in op de veranderende behoeften van de klanten. Kodak Bijna honderd jaar lang kwam geen enkele concurrent ook maar in de buurt van Kodak. Het bedrijf werd opgebouwd op basis van een cultuur van innovatie en verandering. Maar net zelfgenoegzaamheid betekende zijn ondergang. De meeste mensen hadden een Kodak-camera en gebruikten de gepatenteerde film van Kodak. Maar het bedrijf had zich nooit kunnen voorstellen dat het ten onder zou gaan aan de digitale fotografie, een technologie die het zelf had uitgevonden. Kodak handelde niet snel genoeg en zijn concurrenten gaven de genadeslag. Polaroid Er wordt gezegd dat de uitvinder van Apple, Steve Jobs, dweepte met de man die de weg baande voor de iconische Polaroid SX-70. Edwin Land was namelijk de eerste die spitstechnologie met design combineerde. Op zijn hoogtepunt in 1991 verkocht hij voor bijna £ 3 miljard van zijn hoofdzakelijk instant camera’s en films. Maar Polaroid liep de digitale fotografierevolutie mis en ging tien jaar later failliet. Motorola Het is vandaag moeilijk te geloven dat Motorola de eerste mobiele telefoon bouwde en verkocht. In 2003 bracht het bedrijf de destijds best verkochte mobiele telefoon ooit op de markt: de Razr. Maar Motorola besteedde te weinig aandacht aan smartphones met e-mail en camera, zodat zijn marktaandeel snel begon te krimpen. Commodore Commodore International was een van de eerste computerbedrijven die zich met succes op de markt van de pc’s begaven. Zijn relatief kleine toestellen waren goed gemaakt en goedkoop. In het begin van de jaren 1980 gingen jaarlijks twee miljoen exemplaren van de Commodore 64 over de toonbank en had het bedrijf bijna 50 % van de markt in handen. Toen bracht het de meer geavanceerde Commodore plus/4 uit. Een slimme zet, zo werd eerst gedacht. Maar Commodore had niet aan zijn vaste klanten gedacht. Het nieuwe model was niet compatibel met het vorige, waar ze dol op waren. Het bedrijf ging failliet in 1994. ICI ICI was ooit een symbool van de Britse industriële overmacht. Op zijn hoogtepunt stelde het bedrijf, dat het polytheen uitvond, 130.000 mensen tewerk en was het een van de grootste chemiebedrijven ter wereld. Maar in de jaren 1990 werd het te zelfgenoegzaam. Volgens Paul Hodges, een hoog kaderlid bij ICI tot 1995, werd het bedrijf steeds meer afkerig van risico’s en beslissingen. „Het verloor zijn voorsprong en de drang om nieuwe richtingen te verkennen”, zegt hij. „In de plaats daarvan werd het motto ‘geen verrassingen’.” ICI ging zich op chemicaliën voor specifieke toepassingen toeleggen en verkocht zijn bulkchemicaliën activiteiten aan INEOS. Onder onze vleugels groeiden ze stevig. Ondertussen bleven de winsten van ICI dalen. In januari 2008 werd het verkocht aan het Nederlandse bedrijf AkzoNobel en drie maanden later kocht het Duitse Henkel de secties kleefstoffen en elektronische materialen over.

    3 minuten gelezen Nummer 8
  • Van de directiekamer naar het slagveld

    Niet iedereen wil in zijn comfortabele cocon blijven. Mensen als Tony Moorcroft al zeker niet. Voor hem is verandering altijd beter dan blijven hangen, zoals INCH vaststelde. Op 19 maart 2003 sprak de Amerikaanse president George Bush de wereld toe. In een live-uitzending op tv zei hij dat de campagne van de geallieerden om Irak te ontwapenen, het volk te bevrijden en de wereld tegen een groot gevaar te beschermen, begonnen was. Duizenden kilometers daarvandaan, maar in zekere zin toch niet zo veraf, zat de reservist Tony Moorcroft thuis in het VK. Deze specialist-scheepsmilitair was de eerste die verplicht voor dienst werd opgeroepen sinds de Tweede Wereldoorlog. Twee maanden eerder had hij via de post een brief in een verzegelde bruine enveloppe ontvangen. „Toen ik de brief snel doornam voor ik naar mijn werk vertrok, drong de inhoud niet echt tot me door. Pas uren later besefte ik plots dat het echt zou gaan gebeuren”, zegt hij. Zijn familie was begrijpelijkerwijze nog meer bezorgd dan hijzelf. „Je weet dat je hiervoor gekozen hebt en opgeleid bent. Dus ga je je helemaal concentreren op je dagelijkse taken, uur per uur. Dat helpt om je angst of ongerustheid te overwinnen”, vertelt hij. „Maar je moet op een zo normaal mogelijke manier voortdoen.” Een week nadat hij zijn oproepingspapieren had ontvangen (januari 2003), vertrok hij van thuis in het noorden van Engeland. In het kader van Operatie Telic 1 voegde hij zich bij het 165 Port and Maritime Regiment, een gespecialiseerde logistieke eenheid. Hun taak voor de volgende vijf maanden: de geallieerde strijdkrachten in leven houden wanneer ze op kritieke locaties in Irak en Koeweit terechtkwamen. Als onderofficier had Tony de bijkomende verantwoordelijkheid dat hij over een team van mannen moest waken. „Je gedachten zijn dan echt geconcentreerd op het ultieme doel dat iedereen nastreeft: veilig terugkeren naar familie en vrienden”, gaat hij verder. In het conflict kwamen duizenden mensen om het leven, maar Tony overleefde het en nam na afloop zijn job als HR-directeur voor INEOS ChlorVinyls en INEOS Enterprises weer op. „Na een korte verlofperiode wilde ik zo snel mogelijk terug naar het normale burgerleven”, vertelt hij. „Ik heb me vrij gemakkelijk aangepast, want op de werkvloer had ik meteen weer een drukke agenda. Ik heb veel steun gekregen van mijn familie, vrienden en collega’s. Ze vielen me niet lastig met eindeloze vragen en de steun van INEOS was fantastisch. Veel reservisten waren bezorgd om hun baan wanneer ze naar huis zouden terugkeren, maar ik had dat probleem niet. Zo kon ik me helemaal concentreren op mijn taak: ervoor zorgen dat alle jongens veilig thuiskwamen.” Toch was het een ervaring die zijn leven zou veranderen. „Ik leerde veel over mezelf en over anderen. Maar het is niet iets wat ik zomaar opnieuw zou doen, zonder zorgen”, vertelt hij. „Ik waardeer het leven nu meer en ik denk dat ik beter met moeilijke situaties overweg kan.” „Ik ging oorspronkelijk bij het leger om mijn ingenieursvaardigheden te verbeteren en mijn carrière een duwtje in de rug te geven”, zegt hij. „Maar mijn rol als reservist heeft mijn leven op verschillende manieren veranderd en INEOS had als werkgever niet beter kunnen doen. Bij de landmachtreserve leer je je voorbereiden op heel veeleisende situaties. Situaties waarin je geen andere keuze hebt dan doen wat je moet en je verantwoordelijkheid moet nemen voor je daden. In de chemische industrie komen we voor vergelijkbare uitdagingen en dilemma’s te staan. In de loop der jaren heb ik ondervonden dat beide rollen elkaar aanvullen: in beide functies moet je leiderschap, teamwerk, discipline, integriteit en respect aan de dag leggen.” En blijkbaar slaagt Tony daar heel goed in. Vorig jaar werd hij door zijn overste, luitenant-kolonel C. K. Thomas van het Royal Logistic Corps, genomineerd voor een ‘Queen’s Birthday Honour’, de koninklijke medaille voor vrijwillige reservisten, om de voorbeeldige en verdienstelijke uitvoering van zijn plichten. Deze eer valt elk jaar slechts dertien mensen te beurt. „Ik was eerst sprakeloos”, vertelt de intussen 55-jarige Tony. „Maar mijn verstomming sloeg al snel om in trots, want deze medaille wordt elk jaar slechts aan een beperkt aantal mensen uitgereikt. Ze is dus heel bijzonder.” Hij kreeg de medaille op Buckingham Palace uit handen van prins Charles, die zich nog herinnerde dat hij Tony in 1993 had ontmoet in Liverpool op de herdenkingsceremonie van de Slag om de Atlantische Oceaan. „Hij was in het bijzonder geïnteresseerd in mijn overstap van de zeemacht naar de landmacht, omdat we tijdens onze carrière allebei dienst hadden gedaan op hetzelfde type schip”, weet hij nog. ERETEKEN De koninklijke medaille voor vrijwillige reservisten is zowat de hoogste onderscheiding die Tony Moorcroft had kunnen ontvangen. De lofbetuigingen die hem deze prestigieuze erkenning opleverden, zijn dan ook niet van de minste. Zijn overste luitenant-kolonel Colin Thomas, die hem voor de medaille nomineerde, zegt dat Tony (intussen bijna op pensioenleeftijd) altijd heeft uitgeblonken als een voorbeeldige, onbaatzuchtige persoon. „Hij is een echte teamspeler en altijd bereid om zijn eigen comfort op te offeren als hij hiermee zijn collega’s kan helpen. Dat weet iedereen”, vertelt hij. „Iedereen die met hem werkt, en misschien in de eerste plaats zijn ondergeschikten, heeft het allergrootste respect voor hem. Zijn engagement is totaal: je kunt altijd op hem rekenen en zijn enthousiasme kent geen grenzen. Zelfs na drie decennia bij de zeeen de luchtmacht.” Luitenant-kolonel Thomas zegt dat Tony zich intens bekommerde om het welzijn van zijn soldaten toen ze in 2003 in Irak werden ingezet. „Naast zijn hoofdtaken stak hij ook veel energie in het herstellen of bouwen van geïmproviseerde basisinstallaties. Zo zorgde hij ervoor dat het moreel hoog bleef”, aldus Thomas.

    5 minuten gelezen Nummer 8
  • Debat: Is verandering altijd positief?

    Sommige mensen bloeien open bij verandering, andere doen juist al het mogelijke om zich ertegen te verzetten. Verandering zou volgens velen een goede zaak zijn. Maar klopt dat altijd? INCH polste naar de mening van mensen die het kunnen weten. Verandering is niet altijd positief. Het kan ons helpen vastgeroeste gewoonten af te schudden en betere aan te nemen, maar ook stresserend, duur en zelfs destructief zijn. Het belangrijkste is hoe we op verandering anticiperen en reageren. Verandering kan ons leren om ons aan te passen en weerstand te ontwikkelen, maar alleen als we ons eigen groei- en leervermogen kennen. Wanneer een verandering ons beter maakt, is dat omdat we geleerd hebben hoe we een uitdagende situatie naar onze hand moeten zetten. En dus niet zomaar ‘omdat veranderingen nu eenmaal plaatsvinden’.Rick Newman, auteur van ‘Rebounders: How Winners Pivot from Setback to Success’ en columnist voor Yahoo Finance Een van de constanten in het leven is verandering. Of we er klaar voor zijn of niet, ze gebeuren. We groeien. We worden ouder. De technologie evolueert elke dag opnieuw. Sommigen voelen zich goed bij verandering, anderen verzetten zich ertegen. Het liefst stellen we zelf de voorwaarden, maar we hebben niet altijd die keuze. Soms is aanvaarden en verwerken de enige optie. Wanneer we de kans krijgen om onze eigen wil te doen gelden, gaan we het best bedachtzaam te werk. Veranderen om te veranderen is een risico, want het gras is niet altijd groener aan de overkant. Het dwangmatige streven naar ‘beter’ leidt soms tot verbittering en spijt om veranderingen die we niet hadden moeten doorvoeren.Bob Tamasy, auteur en vicevoorzitter van Communications Leaders Legacy, Inc. Verandering is niet inherent goed of slecht. Het is iets onvermijdelijks. De problemen treden op door de snelheid waarmee verandering zich voordoet en de bedreiging die ze vormt voor de mensen die de vraag krijgen om te veranderen. Een handige stelregel: wanneer veranderen voor een persoon, organisatie of land even gemakkelijk is als niet veranderen, dan lopen de dingen het vlotst. Mensen die op verandering aandringen, zijn helaas vaak verontwaardigd wanneer er weerstand is. Zelfs een elementair begrip van de principes van verandering kan de overgang gemakkelijker maken. Of het nu gaat om een regeringsleider die een universele verzekering voorstelt, de CEO van een vennootschap die van zijn medewerkers meer verantwoordelijkheidszin verwacht of een vrouw die de wanorde van haar man beu is.Stan Goldberg, auteur van ‘I Have Cancer, 48 Things To do When You Hear the Words’ en acht andere boeken over de scherpe kantjes van het leven Verandering is onvermijdelijk. Maar zijn we altijd gedwongen om te veranderen omdat we in een geglobaliseerde wereld leven die steeds sneller draait en waar alles en iedereen verbonden is? Veranderen om te veranderen heeft niets te maken met ware innovatie, creativiteit stimuleren, nieuwe kennis verwerven of de vereiste vaardigheden leren om competitief te blijven. In elk bedrijf, klein of groot, heeft de minste verandering in de identiteit van een merk (bv. het logo of de slogan) een impact op het merkimago en de perceptie van de producten of diensten door de klanten. Trouwe fans van het merk hebben meestal een hekel aan veranderingen. Je moet je dus vooraf de vraag stellen: welke meerwaarde bied ik mijn klanten, medewerkers en andere betrokken partijen?Anne Egros, algemene coach voor kaderleden Veel mensen hebben een hekel aan verandering, anderen kijken er dan weer naar uit. Weerstand tegen verandering is normaal, maar kan heel destructief zijn. Sommige managers merken niet dat bepaalde symptomen van verandering (bv. een hoog personeelsverloop, confl icten, laatkomen, fouten, letsels, een zwak moreel of een lagere productiviteit) soms rechtstreeks in verband staan met de geplande of doorgevoerde veranderingen.Eve Ash, Australische psychologe en gedelegeerd bestuurder van Seven Dimensions Uitmuntende fi rma’s geloven niet in uitmuntendheid, wel in constant verbeteren en veranderen. Winnaars moeten leren even enthousiast en dynamisch van verandering te genieten als we ons daar vroeger tegen verzetten. Tom Peters, Amerikaans auteur van boeken over bedrijfsbeheer Verandering is goed, maar vaak ook hard. Het kan zoveel gemakkelijker zijn om de dingen bij het oude te laten. Maar om te slagen in het bedrijfsleven, moet je openstaan voor verandering. Nooit eerder veranderde het communicatie- en technologielandschap zo snel als nu. Twintig jaar geleden had je vast geen e-mailadres, nu is het moeilijk om je je leven of bedrijf zonder e-mail voor te stellen. Tien jaar geleden bestond Facebook niet, nu gebruiken 1,25 miljard mensen en miljoenen bedrijven het om te communiceren. Zelfs al ben je niet rechtstreeks bij de communicatie- of technologiesector betrokken, technologie speelt ongetwijfeld een gigantische rol in de veranderingen in je bedrijfstak. Deze veranderingen brengen met zich dat ook jij moet veranderen.Dave Kerpen, auteur van boeken als ‘Likeable Social Media’ en ‘Likeable Business’ (op de lijst van bestverkopende boeken volgens de New York Times) Vooruitgang is niet mogelijk zonder verandering. En wie zijn mening niet kan veranderen, kan niets veranderen.Wijlen George Bernard Shaw, Ierse toneelschrijver en medeoprichter van de London School of Economics.

    4 minuten gelezen Nummer 8
  • In veilige handen

    INEOS is intens met veiligheid begaan. Dat moet ook. Als er iets misgaat, kunnen mensenlevens op het spel staan. Maar als er fouten worden gemaakt, doet INEOS er alles aan om er waardevolle lessen uit te trekken. ZELFGENOEGZAAMHEID kan dodelijk zijn voor een bedrijf. In een potentieel risicovol bedrijf zoals INEOS kan zelfgenoegzaamheid ook mensenlevens kosten. Steve Yee, INEOS Group Safety Health & Environment Director, heeft de opdracht om zelfgenoegzaamheid te helpen bestrijden vanuit Runcorn (VK). „Het is ontzettend belangrijk dat iedereen constant aan veiligheid denkt”, zegt hij. „We weten allemaal dat de duurzame toekomst van onze bedrijven afhangt van onze prestaties op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu.” INEOS lijkt in elk geval goed op weg. Vorig jaar verbeterden de algemene veiligheidscijfers van INEOS met 23 % tegenover 2013. De milieuschendingen bereikten een historisch dieptepunt. „Nooit eerder waren onze veiligheids- en milieuprestaties zo goed”, vervolgt Steve, die de veiligheidsrapporten van de groep beheert. INEOS had al vaak vooruitgang geboekt, maar vorig jaar deed het bedrijf het beter dan ooit. „Het was bijzonder fijn om te zien dat vestigingen die niet meteen kampioenen waren qua veiligheid, erop vooruit waren gegaan”, gaat hij verder. „Hieruit blijkt dat we echt iets kunnen verwezenlijken als we er maar voor gaan.” INEOS schakelde onlangs over op OHSA (Occupational Health & Safety Administration), een strenger, Amerikaans systeem voor de registratie van ongevallen, letsels en ziekten op de werkvloer. Zo kunnen ook buitenstaanders de prestaties van INEOS vergelijken met die van de allerbesten. „We zien dat INEOS het heel behoorlijk doet in vergelijking met bedrijven zoals Shell en Dow Chemical”, zegt Steve. „Maar hoewel we onze achterstand aan het inlopen zijn, zijn we er nog niet.” INEOS beschouwt een OSHA-prestatie van 0,23 als ideaal. „Dow is een van de allerbesten”, vertelt hij. „Wij scoren momenteel 0,40.” In december bezochten Steve Yee en Simon Laker, Group Operations Director van INEOS, de hoofdkantoren van Dow in de VS om te zien hoe het bedrijf deze indrukwekkende prestaties neerzet. „Verschillende factoren spelen een rol. Een van de belangrijkste: ook al verbetert de OSHA-prestatie, het aantal letsels met gevolgen voor het leven volgt niet hetzelfde voorbeeld”, merkt hij op. „Hetzelfde gebeurt bij ons. We moeten ons dus duidelijk meer concentreren op maatregelen om ernstige letsels en sterfgevallen te vermijden.” Steve beseft nu ook dat de rapportering over alle landen heen van een hoog niveau moet zijn, wil INEOS ooit echte verbeteringen zien. „Als managementteam hechten we heel veel belang aan rapportering”, zegt hij daarover. „Het kan helemaal niet dat we pas iets horen wanneer er iemand overlijdt of een ledemaat verliest.” Om echt een verschil te kunnen maken, lanceerde INEOS vorig jaar een initiatief op groepsniveau. De aanleiding: een werknemer in een van de fabrieken had een veiligheidssysteem genegeerd om het werk sneller te kunnen uitvoeren. „We voeren altijd nieuwe initiatieven in wanneer we incidenten evalueren, omdat we dan zien hoe we herhalingen kunnen voorkomen”, aldus Steve. „Gelukkig raakte bij dat incident niemand gewond, maar toch was het goed dat we op de hoogte werden gebracht.” Dankzij de nieuwe levensreddende regels ziet iedereen gemakkelijker wat INEOS verwacht. Ze zorgen er ook mee voor dat de basiskennis inzake veiligheid overal aanwezig is. Steve vertelt dat die regels voor iedereen zichtbaar zijn. „De managementstructuur van INEOS maakt het ook gemakkelijker om te controleren of iedereen de berichten duidelijk heeft ontvangen en begrepen”, legt hij uit. „We hebben geen groot hoofdkantoor. Elke vestiging is in hoge mate aansprakelijk voor haar eigen daden.” DE REGELS Nadat een werknemer een veiligheidssysteem had genegeerd om zijn werk sneller te voltooien, voerde INEOS zeven levensreddende regels in. Die regels zijn: Verboden om alcohol of drugs te gebruiken of onder invloed te zijn op het terrein van het bedrijf Verboden te roken buiten de aangeduide rookzones Verboden werk aan apparatuur of machines onder stroom te beginnen zonder toestemming Verboden apparatuur of vergrendelingen die kritisch zijn voor de veiligheid zonder toestemming uit te schakelen of buiten dienst te stellen Bij hoogtewerk is een degelijke valbescherming verplicht Verboden toegang tot besloten ruimten zonder toestemming en gastest Heffen en takelen: verboden toegang voor onbevoegde personen tot afgebakende gevarenzones waar voorwerpen kunnen vallen

    4 minuten gelezen Nummer 8
  • Weg van de platgetreden paden

    Wijlen Steve Jobs had een welbepaalde strategie en visie voor Apple. Zijn uitgangspunt? De klant, niet de ingenieurs van de fantastische technologie van het bedrijf. De klemtoon lag altijd op de ongelooflijke voordelen die Apple zijn klanten kon bieden. Styrolution deelt die visie STYROLUTION heeft sinds 2011 een lange weg afgelegd. Voor de medewerkers is het een opmerkelijke reis geweest. Voor de klanten is het een bewijs dat de consolidatie van de industrie kan bijdragen tot een groter goed. Vandaag is Styrolution volledig eigendom van INEOS, dat vorig jaar het aandeel van 50 % van BASF in de in 2011 opgerichte joint venture voor styreenplastic overnam voor € 1,1 miljard. De toekomst ziet er voor de klanten zo mogelijk nog rooskleuriger uit. Onder meer de automobielindustrie zal volop de vruchten plukken van de recente beslissing van INEOS om twee van zijn activiteiten samen te brengen in één enkele styreenleverancier die plastic maakt voor auto-onderdelen, elektronische en huishoudelijke apparaten, medische toestellen, verpakking en speelgoed. „Geen enkel ander bedrijf is daar op een dergelijke schaal toe in staat”, zegt Andy Currie, Capital Director van INEOS en bestuurder van Styrolution. „Dat is fantastisch voor ons én voor onze klanten.” De beslissing om INEOS Styrolution en INEOS ABS samen te voegen, viel in maart van dit jaar. Enkele maanden voordien had INEOS het aandeel van BASF in Styrolution, de wereldwijde marktleider in styreen, gekocht. Volgens Andy Currie is de fusie een logische keuze die nog meer geweldige groeimogelijkheden biedt. INEOS ABS is de grootste producent van styreenacrylonitrilepolymeren in Noord-Amerika en staat daar bekend als vormgever van auto-interieurs. INEOS Styrolution, dat vijftien fabrieken in negen landen uitbaat, heeft al altijd een sterkere positie gehad in toepassingen voor de buitenzijde van auto’s. „Deze activiteiten vullen elkaar mooi aan”, zegt Kevin McQuade, CEO van INEOS Styrolution. „Topprestaties en luxueuze esthetische kenmerken zijn essentiële aankoopcriteria voor onze klanten in de automobielindustrie. En dat is wat onze producten anders maakt. Onze klanten de beste oplossing bieden is onze passie. Het zit in het DNA van ons bedrijf.” Hij gaat verder: „Vroeger waren de twee bedrijven misschien concurrenten in dezelfde sector. Maar voortaan steunen we op elkaars sterkten en kunnen we onze klanten een compleet gamma aanbieden.” Op de internationale NPE-beurs onlangs in Orlando (Florida) deelden INEOS Styrolution en INEOS ABS een stand. Klanten konden er een blik op de toekomst werpen. „We lieten hen de eindeloze mogelijkheden van styreen zien en ze waren laaiend enthousiast”, besluit Kevin. „Eigenlijk hebben we met ons styreen al altijd anderen geholpen om vorm te geven aan de toekomst van de automobielindustrie, de gezondheidszorg, de sector van de elektronische toestellen en huishoudelijke apparaten, de bouwsector en de verpakkingsindustrie.” INEOS en BASF sloten in oktober 2011 een joint venture in uitdagende marktomstandigheden. In een mum van tijd zetten ze een echt internationaal bedrijf op poten en stelden ze hun leiderspositie op de wereldwijde styreenmarkt veilig. Hoe? Met een fabricatieplatform van wereldklasse dat de klanten leveringszekerheid, toegang tot de allerbeste technologie en een uitgebreid producten- en dienstengamma biedt. Samen waren ze ook sterker en efficiënter. In amper twee jaar, een stuk sneller dan de voorziene vijf jaar, hadden ze al € 200 miljoen aan kosten bespaard. „We creëerden een heel andere, unieke onderneming”, legt Kevin uit. „Een bedrijf dat de sector op zijn kop zette.” In het kader van de jointventure-overeenkomst behield INEOS wel altijd het recht om BASF uit te kopen, wat het bedrijf in november vorig jaar dan ook deed. INEOS-bestuurder Jim Ratcliffe beschreef de overname als een nieuwe, belangrijke stap in de groei van Styrolution. „We zijn blij dat Styrolution voortaan een volwaardig deel is van de INEOS-familie”, zei hij toen. INEOS Styrolution is voortaan volledig in handen van INEOS en wil uitbreiden. „Styrolution heeft nu al productielocaties verspreid over de wereld, maar er komen nieuwe markten op”, aldus Kevin. „We willen onze aanwezigheid in Brazilië en Azië, en dan vooral China, uitbreiden. Dit is een uitloper van onze Triple Shiftstrategie, waarmee we onze positie willen versterken in de sectoren van onze klanten, in standaard ABS en styreenspecialiteiten, en op opkomende markten. Met fabrieken over de hele wereld is het niet nodig om goederen van Europa naar de VS of omgekeerd te vervoeren. We maken de producten gewoon bij onze klanten in de buurt. We zijn echt een internationale business binnen INEOS.” INEOS Styrolution verkoopt zijn producten aan de automobielindustrie in de vorm van korrels. Andere fabrikanten maken er vervolgens onderdelen van, bijvoorbeeld voor auto’s. „Ze kunnen zo alles maken waar ze ook maar zin in hebben!”, zegt Kevin. Een andere sector die nauw met INEOS Styrolution samenwerkt, is uiteraard de bouwsector. „Onze klanten in de bouwsector lopen altijd voorop op het gebied van innovatie. Ze worden constant uitgedaagd om sterkere, voordeligere en mooier ogende producten die langer meegaan op de markt te brengen”, vertelt Thomas Hazenstab, Specialities Business Director. Samen creëren ze producten zoals terrasplanken, schermen en leuningen die beter bestand zijn tegen slecht weer maar ook tegen hoge temperaturen. „We gaan er prat op dat we in nauw overleg met onze klanten nieuwe producten ontwikkelen op hun maat”, gaat Thomas verder. „De trends in de sector bepalen, daar gaat het om. We bieden hen de best mogelijke oplossingen aan die hen een concurrentievoordeel in hun eigen sector opleveren.” Volgens Kevin is innovatie de sleutel van het succes van het bedrijf en in de toekomst zal dat zelfs nog meer het geval zijn. „Om het goed te doen op gespecialiseerde markten, moeten we voor onze klanten meerwaarde creëren door innovatie”, legt hij uit. „Daarom ontwikkelen we samen met onze klanten vernieuwende styreenoplossingen voor de producten van morgen. Door geavanceerde oplossingen en toepassingen en door product- en procesinnovaties onderscheiden we ons van onze concurrenten en verstevigen we onze positie als voorkeurpartner.” Styrolution is ook de belangrijkste wereldwijde leverancier van styreen voor de elektronicasector. Zo dragen we bij tot de ontwikkeling van stevige, hittebestendige computerbehuizingen en -schermen. De meeste printers die vandaag worden gemaakt, bevatten polystyreen van Styrolution of producten van ABS. Naar verwachting zal zowel Styrolution als INEOS ABS door de onderlinge wisselwerking voordeel halen uit de fusie en zullen beide bedrijven efficiënter worden. Kernfuncties worden samengevoegd en de beste praktijken op dat vlak worden gedeeld. Denk maar aan marketing en verkoop, de klantendienst, onderzoek en ontwikkeling, de toeleveringsketen, de productie, financiën en de personeelsdienst. Dit zal niet alleen de hele organisatie ten goede komen, maar ook de klanten. Die kunnen voortaan voor al hun styreenbehoeften terecht op één plek. „De medewerkers hebben een hele reeks veranderingen meegemaakt”, zegt Kevin. „Maar voor onze klanten is continuïteit de kernboodschap. Als er veranderingen plaatsvinden, dan zullen die positief zijn. Dit bedrijf gaat ervoor en kijkt naar de toekomst.” www.styrolution.com Styrolution vid 2

    14 minuten gelezen Nummer 8
  • INEOS wekt interesse bij kredietverstrekkers

    INEOS laat geen kansen liggen, vooral niet wanneer het zijn financiële zaken efficiënter kan beheren. Dit jaar is geen uitzondering geweest. Mede dankzij sterke prestaties en zijn reputatie als een winstgevend bedrijf kon INEOS in het eerste semester van dit jaar drie afzonderlijke deals regelen en nog eens € 80 miljoen van zijn jaarlijkse interestenrekening schrappen. „Hoewel de investeerders op die manier niet zoveel geld zullen verdienen aan interesten, betekent dit wel dat INEOS zich kan toespitsen op het versterken van het bedrijf. Bovendien wordt het als een beter ‘risico’ beschouwd, wat altijd goed is voor kredietverstrekkers”, zegt Peter Clarkson, Head of Investor Relations bij INEOS. Het geld dat wordt uitgespaard op de betaling van interesten op de jongste lening van € 4 miljard die moet worden geherfinancierd, wordt wellicht opnieuw in het bedrijf gestopt. „Het is voorlopig moeilijk te zeggen wat we precies met de extra cashflow gaan doen”, merkt Peter op. „Maar in elk geval geeft dit ons meer armslag wanneer we verbeteringen willen doorvoeren of zelfs enkele ‘bolt-on’ overnames willen uitvoeren. Daar zijn we altijd naar op zoek.” De voorbije vier jaar herfinancierde INEOS door een aantal slimme tactische zetten de $ 9 miljard die het in 2005 had geleend om Innovene te kopen. In die dochtermaatschappij van BP waren de olefinen- en derivatenactiviteiten alsook twee raffinaderijen samengebracht. Zo kon het bedrijf € 405 miljoen aan interesten besparen. „Sinds 2011 zijn we de schuldenstructuur van de groep aan het verbeteren, na de beperkingen die werden opgelegd naar aanleiding van de financiële crisis van 2008”, vertelt Chief Financial Officer Graeme Leask. „Zo konden we onze cash interestenrekening van € 763 miljoen in 2010 terugbrengen tot € 358 miljoen vandaag.” In april 2012 schreef INEOS geschiedenis in de financiële wereld door de grootste ‘covenant-lite’ lening ooit voor een Europese onderneming binnen te halen. Het was ook de grootste lening in haar soort ter wereld sinds het begin van de kredietcrisis in 2008. Michael Moravec, hoofd van European High-Yield Syndicate, beschreef de lening als een onvoorstelbaar succes voor een bedrijf. „Het management kan zich nu concentreren op wat het het beste kan: een chemiebedrijf leiden”, zei hij toen. INEOS heeft nu de meeste van zijn leningen die het einde van hun looptijd naderen geherfinancierd. „De opname van de volgende grote schuldenschijf betekent dat we nu een aanzienlijke premie moeten betalen, maar die zal dalen en kan volgend jaar een aantrekkelijkere optie zijn”, licht Peter toe.

    2 minuten gelezen Nummer 8
  • INEOS steekt energie in nieuw tv-programma

    INEOS heeft een nieuw televisiekanaal gelanceerd om zijn medewerkers op de hoogte te houden. De bedoeling is dat IN:TV (dat elke maand vanuit een andere vestiging zal worden uitgezonden) de band tussen het groeiende aantal werknemers overal ter wereld en het bedrijf verstevigt. Gastheer van het 15 minuten durende programma is Tom Crotty, de External Affairs Director van INEOS. Hij krijgt elke maand het gezelschap van een presentator van de gastvestiging. „In amper 17 jaar is INEOS gegroeid van niets tot een chemiereus met meer dan 53 productievestigingen over de hele wereld en bijna 20.000 medewerkers”, aldus Tom. „Soms is het een echte uitdaging om met zo veel mensen te communiceren.” De eerste aflevering is opgenomen in Grangemouth (Schotland). Gastpresentatrice Jennifer Prentice, een bekroonde chemisch ingenieur bij O&P UK, hielp Tom een handje. „Ik denk echt dat we met een innovatie als IN:TV trendsetters zijn in personeelscommunicatie binnen de petrochemische sector”, gaat Tom verder. „Beeld en sociale media zijn belangrijk voor de jongere generatie, die onze toekomstige werknemers en klanten zijn. Daarom willen we hen zo veel mogelijk informatie geven.” In elke aflevering komt het laatste nieuws rond de groep aan bod. Bovendien krijgen de medewerkers de kans krijgen om vragen te stellen aan bestuurder Jim Ratcliffe. Iedereen kan het programma bekijken op www.ineos.com.

    3 minuten gelezen Nummer 8
  • Insight en Ingenuity, twee nieuwkomers in de vloot van INEOS

    De twee ultramoderne schepen die INEOS heeft laten bouwen voor het transport van tonnen vloeibaar gemaakt ethaangas van de VS naar Europa, hebben nu ook officieel een naam. JS INEOS Insight en JS INEOS Ingenuity zijn operatief sinds juli. Op de flank van een van de reusachtige schepen staat het embleem ‘Shale gas for manufacturing’, het andere schip draagt de slogan ‘Shale gas for chemicals’. De schepen werden gedoopt in Qidong bij Shanghai, waar in opdracht van INEOS het eerste schip van een hele vloot wordt gebouwd SINOPACIFIC Offshore and Engineering, een van de grootste scheepsbouwers ter wereld. Elk schip heeft de lengte van twee voetbalvelden en kan 40.000 vaten ethaan vervoeren. Steffen Jacobsen, CEO van Evergas (het Deense gastransportbedrijf dat de schepen ontwierp, verhuurt en beheert), werkt al 35 jaar in de sector. „Deze schepen zijn in veel aspecten een wereldprimeur”, zegt hij. „Nooit eerder probeerde iemand dergelijke hoeveelheden ethaan over zo’n grote afstand te vervoeren. Om dit te doen, moesten we totaal nieuwe werkwijzen uitvinden. Deze schepen zijn werkelijk uniek.” De scheepsdoop was de jongste mijlpaal in een internationaal project van INEOS ter waarde van $ 1 miljard om schaliegas van de VS naar de productievestigingen in Noorwegen en Schotland te verschepen. INEOS wordt het eerste bedrijf ter wereld dat ervoor kiest om van schaliegas afgeleid ethaan uit de VS te halen. Daar heeft het gas tot een heropleving van de nijverheid geleid. Volgens Jim Ratcliffe, oprichter en bestuurder van INEOS, gaat het om een uitzonderlijk groot project dat de Europese chemiesector op zijn kop zal zetten doordat het de Amerikaanse economie naar Europa haalt. „We zullen 15 jaar lang elke dag van het jaar meer dan 40.000 vaten gas per dag vervoeren van de VS naar Europa”, zegt hij. „Hoe je het ook bekijkt: dit is een uitzonderlijke prestatie.” INEOS names its Dragon Ships vid

    4 minuten gelezen Nummer 8
  • GO Run For Fun breekt record

    Het INEOS GO Run For Fun team hield onlangs zijn grootste evenement ooit in het Queen Elizabeth Olympic Park in Londen. Maar liefst 6000 kinderen liepen de 2 km, samen met olympische atleten en tv-sterren. „We weten dat veel ouders bezorgd zijn dat hun kinderen te veel eten en niet genoeg bewegen”, zegt Leen Heemskerk, projectleider van de GO Run For Fun stichting. „GO Run For Fun wil dit probleem op een leuke manier aanpakken. Het grote aantal deelnemers bewijst dat veel mensen onze bezorgdheid delen.” De Brit Daley Thompson, winnaar van een olympische gouden medaille, schoot als eerste uit de startblokken en overhandigde enkele van de prijzen. „Het was voor alle kinderen een fantastische dag”, zegt hij. „Iedereen had het erg naar zijn zin en leerde wat meer over het belang van gezond eten en bewegen.” GO Run For Fun is momenteel de grootste liefdadigheidsorganisatie voor lopen voor kinderen. Naast de race zelf lanceerde GO Run For Fun ook een nieuwe tekenfilmserie voor kinderen. In de hoofdrol: Dart, de mascotte van de organisatie. Dart TV mikt op een publiek van 5- tot 10-jarigen en legt het belang van goede voeding en regelmatige beweging uit. Overdag leidde Charlie Webster, een voormalige presentator van Sky Sports, een rondetafelgesprek. Het onderwerp: we moeten kinderen al van op jonge leeftijd actiever laten zijn, wil Groot-Brittannië de zwaarlijvigheid bij kinderen aanpakken. „Het gebrek aan beweging is een belangrijke factor in de huidige zwaarlijvigheidsepidemie in het VK”, zegt dr. Paul Sacher, een internationaal erkende expert in gezondheid en zwaarlijvigheid bij kinderen. „Aangezien een op de drie kinderen zwaarlijvig is en zowat 80 % van de kinderen niet beantwoordt aan de regeringsrichtlijnen omtrent fysieke activiteit, is het essentieel dat we sportinitiatieven zoals GO Run For Fun steunen.” Daley kreeg het gezelschap van de olympische hordeloper Colin Jackson en Louise Hazel, die een gouden medaille won op de Commonwealth Games. Ook de Britse Marathon Man Rob Young steunde het evenement. Hij vestigde onlangs een wereldrecord door in 365 dagen 370 marathons te lopen. „Dit was echt belangrijk voor GO Run For Fun”, zegt Jim Ratcliffe, bestuurder van INEOS en oprichter van GO Run For Fun. „Enerzijds wilden we duizenden kinderen een leuke dag bezorgen en hen leren dat goede voeding en bewegen erg belangrijk zijn. Anderzijds wilden we de regering doen inzien dat ze veel meer moet doen om kinderen jonger dan 12 jaar te helpen om fit en actief te worden.”

    4 minuten gelezen Nummer 8
  • Ondernemingszin

    Als slimme ideeën weerklank vinden, kunnen en ongelooflijke dingen gebeuren. Dat ontdekte INCH toen het op zoek ging naar voorbeelden van ondernemerschap bij INEOS. Eleanor Roosevelt zei ooit dat zij die geloven in de pracht van hun dromen de toekomst in handen hebben. En dat geldt ook voor zij die bereid zijn om het heden ter discussie te stellen. Deze aanpak wordt bij INEOS actief aangemoedigd, in de schijnwerpers geplaatst en beloond. INEOS wil dat zijn medewerkers zelf mogelijkheden zien om de onderneming efficiënter te maken, vanuit elk standpunt, en zich gedreven voelen om veranderingen door te voeren. En dat deed INEOS ook in 2009, tijdens de ergste wereldwijde recessie in decennia. INEOS zag een kans, schakelde snel met een duidelijke strategische visie en schreef een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Europese petrochemische sector. “Dit was een doorbraak”, zegt Bill Reid, business director voor Olefins & Polymers Europe (North). De vraag in Europa kelderde, de winst daalde zienderogen, Europese kraakinstallaties sloten de deuren en de grootste concurrent van INEOS ging failliet. En alsof dat nog niet genoeg was, werd de kloof tussen de energie- en grondstoffenprijzen in Europa en Amerika steeds groter omdat de VS een manier gevonden had om enorme reserves niet-aangeboord gas uit schalie te benutten. “Dit waren wellicht de donkerste dagen voor onze onderneming en voor de productiesector in het algemeen”, zegt Bill. Maar moeilijke tijden vragen om drastische maatregelen. Als we dan toch niets kunnen doen om de verlammende energiekosten in Europa te drukken, zo dacht INEOS, dan voeren we goedkoop uit schalie gewonnen ethaangas vanuit Amerika naar Europa in. Zo kunnen we onze werkingskosten verlagen en de wereldwijde bedrijfstak van olefinen en polymeren competitief houden. Het plan lukte. In 2012 sloot INEOS een schijnbaar onmogelijke reeks deals af die uiteindelijk uitmondden in vijftienjarige  contracten met de drie bedrijven die zouden instaan voor het boren, verdelen en verdichten van honderdduizenden tonnen ethaan die elk jaar vanuit Amerika aan Noorwegen en Schotland worden geleverd. Het bedrijf begon ook met de bouw van een gasopslagtank en terminal in de Olefins & Polymers fabriek in Rafnes. Als de eerste schepen volgend jaar in Rafnes aankomen, wordt INEOS het eerste petrochemische bedrijf in Europa dat goedkoop gas invoert uit de VS en zo dankzij ‘schalievoordelen’ een voorsprong neemt op zijn concurrenten. “Niemand had hier ooit aan gedacht”, zegt Gerd Franken, CEO van Olefins & Polymers Europe (North).  Dit baanbrekende idee zal ook voordelen opleveren voor de Schotse INEOS-vestiging in Grangemouth zodra er vanaf 2016 uit schalie gewonnen gas uit de VS wordt geleverd als aanvulling op de slinkende bronnen in de Noordzee. De investering van £ 300 miljoen in een nieuwe invoerterminal en een 40 meter hoge ethaantank met een capaciteit van 33.000 ton zal helpen om een verlieslatende vestiging om te vormen tot een winstgevende.  Dit baanbrekende denken zit verankerd in de bedrijfscultuur van INEOS. Medewerkers willen niet gewoon geld verdienen, ze willen een verschil maken. En, wat belangrijker is, ze weten dat dit kan. Obstakels overwinnen, nieuwe manieren van werken vinden, lateraal denken en de status quo geregeld ter discussie stellen: bij INEOS zijn dat gewoon enkele van de dagelijkse taken. Deze ondernemingszin legt het bedrijf ook aan de dag bij overnames en in zijn strategische visie. Bovendien stelt deze aanpak de onderneming in staat om snel cruciale beslissingen te nemen. INEOS stimuleert alle medewerkers op alle niveaus om niet alleen problemen, oplossingen en kansen te zien, maar ook om ideeën te bedenken om daar iets aan te doen, zo ontdekte INCH.

    5 minuten gelezen Nummer 6
  • Het INEOS verschil

    INEOS is anders. Dat zie je aan de gezichten van de mensen die hier werken en dat hangt in de lucht. Hier heerst een bedrijvige drukte. In de loop der jaren is INEOS uitgegroeid tot het op twee na grootste chemische bedrijf ter wereld, maar het heeft nog niets van zijn ondernemingszin verloren   Werken voor INEOS zet aan tot zelfstandig denken. Maar het is goed om te weten dat er een team achter je staat om te helpen als dat nodig is. Voor mij betekent ondernemerschap het initiatief nemen, anderen inspireren en resultaten nastreven.Stijn DekeukeleireRTD EngineerINEOS Oxide, België In het verleden heb ik gewerkt voor meer traditionele chemische bedrijven met hoog genoteerde aandelen, waar het leven veilig en ‘knus’ was. Maar bij INEOS liggen de doelen verder en ligt de lat hoger. Daardoor voel ik me meer betrokken en kan ik een verschil maken. En zo beleef ik veel meer plezier aan mijn werk. INEOS wil altijd zo veel mogelijk zakelijke kansen grijpen via innovatieve oplossingen van technische, commerciële of financiële aard.  Dave HartINEOS Nitriles, Seal Sands, VK  Dat iets op een bepaalde manier moet gebeuren, gewoon omdat dat altijd al zo geweest is, daar gelooft INEOS niet in. De onderneming breekt graag met oude gewoontes en probeert voortdurend om dezelfde resultaten te behalen en tegelijk de kosten te drukken. Ik werk graag voor een onderneming die je uitdaagt om zelf oplossingen te vinden. Ook al kan dat soms uitdagend, frustrerend en confronterend zijn. Paul McNultyINEOS Nitriles, Seal Sands, VK  Door mensen aan te moedigen om zelf een oplossing te zoeken voor hun problemen, voelen ze dat ze hun eigen lot in handen hebben. En dat gevoel creëert een omgeving waarin we vlot stevige netwerken kunnen opbouwen met mensen binnen en buiten INEOS.  Johan LootsSr. Production Engineer utilities + energy & carbonINEOS Oxide, België  Aan de manier waarop INEOS zijn activiteiten, producten en mensen ontwikkelt, merk je dat dit absoluut een ondernemend bedrijf is. Je krijgt de vrijheid om anders te denken en nieuwe mogelijkheden te laten open bloeien. Dat is heel stimulerend en geeft veel voldoening. Je ziet dat ook op de werkvloer, in de veilige manier waarop we te werk gaan of voortdurend proberen om onze impact op het milieu te beperken.Kjell AnderssonConstructorINEOS ChlorVinyls, Stenungsund, Zweden  INEOS is een inspirerende omgeving die er voor zorgt dat je je grenzen kan verleggen. Mensen geloven nog te vaak dat de kwaliteit van je werk afhangt van het aantal uren dat je klopt. Maar aan de juiste dingen werken, is misschien wel belangrijker dan urenlang aan een bureau zitten. Het geheim? Je hoofd erbij houden, focussen en vertrouwen op je instinct. Omdat onze business voortdurend verandert, moeten we ons aanpassen aan de wijzigende omstandigheden, moeten we nieuwe doelen stellen en slimmere oplossingen bedenken. Als je in jezelf gelooft, overtuig je anderen veel gemakkelijker om dezelfde doelen na te streven. Je kunt alles eindeloos blijven analyseren, maar ondertussen staat de concurrentie al een stap verder. Peggy GeritsPlanning & Logistics ManagerINEOS Oxide, België  Bij INEOS worden we aangemoedigd om ‘outside the box’ te denken om oplossingen te vinden voor problemen en het bedrijf te doen groeien. Elke dag zie je op het werk nieuwe mogelijkheden. Ook al zijn we allemaal anders, met andere kenmerken en eigenschappen, één ding hebben we allemaal gemeen: innovatie.Carita Johansson HR Specialist/Communications Officer INEOS ChlorVinyls, Stenungsund, Zweden  INEOS heeft de uitstraling van een nieuwe firma, vol kracht en energie, ook al bestaat ze al 15 jaar. Hier is geen plaats voor nonsens: mensen worden aangemoedigd om oplossingen te vinden en de klus te klaren. Bij enkele van mijn vorige bedrijven werd ik overstelpt door bureaucratie en liep ik zo vaak tegen een muur dat ik gewoon geen zin meer had om daar te blijven. Dat is allerminst het geval bij INEOS.  Debbie ClarkPA/ Office ManagerINEOS Group, Hamphshire VK  INEOS werkt heel anders dan andere bedrijven, vooral in de chemische sector. Mensen die houden van hiërarchie zullen hier verloren lopen. INEOS dwingt je om anders te denken, flexibel en oprecht te zijn en om alle conventies te doorbreken. Als je je daar goed bij voelt, als je graag heel veel vrijheid krijgt en een verschil wilt maken, dat is dit de geknipte onderneming voor jou. Het is geweldig om alleen de grenzen te hebben die je jezelf oplegt. Hier worden we aangemoedigd om nieuwe wegen te verkennen, verrassende ideeën uit te proberen en verder te kijken dan onze neus lang is. INEOS, dat is de passie en het engagement om dingen te verbeteren. Dr. Anne-Gret Iturriaga AbarzuaHead of Corporate CommunicationsINEOS Olefins & Polymers Europe North  Ik ben net afgestudeerd en INEOS helpt me om een ingenieur te worden die ‘ervoor gaat’. Hier leer ik om zelf initiatief te nemen en oplossingen te zoeken. Uiteraard met de steun en hulp van goed opgeleide en zeer ervaren mensen die me helpen als dat nodig is. Bij INEOS krijg je echte verantwoordelijkheden, ben je echt aansprakelijk en doe je echte ervaring in de bedrijfswereld op. Met de juiste ingesteldheid en houding kun je het hier maken, want de kansen liggen voor het grijpen. Elke dag rekenen we af met echte problemen en vragen. We slaan de handen in elkaar, zodat de meeste problemen aan het einde van de dag opgelost zijn.Amadou TounkaraI&E Reliability EngineerINEOS O&P VS  Bij INEOS krijgen we vrij spel om met onze kennis en middelen innovatieve en waardevolle ideeën te bedenken – op een proactieve en gedurfde manier. Door deze aanpak hoeven we geen ‘brandjes te blussen’ of het zien te redden met de traditionele, voorgeschreven of behoudsgezinde manieren van zakendoen. Mark GessnerEngineering AdvisorINEOS O&P USA  Ik beschouw INEOS zeker als een ondernemend chemisch bedrijf, omdat het bereid is om vragen te stellen bij bestaande werkpraktijken en houdingen in de samenleving. Werken voor deze onderneming geeft enorm veel voldoening: je wordt gestimuleerd om oplossingen voor je eigen problemen te zoeken, te vinden en toe te passen.  David SopherINEOS Nitriles, Seal Sands, VK  Het is interessant en stimulerend om te werken voor een organisatie die je uitdaagt om zelf oplossingen te vinden voor je problemen. Bij INEOS word je aangemoedigd om vindingrijk te zijn, nieuwe manieren van werken te zoeken en je eigen functie in te vullen en te ontwikkelen.Annika PetrussonAssistant to Managing DirectorINEOS ChlorVinyls, Stenungsund, Zweden  Het management van INEOS is heel moedig en succesvol. Ik doe mijn werk zo graag dat het helemaal niet als werk aanvoelt. Voor mij betekent ondernemerschap je persoonlijk verantwoordelijk voelen voor de onderneming. In de loop der jaren heb ik daar enorm veel voorbeelden van gezien binnen ons bedrijf, vooral tijdens de crisis in 2008/2009 en onlangs nog tijdens het conflict in Grangemouth.Manfred HartungAsset Manager Energy DepartmentINEOS Olefins & Polymers Europe North  Bij INEOS wordt niets ‘voorgekauwd’. Je leert dus veel sneller bij dan elders. Omdat hier geen hiërarchie wordt opgelegd, kunnen mensen open bloeien. Het siert de onderneming ook dat ieder lid van de organisatie zich persoonlijk inzet voor het succes van INEOS. Ik zie elke dag voorbeelden van ondernemingszin op het werk, omdat ik omringd word door mensen die zich niet laten beperken door hun functieomschrijving. Collega’s die voortdurend op zoek gaan naar mogelijkheden om de onderneming te ontwikkelen, te verbeteren en efficiënter te maken. Dat doen ze bovendien uit eigen beweging, zonder dat iemand hen moet dwingen. Hier heerst veel zelfdiscipline, gekoppeld aan de absolute gedrevenheid en vastberadenheid die merkbaar zijn op alle niveaus van de organisatie. Gabriella IsidroPolymer Product OfficerINEOS Olefins & Polymers Europe North

    8 minuten gelezen Nummer 6
  • Gedreven medewerkers

    Vernieuwende aanpak: Door de vernieuwende aanpak van INEOS Oxide kon het bedrijf niet alleen geld verdienen uit afval, maar ook meebouwen aan een succesvolle activiteit voor twee andere bedrijven en het equivalent van 60.000 wagens van de weg halen.  De bal ging aan het rollen toen INEOS op zoek ging naar bedrijven die misschien heil zagen in het CO2 dat haar ethyleenoxidefabriek in België produceert.   “We produceren heel wat CO2 en wisten dat daar zeker iets mee gedaan kon worden, maar dit was niet onze markt”, zegt Hans Casier, CEO van INEOS Oxide. Deze devisie opereerde toen al de meest energie-efficiënte ethyleenoxidefabriek in Europa.  In plaats van het CO2 te laten wegstromen in de lucht ging INEOS Oxide op zoek naar twee bedrijven waarmee een succesvolle activiteit zou kunnen opgestart worden. Ondernemingen die CO2 gebruiken in de productie van bruisende frisdranken en droogijs dat voeding en dranken vers houdt terwijl ze van de opslagplaats naar de winkel worden vervoerd. INEOS bracht Messer in contact met Strombeek IJsfabriek en die tweegingen een joint venture aan. De nieuwe activiteit, BECO2, wordt geleid vanuit de vestiging van INEOS in Zwijndrecht bij Antwerpen “We overtuigden hen om een eigen bedrijf op te richten in plaats van hun CO2 elders aan te kopen”, zegt Hans.  “Tegenwoordig nemen ze ongeveer 150.000 ton CO2 af en delen we onze kosten en infrastructuur.” Bij de officiële opening van de installatie om CO2 vloeibaar te maken werd spuitwater gemaakt met CO2 die rechtstreeks uit de ethyleenoxide-eenheid kwam. “Alle medewerkers van de fabriek namen meteen een glas”, zegt Hans. “We boden ook de aanwezige journalisten een glas aan, die er vriendelijk voor bedankten. Dit bewijst nog maar eens dat het grote publiek niet weet wat chemicaliën precies zijn.” Nichemarkten opsporen: De Turkse bouwsector lijkt niet meteen de meest voor de hand liggende markt bij de ontwikkeling van een nieuw, hoogwaardig isolatiemateriaal. INEOS Styrenics dacht daar anders over. “De Turkse economie is de voorbije jaren sterk gegroeid. Na de rampzalige aardbevingen in 1999 en 2011, waarbij veel gebouwen tegen de grond gingen, heeft de overheid bovendien striktere bouwreglementen opgelegd”, zegt Rob Ingram, Chief Operating Officer bij INEOS Styrenics. “Er is al enorm veel gebouwd en door de strengere normen werd ook isolatie steeds belangrijker.” In Europa, en ook in Turkije, werd en wordt om gebouwen te isoleren vooral gewerkt met uitzetbare polystyreen (EPS) in de vorm van witte schuimrubberen blokken. Nieuw op de Turkse markt was de grijze versie van dit materiaal, dat 20% beter scoort op het vlak van thermische isolatie. INEOS had drie opties: een groter aandeel proberen te veroveren op de groeiende markt van grijze EPS in Duitsland, waar de voordelen van dit materiaal gekend zijn maar waar de marktoverheerst wordt door een sterke lokale producent; wachten tot dit materiaal aanslaat in de rest van Europa en het Duitse voorbeeld volgen; of zoeken naar alternatieve markten en de voordelen plukken door als eerste de stap te zetten. INEOS Styrenics koos voor de derde optie. Het ging samenwerken met een belangrijke klant in Turkije en wist die te overtuigen van de voordelen van het product EPS Silver. Samen zagen ze een kans om dit nieuwe materiaal als eerste te introduceren op de Turkse markt. Ze maakten reclame op een grote Turkse bouwbeurs, spraken met architecten en bouwbedrijven over de voordelen van dit product, organiseerden seminaries voor de bouwsector en schreven een reeks artikels voor de Turkse vakpers. “Het heeft even geduurd en we moesten van nul beginnen, maar na vijf jaar zijn we marktleider”, zegt Rob. “En dat allemaal omdat we de kans zagen en de markt vroeg hebben aangeboord om ons product te profileren als de norm voor hoge kwaliteit.” Denken en doen. Geloven in een plan is even belangrijk als het plan zelf. Bij INEOS Europe AG heeft dat geloof de PP-fabriek in Sarralbe gered, een kleine polypropyleenproducent in Frankrijk die elk jaar ongeveer vier miljoen euro verlies maakte. In 2012 nam Xavier Cros, Polymers Business Manager bij INEOS O&P South, de vestiging over. Hij voerde een gedetailleerd plan in dat in het verleden jammerlijk gefaald had. “Geen enkele actie was echt nieuw of baanbrekend”, zegt hij. “Het enige verschil? Dit keer geloofden de medewerkers in de vestiging echt in de veranderingen.” Hij sprak alle werknemers toe en gaf ieder van hen een doel. “Iedere medewerker in de vestiging speelde een rol en kon dit plan dus doen lukken of mislukken”, zegt Xavier. Het plan lukte. Binnen een jaar maakte de vestiging opnieuw winst. “Dit succes deed een frisse wind door de vestiging waaien”, zegt hij. “Iedereen is er nu van overtuigd dat we dit jaar nog beter kunnen doen.” Gedurfde beslissingen: Leiderschap vergt lef. Twee jaar geleden kocht INEOS katalysatoren om die dan door te verkopen aan haar klanten. Vandaag maken we onze eigen katalysatoren en verkopen we er zowat 500 ton per jaar van dankzij een gedurfde beslissing om een katalysatorfabriek te bouwen in India. “Het had vier keer meer gekost om deze fabriek in Europa of Amerika te bouwen”, zegt Peter Williams, CEO van INEOS Technologies. In samenwerking met een lokaal bedrijf maakt INEOS nu katalysatoren in haar eigen fabriek om die dan te verschepen naar klanten over de hele wereld. “We hebben inderdaad een berekend risico genomen, maar dit is een heel competitieve branche die belangrijk voor ons is. Een fabriek bouwen op een bestaande site van INEOS was onbetaalbaar geweest”, zegt hij. De katalysatorfabriek is zo’n groot succes dat momenteel een tweede fabriek in opbouw  is. Productinformatie: Methoxypolyethyleenglycol (MPEG) werd al bijna een halve eeuw gebruikt toen INEOS in 1998 het levenslicht zag.  Een molecule die zijn nut bewezen had, maar heel weinig toepassingen kende.  Niet lang na de overname van de voormalige petrochemische BP-fabriek in Antwerpen ging INEOS na hoe het de samenstelling van veel chemicaliën kon aanpassen. Het doel: het nut van deze stoffen voor de onderneming vergroten, er meer toegevoegde waarde uit puren en klanten betere producten aanbieden.  MPEG was een van die chemicaliën. Maar eerst voerde een team een marktonderzoek uit om na te gaan wat bouwbedrijven wilden en nodig hadden.  “Door de specificaties aan te passen en samen te werken met de belangrijkste bedrijven, lieten we de sector kennismaken met een heel nieuwe technologie”, zegt Hans Casier, CEO van INEOS Oxide. “Een mooi voorbeeld is sneldrogend beton. We reikten een oplossing aan door de molecule anders te produceren en kwamen zo tegemoet aan de behoeften van deze toepassing. Het resultaat: de verkoop en de bijdrage van MPEG aan de omzet gingen in stijgende lijn.”   Bereid zijn om risico’s te nemen: Bereid zijn om berekende risico’s te nemen is ook een teken van echt ondernemerschap.  En dat heeft zijn team bij INEOS Technologies duidelijk bewezen, zegt CEO Peter Williams, toen het een klant in Mexico binnenhaalde. INEOS stond op het punt om een technologielicentie voor een polymeer toe te kennen aan een bedrijf in Mexico. Maar de klant maakte zich zorgen omdat INEOS een van de producten die de opdrachtgever op commerciële schaal wou produceren, nog nooit gemaakt had. “Uit laboratoriumtests wisten we dat het mogelijk was en we geloofden in onze eigen capaciteiten”, zegt Peter. Om de klant te overtuigen, vervaardigde INEOS het product in een proeffabriek en stuurde dit dan naar Japan. Daar werd het omgevormd tot wat de klant wilde: verpakkingen. INEOS stuurde vervolgens een team naar Mexico om de verpakkingen op de markt te testen. “We maakten slechts twee reeksen en dat volstond”, aldus Peter. “We haalden het contract binnen en de relatie met de klant wordt elke dag sterker.” ‘Outside the box’ denken: ‘Outside the box’ denken kan miljoenen besparen. Vraag dat maar aan INEOS Phenol. Het bedrijf wilde land dat het zelf niet gebruikt beschikbaar maken, en zijn steiger delen met een naburig bedrijf in Antwerpen (België). De overeenkomst is een prachtig voorbeeld van een win-winsituatie waarbij beide partijen profijt halen uit het algemene project. ADPO kan de steiger van INEOS gebruiken (een cruciale faciliteit voor een logistiek en chemisch opslagbedrijf gevestigd in een grote haven) en INEOS krijgt toegang tot nieuwe wisselsporen, pijpleidingen en laadfaciliteiten die ADPO vlak naast de vestiging van INEOS gaat bouwen. “De hoofdspoorlijn loopt vlak langs onze vestiging. Nu worden er wisselsporen bijgebouwd, zodat we onze fenol en aceton op treinen kunnen laden in plaats van over de weg te vervoeren”, zegt Nick Williamson, Business Development Manager bij INEOS Phenol. “Een kilometer wisselsporen aanleggen alleen al kost miljoenen euro’s. Een investering die we zelf nooit hadden kunnen rechtvaardigen. Maar door ADPO aan te spreken, halen we nu allebei voordeel uit dit project. Door onze mogelijkheden vanuit een andere hoek te bekijken, konden we waarde creëren voor ons bedrijf.” ADPO heeft ook plannen om de steiger aanzienlijk uit te breiden, zodat INEOS grotere vrachten van grondstoffen kan ontvangen en meer kan exporteren. “Dit is een belangrijke stap voor het bedrijf die nieuwe mogelijkheden biedt voor de toekomst”, zegt Nick.

    12 minuten gelezen Nummer 6
  • Europese chemiesector dreigt binnen tien jaar uit te sterven

    Vorig jaar waarschuwde INEOS al dat de Europese petrochemiesector met enorme uitdagingen kampte, zowel intern als extern. Sindsdien is er weinig veranderd om de concurrentiekracht van Europa te versterken ten opzichte van de VS, het Midden-Oosten en China. Zoals het er nu voorstaat, is Europa een van de duurste plaatsen ter wereld om petrochemicaliën te maken. Daar moet verandering in komen en Europese politici moeten zich bewust worden van deze concurrentieaanval voor het te laat is. Dat zegt Jim Ratcliffe, Chairman van INEOS. Europa twijfelt. Maar dat kan het zich niet veroorloven, niet als het een competitieve chemische sector wil behouden, zegt INEOS-Chairman  Jim Ratcliffe.  “Het ziet er niet goed uit voor Europa, maar het lijkt bijna blind voor het lot van de Europese chemicaliënsector”, zegt hij. “Ik zie milieutaksen, ik zie geen schaliegas, ik zie de uitdoving van kernenergie, ik zie industrie die verdreven wordt. Ik zie mededingingsraden in Brussel die zich zalig onbewust zijn van de tsunami van ingevoerde producten die ons dreigt te overspoelen en een zinvolle herstructurering blindelings in de weg staat.”  In een open brief aan de Chairman van de Europese Commissie, José Manual Barroso, vraagt Jim hem om dringend maatregelen te nemen om de Europese chemiesector te beschermen.  “Strategisch en economisch gezien zou geen enkele grootschalige economie de chemische sector aan zijn lot mogen overlaten”, zegt hij.  De winst van INEOS in Europa is de voorbije drie jaar met de helft gedaald, terwijl de winst in de VS verdrievoudigd is. En BASF, het grootste chemiebedrijf ter wereld, heeft voor het eerst een strategische verlaging van de Europese investeringen aangekondigd als gevolg van stagnerende markten, dure energie en hoge arbeidskosten.  “Energie in de vorm van gas is in Europa drie keer duurder dan in de VS en elektriciteit kost er de helft meer”, zegt Jim. “Geen enkele grondstof is goedkoop in Europa. We kunnen hier niet tippen aan de grondstoffenprijzen in de VS en het Midden-Oosten.”  Hij zegt dat schaliegas de concurrentiekracht en het vertrouwen van de VS een ongeziene boost heeft gegeven.  “Er worden petrochemische uitbreidingen ter waarde van $ 71 miljard aangekondigd op basis van schaliegas dat wordt omgevormd tot chemicaliën”, zegt hij. “En dat cijfer zal naar verwacht stijgen tot meer dan $ 100 miljard. Europa kondigt niets dan sluitingen aan.”  In het VK hebben 22 chemiefabrieken de deuren gesloten sinds 2009. Chemicaliën kunnen niet zonder competitieve energie- en grondstoffenprijzen. Hoewel dit een zeer technische sector is, meteen de reden waarom Europa altijd zo succesvol geweest is op dit vlak, zegt Jim dat technologie alleen de sector niet kan redden. Hij waarschuwt dat deze branche binnen tien jaar uitgestorven kan zijn in Europa.  “De Europese textielsector ging ten onder omdat hij de concurrentie met de loonkosten in Azië niet aankon”, zegt hij. “De chemische sector kan dezelfde weg opgaan en de volgende Europese dinosaurus worden.” De chemische sector in Europa stelt momenteel rechtstreeks een miljoen mensen en onrechtstreeks vijf miljoen mensen tewerk.  “In Europa staan de chemie- en de automobielsector bovenaan met elk $ 1 biljoen aan inkomsten”, zegt hij. “Op economisch vlak is de chemische sector een van de parels aan de Europese kroon.”  In zijn brief benadrukt Jim ook de reële bedreiging van China, dat tegen 2020 de grootste economie ter wereld zal zijn.  “De Chinezen blijven onverminderd voortbouwen”, zegt hij. “Tot nu toe hebben ze de wereldwijde overschotten altijd opgeslorpt, maar binnenkort kunnen ze hun eigen chemicaliën produceren. En dan zullen ze de stroom doen omkeren.”

    8 minuten gelezen Nummer 6
  • Kleine voetjes zetten grote stappen

    Het gedurfde nieuwe initiatief dat INEOS vorig jaar lanceerde om Britse kinderen uit de zetel te krijgen, heeft een vliegende start genomen.  Kinderen lopen niet weg, maar staan te trappelen om deel te nemen aan de evenementen van INEOS Go Run For Fun in het VK. De kalender zit vol voor 2014/2015 en dit jaar zullen er meer dan 30.000 kinderen deelnemen.  “Deze evenementen zijn een enorm succes in het VK”, zegt Leen Heemskerk, die de Go Run For Fun campagne leidt. “We zijn aangesproken door gemeenteraden, atletiekclubs en scholen die allemaal evenementen willen organiseren. Dat is fantastisch, maar we hebben meer middelen nodig om het programma uit te breiden. We zijn tot het uiterste van ons kunnen gegaan en willen nóg meer doen en meer kinderen bereiken. Maar dat kan alleen met externe steun van commerciële organisaties en de overheid.”  Video Sinds augustus vorig jaar hebben al meer dan 15.000 kinderen deelgenomen aan leuke looptochten van anderhalve kilometer op initiatief van INEOS. De  Melton Primary School in Suffolk organiseerde een van de evenementen.  “Dit evenement was heel goed georganiseerd en geleid, iedereen werd erbij betrokken en het had een heel positief effect op onze leerlingen. Nu weten ze dat lopen en bewegen erg leuk en stimulerend kan zijn”, zegt sportleraar Andrew Northcote.  Jim Ratcliffe heeft een passie voor lopen en voor deze campagne.  “Het idee voor Go Run For Fun is ontstaan uit een passie om zo veel mogelijk kinderen op een zo jong mogelijke leeftijd aan het lopen te krijgen”, zegt hij. “Maar achter deze campagne staat een heel team. Dit succes is dan ook te danken aan hun enorme inzet en gedrevenheid. Zo snel de mijlpaal van 15.000 lopers bereiken, dat is prachtig werk van iedereen.”  Tegen eind dit jaar hoopt INEOS honderd evenementen te organiseren in het VK. Sommige vinden plaats in het kader van grote sportevenementen, zoals de halve marathon van Sheffield en de 10 kilometer van Bristol. Andere worden dan weer georganiseerd in scholen en sportclubs.  Colin Jackson, winnaar van een zilveren medaille op de Olympische Spelen, is ambassadeur van Go Run For Fun.  “Dit is voor kinderen een prachtige kans om te proeven van het lopen”, zegt hij. “Deze kinderen hebben het misschien nog nooit uitgeprobeerd. Maar dit kan het begin zijn van een sportcarrière, want lopen ligt aan de basis van elke sport.”  Om Go Run For Fun ook in de toekomst alle slaagkansen te geven, werkt INEOS samen met Nova International, organisator van de beroemde ‘Great Runs’ in het VK. Het ultieme doel van Go Run For Fun? Uitgroeien tot het grootste loopinitiatief voor kinderen ter wereld. “We willen tegen 2016 100.000 kinderen bereiken en zijn goed op weg. Als we meer steun kunnen krijgen voor een toch al succesvolle campagne, zie ik niet in waarom we dat doel niet meermaals kunnen overtreffen”, zegt Leen.  Brendan Foster twijfelt er niet aan dat INEOS zijn doel zal bereiken. Deze Britse voormalige langeafstandsloper heeft een olympische medaille op zak en richtte de BUPA Great North Run op.  In juni vinden de eerste Go Run For Fun evenementen aan de andere kant van het Kanaal plaats, bij de INEOS-vestigingen in België, Duitsland en Zwitserland. “Het hele ‘circus’ komt deze kant op”, zegt Leen, Chief Financial Officer bij Olefins & Polymers Europe (North).  INEOS nodigt ook zijn andere vestigingen overal ter wereld, zoals in Noorwegen, Frankrijk, Italië en de VS, uit om contact op te nemen met Ursula Heath, Project Manager van Go Run For Fun: ursula.heath@ineos.com. Het laatste nieuws over Go Run For Fun vind je op de website: www.gorunforfun.com

    10 minuten gelezen Nummer 6
  • Debat: Werkt ondernemerschap aanstekelijk?

    Een eeuwenoude vraag. Zitten ondernemers anders in elkaar dan anderen? Of kan iedereen leren om anders te denken? Met andere woorden: werkt ondernemerschap aanstekelijk? Worden ondernemers geboren of gemaakt, het is een controversiële discussie. Ondernemerschap is helemaal in: massa’s mensen willen ondernemer worden, betrokken zijn bij ondernemingsinitiatieven of een partnerschap aangaan met een ondernemer. Ondernemer, van een modewoord gesproken. Aangeboren of aangeleerd, ondernemerschap wordt grotendeels ingegeven door een natuurlijk ingebed streven dat niet zo eenvoudig aan te leren is. Wie er eens van geproefd heeft, zelfs een klein succesje, wil meer. Ik heb het ondernemende ‘virus’ absoluut te pakken. Die creatieve start-ups die proberen de wereld te veranderen en problemen op te lossen zijn bovendien goed voor de gemeenschap en de economie, dat lijdt geen twijfel.Michelle Wright, Chief Executive van Cause 4 De menselijke neiging om anderen na te bootsen werd meer dan eens vastgesteld en bestudeerd. Van de ontwikkeling van kinderen, over talen leren en producten en diensten kopen tot de beslissing om in een menigte je e-mail te controleren op je telefoon, mensen worden sterk beïnvloed door wat ze anderen (letterlijk of virtueel) zien doen. Onlangs hielden we een enquête om na te gaan of ondernemerschap aanstekelijk is. We ontdekten dat iemand die in contact komt met ondernemers, en dan vooral groei-ondernemers, meer kans maakt om zelf ondernemer te worden. Wat betekent dat? Dat ondernemerschap viraal kan zijn, maar vroeg en vaak geïntroduceerd moet worden in omgevingen waar dit het minst vaak voorkomt. Vooral groei-ondernemerschap is een beperkt fenomeen: het vergt veel meer moeite om dit te introduceren bij ontvankelijke doelgroepen en de algemene economische groei te stimuleren.Paul Kedrosky, Ewing Marion Kauffman Foundation, een non-profitstichting in Kansas City (Missouri) Ondernemerschap is zeker aanstekelijk. Als je omringd wordt door motiverende en innovatieve ondernemers en een voorsmaakje krijgt van het leven buiten het grote Amerikaanse bedrijfsleven, waar je inzet een directe invloed heeft op het succes van de onderneming en je de resultaten van je werk meteen ziet, ben je verkocht. Daarom reppen zo veel universiteiten zich tegenwoordig om masterprogramma’s in ondernemerschap aan te bieden, want de volgende generatie van werknemers is niet meer zo happig op MBA’s.George Deeb, Managing Partner van Red Rocket Ventures in Chicago Werkt ondernemerschap aanstekelijk? Denk eens na: zwaarlijvigheid is aanstekelijk, net als stoppen met roken en scheiden. Dus waarom ondernemerschap niet? Bedenk eens hoe mensen elkaar (lijken te) besmetten met ideeën, mode, eetgewoontes en gebruiken. Het is gemakkelijker om iets te doen, zelfs iets moeilijks, als je denkt dat anderen dat ook doen. Want ondernemerschap is tenslotte toch een combinatie van ideeën, mode, gebruiken enzovoort? Als ik dus een bedrijf opstart en slaag, zullen mijn vrienden ook meer geneigd zijn om dat te doen. Omdat hun visie op risico’s daardoor is veranderd.Tim Berry, oprichter en Chairman van Palo Alto Software, Eugene (Oregon) Ondernemerschap heeft niets te maken met genen. Het heeft alles te maken met de politieke, economische, educatieve en sociale omgeving waarin mensen zich bevinden. En daarom werkt dit aanstekelijk. Alle economische gegevens wijzen in één duidelijke richting: ondernemingszin is de beste manier ooit om groei en welvaart te creëren voor individuen, bedrijven en landen. Bedrijven die de ‘bedrijfsman in streepjespak’ creëerden, schuiven tegenwoordig een cultuur van ‘corporate ondernemerschap’ naar voren als redmiddel om te concurreren en overleven in de wereldwijde economie. En ook regeringsleiders van alle politieke strekkingen zijn erachter dat een meer ondernemende economie ontwikkelen de beste manier is om banen te creëren en de economie duurzaam te doen groeien. Ondernemerschap is een wereldwijd fenomeen geworden omdat dit beter werkt voor meer mensen, voor meer bedrijven en voor meer landen dan elk ander economisch of bedrijfsmodel. En dat zou nooit het geval kunnen zijn mocht de eeuwenoude mythe ‘ondernemers worden geboren, niet gemaakt’ waar zijn. Vandaag worden er elk jaar miljoenen nieuwe bedrijven opgestart door mensen van alle rangen en standen. Ondernemerschap ontstaat door omstandigheden. Bijvoorbeeld een kans, zoals een fantastisch product of geweldige dienst bedenken. Of een noodzaak, zoals platzak zijn, of gefrustreerd of ontslagen worden. Negenennegentig procent van de 3.000 ondernemers die ik ontmoet en bestudeerd heb, zijn gewone mensen die in een buitengewone situatie zijn terechtgekomen.Larry C. Farrell, oprichter en Chairman van The Farrell Company, een wereldwijde organisatie die onderzoek doet naar en opleidingen geeft over ondernemerschap aan universiteitsstudenten, bedrijven en overheden.www.TheSpiritOfEnterprise.com Als ondernemingszin doordringt in alle lagen van een organisatie, wordt de sluimerende ondernemer in ieder van ons wakker. Hoe zou je succesvolle ondernemers omschrijven? Ze geloven rotsvast in hun eigen capaciteiten en in hun visie voor hun bedrijf. Stel je nu eens voor dat iedere persoon bij dat bedrijf hetzelfde dacht. Welke krachtige invloed zou dat hebben? Iedereen die ooit heeft gewerkt bij een onderneming waar ondernemingszin alle kansen krijgt, weet hoe stimulerend dat werkt. Je voelt de energie in de lucht hangen. De bedrijvigheid op de werkvloer en in de gangen is zo intens dat het lijkt alsof je in het spitsuur zit zodra je uit je kantoor komt. Beslissingen worden snel genomen zonder formele vergaderingen of goedkeuringen. De esprit de corps is voelbaar. Alle teamleden doen er alles aan om te slagen.Martin O’Neill, auteur van The Power of an Internal Franchise: How Your Business Will Prosper When Your Employees Act Like Owners

    7 minuten gelezen Nummer 6
  • Koud maar dapper

    Anderen, zoals Doug Stoup, trekken liever naar plekken waar nog nooit een mens is geweest.  En niemand heeft ooit voet gezet op het hoogste deel van het Oost-Antarctische Plateau.  Volgens wetenschappers is deze bevroren bergkam van bijna 1.000 kilometer lang een onherbergzaam gebied waar niets kan groeien of overleven.  De temperatuur kan er dan ook zakken tot -92 °C. Het is er zo koud dat je ogen, neus en longen na enkele minuten kunnen bevriezen.  “Deze plek heeft iets bovennatuurlijks. Zo moet een andere planeet eruitzien, beeld ik me dan in”, zegt Ted Scambos, hoofdwetenschapper van het US National Snow and Ice Data Center in Boulder (Colorado). “Het is enorm moeilijk om te ademen. Ademhalen kan zelfs pijn doen. Je voelt je neusgangen branden en als je te snel inademt, kunnen delen van je keel en longen schade oplopen.”  Poolreiziger Doug Stoup weet meer over kille plekken dan de meeste mensen, want geen enkele levende ziel heeft meer expedities naar Antarctica op zijn palmares dan hij.  “Antarctica is mijn kantoor”, grapt hij in een interview met INCH magazine tijdens een skivakantie in de afgelegen bergstreken rond Lake Tahoe in Californië. “Het is een onherbergzame plek, maar ik ben m’n leven nog niet beu. Ik wil veilig terugkeren.”  Op zijn 49e zou je Doug een oudgediende kunnen noemen, want hij heeft gereisd, geklommen, geskied en gesnowboard op enkele van de meest afgelegen plekken op deze aardbol.  De vraag is dan ook: is hij te verleiden tot een klimtocht op dit afgelegen ijsplateau, dat wetenschappers afgelopen december bestempelden als de koudste plek op aarde?  “Absoluut”, zegt hij. “Ik heb zo veel plaatsen bezocht waar nooit iemand is geweest, dus het antwoord is ‘ja’. Zonder enige twijfel. Ik verleg mijn eigen grenzen voortdurend en heb nog zo veel doelen en dromen.”  Met een klappertandende -93,2 °C is het hier bijna twee keer zo koud als de koudste plek waar Doug ooit geweest is. En hij weet nog goed hoe dat aanvoelt.  “Je mag niet stoppen”, zegt hij. “Het is bitter koud. Je moet in beweging blijven. Zelfs als je stilstaat, verbrand je calorieën. Gewoon door voldoende warmte te produceren om in leven te blijven. Elk stukje onbedekte huid bevriest onmiddellijk.”  Wetenschappers ontdekten de koudste plek op onze planeet door gegevens te analyseren van satellieten die al 32 jaar rond de aarde cirkelen. De nieuwste satelliet, Landsat 8, werd in februari vorig jaar de ruimte in geschoten en neemt elke dag ongeveer 550 foto’s van de aarde van op 705 km hoogte.  “Er cirkelt voortaan een heel nauwkeurige en betrouwbare sensor rond de aarde die ons heel veel kan vertellen: hoe veranderen het aardoppervlak en de aarde, welk effect heeft de klimaatverandering op het aardoppervlak, de oceanen en de ijsgebieden?”, zegt Ted. “De koudste plek op aarde vinden, is nog maar een begin.”  Daar is Doug het helemaal mee eens.  “Als je mentaal en fysiek voorbereid bent en over de juiste uitrusting beschikt, is alles mogelijk volgens mij”, zegt hij.  Doug leidt al meer dan tien jaar teams over de bevroren Noordelijke IJszee naar de Noordpool en naar de Zuidpool op Antarctica.  “De reis naar de Noordpool is de zwaarste ter wereld”, zegt hij. “Het ijs beweegt en breekt open. Terwijl je in je tent ligt te slapen, hoor en voel je het ijs onder je kraken, openbreken en bewegen. Soms klinkt dat als een fluitje. Soms als een trein. Bovendien loop je natuurlijk altijd het risico dat je oog in oog komt te staan met een ijsbeer.”  Mentaal en fysiek voorbereid zijn op wat komt is essentieel, maar volstaat niet. Zonder de juiste kleding zouden veel expedities mislukken.  “De chemische sector heeft een enorme bijdrage geleverd aan de spullen die mensen als ik in leven houden”, zegt hij. “De sector maakt speciale stoffen en kleding die me warm en droog houden als ik niet beweging ben en die tegelijk mijn transpiratie onder controle houden terwijl ik onderweg ben. En dat op heel onherbergzame plaatsen.”  Doug, die speciale kleding voor poolreizigers mee heeft ontworpen, zal al zijn ervaring aanspreken om NASA te helpen in hun streven om een mens naar Mars te sturen.  Hij reist binnenkort naar Devon Island in Canada, het grootste onbewoonde eiland ter wereld. Het is er koud, droog en verlaten. Bovendien ligt er een krater van 23 miljoen jaar oud met een diameter van zowat 24 kilometer. Kortom, de perfecte omgeving voor wetenschappers die willen achterhalen wat er nodig is om een bemande missie naar Mars te sturen.  Experts verwachten dat NASA tegen 2030 een team van astronauten op Mars kan zetten. Net als de aarde heeft ook Mars polaire ijskappen, seizoenen, vulkanen, ravijnen en woestijnen. Het is er alleen ‘iets’ kouder, want ‘s nachts daalt de temperatuur tot -128 °C.  “Mars is niet voor doetjes”, zei een woordvoerder van de ruimtevaartorganisatie.  En een doetje is Doug allerminst. Zo liet hij in 2008 bijna het leven toen hij een gletsjergebied overstak tijdens een tocht van 47 dagen en bijna 1.200 kilometer naar de Zuidpool. Hij nam daarvoor de route die poolreiziger Ernest Shackleton voor het eerst verkende.  Was hij ongerust? “Nee”, zegt hij. Heeft hij ooit schrik gehad? “Ja”, is het antwoord. “Ik heb ooit een taxi genomen van Heathrow naar de binnenstad van Londen. Dat was vreselijk.”

    8 minuten gelezen Nummer 6
  • De wereld veranderen

    Als je de grootste ondernemer in de geschiedenis moest kiezen, wie zou dat zijn? De man die de iPhone ontwikkelde, de ‘lastige’ leerling die later de gloeilamp uitvond of de vrouw die geloofde dat iedere vrouw mooi kan zijn? Een eenvoudige vraag die niet zo eenvoudig te beantwoorden valt, zo ondervond INCH.    APPLE Steve Jobs (1955 – 2011) was de medeoprichter van Apple. Samen met zijn schoolvriend Steve Wozniak verkocht hij de eerste Apple computer in 1976. In 1985 verliet Jobs Apple met slaande deuren, maar hij kwam in 1996 terug en schopte het in 1997 tot CEO. Jobs krikte de slechte winstcijfers van Apple op en leidde de ontwikkeling van de iPod, de iPhone en de iPad in goede banen. Zijn grootste talent was volgens velen zijn vermogen om de markt te doorzien en een innovatief product te ontwerpen dat iedereen wilde. AMAZON Jeff Bezos (1964 -) een goedbetaalde baan bij een hedge fund in New York op om zijn eigen webwinkel op te starten in zijn garage: Amazon. Aanvankelijk verkocht de website alleen boeken, maar Jeff wilde meer zijn dan een boekenverkoper. Hij had grotere plannen met Amazon. Bezos maakte onlineshoppen zo eenvoudig dat klanten tegenwoordig met één muisklik zowat alles kunnen vinden en kopen. Amazon is tegenwoordig de grootste retailer op het internet. FACEBOOK Mark Zuckerberg (1984 –) begon op school computerprogramma’s te ontwikkelen. Diverse bedrijven, waaronder AOL en Microsoft, boden hem een baan aan nog voor hij was afgestudeerd aan Harvard University. Hij wimpelde ze af en zou later Facebook oprichten. Vandaag heeft zijn sociaalnetwerksite meer dan een miljard gebruikers en een marktkapitalisatie van meer dan $ 150 miljard. STAALINDUSTRIE  Andrew Carnegie (1835 – 1919) is vooral bekend omdat hij talloze gratis openbare bibliotheken liet bouwen. Maar als industrieel lag hij ook aan de basis van de enorme groei van de Amerikaanse staalindustrie aan het einde van de 19e eeuw. Toen hij zijn onderneming in 1901 aan JP Morgan verkocht, werd de waarde ervan geschat op meer dan $ 400 miljoen. Carnegie deed er alles aan om anderen te helpen. Toen hij in 1919 overleed, had hij zowat $ 350 miljoen van zijn fortuin weggeschonken. Hij schreef ooit: “Een man die rijk sterft, sterft in schande.” VLIEGTUIG Het eerste vliegtuig werd gebouwd door Wilbur Wright (1867 – 1912) en zijn broer Orville (1871 – 1948). Nadat de broers uitvoerig hadden bestudeerd hoe vogels vliegen, sloegen ze op 17 december 1903 de hele wereld met verstomming. Die dag toonden ze dat ook de mens kan vliegen, met een vlucht van 12 seconden over een afstand van 37 meter.  IKEA IKEA De in Zweden geboren  Ingvar Kamprad (1926 -) begon op zijn veertiende lucifers, die hij in het groot aankocht in Stockholm, te verkopen aan zijn buren. De notie dat hij een product kon kopen en dan doorverkopen met winst deed zijn ambities groeien. Kamprad ging vervolgens vis, kerstversiering, pennen, potloden en zaden verkopen. Op zijn zeventiende gaf hij zijn nieuwe bedrijf de naam ‘IKEA’ en breidde hij zijn productaanbod verder uit. Op zijn 21e verkocht Kamprad ook meubelen en op zijn 27e – in 1953 – opende hij zijn eerste IKEA-winkel. Vandaag heeft IKEA winkels in 25 landen en boekt het bedrijf een jaarlijkse omzet van meer dan 21 miljard euro. AUTO Henry Ford (1863-1947) maakte de wagen bereikbaar voor het gewone volk. Zijn T-Ford was alles wat een auto volgens hem moest zijn: betaalbaar en betrouwbaar. Het enige probleem was dat hij er maar een paar per dag van kon maken, niet genoeg om de vraag bij te houden. Uiteindelijk opende hij een grote fabriek met een lopende band en groeide hij uit tot de grootste autoproducent ter wereld dankzij een wagen die eenvoudig te besturen en goedkoop te herstellen was.  COSMETICA Estée Lauder (1906 – 2004) was de dochter van een Hongaarse immigrant. Ze richtte haar cosmeticabedrijf op in 1946 met niet meer dan vier producten in het assortiment en een onwrikbaar geloof: iedere vrouw kan mooi zijn. Ze begon door huidverzorgingsproducten te verkopen aan schoonheidssalons en hotels en vond dat je de klant moest raken als je iets aan de man wou brengen. “Ik heb het zover geschopt door ervoor te werken, niet door het gewoon te willen of erop te hopen”, zei ze vaak tegen haar verkoopteam.  JEANS Levi Strauss (1829–1902) werd geboren in Duitsland, maar verhuisde in 1847 naar Amerika om voor zijn broers te gaan werken. Zes jaar later richtte hij zijn eigen bedrijf op. Strauss voerde kleding, ondergoed, paraplu’s en stoffen in, en verkocht die goederen door aan kleine winkels langs de hele westkust van Amerika. Maar het was een klant, een kleermaker, die Levi op het idee bracht om stevige ‘overalls’ te maken die we nu kennen als jeans. Aanvankelijk werden de jeans wellicht gemaakt door naaisters thuis. Maar tegen de jaren 1880, toen jeans populairder werden, opende Strauss zijn eigen fabriek. Het begin van een mooi verhaal.  DRUKPERS Johannes Gutenberg (1395 – 1468), een Duitse goudsmid en zakenman, vond de drukpers met vervangbare/losse houten of metalen letters uit in 1436. Zijn uitvinding, waarvoor hij geld moest gaan lenen, zou een revolutie teweegbrengen in de productie van boeken.  KOMPAS De Chinese vonden het kompas uit tijdens de Han-dynastie. Het was gemaakt van magnetiet, een van nature magnetisch ijzererts. Dankzij het kompas konden zeelui zich veilig ver van de kust wagen, waardoor de zeehandel toenam. Meteen het begin van het tijdperk van de grote ontdekkingen.  ONTDEKKINGSREIZIGER De Portugees Ferdinand Magellan (1480 – 1521) organiseerde de expeditie die als eerste rond de wereld zou varen. Hij vormde een vloot van vijf schepen en ondanks enorme tegenslagen (de kapitein van een van de schepen keerde terug naar huis en Magellaan zelf stierf tijdens de slag om Mactan) bewees hij dat de aarde rond is. GLOEILAMP  Thomas Edison (1847 – 1931) was de jongste van zeven kinderen. Zijn moeder besloot om hem thuis les te geven nadat zijn leraar hem ‘lastig’ had genoemd. Edison leerde pas spreken toen hij vier was. Maar vanaf dat moment kwam de vraag ‘Waarom?’ voortdurend over zijn lippen. Op zijn twaalfde werd hij krantenverkoper en later bracht hij zijn eigen kleine krant uit. Hij vroeg in zijn leven meer dan 1.000 octrooien aan, onder meer voor de elektrische gloeilamp, de eerste praktische dictafoon, de fonograaf en de accu. Edison haalde zijn laatste octrooi binnen op zijn 83e. Voor velen zal hij altijd de grootste uitvinder aller tijden blijven. GOOGLE Larry Page (1973 -) en Sergey Brin (1973 -) leerden elkaar kennen aan de universiteit van Stanford in 1995. Larry was geïnteresseerd om zich in te schrijven en Sergey moest hem een rondleiding geven. Twee jaar later richtten de studenten samen Google op, een van de snelst groeiende bedrijven aller tijden. Vandaag is Google de populairste zoekmachine ter wereld. Hun filosofie is eenvoudig: geweldig is niet goed genoeg.  TEKENFILMS Walt Disney, de tekenaar van magische figuurtjes zoals Mickey Mouse en Sneeuwwitje, was een pionier in de animatiesector. Hij werkte 43 jaar in Hollywood en stond bekend als de man die de dromen van alle Amerikanen deed uitkomen. Hij was enorm gedreven om de kunst van animatie te perfectioneren. Toen Technicolor zijn intrede deed in de wereld van de animatie, had hij twee jaar het octrooi ervan in handen. Disney was op dat moment dus de enige die tekenfilms in kleur mocht maken. INTERNET Computerwetenschapper Sir Timothy Berners-Lee (1955 -) bedacht in 1989 het World Wide Web, een online hypermedia-initiatief om wereldwijd informatie uit te wisselen, terwijl hij voor CERN werkte, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica. TATA GROUP J R D Tata (1904 – 1993) werd in 1929 de eerste Indische piloot met een vergunning. Drie jaar later richtte hij de eerste commerciële luchtvaartmaatschappij van India op: Tata Airlines, het latere Air India. In 1925 ging hij als onbetaalde stagiair aan de slag bij het bedrijf van zijn oom, Tata & Sons. In 1938 – op zijn 34e – werd hij verkozen tot Chairman. Onder zijn Chairmanschap zag de groep zijn activa groeien van $ 100 miljoen tot $ 5 miljard. Wat begon met 14 bedrijven, was aan zijn pensioen uitgegroeid tot een groep van 95 ondernemingen. COCA COLA In 1886 brouwde John Pemberton (1831 – 1888) een apotheker uit Atlanta, een zoete, karamelkleurige vloeistof. Omdat hij wilde weten wat er zou gebeuren als hij dit mengde met spuitwater, ging hij ermee naar Jacobs’ Pharmacy. Hij deed er spuitwater bij en liet enkele klanten proeven. Ze vonden het allemaal lekker en dus begon Jacobs’ Pharmacy het goedje te verkopen voor vijf cent per glas. Pembertons boekhouder, Frank Robinson, noemde het drankje Coca-Cola en bouwde vervolgens een onderneming uit rond deze uitvinding. Vandaag boekt de Coca-Cola Company een jaaromzet van meer dan $ 35 miljard. CHINA YOUTHOLOGY Zafka Zhang richtte in 2008 mee het marktonderzoeksbureau China Youthology op. Bedrijven als Audi, Nokia, L’Oreal en Daimler hebben via zijn onlinebedrijf inzicht gekregen in de Chinese jongerencultuur en zijn zo te weten gekomen hoe ze hun merk beter kunnen verkopen. MICROSOFT Bill Gates (1955 -) begon computers te programmeren toen hij dertien was. Hij maakte Harvard nooit af omdat hij al zijn energie wilde steken in Microsoft. Gates was er namelijk rotsvast van overtuigd dat de computer onmisbaar zou worden op elk bureau en in elk huis. Hij ging software ontwikkelen voor pc’s, het begin van de pc-revolutie. Bill Gates heeft al $ 28 miljard aan zijn Stichting geschonken, maar nu wil hij polio uitroeien met dezelfde gedrevenheid die hij voor Microsoft aan de dag legt. FEDEX Met het geld dat zijn vader hem had nagelaten, richtte Fred Smith (1944 -) Federal Express op, een wereldwijde koeriersdienst die pakjes de volgende dag al afleverde, ook al had een professor hem gewaarschuwd dat dit onhaalbaar zou zijn. Zijn onderneming, tegenwoordig bekend onder de naam FedEx, is uitgegroeid tot wellicht het grootste vervoersbedrijf ter wereld. Het verwerkt elke dag meer dan acht miljard vrachtstukken en is actief in zeker 220 landen. GSM Martin Cooper (1928 -) bedacht het concept van de zaktelefoon in 1973 toen hij bij Motorola werkte. Het prototype, dat twee kilo woog, zou Motorola naar verluidt zowat $ 1 miljoen gekost hebben, omgerekend naar de huidige waarde. De batterij ging 20 minuten mee, maar dat maakte niet uit want zolang kon je de telefoon toch niet vasthouden. TELEFOON  Alexander Graham Bell (1847 – 1922) kreeg in 1876 als eerste een octrooi voor de elektrische telefoon. Hij schaafde het ontwerp ervan bij en tegen 1886 hadden meer dan 150.000 mensen in de VS een telefoon. Hij zou later zeggen: “Ooit zal degene aan de telefoon kunnen zien met wie hij spreekt.” PAPAYAMOBILE Si Shen werd geïnspireerd na het lezen van The Road Ahead door Microsoft-oprichter Bill Gates. Hij wilde de wereld veranderen; en zij ook. Na enkele jaren werken voor Google keerde ze terug naar Beijing, waar ze samen met een vriend in 2008 Papaya lanceerde. Vandaag vormt ze mobiele telefoons om tot sociale netwerken. De software laat mensen toe om foto’s te delen, berichten te verzenden en spelletjes te spelen met andere gamers; er zouden meer dan 35 miljoen gebruikers zijn.  VIRGIN GROUP Sir Richard Branson (1950 -) zei de schoolbanken vaarwel op zijn zestiende en begon in 1970 voor de laagste prijs platen te verkopen aan zijn vrienden. Later opende hij een platenwinkel in de Londense Oxford Street, bouwde hij een opnamestudio en contracteerde hij artiesten als The Rolling Stones. Vandaag bestaat zijn Virgin Group uit meer dan vierhonderd bedrijven.  STARBUCKS Het begon allemaal met een kopje koffie. Howard Schultz (1953 -) sprak in 1981 met de medewerkers van Starbucks in Seattle en was zo onder de indruk dat hij een jaar later marketing director van de onderneming werd. In die tijd had Starbucks maar vier vestigingen. Tijdens een reis naar Italië in 1983 kwam hij op het idee om de traditie van de Italiaanse koffiehuizen over te brengen naar de VS. Hij verliet Starbucks even om het op eigen houtje te proberen, maar kwam in 1987 terug en kocht de onderneming over. Vandaag telt Starbucks meer dan 17.000 vestigingen in 60 landen.

    12 minuten gelezen Nummer 6
  • Hoe journalisten INEOS mee op de kaart hebben gezet

    In 2011, toen het eerste nummer van INCH van de persen rolde, had onderzoek aangetoond dat INEOS weliswaar een enorm groot bedrijf is, maar dat de merkbekendheid te wensen overliet. En dat moest duidelijk beter, wilde de onderneming de beste studenten en potentiële investeerders aantrekken en haar invloed laten gelden in de politieke wereld en de media. Dit tijdschrift heeft, hopelijk, geholpen om deze leemte in te vullen. Maar onlangs heeft INEOS zich geprofileerd op een manier die zelfs Chairman Jim Ratcliffe niet had kunnen voorzien.  INEOS kan zichzelf niet langer omschrijven als de grootste onderneming waar je nog nooit van gehoord hebt.  Sinds de gebeurtenissen in het Schotse Grangemouth eind vorig jaar zijn de meningen en visies van de onderneming en van oprichter en Chairman Jim Ratcliffe erg in trek.  Geen krant ter wereld die niet graag een artikel zou publiceren over de onderneming en haar managers. Sylvia Pfeifer, journaliste bij de Financial Times, zegt dat de naam INEOS tot enkele maanden geleden niet echt een belletje deed rinkelen buiten de sector.  “INEOS had Grangemouth liever niet op de voorpagina zien staan, maar sindsdien is de onderneming wel uit de schaduw getreden”, zegt ze.  Maar journalisten zijn niet alleen geïnteresseerd in het succesverhaal van INEOS. De onderneming kreeg ook de vraag om haar licht te laten schijnen op onder meer de toestand van de industrie in Groot-Brittannië, de impact van de schaliegasboom in de VS, de verlammende energiekosten in Europa en de enorme groeikansen in China.  Economieredacteur Alistair Osborne schreef in The Daily Telegraph: “De naam Jim Ratcliffe klinkt misschien niet bekend in de oren, maar toon mij eens een andere Britse industrieel die in vijftien wervelende jaren een onderneming uit de grond heeft gestampt en heeft opgebouwd tot een wereldwijde verkoopmachine die $ 43 miljard waard is. Gebrek aan ervaring kun je Ratcliffe zeker niet verwijten. Dus als hij zegt dat Groot-Brittannië ‘eerlijk gezegd geen erg aantrekkelijke plaats is om te produceren’ of dat het VK zijn tijd niet moeten zitten te ‘verlummelen’ als het op schaliegas en kernenergie aankomt, dan dwingt hij met zijn  standpunt respect af.”  Tijdens een interview met Brian Carney, een van de redacteurs van The Wall Street Journal, kreeg Jim de vraag wat de VS kon doen om de industrie in Amerika nog te verbeteren.  “De vennootschapsbelasting afschaffen”, zei hij. “Dat is mijn enige kritiek. Als je die belasting verlaagt tot ongeveer 30 %, dan is de VS niet te kloppen.”  In een interview met Stanley Reed van The New York Times legde Jim uit waarom hij de verlieslatende vestigingen in Europa niet wil laten subsidiëren door winstgevende fabrieken in de VS. Bernd Freytag had een gesprek met INEOS voor een artikel voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung. In zijn artikel noemt hij de onderneming een pionier, omdat ze besliste om goedkoop uit schalie gewonnen ethaangas in te voeren om de werkingskosten van de Europese INEOS-krakers te drukken.  Over Jim zei Bernd: “Hij ziet de toekomst van de petrochemiesector in Europa eerder somber in en voorspelt moeilijke tijden. Hij is het niet eens met deskundigen die beweren dat de schaliegasboom in de VS snel voorbij zal zijn. Hij staat alleen in die mening, maar dat vindt hij onzin.”  Een soortgelijk stuk lazen we in Le Monde. “Europa is momenteel geen goede plek voor bedrijven en het wordt er niet beter op”, schreef Eric Albert, de correspondent van Le Monde in Londen, in zijn eerste gesprek met de onderneming. “Ik denk niet dat mensen beseffen voor welke uitdagingen ze staan.”  Er verschenen ook interviews in kranten in Noorwegen en in China. Zo schreef Cecily Liu, verslaggeefster bij China Daily, over de enorme petrochemiemarkt en de aanhoudende vraag die de groei van China vooruit stuwen.  “Ik kende INEOS alleen door de joint venture met PetroChina, maar over Jim wist ik zo goed als niets”, vertelt ze aan INCH. “Na Grangemouth liet hij vaker van zich horen in de media. Hij weet zijn talenten duidelijk te benutten en is, in tegenstelling tot anderen, zeker bereid om risico’s te nemen.”  Eén uitdaging wist INEOS alvast te overwinnen.  “INEOS was zo snel gegroeid dat de merkperceptie geen gelijke tred had weten te houden”, zegt Tom Crotty, Group Director Corporate Affairs. “Zelfs sommige klanten zeiden dat we ondanks onze omvang onze mening over de markt nauwelijks lieten horen. We kregen ook feedback van beleggers en de media dat we iets openhartiger moesten zijn.”  Die kritiek krijgt INEOS niet meer.

    3 minuten gelezen Nummer 6
  • INEOS stapt naar de rechter over vermeende octrooi-inbreuk

    INEOS spant een geding aan tegen Sinopec, een genationaliseerd Chinees olie- en petrochemiebedrijf, en enkele van zijn dochterbedrijven omdat die zich niet gehouden zouden hebben aan octrooien. INEOS beweert dat Sinopec Ningbo Engineering Company een langlopende technologieovereenkomst heeft verbroken en dat andere Sinopec-bedrijven handelsgeheimen hebben geschonden om zo een aantal acrylonitrilfabrieken te kunnen bouwen in China zonder de toestemming van INEOS.  “We willen onze beste technologie introduceren in China, maar alleen als die ook beschermd wordt”, zegt INEOS-Chairman  Jim Ratcliffe. “Als de acrylonitrilfabrieken uit de grond blijven schieten in China, kunnen wij de boeken sluiten.”  INEOS, dat overigens uitstekende relaties onderhoudt met Sinopec en met China, zei in een verklaring op 21 maart dat het geen andere keuze had.  “Als we onze moeizaam opgebouwde intellectuele eigendom, handelsgeheimen en octrooien op het vlak van technologie, ontwerp en beheer niet beschermen, zal INEOS uiteindelijk ten onder gaan”, zegt Jim.  INEOS vreest dat China door zijn optreden ernstige schade zal toebrengen aan de acrylonitrilactiviteit van de groep. Die levert elk jaar tot $ 500 miljoen winst op en houdt zowat 5.000 mensen aan het werk in de VS, het VK en Duitsland.  INEOS is momenteel wereldleider in de productie van acrylonitril, de belangrijkste bouwsteen van koolstofvezel. Deze belangrijke molecule is ook een essentieel onderdeel van ABS polymeer, dat gebruikt wordt in veel alledaagse toepassingen, van speelgoed over computerschermen tot witgoed.  De acrylonitriltechnologie van INEOS ligt aan de basis van meer dan 90 % van de wereldwijde productie. SNEC, een Sinopec-bedrijf, heeft sinds 1984 een licentie om die technologie te gebruiken.  INEOS, dat gelijktijdig vorderingen heeft ingediend bij het Hooggerechtshof van Peking en het arbitragehof in Zweden, heeft naar eigen zeggen “het volste vertrouwen” in het intellectuele-eigendomsysteem van China. Daar worden tegenwoordig namelijk meer octrooien ingediend dan in elk ander land ter wereld. Sinopec ontkent de aantijgingen van INEOS.

    2 minuten gelezen Nummer 6
  • INEOS speelt in op vragen van klanten

    Om aan de vraag van klanten te kunnen voldoen, heeft  INEOS Oxide zijn ENB-fabriek (ethylideennorborneen) in Antwerpen uitgebreid.  De fabriek kan voortaan 28.000 ton per jaar produceren, 20 % meer dan vroeger. Daarmee is ze de grootste ENB-fabriek ter wereld.  Met ENB wordt vooral ethyleenpropyleendieen rubber (EPDM) gemaakt, een heel weerbestendig, duurzaam synthetisch rubber dat almaar vaker gebruikt wordt door autofabrikanten en in de bouwsector.  “Door de bottleneck in de fabriek in Antwerpen weg te nemen, zet INEOS een unieke stap om genoeg ENB te kunnen leveren voor de komende twee tot drie jaar”, zegt CEO Hans Casier.  ENB wordt ook als geurdrager gebruikt in de parfumsector.

    1 minuut gelezen Nummer 6
  • INEOS schaaft nog eens € 30 miljoen van zijn interestfactuur af

    Door een slimme financiële beslissing om enkele leningen te herfinancieren in februari spaart INEOS nu elk jaar nog eens € 30 miljoen euro aan interestbetalingen uit.  Video De beslissing om te profiteren van gunstige financiële markten komt er na de herfinanciering van vorig jaar, toen INEOS zijn interestbetalingen aanzienlijk wist te verlagen met $ 140 miljoen per jaar.  “Als we deze nieuwe besparing optellen bij de besparingen in de voorbije achttien maanden, zijn de algemene interestbetalingen gedaald van € 550 tot € 385 miljoen”, zegt Graeme Leask, CFO van INEOS Group Holdings.  INEOS kon de interestvoet op zijn leningen verlagen, omdat veel investeerders staan te dringen om te delen in het succes van INEOS.  “De investeerders reageerden heel positief in februari”, zegt Graeme. “De vraag naar obligaties lag zeven keer hoger dan het aanbod.”  INEOS betaalde net geen 8 % op zijn obligaties en hoopte op de nieuwe obligatie iets meer dan 6 % te moeten betalen. Uiteindelijk werd het net geen 6 %.  De bank kende de onderneming ook een interestverlaging toe op haar lening.  “We zouden deze besparingen kunnen gebruiken om schulden terug te betalen. Maar onze investeerders weten dat we in onze bedrijven veel mooie kansen hebben om geld te verdienen met deze investering. Het is dus beter voor INEOS en de investeerders om dit geld te laten renderen in onze bedrijven dan om de leningen terug te betalen”, zegt Peter Clarkson, Head of Investor Relations bij INEOS.  Financiële adviseurs omschrijven de recentste overeenkomst als een ‘knaller’, zegt Graeme.  De sleutel tot dit succes is, volgens INEOS, een goede communicatie met de investeerders om de aanhoudende prestaties van de onderneming te benadrukken.  “We zijn heel eerlijk met onze investeerders en zij stellen die transparantie op prijs”, zegt Peter. “Elke week, en dat is heel ongewoon in de sector waarin ze investeren, schrijven we een marktupdate voor alle investeerders en analisten met een samenvatting van de gebeurtenissen op onze belangrijkste markten.”  Dankzij die cultuur van openheid en eerlijkheid had INEOS ook minder tijd nodig om te heronderhandelen en betere interestvoeten te verkrijgen.  Een overeenkomst over de herfinanciering van obligaties nam vroeger zowat drie weken in beslag. Omdat de investeerders ons goed kennen, is die deal tegenwoordig rond in enkele dagen. INEOS moest deze obligaties met een hoog rendement eigenlijk pas in 2016 herfinancieren, maar zag een kans om te profiteren van de goede financiële markten en greep die snel.  “Gewoonlijk wachten we niet tot op het allerlaatste moment, omdat we onszelf voldoende marge willen geven”, zegt Peter.  Door deze nieuwe overeenkomst kreeg INEOS ook een betere kredietbeoordeling van Moody’s, die nu aansluit bij de B1/B+ van Standard & Poor’s.  “Kredietbeoordelaars zijn van nature voorzichtig en gaan altijd uit van de veronderstelling ‘de wereld vergaat morgen, overtuig ons van het tegendeel’. Een betere beoordeling is dus heel goed nieuws”, zegt Peter.  En die beoordeling heeft nog andere voordelen: de onderneming krijgt meer krediet los bij leveranciers, waardoor de cashflow toeneemt.  Volgens Douglas Crawford, Analist bij Moody’s, heeft INEOS de betere kredietbeoordeling deels te danken aan zijn ‘veerkrachtige’ prestatie in 2013 en de goede vooruitzichten voor de onderneming dit jaar.  John Reece, Finance Director van INEOS AG, zegt dat de groep globaal gezien een goed 2013  achter de rug heeft en dat 2014 uitstekend begonnen is. De winst van INEOS is wel grotendeels afkomstig uit de VS, waar ze van zowat 60 % in 2012 tot bijna 70 % is gestegen vorig jaar.  “Schaliegas is niet de enige reden waarom we zo goed presteren in de VS, maar het betekende wel een ommekeer”, zegt hij. INEOS wil dit komende jaar zwaar investeren in de VS.  “Die investering is absoluut een prioriteit”, zegt John.  Er liggen plannen klaar voor een polyethyleenfabriek, een oligomerenfabriek en eventueel een nieuwe ethyleenoxidefabriek.  John: “De situatie in Europa, vooral het zuiden van Europa en het VK, blijft moeilijk. Maar onze beslissing om goedkoop uit schalie gewonnen ethaangas vanuit Amerika in te voeren naar Europa zal helpen om de werkingskosten van onze Europese kraakinstallaties te drukken en zo kunnen we competitief blijven.”  De reis begon in april 2012, toen INEOS de grootste ‘covenant-lite’ lening wist binnen te halen die ooit was toegekend aan een Europees bedrijf en wereldwijd de grootste sinds het begin van de kredietcrisis. En die reis zetten we nu voort.  “Dit maakt deel uit van onze strategie”, zegt Graeme. “We zijn opportunistisch. Als we dus een kans zien op de markt om onze interestvoeten te verlagen of onze financiering uit te breiden, zijn we altijd bereid om dat te doen.”

    11 minuten gelezen Nummer 6
  • INEOS sluit tweede deal af om meer ethaan naar Europa te verschepen – en bestelt meer schepen

    INEOS heeft nog een deal gesloten om goedkoper uit schalie gewonnen ethaan in te voeren uit de VS. Zo wil de onderneming de werkingskosten van haar Europese gaskraakinstallaties.  Vanaf volgend jaar komen de eerste ladingen van CONSOL Energy in Pittsburgh aan bij INEOS Europe AG. “Zo zal de ethyleenproductie van INEOS de concurrentie in Europa beter aankunnen”, zegt David Thompson, Procurement and Supply Chain Director.  Twee jaar geleden greep INEOS als eerste petrochemiebedrijf in Europa de kans om goedkopere energie en grondstoffen in te voeren via Range Resources in de VS.  In December 2012 sloot de onderneming contracten van vijftien jaar af met drie Amerikaanse bedrijven die instaan voor het boren, verdelen en verdichten van ethaan dat vervolgens vanuit Amerika aan de INEOS-fabriek in het Noorse Rafnes wordt geleverd.  Op 7 Mei van dit jaar maakte INEOS bekend dat het een overeenkomst had bereikt met Evergas voor de bouw van nog eens zes vrachtschepen. De schepen worden momenteel gebouwd in China en zullen ethaan vervoeren naar de vestiging in Rafnes en de INEOS-fabriek in het Schotse Grangemouth.  Nooit eerder zijn er zulke grote, flexibele en geavanceerde vrachtschepen voor meerdere gassen gebouwd. Met deze schepen heeft INEOS een flexibele oplossing in handen voor de ethaantoevoer en de optie om ook lng, lpg en petrochemische gassen zoals ethyleen te vervoeren.  “Door hun geavanceerde ontwerp, maximale efficiëntie en ongeziene flexibiliteit zullen deze schepen de sterke positie van INEOS in de sector langdurig versterken”, zegt Martin Ackermann, CEO van EVERGAS.  De schepen hebben een dubbele brandstoftoevoer en de geavanceerde motoren draaien op zuiver lng. Resultaat: een hoge efficiëntie, een lage uitstoot en lagere brandstofkosten.

    2 minuten gelezen Nummer 6
  • INEOS Technologies rept zich om nieuwe klant binnen te halen in Vietnam

    Een Vietnamees bedrijf heeft een INEOS-technologielicentie verworven om polypropyleen te produceren. Dat plastic polymeer wordt gebruikt in tal van producten, van koelkasten over tapijten tot auto-onderdelen.  Vung Ro Petroleum Limited zegt dat het Innovene PP-proces van INEOS zal helpen om de concurrentie een stap voor te blijven en te voldoen aan de stijgende vraag op de Aziatische markt.  “De Aziatische economieën groeien en onder invloed van die groei stijgt de vraag naar plastic producten voor infrastructuur, verpakkingen, huishoudartikelen, apparaten en consumptiegoederen”, zegt Randy Wu, Vice-President, PE/PP Marketing and Sales bij INEOS Technologies. “Vroeger waren die producten vooral bestemd voor de exportmarkt.”  Petroleum Limited nam voor het eerst halfweg 2012 contact op met INEOS Technologies. Nog geen jaar later had de onderneming een akkoord ondertekend met INEOS. “Dat is vrij snel voor een licentieproject voor polyolefinen, want zulke projecten slepen vaak jaren aan”, zegt Randy. “Dit bewijst dat we zulke solide relaties hebben opgebouwd met klanten, consultants en aannemers dat onze reputatie als vooraanstaande technologieleverancier voor zich spreekt in de sector.”  De raffinaderij is gevestigd in het district Dong Hoa van de provincie Phu Yen.  “We gaan het Innovene PP-proces van INEOS inpassen in ons raffinaderijproject. Zo kunnen we een geavanceerd polypropyleenproces uitbouwen met schaalvoordelen en een ruim productbereik”, zegt Kirill Korolev, CEO van Vung Ro Petroleum Limited.

    2 minuten gelezen Nummer 6
  • Bedrijf waagt zich aan nieuw avontuur

    Baleycourt is een van de twaalf bedrijven die onder de koepel van INEOS Enterprises vallen. Een kleine vestiging met een oppervlakte van ongeveer 20 voetbalvelden, die toch een grootse bijdrage levert aan het succes van INEOS. video INEOS Enterprises lanceert dit jaar een nieuw product: raapzaadolie geschikt voor levensmiddelen.  INEOS zet zo zijn eerste stappen op de markt voor ingrediënten voor levensmiddelen. Maar tegen eind 2014 zal de onderneming al 15.000 ton raapzaadolie produceren in haar vestiging in het Franse Baleycourt.  Een slimme investering? De tijd zal het uitwijzen, maar Ashley Reed, Chief Executive Officer van INEOS Enterprises, en Chief Operating Officer Steve Dossett, manager van het bedrijf, zijn alvast overtuigd.  “Dit is een nieuwe start voor ons, maar raapzaadolie wordt steeds populairder. Vooral omdat het gezond is en goedkoper dan olijfolie”, zegt Ashley.  Door de productie van raapzaadolie, die rijk is aan vitamine E en maar half zoveel verzadigde vetten bevat als olijfolie, kan deze vestiging in het hart van de op één na grootste productieregio van plantaardige olie in Frankrijk de concurrentie blijven aangaan.  Baleycourt produceert al jaren tonnen biodiesel voor Franse supermarkten en oliebedrijven als Total.  In 2008 gaf INEOS Enterprises Baleycourt nog een stevig duwtje in de rug door de oprichting van INEOS Champlor, een joint venture ter waarde van € 80 miljoen met de Franse landbouwcoöperatie SICLAE en de olieperserijgroep C.Thywissen. Zo kwamen er een tweede biodieseleenheid bij, een olieraffinaderij en een installatie om raapzaadolie te persen.  “De investering kwam er vooral op aandringen van de Franse regering. Die wilde veel meer biobrandstoffen mengen voor de Europese wetgeving van kracht werd”, zegt Ashley. “Elke brandstofmarkt (diesel en benzine) kreeg eigen mengdoelen opgelegd. Als ze die niet naleefde, wachtte de menger een aanzienlijke boete. Er lag dus zeker een markt voor ons open.”  Bovendien kon INEOS voortaan zelf lokaal geteeld raapzaad persen en hoefde de groep geen raapolie meer te kopen in Duitsland, waar de zaden voordien werden geperst.  Een slimme financiële investering en het partnerschap verliep erg vlot. INEOS kon het raapzaad voor een scherpe prijs inkopen en persen, en zo duizenden tonnen hernieuwbare brandstof produceren voor elke markt die dat wilde.  Het bijproduct, raapzaadmeel, werd verkocht als varkensvoer zonder genetisch gemanipuleerde proteïnen – een extraatje. Tijdens topjaren liep de productie in Baleycourt op tot wel 140.000 ton biobrandstof en 180.000 ton raapzaadmeel.  Maar dat bleef niet duren.  In 2010 voerde de EU de wetgeving van de ‘dubbele telling’ in om brandstofproducenten te stimuleren om afvalmaterialen te mengen, zoals gebruikte spijsolie en talg. Tegen 2011 begon de internationale oliehandelshub ARA de Franse markt te overspoelen met zijn brandstof, een type waarop geen beperking gold. Resultaat: een sterke terugval van de vraag naar ‘enkele telling’ producten op basis van raapzaadolie. De productievolumes in Baleycourt kelderden. Uiteindelijk werd de invoer naar Frankrijk aan banden gelegd.  De binnenlandse producenten wonnen marktaandeel terug, maar de marktdynamiek was volledig door elkaar geschud. Bovendien stond de Franse overheid ook op het punt om de premiekraan deels dicht te draaien.  Een jaar later maakte de Europe Commissie een bocht van 180° over biobrandstof met een voorstel om de hoeveelheid biobrandstoffen uit gewassen tot 5 % te beperken.  En vorig jaar legde de EU nieuwe regels op. Kortom, de EU had de buik vol van biobrandstof uit gewassen.  “Er wordt nog volop gediscussieerd binnen de instellingen van de EU, ook over wat een gewas is. Dus wie weet wat ons de komende jaren nog te wachten staat”, zegt Ashley. “Maar de huidige gemiddelde mengniveaus van biodiesel op basis van gewassen zullen wellicht niet of nauwelijks meer toenemen.”  Tijd om de teugels weer in handen te nemen, zo dacht INEOS. Om zijn eigen lot te gaan bepalen.  Daarom ging INEOS eind vorig jaar met de banken aan tafel zitten over een verlaging van de niet-economische schuld van de joint venture (JV). INEOS kocht zijn JV-partners uit, sloot een betere deal voor vijf jaar met landbouwers voor hun raapzaad en herstructureerde de vestiging in Baleycourt.  “We wilden met de extra capaciteit voorlopig raapzaadolie gaan produceren in plaats van biobrandstoffen, maar daar moesten alle partijen mee akkoord gaan”, zegt Steve. “De JV kon haar schulden aan haar leners niet meer afbetalen en stevende sinds eind 2010 op een bankroet af. Het had kunnen mislopen, maar nu heeft INEOS een toekomst in de sector van oliezaad en biodiesel, en behoudt de groep toch nog de strategische toevoer van lokale zaden van de Franse coöperaties. Dit nieuwe project is een voorzichtige poging. De oliemarkt is al enorm groot, maar we hebben er alle vertrouwen in.”  De zaden van dit nieuwe project worden tegenwoordig gezaaid in de velden rond de vestiging van 25 hectare niet ver van Verdun.  Maar Baleycourt, dat 150 mensen tewerkstelt en elk jaar een omzet van meer dan 250 miljoen euro neerzet, is meer dan alleen biobrandstoffen.  Deze kleine Franse vestiging produceert al meer dan veertig jaar kwaliteitsvolle plastificeermiddelen op basis van alcoholen en zuren. En de zaken lopen goed dankzij de ontwikkeling van de ftalaatvrije CEREPLAS™ esters van INEOS.  Die worden tegenwoordig gebruikt voor de productie van PVC-krimpfolie en voedselverpakkingen, dashboards, vinyl vloerbekleding en buisjes en zakken voor de medische sector.  De voorbije vijf jaar zijn drie nieuwe producten op de markt gebracht: tereftalaten, trimellitaten en sebacaten. Zo is de verkoop met meer dan 20 % gestegen.  “Deze groei wordt gestuwd door een sterke marktvraag en door proactief in te spelen op trends bij onze klanten”, zegt Steve.  Ftalaten maken plastic zachter, flexibeler en moeilijker te breken, maar wegens mogelijke gezondheidsrisico’s komt er steeds meer kritiek op het gebruik ervan.  “INEOS heeft daarop ingespeeld door een alternatieve ftalaatvrije ester te ontwikkelen die precies hetzelfde doet”, zegt Steve. “Enkele van onze concurrenten maken nog altijd producten met en zonder ftalaat. Maar wij hebben de voor ons belangrijke beslissing genomen om de vestiging 100 % ftalaatvrij te maken. Ook al zijn onze afzetmogelijkheden nu beperkt, we kunnen onze klanten garanderen dat we nooit, zelfs niet per ongeluk, producten met ftalaten zullen leveren.”  De vestiging in Baleycourt produceert ook esters voor de smeermiddelenmarkt en ziet elk jaar meer dan 700.000 ton producten binnenkomen en buitengaan.  “Nu is het aan deze sector om te blijven groeien door slimme oplossingen op maat aan te bieden”, zegt Ashley. Dat kan door de voortdurend veranderde markt nauwlettend in de gaten te houden en innovatieve producten te ontwikkelen die inspelen op de behoeften van de klanten van INEOS.  “INEOS Enterprises wordt tegenwoordig beschouwd als een belangrijke leverancier van esters in Europa. Een hele prestatie als je bedenkt dat de afnemers van esters altijd onwillig zijn geweest om te veranderen wegens de ellenlange goedkeuringsprocessen die hun klanten hen opleggen”, zegt Ashley.

    20 minuten gelezen Nummer 6
  • Veilig op de goede weg

    Veiligheid is een absolute prioriteit bij INEOS. En dat moet ook, want de onderneming is actief in een gevaarlijke omgeving. Ook in dit nieuwe jaar blijft INEOS aandacht hebben voor de veiligheid van personen en processen. Meer aandacht zelfs, zo legt Stephen Yee uit. Veiligheid is geen kwestie van geluk of ongeluk. Veiligheid, daar moet je aan werken. Alle werknemers, werkgevers en aannemers moeten bovendien beseffen wat er kan gebeuren als een onderneming als INEOS de bal misslaat.  “Ons streven naar veiligheid begint op het hoogste niveau als een kernwaarde van onze onderneming”, zegt Stephen Yee, Business Safety Health and Environment Manager bij INEOS ChlorVinyls in het Engelse Runcorn. “We weten allemaal dat de duurzame toekomst van onze bedrijven afhangt van onze prestaties op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu.”  Vorig jaar was een goed jaar voor INEOS, ondanks de beslissing om over te stappen op OSHA (Occupational Health and Safety Administration). Dat is een strenger Amerikaans systeem om ongevallen, letsels en ziektes op het werk te registreren, zodat bedrijven hun prestaties kunnen vergelijken met die van de allerbeste ondernemingen.  “We zien nu dat INEOS de vergelijking doorstaat met bedrijven als Shell en Dow Chemical”, zegt Stephen, die de veiligheidsrapporten van ondernemingen van de groep naast elkaar legt. “Maar uit de gegevens blijkt ook dat het letselpercentage beter kan. Op basis van onze eigen analyse doen we tegenwoordig ongeveer 50 % beter dan in 2008. En in 2013 werden er 70 minder letsels gemeld.”  Vorig jaar was een heel goed jaar voor INEOS O&P Europe North. Die divisie won voor de tweede keer de INEOS SHE-prijs voor haar veiligheidsresultaten en haar uitstekende beheer van de procesveiligheid.  Duidelijke communicatie: dat was volgens Hans Niederberger, chief operations officer, een van de redenen voor het succesjaar van het bedrijf. De SHE-lijnmanagers kregen een heel belangrijke taak, namelijk iedereen laten weten wat er van hen verwacht werd.  “Daarnaast heeft elke vestiging een eigen scorekaart voor SHE-verbeteringen voor een volledig jaar en die kaarten controleren we elke maand”, zegt hij.  INEOS O&P Europe North meldde vier letsels in 2013.  “Dat komt neer op een frequentie van 0,12 letsels per 200.000 werkuren”, zegt hij. “Een frequentie tussen 0,20 en 0,25 wordt beschouwd als een topresultaat.”  Stephen zegt dat INEOS te rade zal gaan bij de beste vestigingen om de sites met het slechtste veiligheidsrapport te helpen.  “We kunnen en zullen leren hoe de beste vestigingen veiligheid aanpakken om zo de prestaties van alle afdelingen op te krikken”, zegt hij.  Bij INEOS in Keulen werd een opvallende postercampagne gelanceerd om alle werknemers bewust te maken van de mogelijke gevolgen van hun gedrag op het werk: ‘Ongevallen werpen lange schaduwen’.  Juergen Schmitz, die als hoofd van de afdeling Occupational Safety and Health belangrijke boodschappen over veiligheid moet overbrengen aan de bijna tweeduizend werknemers en duizend aannemers in de vestiging, zegt dat de campagne aansloeg. Wel is het moeilijk om een duidelijk verband aan te tonen tussen de campagne en de betere veiligheidsprestaties in de vestiging. “Die verbetering kan namelijk te danken zijn aan diverse elementen rond veiligheid op het werk”, zegt hij.  Naast de campagne hebben alle stagiairs en managers – van de shift manager tot de Managing Director – in 2013 ook deelgenomen aan een verplichte opleiding over het veiligheidsprogramma.  Als hij terugkijkt op dit succesvolle jaar, ziet Stephen diverse ‘opmerkelijke mijlpalen’. Sinds 30 december 2010 is in de fabriek van INEOS ChlorVinyls in Zweden niemand gewond geraakt.  “Duizend dagen zonder ongeval, daar mag de fabriek zeker trots op zijn”, zegt hij.  Volgens Helen Axelsson, die verantwoordelijk is voor veiligheid, gezondheid, milieu en kwaliteitsborging, kan de vestiging zo’n indrukwekkend veiligheidsrapport voorleggen omdat het gedrag van werknemers al tien jaar een belangrijk aandachtspunt is.  “Hier heerst een open veiligheidscultuur. Als een werknemer vindt dat iemand op een onveilige manier werkt, dan mag hij dat gewoon zeggen. Sinds een jaar of drie, vier gebruiken we de uitdrukking ‘We hebben altijd tijd om veilig te werken’. En de werknemers en aannemers geloven dat ook echt.”  Sinds vorig jaar past elk INEOS-bedrijf – ondanks een strikt, zelf opgelegd tijdschema – ook twintig belangrijke veiligheidsprincipes toe. Die zijn uitgedacht door het Process Safety Management Team van INEOS en zijn gebaseerd op echt gebeurde incidenten of ‘bijna-ongevallen’. “We passen deze principes niet alleen toe, ook elk bedrijf afzonderlijk werd doorgelicht”, zegt Stephen.  “De Site- en Productiemanagers van andere vestigingen hebben die audits in goede banen geleid, zodat we goede werkmethodes kunnen uitwisselen.”  En toch mogen mensen zich niet blindstaren op statistieken.  “Onze aanpak is eenvoudig”, zegt hij. “We gaan stap voor stap te werk en focussen op wat we kunnen doen om te voorkomen dat de werknemers in onze vestigingen gewond raken. Dan komen de goede resultaten vanzelf.”  En toch kan het altijd beter.  “Wat me vooral frustreert, zijn de letsels die we hadden kunnen voorkomen als mensen gewoon even hadden nagedacht voor ze iets deden”, zegt hij.  INEOS als groep wil ook dat elk bedrijf zijn veiligheidsprestaties met 10 % opkrikt.  “Uitdagende SHE-doelen, dat klopt. Maar haalbaar”, zegt Stephen.

    10 minuten gelezen Nummer 6
  • INEOS stuurt doelstellingen bij

    Europa is een van de duurste regio’s ter wereld om chemicaliën te produceren. Daarom moeten energie-intensieve bedrijven zoals INEOS creatieve oplossingen bedenken om competitief te blijven. Veranderingen op til in de Franse vestiging in Lavéra. Marseille is de oudste en op één na grootste stad van Frankrijk. De stad kan uitpakken met kilometerslange zandstranden en prachtige gebouwen.  Je zou dus niet denken dat Marseille ook maar iets gemeen heeft met een naburige aardolieraffinaderij die elke dag duizenden tonnen benzine, vliegtuigbrandstof, diesel en stookolie produceert. En toch. Want de Lavéra petrochemiefabriek en de Petroineos aardolieraffinaderij van INEOS, op zowat 50 kilometer ten westen van Marseille, verbruiken evenveel energie als de stad zelf.  En dat is nu net het probleem.  “We moeten onze energie-efficiëntie voortdurend optimaliseren”, zegt Jean-Noël Large, die de energieprestaties van de 81 jaar oude raffinaderij moet verbeteren. “Dat is een absolute prioriteit voor INEOS en niet alleen in Frankrijk. De hoge energiekosten zijn een probleem in heel Europa. Die liggen tegenwoordig ongelofelijk hoog, vergeleken met de VS en Azië. In vergelijking met andere, even grote petrochemiebedrijven en raffinaderijen op andere continenten bevinden we ons in een lastig parket. En de mensen hier zien dat zelf ook.”  In zijn functie werkt Jean-Noël nauw samen met productie-, proces- en onderhoudstechnici in de vestiging, deskundigen van INEOS Technologies en externe partners.  “Het modelleringsteam van INEOS Technologies kan simulaties doen en zo zoeken naar manieren om de site efficiënter te maken”, zegt hij. De vestiging in Lavéra is met haar 650 hectare een van de grootste petrochemische sites in Europa. De vestiging was in handen van BP toen Jean-Noël hier in 1989 aan de slag ging. INEOS nam de site negen jaar geleden, in december 2005, samen met de BP-bedrijfstak Innovene over voor $ 9 miljard.  “Toen BP de site in handen had, waren de energieprijzen in Europa nog competitief”, zegt hij. “Maar sindsdien zijn ze blijven stijgen, terwijl onze concurrenten in de VS hun energiekosten drastisch zagen dalen dankzij de opkomst van schaliegas. Zo is er een enorme kloof ontstaan tussen deze markten. Energie is nu een absolute prioriteit voor ons, net als de betrouwbaarheid van de site.”  Tom Crotty, INEOS Group Director, zegt dat bij INEOS Olefins & Polymers in Frankrijk een ton ethyleen produceren twee keer meer kost dan in Amerika. En dat is te wijten aan de stijgende energieprijzen in Europa. “Als we ook in de komende jaren nog willen concurreren, is het cruciaal om onze energiefacturen te verlagen”, zegt Jean-Noël.  Hij werkt momenteel aan verschillende projecten. Kleinere zijn al operationeel, zoals een stoombalanstool om het stoomverbruik in de raffinaderij te analyseren. Andere projecten lopen nog. Tot nu toe hebben de investeringen en nauwkeurige opvolging het aantal stoomlekken met 20 % doen dalen. Bovendien heeft Jean-Noël nog plannen.  Dit jaar leidt hij ook een grootschalige aanpassing van een van de ovens in de raffinaderij. De oliedistillatie-eenheid wordt nu aangedreven door een mengsel van vloeibare brandstof en gas, maar vanaf mei is dat alleen nog gas. “Nu zorgt de verbranding van vloeibare brandstof voor afzettingen in de oven, zodat die niet op en top efficiënt kan werken”, zegt Jean-Noël.  Door de efficiëntie te verhogen, zal de eenheid minder brandstof verbruiken, kan de onderneming geld uitsparen en daalt de uitstoot van de fabriek.  Petroineos Manufacturing France investeert ook in een project ter waarde van € 70 miljoen om tegen halfweg 2015 twee nieuwe geavanceerde stoomketels te installeren. Dan zal de raffinaderij nog efficiënter werken en de uitstoot zal verder dalen. In 2002 stootte de vestiging elk jaar nog 13.000 ton zwaveldioxide uit. Tegen 2013 lag dit cijfer 70 % lager dankzij een reeks verbeteringen en investeringen. “Met de veranderingen die we nu doorvoeren, kunnen we deze uitstoot tegen 2016 nog eens met meer dan 90 % terugdringen”, zegt Jean-Noël.  Hij zegt dat alle projecten een enorme impact zullen hebben op de efficiëntie van de raffinaderij en de concurrentiekracht van de vestiging zullen versterken. “We denken tot € 25 miljoen per jaar te kunnen besparen”, zegt hij.  Jean-Noël kijkt vol verwachting uit naar de toekomst van Lavéra en de rol die hij daarin kan spelen. “Ik heb carte blanche om alle wegen te verkennen die interessant kunnen zijn, onze prestaties verbeteren en de kosten voor de onderneming drukken”, zegt hij. “Ik analyseer elke eenheid in de raffinaderij en elke mogelijkheid om minder energie te verbruiken. En hopelijk zullen de ervaring en de kennis van de site, vanonze medewerkers en van mezelf helpen om dit actieplan uit te voeren.”

    8 minuten gelezen Nummer 6
  • Deskundigen onderzoeken mogelijkheden

    Radicaal denken over INEOS ‘deel in 2009 zal beginnen om dividenden te betalen volgend jaar, wanneer de eerste overbrenging van low-cost ethaan uit de VS beginnen aankomen op Rafnes in Noorwegen om te helpen de operationele kosten bij INEOS verlagen’ gas crackers in Europa. Maar waarom daar stoppen? Dat is de vraag INEOS is zich nu vragen. INEOS haat afval en verspilling. Het laat dan ook geen kans voorbijgaan om zijn activiteiten efficiënter te laten verlopen.  Om de werkingskosten van zijn Europese fabrieken te drukken, sloot INEOS al baanbrekende overeenkomsten van vijftien jaar af met twee Amerikaanse bedrijven. Die transporteren binnenkort goedkoop uit schalie gewonnen ethaangas vanuit de VS naar Europa. En nu heeft INEOS ook zijn oog laten vallen op het VK.  Een nieuw team onder leiding van Gary Haywood weegt momenteel de voordelen en nadelen af van het plan om schaliegas te ontginnen en produceren in het VK. Dat is vooralsnog een van de weinige EU-landen die inzien hoe belangrijk hydraulisch fractureren of ‘fracking’ is. Via dat proces kun je gas en vloeistoffen uit schalielagen halen.  De Britse regering steunt de ontginning van schaliegas, volgens Gary een doorslaggevende factor in de beslissing van INEOS om te investeren in een projectteam dat afgelopen februari werd samengesteld.  “Zonder de steun van de regering is de schaliegasproductie opstarten zo goed als onmogelijk”, zei hij.  De Britse regering heeft al een Office of Unconventional Gas and Oil opgericht om toe te zien op een  veilige, verantwoorde en milieuvriendelijke ontginning van de schaliegas- en oliebronnen in het VK Bovendien heeft ze fiscale steunmaatregelen beloofd om investeringen te stimuleren.  “De regering heeft ingezien dat schaliegas de voorzieningszekerheid, de economische groei en de werkgelegenheid in het VK kan stimuleren en tegelijk de concurrentiekracht van de chemische en energie-intensieve productiesector in het VK kan versterken”, zei Gary.  Er zijn momenteel 176 Petroleum Exploration and Development Licences (PEDL’s) uitgereikt in het VK. Dat zijn licenties om olie en gas op het vaste land te winnen en te ontwikkelen.   Dit jaar worden er nog licenties uitgereikt. De schaliegasrevolutie in de VS heeft voor een ommekeer gezorgd in de Amerikaanse petrochemische sector. De gasprijzen in de VS liggen tegenwoordig een derde tot de helft lager dan in Europa (en driekwart lager dan in Azië). Ook de grondstoffen voor krakers halen daar voordeel uit. Dennis Seith, CEO van Olefins & Polymers (VS), zegt dat de dalende energiekosten een fenomenaal effect hebben gehad op de Amerikaanse industrie.  Chemiebedrijven in de VS zullen tegen 2020 meer dan $ 70 miljard investeren in nieuwe productiefaciliteiten, gestuwd door deze kostenvoordelen. De factoren die de gasprijzen in het VK beïnvloeden zijn complex en verschillen op sommige vlakken van die in de VS. Een doorgedreven schaliegasproductie zal wellicht niet hetzelfde effect hebben op de gasprijzen als in de VS. Maar de uitbouw van deze nationale hulpbron zal de concurrentiekracht van de Britse gasmarkt wel degelijk verbeteren en ook de voorzieningszekerheid, de betalingsbalans en de werkgelegenheid stimuleren.  In januari spoorde de Britse premier David Cameron de Europese Unie aan om, in het licht van de gebeurtenissen in Amerika, geen overhaaste reglementaire beperkingen op te leggen aan de schaliegaswinning. Volgens hem zou dit investeerders namelijk afschrikken. “Er zal nog volop olie en gas geproduceerd worden, maar Europa zal droogstaan”, zei hij op het World Economic Forum.  Hij spoorde de EU aan om de kans te grijpen.  “Ik weet dat sommigen zich zorgen maken”, zei hij. “We moeten de gepaste regels opleggen en regeringen moeten de bevolking geruststellen dat de schaliegaswinning geen groen licht krijgt als het milieu daardoor gevaar loopt. Maar als het volgens de regels van de kunst wordt aangepakt, kan schaliegas zelfs minder CO2 uitstoten dan ingevoerd gas.”  Gary’s team is al aan het werk. Het VK beschikt wellicht over uitgestrekte en onontgonnen schaliegasreserves, de vraag is alleen of dit gas op een voordelige manier gewonnen kan worden. Het INEOS-team moet onder meer een geologisch onderzoek uitvoeren in het VK om na te gaan welke gebieden in aanmerking komen voor economische productie. Uiteraard vraagt die productie van schaliegas ook om de juiste oppervlakte-eigenschappen, inclusief beschikbare grond, en de gepaste infrastructuur.  Het team werkt ook samen met andere chemiebedrijven, energie-intensieve gebruikers en schaliegasproducerende bedrijven om te beslissen hoe we aan een nog sceptisch publiek duidelijk kunnen maken dat schaliegas winnen veilig en milieuvriendelijk kan.  “Het milieu is een gevoelige kwestie”, zegt Gary. “Mensen maken zich zorgen, maar we moeten onze boodschap goed overbrengen en verontrustende berichten nuanceren. Want die zijn soms emotioneel en niet noodzakelijk gebaseerd op overtuigend wetenschappelijk bewijs of kennis van zaken.” INEOS heeft een strategie uitgewerkt om de mensen te overtuigen dat schaliegas winnen echt wel noodzakelijk is. Zo laat het bedrijf onder meer zijn stem horen in het parlement, in de media en via INCH. Bovendien wijst het zijn eigen medewerkers op de voordelen van schaliegas, in de hoop dat zij die informatie verder verspreiden.  “We moeten erop blijven hameren dat de chemische en energie-intensieve sectoren in het VK competitief moeten blijven. Anders wacht hen een sombere toekomst”, zegt Gary. “Momenteel is Europa verwikkeld in een toenemende concurrentiestrijd met de VS en het Midden-Oosten. Regio’s waar de energie- en grondstoffenprijzen heel laag liggen. We moeten uitleggen dat we kunnen helpen door onze schaliegasbron te benutten.”  INEOS kan schaliegas gebruiken als grondstof of energiebron voor zijn ethyleenkrakers, maar bezit ook grond, pijpleidingen en opslagruimtes in enkele belangrijke gebieden die ontgonnen worden in het VK.  “Samen met onze uitmuntende productietechnieken, onze aandacht voor veiligheid en onze goede relaties met de gemeenschappen waarin we actief zijn, betekent dit dat INEOS een unieke bijdrage kan leveren aan deze opkomende sector”, zegt Gary. “Het is dus goed mogelijk dat INEOS uiteindelijk beslist om zelf naar schaliegas te boren.”  INEOS heeft er ook heel wat externe ervaring bijgehaald om het team te helpen deze interessante kans te doorgronden. Zo heeft Tom Pickering tien jaar ervaring in gaswinning en -productie op het Europese vaste land. Hij heeft in het VK meer onshorelicenties aangevraagd én gekregen dan iedere andere aanvrager. Gareth Beamish heeft dertig jaar ervaring als geoloog bij grote bedrijven als ExxonMobil en BG Group, plus vijf jaar ervaring in schaliegaswinning over de hele wereld.  “We bekijken wat voor ons zinvol is”, zegt Gary. “We zijn zeker voorstander van schaliegasproductie. Supporteren we vanaf de zijlijn of spelen we zelf mee in de ontginning en productie ervan? Of misschien iets daartussen? Dat zal afhangen van onze analyse van de voordelen en risico’s van alle opties en dan uiteindelijk van hoe INEOS Capital die voordelen en risico’s inschat en hoe ze de middelen van de onderneming willen benutten.”  Als het VK zijn enorme reserves aan schaliegas weet te benutten, kan dit volgens Gary een domino-effect hebben in heel Europa.  “Zeker zijn we niet, maar we denken wel dat een positieve evolutie in een Europees land de toon zal aangeven voor de rest van Europa”, zegt hij. “Mensen willen veilige, competitieve en milieuvriendelijke energieopties. En we weten zeker dat ze de schaliegasproductie zouden steunen als we alle feiten op een rijtje zetten.”

    10 minuten gelezen Nummer 6
  • Het geschil in Grangemouth

    Het Grangemouth-complex, waartoe ook de raffinaderijjoint-venture Petroineos behoort, is één van de drie grootste productievestigingen van INEOS. Het complex werd meer dan vijftig jaar geleden gebouwd om olie en gas uit de Noordzee te verwerken.  video De fabriek presteert sinds de crisis van 2008 niet goed meer en is sindsdien elk jaar afhankelijk van financiering door andere bedrijven binnen de INEOS Groep om te kunnen overleven. In deze periode is door de Groep in totaal 715 miljoen euro gefinancierd. Er zijn op dit complex twee businesses gevestigd die elk hun eigen problemen hebben. ‘Refining’ heeft sinds de crisis te lijden gehad onder de geringe winstmarges en het slechte ondernemingsklimaat in Europa. Ook heeft deze business te maken met betrouwbaarheidsproblemen en hoge kosten. Het hart van het tweede bedrijf op het complex, Chemicals, wordt gevormd door de KG-kraakinstallatie waarmee noordzeegas wordt omgezet in olefinen. De gasvoorraad onder de Noordzee is de laatste jaren snel geslonken, waardoor de installatie nu op slechts 50% van de capaciteit kan draaien. Bovendien is het kostenniveau veel te hoog. Grangemouth (Chemicals and Refining) is er niet in geslaagd om de hoge vaste kosten die een verlammend effect hadden op de business aan te pakken. De lokale vakbond, Unite, waarin de werknemers van de vestiging georganiseerd zijn, was namelijk niet bereid om rond de tafel te gaan zitten en de ernst van de situatie te bespreken. Een voorbeeld bij uitstek van de slechte concurrentiepositie is de pensioenvoorziening. Bij onze vestiging in Grangemouth bedraagt de premie voor een gemiddeld pensioen 65% van het salaris. Dat is gewoon niet op te brengen. Salarissen zijn twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde in het Verenigd Koninkrijk. Elke poging om deze onhoudbare situatie met de vakbond te bespreken, werd door de vakbond beantwoord met een regelrechte weigering en dreiging tot stakingsactie. Unite heeft in 2013 drie keer met een staking gedreigd: in februari, juli en september. De staking van 2008 heeft de business 143.000 euro gekost, waardoor dringende noodzakelijke investeringen in de infrastructuur van Grangemouth niet mogelijk waren. Na een zomer vol ongenoegen over de toenemende verliezen en over Stevie Deans, de vakbondsafgevaardigde die informatie en infrastructuur van INEOS had misbruikt, werd beslist dat Grangemouth de veranderingen moest accepteren of dat anders tot sluiting werd overgegaan. Het enige scenario dat ‘Chemicals’ nog uitzicht kon bieden op een zonnige toekomst was de slinkende hoeveelheid noordzeegas aan te vullen met Amerikaans schaliegas, dat in grote hoeveelheden verkrijgbaar is en bovendien heel goedkoop is. Het transporteren van grote hoeveelheden gas vereist echter investeringen en infrastructuur. Daarvoor zijn speciale schepen nodig en grote import- en exportterminals waar vloeibaar gemaakte gassen met een temperatuur van -100ºC kunnen worden overgeslagen. De totale investering die nodig zou zijn om Grangemouth in staat te stellen Amerikaans schaliegas aan te voeren en te verwerken, ligt om en bij de 360 miljoen euro, waarvan 180 miljoen euro bestemd is voor de bouw van een importfaciliteit op Grangemouth zelf. INEOS Capital is voor de zomer met het management overeengekomen dat het bereid was dit ‘omvormingsproject’ voor Grangemouth te financieren, op voorwaarde dat de business zijn kostenniveau zou aanpakken, inclusief de onbetaalbare pensioenen en een totaal loonpakket voor operators van 120.000 euro per jaar (£100.000 of $160.000). Het management heeft een ‘Reddingsplan’ voor Grangemouth opgesteld, dat onder meer voorzag in het afschaffen van de huidige pensioenregeling en deze te vervangen door een benchmarkpensioenregeling, een loonstop voor drie jaar en aanpassingen in de ontslagvoorwaarden en in de voorwaarden voor flexibel werken. In ruil daarvoor was INEOS bereid om 360 miljoen euro te investeren voor het importeren van Amerikaans schaliegas. Unite bleef weigeren om deel te nemen aan de discussie over het ‘Reddingsplan’, waardoor het onvermijdelijk was dat het bedrijf nog meer verlies leed en dat andere businesses binnen de INEOS Groep Grangemouth overeind moesten blijven houden. We hebben medewerkers gevraagd om te stemmen over het ‘Reddingsplan’, maar dat heeft helaas geen duidelijke meerderheid opgeleverd. Na dit teleurstellende resultaat en veel interne discussie was er geen andere keuze dan de sluiting van de Chemical-bedrijfstak aan te kondigen, om verdere verliezen te voorkomen. Op het allerlaatste moment liet de vakbond weten van standpunt te zijn veranderd en toch akkoord te gaan met de noodzakelijke veranderingen om de financiering van 360 miljoen euro veilig te stellen. Terugkijkend was dit zonder twijfel een zeer positieve uitkomst voor de vestiging. Het betekent dat Grangemouth weer een toekomst heeft, en zelfs een veelbelovende en langdurige toekomst. Het is wel betreurenswaardig dat het proces op deze manier is verlopen. Dat heeft veel leed veroorzaakt bij de werknemers en hun gezinnen, en er is een enorm bedrag mee verloren gegaan, meer dan 40 miljoen euro. Dat was niet nodig geweest, het was pure verspilling. Het is van belang dat Grangemouth een manier vindt om een constructieve dialoog op te bouwen tussen werknemers en directie, zoals op vrijwel al onze vestigingen het geval is, of de werknemers nu wel of niet in een vakbond zijn georganiseerd. In de afgelopen jaren hebben we twee stakingen gehad, die ons samen 200 miljoen euro hebben gekost. Het waren jaren met een felle, conflictueuze dialoog met de vakbonden, met veelvuldige stakingsdreigementen en grote verliezen. De wereld is altijd in verandering. Bedrijven floreren en gaan weer ten onder. Er zijn momenten dat verandering noodzakelijk is en dan moet er een effectief overlegorgaan zijn om dat te bespreken. Ik zou de werknemers van Grangemouth willen vragen na te denken over hoe ze in de toekomst op een effectieve en constructieve manier vertegenwoordigd willen worden, en zich daarbij te realiseren dat zowel de werkgever als de werknemer baat heeft bij een succesvolle toekomst voor Grangemouth. JIM RATCLIFFE

    7 minuten gelezen Nummer 5
  • Grangemouth

    Het geschil over de olieraffinaderij in Grangemouth heeft dit najaar een nieuwe wending gekregen. Nadat bekend werd dat de petrochemische fabriek in Falkirk in Schotland openblijft na het bereiken van een akkoord met Unite, verschenen er beschuldigingen van een vakbondscampagne vol pesterijen en intimidatie die herinneringen opriep aan de militante vakbonden van de jaren zeventig en tachtig. Een senior manager bij INEOS, het concern waar Grangemouth deel van uitmaakt, beweerde dat de vakbond Unite een aantal demonstranten naar zijn huis had gestuurd waardoor hij vreesde voor de veiligheid van zijn vrouw en twee jonge kinderen. Tegelijkertijd zei een dochter van een andere bestuurder dat ze in haar huis in Hampshire, honderden kilometers van de fabriek van Grangemouth gelegen, een ‘wanted-’poster had ontvangen waarop kritiek werd geuit op haar vader. David Cameron beschreef de beschuldigingen als ‘schokkend’ en deed een oproep aan de Labour Party, de grootste fondsenverstrekker van Unite, om de beweringen over de vakbond te onderzoeken. Len McCluskey, algemeen secretaris van Unite, verdedigde de tactiek als ‘legaal en legitiem’, en voegde eraan toe: “Als de directeur van een bedrijf zich bezighoudt met iets waarvan wij menen dat het een oneerlijke aanval is op werknemers en hun gezinnen en de gemeenschappen waartoe zij behoren, dan is het volgens ons verkeerd om te denken dat anonieme directeurs in hun groene buitenwijken kunnen verdwijnen en op die manier wegkomen met dat soort acties.” In het volgende artikel vertelt Jim Ratcliffe, hoofd van INEOS, hoe hij het heeft opgenomen tegen de vakbond en wat de Britse industrie kan leren van het florerende Duitsland. Jim Ratcliffe, hoofd van INEOS, geeft commentaar op het geschil in grangemouth en de militante vakbond Eind 2005 verwierf INEOS voor 9 miljard dollar het bedrijf Innovene, de petrochemische tak van BP. Daarmee werd de omvang van INEOS in één klap verviervoudigd en kreeg INEOS enkele van de grootste industriële productievestigingen ter wereld in handen. Eén daarvan bevond zich in Keulen in Duitsland. Drie maanden later bezocht ik de vestiging in Keulen, van vergelijkbare omvang als het Grangemouth-complex maar veel winstgevender, en daar ontmoette ik de vakbondsafgevaardigde. Zijn naam was Siggi, hij was 1,93 lang en stond erom bekend zijn werknemers op een stevige maar redelijke manier te vertegenwoordigen. Nadat we een kwartier over ditjes en datjes hadden gesproken, zei hij: “Jim, ik hou niet zo van je bonusregeling.” Enigszins uit het lood geslagen antwoordde ik: “Maar waarom niet, Siggi? Het is een bijzonder royale regeling.” Hij antwoordde: “Ik zou liever zien dat je dat geld besteedt aan de fabriek, aan investeringen, aan onderhoud en schilderwerk, zodat we in de toekomst verzekerd zijn van banen voor de kinderen van de werknemers én voor die hún kinderen.” Er is in die vestiging nooit een staking geweest of iets wat daar zelfs maar op leek. De vakbond, namens de werknemers en INEOS, hebben een gemeenschappelijk doel: een langdurige, succesvolle toekomst. Medewerkers behouden goede banen en INEOS behaalt winstgevende rendementen en herinvesteert in het bedrijf. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat een chemisch complex in Duitsland er steevast beter voor staat en efficiënter opereert dan een vergelijkbaar bedrijf in het Verenigd Koninkrijk. En het is al even spijtig te moeten constateren dat de Duitse chemische industrie het beter doet dan zijn Britse tegenhanger, die geconfronteerd wordt met een aantal sluitingen in het noordoosten en het noordwesten van het Verenigd Koninkrijk. De constructieve dialoog die we in Keulen zien, ontbrak in de petrochemische fabriek Grangemouth bij Falkirk. Omdat het moeilijk is om met duizend mensen te praten, kunnen vakbonden een waardevolle rol spelen in grote organisaties. Ze kunnen met het management onderhandelen over jaarlijkse salarisaanpassingen, als vertegenwoordiger optreden bij klachten en problemen, en uitleg geven en adviseren over complexe veranderingen in de werkgelegenheid of het pensioenrecht. Naar mijn mening moeten de bonden echter wel begrijpen dat een bedrijf winstgevend moet zijn om te overleven. De wereld verandert voortdurend en bedrijven moeten daar op inspelen om concurrentieel te blijven. Bovendien is het de taak van de vakbonden om de werkgelegenheid voor hun leden op de lange termijn te waarborgen. Dit jaar heeft Unite op de Grangemouth-vestiging drie keer met een staking gedreigd: in februari, juli en oktober. In februari eiste de vakbond een loonsverhoging van 3,9%, een stijging die het bedrijf zich gewoon niet kon veroorloven. We hadden geen andere keuze dan toe te geven, omdat de fabriek niet was voorbereid op een staking en omdat een staking teveel schade op zou leveren. Eind juli heeft Len McCluskey, algemeen secretaris van Unite, persoonlijk met het bedrijf gebeld over de kwestie rond Stevie Deans, die was geschorst na de ontdekking van duizenden e-mails van de Labour Party op ons systeem. Len McCluskey eiste dat de schorsing ongedaan gemaakt zou worden of anders zou hij ‘Grangemouth stilleggen’. Ook op dat moment zou een staking te schadelijk zijn geweest. Vervolgens kwam in oktober de druppel die de emmer deed overlopen. Naar aanleiding van het onderzoek naar Stevie Deans riep Unite een staking uit, maar veel ernstiger was het dat ze weigerden deel te nemen aan gesprekken over de toekomst van de fabriek. Als er niets was veranderd, zou Grangemouth zeker failliet zijn gegaan. De vakbond hield de fabriek al die tijd in een wurggreep, waardoor het bedrijf niet in staat was efficiënter en concurrentiëler te worden en zich aan te passen aan een wereld die intussen niet had stilgestaan. Elke operator van de vestiging in Falkirk kost nu bijna 120.000 euro per jaar, uitgaande van een salaris van 56.000 euro, een pensioenbijdrage van 42.000 euro en daarbovenop nog bonussen en bijdragen voor sociale zekerheid. Dergelijke hoge loonkosten zijn in onze industrie gewoonweg onhoudbaar. De vakbonden in Groot-Brittannië maken een fout door te denken dat wij de vijand zijn. Dat zijn we niet. Het is niet nodig en niet juist om afwijkende meningen te verspreiden en werknemers op een onjuiste manier te vertegenwoordigen of voortdurend met vakbondsacties te dreigen. Het is misplaatst brieven te beginnen met ‘broeders en zusters’ (de aanhef boven epistels van de vakbond aan hun leden bij onze vestiging) en iedereen die twijfelt of het waagt de vakbond tegen te werken, als stakingsbreker te kwalificeren. Dat heeft veel weg van pesten. Dat is niet alleen onterecht maar ook intimiderend en bedoeld om andere meningen de kop in te drukken – een houding die volkomen ingaat tegen de waarden van de huidige samenleving waarin de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel staat. In de periode dat het conflict speelde, was er een medewerkster van de financiële administratie die zich zorgen maakte door het aanhoudend gepreek van de vakbond en haar ongerustheid over haar baan uitsprak. In een e-mail aan alle werknemers van het bedrijf bevestigde zij dat het bedrijf in financiële moeilijkheden verkeerde (zij was degene die elke maand de cijfers opstelde). Daarna ontving zij onbeschofte telefoontjes van anonieme bellers die de telefoon gewoon insmeten. Dit kleine incident heeft binnen INEOS veel aandacht gekregen. Het verontrustte ons dat een werkneemster binnen ons bedrijf, een moeder van drie kinderen, niet vrij haar mening en bezorgdheid kon uiten. Mede daarom waren wij uiteindelijk vastbesloten alleen een oplossing te accepteren die tegelijkertijd zou leiden tot veranderingen op vele fronten, in het bijzonder op het gebied van houding en werkmethoden. De vakbondskwesties op de vestiging in Grangemouth gaan terug tot de jaren zeventig. Drie weken geleden maakte ik met een groep van zes vrienden en een gids een mountainbiketour over rotsachtige paden hoog in de Italiaanse Alpen. Eén van de deelnemers, Tony Loftus, die operations director was geweest voor INEOS’ voorganger, Inspec, vertelde in een gesprek over de problemen bij Grangemouth dat hij in het begin van de jaren zeventig, meteen na zijn scheikundestudie aan de universiteit van Manchester, als stagiair gewerkt had op de Grangemouth-vestiging. Hij flapte eruit: “Toen ik op Grangemouth werkte, waren er geen problemen en waren er geen stakingen, het management deed gewoon wat hen gezegd werd.” Er is sindsdien weinig veranderd, met als gevolg dat de fabriek, in tegenstelling tot de Duitse vestiging, nu met grote problemen te kampen heeft. Ik ben opgegroeid in een arbeidersgemeenschap, maar tijdens mijn jeugd speelden de vakbonden bij ons thuis geen rol. De eerste tien jaar woonde ik in Failsworth, een voorstad in het noorden van Manchester, dicht bij Oldham. Ik herinner me dat ik vanuit mijn slaapkamerraam meer dan honderd fabrieksschoorstenen kon zien – zo heb ik waarschijnlijk leren tellen. We woonden in een kleine doodlopende straat die Boston Close heette, in wat ik me herinner als een zeer aangename sociale huurwoning. Het huis staat er nog steeds. Ik weet nog goed dat mijn vader me vertelde dat hij toen hij jong was, in elke boom van Miles Platting was geklommen, de naburige voorstad waar hij was opgegroeid. Pas vele jaren later, toen ik een tiener was, drong het tot me door dat er helemaal geen bomen waren in Miles Platting – dat was heel wat anders dan de groene buitenwijken in Zuidoost-Engeland. De gemeenschappen in Lancashire zijn ontstaan aan het eind van de achttiende eeuw. Landbouwers verlieten de akkers en zochten nieuwe werkgelegenheid en kansen in de Industriële Revolutie, die begon in het hart van Lancashire. Groot-Brittannië vond het concept ‘productie’ uit. In mijn stamboom kan ik duidelijk zien dat veel van mijn voorouders van de akkers van Derbyshire naar Manchester verhuisden. Allemaal schreven ze hun naam met een kruisje. In ieder geval staat vast dat ik affiniteit heb met productie, zoals zovelen die afkomstig zijn uit dit deel van het land. Ik ben er een grote voorstander van om in een belangrijke economie als die van Groot-Brittannië daadwerkelijk dingen te maken. Dat wil niet zeggen dat ik iets tegen de dienstensector heb. Dat is niet zo. Maar ik geloof wel dat een solide, evenwichtige economie een gezonde industriële sector nodig heeft. We besteden een groot deel van ons inkomen aan goederen van allerlei soort, van wasmachines tot handtassen (Joost mag weten waarom dat er zoveel moeten zijn), en iedereen met gezond verstand weet dat we beter af zijn als we een aantal van die producten zelf maken in plaats van ze allemaal importeren. Gedurende de afgelopen twintig jaar is de industriële basis van Groot-Brittannië in elkaar gestort. Economieën zijn doorgaans opgebouwd uit drie sectoren: de agrarische, de industriële en de dienstensector. De landbouwsector heeft meestal een tamelijk klein aandeel, minder dan 10%; de dienstensector is in het algemeen het grootst, en de industriële sector ligt rond de 20%, zoals het geval is in Duitsland. Twintig jaar geleden liep Groot-Brittannië slechts een klein beetje achter op Duitsland, hooguit 2 of 3%. Tegenwoordig is de industriële sector van Groot-Brittannië slechts half zo groot als die van Duitsland. De voor de hand liggende vragen zijn waarom deze ineenstorting heeft plaatsgevonden en of dat belangrijk is. Ik ben van mening dat dat heel belangrijk is. Een te grote afhankelijkheid van de dienstensector leidt tot een kwetsbare economie. Duitsland kwam de recessie van 2008-2009 veel sneller en krachtiger te boven dan Groot- Brittannië. Minstens even belangrijk is de geografische kloof in Groot-Brittannië. De Midlands en het noordelijk deel van de Britse eilanden zijn veel sterker gericht op productie, en die gebieden hebben sterk geleden onder de hoge werkloosheid. Londen is duidelijk gericht op diensten, en met veel succes. Toch is dat ook daar niet het enige dat telt. Het valt mij op dat de regering – die zich in Londen midden in een ‘dienstenomgeving’ bevindt,– de neiging heeft ervan uit te gaan dat de toekomst uitsluitend in Londen ligt en in de liefdesverhouding van die stad met de financiële wereld. We zouden een les moeten leren van Duitsland, waar veel belang gehecht wordt aan een bloeiende industriële sector als basis voor een evenwichtige economie. De snelle daling van de productie in Groot-Brittannië is naar mijn mening het gevolg van het feit dat vorige regeringen de betekenis van de industriële sector niet hebben ingezien. Waar het in Groot-Brittannië aan ontbreekt is overtuigingskracht en een duidelijk verhaal om industrieën aan te trekken. INEOS heeft verschillende vestigingen in Groot-Brittannië, maar deze zijn niet zo rendabel als onze productievestigingen in Duitsland, België en vooral de VS. Groot-Brittannië heeft dure energie, de kennis en ervaring van het personeel liggen niet op het niveau van andere landen, de pensioenen zijn duur en de vakbonden kunnen lastig zijn. De geschiedenis laat zien dat de overheid in Groot-Brittannië niet geïnteresseerd was in productie. In de Verenigde Staten daarentegen beschikt men over zeer deskundige werknemers, op de meeste van onze bedrijven zijn geen vakbonden actief, de energiekosten zijn een fractie van die in Groot-Brittannië en er is een enorme markt. Duitsland is gewoonweg goed in productie – net als wij vroeger. Er is geen reden waarom de industrie in Groot-Brittannië niet weer zou moeten opleven. De huidige regering ziet gelukkig steeds meer de noodzaak in van een bloeiende productieve sector voor het behoud van een gezonde economie. We mogen nooit vergeten dat het de Britten waren die de industrie hebben uitgevonden. Om terug te keren naar mijn hoofdthema, de vakbonden en de koppen in de kranten ‘Vakbonden, goed of slecht?’: ik blijf erbij dat het vakbondsgedrag in de stijl van de jaren zeventig naar de ondergang leidt. Siggi daarentegen, de Duitse vakbondsafgevaardigde die ik eerder noemde, staat met beide benen in de 21e eeuw. Hij daagt uit, hij onderzoekt, hij schudt de boel wakker en onderhandelt, maar hij overtuigt INEOS altijd van de noodzaak te investeren. Een goede vakbond is goed voor werknemers én werkgevers.

    14 minuten gelezen Nummer 5
  • Uitdagende tijden

    Chemie maakt een wereld van verschil in ons dagelijkse leven. Maar kan de Europese chemische industrie, die rechtstreeks €500 miljard aan de Europese economie bijdraagt, de politieke leiders overtuigen om naar hun zorgen te luisteren zodat de sector kan concurreren op wereldniveau? De tijd zal het leren. Maar de tijd dringt, legt Tom Crotty van INEOS uit. video De positie van Europa in de wereld staat onder druk. De petrochemische industrie, die rechtstreeks €500 miljard bijdraagt aan de Europese economie, staat momenteel voor grote uitdagingen. Uitdagingen zowel van buitenaf als van binnenin. Maar als de Europese Unie op tijd tot rede komt, is geen van beide uitdagingen levensbedreigend, zegt Tom Crotty, Group director bij INEOS. “Europa staat voor een duidelijke keuze,” zegt hij. “Tussen een neerwaartse en een opwaartse spiraal.” Welke keuze het wordt, hangt af van twee factoren: het Europese milieubeleid, dat de kaart trekt van decarbonisering, en de vraag of Europa zijn eigen grondstoffen gaat exploiteren om de energiekosten te verlagen. “Dat zijn de twee grootste issues voor de Europese Unie,” legt Tom uit. Europa is momenteel één van duurste plekken ter wereld voor de petrochemische productie. Het Midden-Oosten is met een kleine voorsprong nog steeds de goedkoopste locatie, maar dankzij de schaliegasrevolutie is Amerika bezig met een inhaalrace. “De EU heeft een wezenlijk probleem omdat twee grote nabijgelegen handelsblokken over veel goedkopere energie beschikken,” aldus Tom. En dat laat zich voelen. In Frankrijk is het voor INEOS Olefins & Polymers twee keer zo duur om een ton ethyleen te produceren dan in Amerika. “De Amerikaanse handel is voor ons het meest winstgevend en de Europese over het geheel genomen waarschijnlijk het minst,” zegt hij. Cefic, de in Brussel gevestigde Europese koepelorganisatie van de chemische industrie, verwacht dat de situatie dit jaar nog zal verslechteren, waarna het volgend jaar iets beter zal worden. “Cefic voorspelt voor volgend jaar een lichte groei van 1,5%,” vertelt Tom, zelf bestuurslid van Cefic. “Het is een bescheiden groei, maar hoedanook groei.” Die groei zal vooral te danken zijn aan de productie van hoogwaardige, innovatieve, milieuvriendelijke kwaliteitsproducten voor markten die het beste willen en niet noodzakelijk het goedkoopste. “Als je een specifieke kunststof zoekt voor een belangrijk onderdeel van een nieuwe BMW, ga je niet rondvragen wie het goedkoopst is, maar vraag je: ‘Wie is de beste?’” Dat is – tot nu toe – de redding van de Europese chemische industrie. “Dat is cruciaal voor de toekomst van Europa,” aldus Tom. “Zonder die bescherming zou Europa overspoeld worden door goedkope chemische producten. We moeten doorgaan met het maken van technisch hoogwaardige producten die de concurrentie moeilijk kan namaken.” Een van die producten wordt gemaakt door INEOS. INEOS is gespecialiseerd in polymeren die in Frankrijk worden gebruikt voor melkflessen. Het kunststof moet voorkomen dat er chemicaliën doorsijpelen in de melk. “Dat is niet iets wat een grote fabriek in het Midden-Oosten kan namaken of zou willen namaken, omdat veel van deze fabrieken te groot zijn.” Maar er is geen plaats voor zelfvoldoening. Cefic dringt er momenteel bij de Europese Commissie op aan dat het geen extra milieuregels moet opleggen die elders in de wereld niet gelden. Het waarschuwt dat als de EU blijft vasthouden aan haar milieudoelen voor 2050 en daardoor de energie- en CO2-kosten blijft opdrijven, ze daarmee de concurrentiekracht ondermijnt. Daardoor zullen bedrijven uitwijken naar regio’s waar de uitstoot van CO2 gratis is en zal er minder worden geïnvesteerd in de EU. “De EU moet de balans opmaken van haar milieubeleid, want de steeds verdergaande regelgeving drijft de prijzen op en heeft enorme gevolgen,” aldus Tom. Cefic staat achter de doelstelling van de Europese Commissie om de aarde te ‘decarboniseren’. Het is het echter niet eens met de manier waarop dat moet gebeuren. “Het opleggen van milieuregels die elders in de wereld niet gelden zal een einde maken aan de Europese chemische productie omdat het dan onbetaalbaar wordt,” legt hij uit. “Daarmee helpen we de koolstof de wereld niet uit omdat diezelfde producten nog steeds gebruikt zullen worden door de 350 miljoen consumenten in Europa. Ze worden dan gewoon geïmporteerd vanuit landen zoals China,waar CO2 wordt uitgestoten tijdens de productie maar ook tijdens het transport. “Het resultaat is dat er meer CO2 wordt uitgestoten en dat er banen en welvaart verloren gaan in de EU. “Het is zowel uit milieuoogpunt als uit commercieel belang veel zinvoller om de Europese bedrijven te stimuleren om te doen wat ze moeten doen en hun technische expertise te gebruiken om groenere producten te ontwikkelen,” voegt hij daaraan toe. Tom geeft aan dat een ton PVC die nu in China wordt gemaakt met energie uit kolencentrales, een zeven keer hogere CO2-emissie heeft dan een ton PVC die in de EU wordt gemaakt. En dan is de CO2-emissie van het transport nog buiten beschouwing gelaten. “Dit is misschien een extreem voorbeeld,” zegt hij, “maar het is wel een voorbeeld uit de realiteit.” De vraag is dus: luistert de EU hiernaar? Het Directoraat-Generaal Energie en het Directoraat- Generaal Ondernemingen en Industrie van de Europese Commissie hebben er wel oor naar, aldus Tom. Maar hij is minder zeker van het Directoraat- Generaal Milieu, dat de regelgeving opstelt. “Hun visie is dat de EU een voorbeeld moet zijn voor de rest van de wereld,” verduidelijkt Tom. “Maar de werkelijkheid is dat de rest van de wereld dat voorbeeld niet volgt. Europa loopt voorop en de Amerikanen zeggen: ‘Ja, doe maar! Wij gaan onze industrie en onze economie niet kapot maken’.” Tom is van mening dat een stelsel voor CO2-belasting alleen werkt als het wereldwijd geldt. “Het is juist dat de beste manier om bedrijven te stimuleren iets te veranderen is om wat ze nu doen onbetaalbaar te maken. Dat is precies wat CO2-belasting doet,” zegt Tom. “Maar dan moet wel iedereen meedoen. “Als een belasting op CO2 alleen in Europa wordt doorgevoerd, zal echt niemand een productiebedrijf in Europa willen hebben. Ze gaan produceren in China, het Midden-Oosten of de VS.” Cefic denkt dat er al een groei van 9% nodig is om de Europese productie terug te brengen op het niveau van voor de crisis van 2008-2009, waarin ook één van de grootste concurrenten van INEOS failliet ging. “Wij kwamen goed uit de crisis omdat wij veel minder afhankelijk waren van de auto- en bouwindustrie dan onze concurrenten,” vertelt Tom. “Voor ons was het een pijnlijke periode, maar het was niet onze doodsteek.” Afgezien van de dreigende CO2-belasting is de chemische industrie ook zeer teleurgesteld over de weigering van de EU om het winnen van schaliegas toe te laten en op die manier bij te dragen aan de verlaging van de energiekosten voor de industrie en voor consumenten in het algemeen. “Je kunt zelf je kosten zoveel mogelijk beperken, maar dat gaat maar tot een bepaald punt. Dat is het punt waar je te maken krijgt met het energiebeleid,” zegt Tom. “Ik weet dat ik in herhaling val, maar dit is voor ons echt een enorm probleem.” De fabriek van INEOS ChlorVinyls in Runcorn in Noord-Engeland gebruikt op dit moment evenveel stroom als de nabijgelegen stad Liverpool. Cefic denkt dat de Europese chemiesector, die werk biedt aan 1,2 miljoen mensen, de komende jaren met forse concurrentie te maken zal krijgen. De sector moet wedijveren met de Amerikaanse producenten, die profiteren van goedkope energie en grondstoffen dankzij de schaliegaswinning in Amerika. Tot nu toe is de hoop in Europa gevestigd op het Verenigd Koninkrijk. “Het heeft momenteel geen zin om elders in Europa te kijken, want de weerstand is er te groot,” aldus Tom. Ondanks de protesten in het VK – zoals in juli in Balcombe, West-Sussex – steunt de Britse regering het zoeken naar schaliegas en heeft ze beloofd om belangrijke complexe technische vraagstukken onder te brengen bij het ministerie voor Milieu, Voeding en Landbouw (Defra) en bij de Environment Agency (EA), in plaats van deze over te laten aan lokale bestuurders. Cuadrilla is één van de twaalf Britse bedrijven die een vergunning heeft voor het boren naar schaliegas. INEOS – met een gaskraker in Grangemouth in Schotland, waar er voor lange termijn een bron van ethaan gevonden moet worden – is in gesprek met alle twaalf. “We zullen er zeker mee te maken krijgen, want wij zijn een afnemer,” zegt Tom. “Maar de vraag is: willen we er nog meer bij betrokken raken?” We weten dat het ethaangas onder de Noordzee vrijwel op is. Als we geen andere bron vinden, wordt het heel moeilijk om de gaskraker in Grangemouth na 2017 in bedrijf te houden.” In oktober heeft INEOS aangekondigd dat het plant om £300 miljoen te investeren in een terminal in Grangemouth, zodat er goedkoper vloeibaar gas kan importeren uit Amerika, dit na de toezegging van het personeel om het Survival Plan voor de fabriek te steunen. De Schotse regering heeft ook bekend gemaakt dat ze een subsidie van £9 miljoen zal verstrekken als bijdrage aan de financiering van de terminal. Daarnaast heeft de Britse regering voorlopige goedkeuring gegeven voor een leengarantiefonds van £125 miljoen, ook als Schotland volgend jaar in het onafhankelijkheidsreferendum zou besluiten om de 306 jaar oude banden met Engeland te verbreken. “Wij hebben al hun steun nodig,” aldus Tom. Europa begint barstjes te vertonen De capaciteit die de VS nu heeft om goedkoop chemicaliën te produceren heeft al een enorme kettingreactie op gang gebracht. Het grootste slachtoffer is de Europese chemische industrie, die dezelfde producten maakt maar dan op basis van ruwe olie. In een rapport van KPMG uit oktober 2012 voorspelde Mike Shannon, hoofd Chemicals and Performance Technologies, dat dit zou leiden tot een economische ontwrichting. “Het kan ertoe leiden dat minder winstgevende onderdelen worden gesloten en dat landen de import vanuit de VS gaan blokkeren om hun eigen productie te beschermen.” Dit is mogelijk al het geval in Europa, dat nu een van duurste plekken ter wereld is voor de petrochemische productie. In september kondigde Total aan dat het een verliesgevende stoomkraker in Carling in Frankrijk gaat sluiten. Deze naftakraker, die chemicaliën maakt uit ruwe olie, is al vijf jaar in de problemen en zal in 2015 worden gesloten. Dit zal geen verrassing zijn voor KPMG, dat in 2009 voorspelde dat 14 van de 43 krakers in Europa rond 2015 onrendabel zouden zijn door de felle concurrentie van het Midden-Oosten, Azië en Amerika. Ondertussen is er in Amerika sprake van een enorme voorraad goedkoop ethyleen en een afnemende groei in de binnenlandse vraag. Amerikaanse bedrijven gaan dan ook op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden. De VS is al een netto-exporteur van ethyleenderivaten en de omvang daarvan zal naar verwachting nog sterk toenemen.

    18 minuten gelezen Nummer 5
  • Samen staan we sterk

    Nu Europa geconfronteerd wordt met druk van binnenuit én buitenaf is het meer dan ooit van belang voor het management en de vakbonden om samen oplossingen te vinden. INCH sprak met vakbondsvertegenwoordigers uit Noorwegen, Italië en Duitsland over wat INEOS volgens hen moet doen om concurrentieel te blijven en hoe zij daar op hun beurt aan kunnen bijdragen. Er wordt weleens gezegd dat huwelijken in de hemel worden gesloten. Dit zou een argument van voorstanders kunnen zijn, maar iedereen die getrouwd is, weet dat een huwelijk niet altijd over rozen gaat. Openheid, oprechtheid en eerlijkheid zijn cruciaal om te blijven voortbestaan. Thomas Meiers, de vakbondsvertegenwoordiger voor INEOS Köln, stelt dat openheid, oprechtheid en eerlijkheid minstens zo belangrijk zijn als het op zakendoen aankomt. “We werken nauw samen met INEOS en dat is een goede zaak,” zegt hij. Hij vertelt dat de besprekingen vaak intens zijn, maar dat –is precies wat INEOS wil. “Soms gaat het er tijdens de besprekingen heftig aan toe, maar omdat we open mogen zijn, kunnen we eventuele gevaarlijke situaties in een vroeg stadium herkennen en direct aanpakken,” licht hij toe. Door deze openhartige en voortdurende besprekingen, vertelt hij, kunnen de vakbond en het management een bepaald probleem grondig bestuderen en zo een oplossing vinden waar iedereen tevreden over is. “Over het algemeen zorgt de gevonden oplossing zowel voor verder economisch succes en een betere concurrentiepositie voor het bedrijf als voor degelijke arbeidsvoorwaarden en een goede sociale zekerheid voor het personeel,” vertelt hij. En het lijkt erop dat dit zijn vruchten afwerpt. INEOS Olefins & Polymers in Keulen is een van de meest winstgevende bedrijven in Europa. Thomas is van mening dat INEOS’ horizontale managementstructuur, de manier waarop het bedrijf zaken doet en het feit dat het personeel zich identifi ceert met het bedrijf en haar doelstellingen, hier allemaal toe hebben bijgedragen. “Onze aanpak naar industriële relaties toe is uniek,” zegt hij. “En het is ook hetgene dat ons duurzaam en succesvol maakt.” Samen werken aan een gemeenschappelijk doel is ook wat Wenche Jansen Tveitan, de vakbondsvertegenwoordiger van INEOS Olefins & Polymers in Noorwegen, motiveert. “Elke werkplek heeft personeel nodig dat achter haar beleid staat als het concurrentieel wil blijven,” legt ze uit. “En een open relatie, op basis van vertrouwen, wordt gerealiseerd door openheid.” Ze vertelt dat regelmatig informeel contact tussen de vakbondsvertegenwoordigers en het management de belangrijkste factor is geweest bij het opbouwen van dit vertrouwen. “Elk meningsverschil wordt zo snel mogelijk ter sprake gebracht en er wordt niet gewacht tot de volgende ondernemingsraad,” aldus Wenche. Daarnaast gebruikt het management de vakbond ook als klankbord. “Wanneer dat gebeurt, kunnen de werknemers een actieve rol spelen en uiteindelijk bijdragen tot nog betere oplossingen,” zegt ze. Deze benadering is van cruciaal belang, zeker in de huidige snelle, continu veranderende en competitieve wereld. Vanwege de toegang tot goedkope grondstoffen en energie investeren veel petrochemische bedrijven momenteel het merendeel van hun geld in de VS in plaats van in Europa. Nu Europa één van de duurste plekken ter wereld is geworden om chemicaliën te produceren, is Wenche van mening dat de vakbond direct – en indirect – ervoor kan zorgen dat INEOS concurentieel blijft. Ze vertelt dat dit met name van belang was in Noorwegen, waar de kosten in levensonderhoud hoog zijn. “Ons bedrijf is voortdurend afhankelijk van goede prestaties,” zegt ze. “We doen dat door te laten zien dat de investeringen in ons bedrijf tot winst leiden.” Wenche vertelt dat de vakbond net zo bezorgd was als het management over de energieprijzen en -belastingen. De vakbond heeft vaak gelobbyd bij de overheid en bij vakorganisaties in een poging om het beleid te beïnvloeden om zo een meer flexibele exploitatie van de INEOS O&P site in Rafnes te bekomen. “De samenwerking tussen het management en de vakbonden is hierbij van groot belang,” zegt ze. “Samen staan we sterker.” Wenche vertelt dat de vakbond onlangs een belangrijke rol heeft gespeeld bij het opzetten van gesprekken met politici. “We proberen voortdurend te laten zien met welke uitdagingen de industrie op het Europese vasteland wordt geconfronteerd en wat gedaan zou moeten worden om deze op te lossen,” zegt ze. “Samen hebben we gezorgd voor wat belastingvermindering en voordelige energieovereenkomsten. Dit heeft onze concurrentiepositie verbeterd.” Ze vertelt dat de vakbond ook een belangrijke rol heeft gespeeld toen de premier, de minister van Financiën en de leider van de Noorse Kamercommissie voor economische zaken een bezoek brachten aan Noretyl/O&P in Noorwegen. Tom Crotty, INEOS Group Director, zei dat het belangrijk was voor de vakbonden om samen met het management aan oplossingen te werken. “De relatie met de vakbonden in Keulen en Rafnes is erg goed”, vertelt hij. “Ze willen de bedrijfsdoelstellingen graag begrijpen en zowel direct als indirect hun steentje bijdragen. “Ze zijn erg bereid om te bespreken of de werkpraktijken aangepast dienen te worden, maar ook om te kijken of ze indirect mee kunnen helpen door bijvoorbeeld druk uit te oefenen op de overheid.” De vakbondsvertegenwoordigers in Italië lieten weten op één lijn te zitten met hun collega’s in Noorwegen en Duitsland. “Goede gesprekken en samenwerking tussen ons en het bedrijf zijn erg belangrijk,” zegt Stefano Santini, vakbondsvertegenwoordiger van INEOS’ O&P faciliteit in Rosignano, Italië. “In de afgelopen jaren hebben we door de verschillende verplichtingen die we zijn aangegaan en nagekomen, samen een onderling vertrouwen opgebouwd.” Afgelopen september maakte Total bekend dat het van plan is om een stoomkraker te sluiten die met verlies draait in het Franse Carling. Patrick Pouyanné, President Refi ning & Chemicals en lid van het dagelijks bestuur van Total, wijt de sluiting aan de groeiende internationale concurrentie. “De Europese petrochemiesector heeft voortdurend te maken met overcapaciteit,” zegt hij. De kraker, die ruwe olie raffi neert in chemische componenten voor het maken van polymeren, zal naar verwachting in 2015 sluiten. De aankondiging zorgde voor onrust bij het personeel van INEOS in Rosignano. “Men is bang dat de sluiting mogelijk ook gevolgen heeft voor werknemers op de locatie in Saralbe,” vertelt Stefano. Hij maakt zich, net als veel anderen, zorgen over de spiraalsgewijze stijging van de kosten voor energie en grondstoffen in Europa. “We moeten werken aan energiebesparing, met name het verminderen van energieverspilling door meer gebruik te maken van energiezuinige technologieën,” zegt hij. “De energieovereenkomsten moeten opnieuw beoordeeld worden, we moeten proberen om zelf energie te produceren voor de locatie en ten slotte moeten we investeren in alternatieve energiebronnen, zoals het gebruik van biomassa.” Hij vertelt dat, vanuit het perspectief van de vakbond, INEOS moest investeren in onderzoek naar innovatieve producten, wat technische en structurele expertise vereist. “We zouden ook kunnen investeren in het vinden van eenvoudigere manieren om grondstoffen te verkrijgen,” zegt hij. Vijf punten die de europese chemische industrie zullen helpen om competitief te blijven: Goedkopere energie:Een beleidsverschuiving richting vermindering van de energiekosten in de EU wordt als essentieel aanzien voor het aanzetten tot innovatie en investeringen, het creëren van banen en groei, en uiteindelijk het bijdragen tot het verminderen van broeikasgassen. Betere regelgeving:REACH, de chemiewetgeving van de EU, wordt al gezien als een van de meest bezwarende wetgevingen in Europa. De chemische industrie heeft zich echter aangepast en heeft alle chemische stoffen die worden geproduceerd of geïmporteerd in hoeveelheden van meer dan 100 ton per jaar, geregistreerd. Maar helaas blijft het hier niet bij. Als gevolg van ‘fase 3’ dienen nu ook bedrijven met productie tot 100 ton per jaar , deze stoffen te registreren. Vrijwel elk chemiebedrijf in de EU en al hun klanten zullen hierdoor getroffen worden. Een transatlantic trade & investment partnership:Het voorgestelde TIPP, een trans-Atlantisch handels- en investeringsakkoord, zou ervoor zorgen dat de invoerrechten op chemicaliën die in 2012 tussen de VS en Europa werden verhandeld ter waarde van 48 miljard euro, tot het verleden behoren. Cefi c zou graag zien dat alle chemische tarieven worden opgeheven en hoopt dat de onderhandelingen, die naar verwachting binnen twee jaar zullen worden afgerond, zullen leiden tot een regelgeving met meer transparantie en samenwerking. Behoud van sleuteltechnologieën (KET’s):Sleuteltechnologieën, oftewel Key Enabling Technologies, worden als cruciaal gezien voor het laten opleven van de economie in de EU. Hoewel Europa wereldleider is in KET-onderzoek en -ontwikkeling – met een wereldwijd aandeel van meer dan 30% in patentaanvragen – wordt dit onderzoek nog niet vertaald naar de productieprocessen en producten die nodig zijn om groei en werkgelegenheid te stimuleren. Bescherming van haar handelsgeheimen:De Europese Commissie wordt aangespoord ervoor te zorgen dat er afdoende systemen bestaan om de Europese kennis op het gebied van innovatie te kunnen beschermen. Het op de markt brengen van baanbrekende ideeën wordt beschouwd als de beste manier voor de EU-industrie om de toenemende wereldwijde concurrentie vóór te blijven.

    12 minuten gelezen Nummer 5
  • Oosten kijkt naar westen

    China staat aan de vooravond van een spannende, nieuwe fase. Aan de ene kant moet het land doorgaan met het leveren van chemische grondstoffen om te blijven groeien, maar aan andere kant dient het de verontreiniging, die de steden teistert, aan te pakken door de CO2-uitstoot terug te dringen. Dit kan China echter niet alleen en daarom is de hulp nodig van innovatieve bedrijven die energie efficiënt gebruiken en die de technische expertise in huis hebben en voldoen aan hoge veiligheidsnormen. Bedrijven zoals INEOS.  De Chinese draak – het eeuwenoude symbool van macht, kracht en geluk – heeft zijn leiders geen windeieren gelegd. INEOS is getuige geweest van de astronomische groei die China heeft doorgemaakt: van een kleine, opkomende markt naar de op één na grootste economie in de wereld. Een markt die niet meer ver achterblijft op de Verenigde Staten, de huidige nummer één. Deze ongeëvenaarde en snelle groei, die voornamelijk te danken is aan export en zware industrie, heeft echter een enorm effect gehad op het milieu. China heeft momenteel de hoogste CO2-uitstoot ter wereld. Het algemeen heersende beeld dat het land maar weinig geeft om het milieu, is niet langer acceptabel voor de leiders van China. Het meest recente vijfjarenplan laat dan ook een ingrijpende verandering zien in hun manier van denken. Na zich jarenlang op de export te hebben gericht, zoekt China het nu dichter bij huis. Chinese bedrijven worden actief aangemoedigd samenwerkingsakkoorden aan te gaan met westerse bedrijven. Zij kunnen hen helpen bij het verbeteren van de energie-efficiëntie en het realiseren van de verdere groei. In het plan wordt hier tot in detail op ingegaan. “In het vijfjarenplan is de basis gelegd voor samenwerking,” zegt Rob Nevin, CEO van INEOS Nitriles. “Er is nu een goede basis om zaken te doen.” Eerder dit jaar is China joint ventures aangegaan met twee wereldwijd vooraanstaande bedrijven van INEOS. INEOS Phenol mag de grootste fenolfabriek in China gaan bouwen en INEOS Nitriles zal er een acrylonitrilefabriek op wereldschaal neerzetten. Samen moeten deze fabrieken voldoen aan de groeiende binnenlandse vraag naar petrochemische producten. “Het is ontzettend spannend,” zegt Rob. “China is de stuwende kracht voor petrochemische en chemische producten, voornamelijk dan door de grote vraag. En het als het ware een machinekamer die de wereld gaat voorttrekken”. “Het biedt INEOS de mogelijkheid om te opereren in de grootste markt ter wereld”. “We wilden uitbreiden en de marktpositie en technische kennis van INEOS zorgde ervoor dat we de beste keuze waren”. China wordt vaak als de tweede planeet aarde omschreven. “Je kan je pas echt een beeld vormen van de grootte van het land als je er zelf geweest bent”, zegt hij. “Ik heb in de VS gewoond, maar China is met geen andere plek op aarde te vergelijken.” INEOS Phenol is de grootste producent van fenol en aceton ter wereld. China is wereldwijd de snelst groeiende markt voor beide chemicaliën, die worden gebruikt voor de productie van polycarbonaat, kunststof, fenolhars en synthetische vezels zoals nylon en oplosmiddelen. INEOS Nitriles is ‘s werelds grootste producent van acrylonitrile, dat het hoofdingrediënt is voor het maken van koolstofvezel en waar China maar niet genoeg van kan krijgen. Zodra beide faciliteiten operationeel zijn, is INEOS Nitriles de enige fabrikant die fabrieken heeft in de twee grootste acrylonitrilemarkten ter wereld. INEOS Phenol is op haar beurt het enige bedrijf dat aceton en fenol produceert in Europa, Amerika én Azië. “De voornaamste fabrikanten ter wereld treden toe tot de grootste markt ter wereld,” zegt Rob. “Het is het perfecte huwelijk.” De joint venture van INEOS Phenol en Sinopec Yangzi Petrochemical Company zorgt voor de totstandkoming van een fabriek, die goed zal zijn voor de productie van 1,2 miljoen ton cumeen, fenol en aceton. De fabriek zal gevestigd zijn in het Nanjing Chemical Industrial Park in de provincie Jiangsu. De fabriek, die jaarlijks minimaal 400.000 ton fenol en 250.000 ton aceton zal gaan produceren, zal naar verwachting eind 2016 aan de vraag vanuit China kunnen voldoen. Met de komst van deze nieuwe fabriek kunnen de Europese en Amerikaanse fabrieken van INEOS zich weer richten op de groeiende vraag in hun eigen regio’s. “Deze voor beide partijen gunstige samenwerking is een belangrijke ontwikkeling voor INEOS Phenol en voor INEOS in China”, vertelt Harry Deans, CEO van INEOS Phenol. “Het is tevens de grootste kapitaalinvestering die INEOS ooit heeft gedaan. “De combinatie van een sterke, lokale partner als Sinopec YPC met onze toonaangevende fenoltechnologie en onze toegang tot de markt biedt grote voordelen voor ons bedrijf en onze klanten.” INEOS Nitriles doet inmiddels zaken met het staatsbedrijf Tianjin Bohai Chemical Industry Group Corporation. Er zijn plannen om gezamenlijk een acrylonitrilefabriek op wereldschaal te exploiteren in Tianjin. Deze fabriek zal worden ontworpen met behulp van de nieuwste proces- en katalysatortechnologie van INEOS. “De bouw is nog niet begonnen, aangezien we nog in de afrondingsfase van de besprekingen zitten, maar de ambitie is er,” vertelt Rob. “Als het op veiligheid aankomt, worden we vaak als toonaangevend gezien en wij zijn dan ook van plan om onze veiligheidsnormen in China door te voeren. “China presteert nog niet al te goed op het gebied van veiligheid, maar hoopt te leren van de manier waarop wij dingen aanpakken, zowel met betrekking tot persoonlijke veiligheid als onze processen. Ze willen de hoge Westerse normen overnemen.” Om de problemen van het verleden aan te pakken en om een meer duurzame economie te ontwikkelen, willen Chinese leiders meer soortgelijke joint ventures met buitenlandse bedrijven aangaan . Ze hebben een duidelijk uiteengezette langetermijnvisie:de verschuiving maken naar een zeer efficiënte economie met een lage uitstoot van koolstofdioxide. Ze willen dit bereiken door gebruik te maken van geavanceerde productietechnologie. Dit is beschreven in het twaalfde vijfjarenplan van de Chinese Raad van State. Op grond van dit plan beloven de Chinese leiders om: nieuwe grenzen voor energieverbruik vast te stellen; beperkende maatregelen op te stellen voor bedrijven en industrieën die veel energie verbruiken, maar slechts weinig produceren; de uitstoot van koolstofdioxide met maar liefst 45% te hebben teruggebracht tegen 2020; China’s afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, meerbepaald steenkool, te verlagen; te investeren in energiebesparende technologie; en verontreiniging aan te pakken. Het is een grote uitdaging, maar de Chinese leiders zijn van ervan overtuigd dat het haalbaar is. Rob Nevin, die 25 jaar voor BP heeft gewerkt, vertelt dat de snelle manier waarop INEOS werkt de Chinezen ook erg aansprak. “INEOS is een ervaren, kundig bedrijf waarmee soepel valt samen te werken, en dat was een heel verschil,” vertelt hij. “Het contrast tussen BP en INEOS zit vooral in de manier waarop dingen goedgekeurd worden. Dat is een verschil van dag en nacht.” Hij vertelt dat van zodra INEOS Nitriles de beslissing had genomen over het juiste project, de juiste structuur en de juiste locatie, het voorstel werd voorgelegd aan het hoofd van het bedrijf, Jim Ratcliffe. Hij keurde het vervolgens goed. “Soms worden zaken beangstigend snel goedgekeurd,” zegt Rob, die inmiddels al acht jaar voor INEOS werkt. “Maar vervolgens moet je wel presteren”. De afgelopen jaren zijn de Chinese goedkeuringsprocessen echter steeds moeilijker geworden. “Tien jaar geleden had je gewoon ergens kunnen beginnen met bouwen en dan kreeg je een boete,” zegt hij. “Als je dat tegenwoordig doet, kan de hele bouw worden stopgezet. Vandaag de dag is er een ongeëvenaard niveau van zorg voor en toewijding aan het milieu en de inwoners.” En dat, zegt hij, is ook zeer begrijpelijk. “Verontreiniging in China is iets dat de inwoners persoonlijk raakt”, legt hij uit. “In de grote steden is het zo erg dat men er maskers draagt.” Luchtverontreiniging is in China momenteel de grootste reden voor onrust bij de burgers. De wereldbank schat dat 16 van de 20 meeste verontreinigde steden in China liggen. De Chinese Society for Environmental Sciences zegt dat in China het aantal protesten met betrekking tot verontreiniging sinds 1966 elk jaar met zo’n 29% is toegenomen. “In 2011 is het aantal milieugerelateerde incidenten zelfs met 120% toegenomen,” vertelt de vicevoorzitter van de vereniging, Yang Zhaofei. Afgelopen september maakten de autoriteiten van Beijing hun eigen vijfpuntenplan voor de aanpak van verontreiniging in de hoofdstad bekend. “De vastberadenheid en gedetailleerdheid van dit plan zijn echt vernieuwend,” zegt Alvin Lin, China Climate and Energy Policy Director bij het Natural Resources Defense Council in Beijing. “Men is vastbesloten om de luchtverontreiniging serieus aan te gaan pakken.” Volgens het World Resources Institute zijn China en de VS verantwoordelijk voor 43% van de wereldwijde uitstoot. Het probleem in China is dat het land sterk afhankelijk is van steenkool. “In China wordt 70% van de energie en bijna 80% van de elektriciteit uit steenkool gehaald,” vertelt Luke Schoen, die een rapport schreef voor het World Resources Institute. China heeft zelf grote hoeveelheden steenkool en gas, maar deze zijn moeilijk toegankelijk en daarom is het land steeds meer afhankelijk van buitenlandse import. Olie haalt China uit het Midden-Oosten en Afrika, steenkool uit Australië en Indonesië en gas uit Centraal-Azië en Australië. “De Chinese leiders erkennen dat hun afhankelijkheid van koolstof als energiebron een probleem vormt,” zegt Luke. “Ook is de groeiende afhankelijkheid van buitenlandse energie een strategische zorg bij de Chinese leiders.” China heeft enorme schaliegasvelden ontdekt, maar in tegenstelling tot de VS beschikt het land nog niet over de baanbrekende technologie die nodig is om het te bereiken. Ondertussen concentreren de Chinese leiders zich op het ontwikkelen van een beleid om de CO2-uitstoot te verlagen en meer propere energie te gebruiken, terwijl ze tegelijkertijd de groei van het land in stand willen houden. “Eigenlijk investeert China al meer in duurzame energie dan elk ander land ter wereld,” zegt Luke. In 2011 heeft China $ 52 miljard geïnvesteerd in duurzame energiebronnen en in 2012 was dit zelfs $ 67,7 miljard, 50% meer dan de VS. Waar andere landen propere energie mogelijk zien als een kostbare belemmering van de economische groei, denkt China hier duidelijk anders over. Het land gelooft, dat het nieuwe beleid zal bijdragen tot het behouden van haar positie als grote wereldwijde speler, terwijl tegelijkertijd de klimaatverandering kan worden aangepakt. In de ogen van China is de klimaatverandering namelijk een niet te onderschatten bedreiging voor de welvaart van het land op de lange termijn. “Volgens eigen schattingen heeft China in 2011 $ 50 miljard aan economisch verlies geleden door natuurrampen,” vertelt Luke. “En volgens een onafhankelijk onderzoek zou dat bedrag in 2030 wel eens op kunnen lopen tot bijna $ 748 miljard per jaar als nu geen actie wordt ondernomen.”

    12 minuten gelezen Nummer 5
  • Televisie uit, sportschoenen aan...

    Normaal ziet INEOS hard weglopen niet als de oplossing voor een probleem. Maar dit keer zit het anders. INEOS wil namelijk dat kinderen gaan lopen en heeft een gedurfd nieuw plan opgezet dat dit gewoon wél doet.  INEOS hoopt duizenden kinderen te kunnen motiveren om de tv, het internet en hun videospelletjes eventjes aan de kant te zetten en buiten plezier te gaan maken. Jim Ratcliffe, hoofd van INEOS, vertrok uit zijn eigen passie voor lopen om dit initiatief op te zetten. Het moet helpen bij de aanpak van één van de grootste gezondheidsproblemen van de 21e eeuw: obesitas bij kinderen. “Het is eigenlijk heel eenvoudig,” vertelt hij. “We willen gewoon dat kinderen weer buiten gaan spelen.” “Lopen is de basis van veel fantastische sporten en als kinderen op jonge leeftijd met lopen in aanraking komen, dan is de kans groter dat ze het blijven doen. En daardoor krijgen ze ongetwijfeld een actievere en gezondere levensstijl.” Aan het allereerste ‘Go Run For Fun’-evenement, een loopuitdaging van ongeveer anderhalve kilometer, namen honderden kinderen deel. En dit was was slechts de eerste in het rijtje. Tegen de tijd dat je dit leest hebben er al meer dan 10.000 kinderen deelgenomen. De Britse Colin Jackson, voormalig hordeloper en winnaar van een zilveren olympische medaille, was in Londen om de kinderen aan te moedigen. “Lopen is eenvoudig en eigenlijk heel natuurlijk voor kinderen, dus op deze manier kunnen ze veel plezier beleven met hun vriendjes.” Om ervoor te zorgen dat de campagne ook op lange termijn succesvol blijft, werkt INEOS nauw samen met de organisatoren van de beroemde Great North Run, om verschillende kleine en grote loopevenementen te organiseren in heel het Verenigd Koninkrijk. De hoop bestaat dat er in 2014 meer dan 30.000 kinderen hebben deelgenomen aan één van de 70 geplande ‘Go Run For Fun’-evenementen. In 2016 zijn dit hopelijk zelfs 50.000 kinderen en 100 evenementen. “Als dit initiatief succesvol verloopt, en daar twijfel ik niet aan, is het wereldwijd het grootste initiatief om kinderen aan het lopen te krijgen,” aldus de Britse Brendan Foster, voormalig Olympisch langeafstandsloper en oprichter van de BUPA Great North Run. “Het is ook een fantastische erfenis van de Olympische Spelen in Londen.” Brendan en zijn team van Nova International sporen via scholen en lokale autoriteiten kinderen aan om mee te doen. “Zonder mensen vindt er geen Great North Run plaats, dus het zijn de mensen die dit mogelijk maken,” zegt hij. “Zij zijn cruciaal om het evenement te kunnen blijven organiseren.” Volgens Brendan zullen de INEOS-loopevenementen in eerste instantie vooral de kinderen aantrekken die al lopen, en van wie de ouders inzien dat lopen goed is voor lichaam en geest, en niet de kinderen die lopen als een zware opgave zien. “We moeten ons op de ouders richten. Kinderen zonder enthousiaste ouders zullen in eerste instantie moeilijk te bereiken zijn. Daarom moeten we de evenementen heel leuk maken, zodat iedereen die wel deelneemt geïnspireerd raakt. “Deze kinderen zullen dan andere kinderen aanzetten om mee te doen. En hun ouders zullen weer andere ouders motiveren.” Waarom is dit dan nog niet eerder gedaan? “Dat is een goede vraag,” antwoordt Brendan. “Wie zal het zeggen? “Ik weet wel dat wij het grootste evenement in heel het Verenigd Koninkrijk organiseren en iedereen aanmoedigen om mee te doen.” Volgens hem is dit evenement ontstaan door een combinatie van de juiste omstandigheden (Groot-Brittannië leeft nog in de euforie van de succesvolle Olympische Spelen) en drie gelijkgestemde mensen die echt een verschil wilden maken. Die drie mensen, Jim Ratcliffe, Brendan Foster en Sebastian Coe (winnaar van een gouden medaille op de Olympische spelen) kwamen eerder dit jaar samen in Londen. “De aanzet kwam van INEOS. Het was allemaal Jim’s idee.” aldus Brendan. “Hij had een helder beeld van wat hij wilde en wanneer. Het was een gewaagde zet, maar Jim heeft helemaal gelijk en zijn ideeën zijn bewonderenswaardig.” Brendan vertelt ook dat hij het fantastisch vindt dat dit initiatief eens niet van de overheid komt, maar van één van de grootste private productiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk. video De campagne wordt als eerste in het Verenigd Koninkrijk uitgerold, een land met één van de hoogste percentages kinderen met overgewicht in heel Europa. Maar de campagne is zo opgebouwd dat een soortgelijk evenement ook gemakkelijk kan worden georganiseerd in de rest van Europa en in Amerika. “We gaan evenementen organiseren in Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, België en de Verenigde Staten, maar op dit moment richten we ons even op het Verenigd Koninkrijk, waar de kinderen het minst actief zijn,” vertelt Jim Ratcliffe. De moderne, zittende levensstijl heeft in combinatie met te veel en te vet eten, gezorgd voor een toename van obesitas bij kinderen in het Verenigd Koninkrijk. Maar niet alleen het Verenigd Koninkrijk kampt met problemen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie komt obesitas inmiddels zo vaak voor bij kinderen dat het een van de grootste volksgezondheidsproblemen van de 21e eeuw is. “Ons belangrijkste doel is simpelweg om kinderen te inspireren om actief te zijn,” zegt Jim. “Jonge kinderen doen niks liever dan rondrennen. Het zit in hun DNA. Maar kinderen worden zo vaak aangemaand om rustig te zijn en stil te zitten. Met deze campagne willen we hen weer aansporen om te gaan bewegen.” Veel evenementen zijn zo gepland dat ze samenvallen met grote bestaande loopevenementen, zoals de Great North Run. Op die manier kunnen kinderen ervaren hoe leuk het is om mee te doen aan een groot evenement. De Great North Run, opgericht in 1981, is nu een van’s werelds grootste en populairste halve marathons voor volwassenen. Dit jaar trok het evenement meer dan 55.000 deelnemers en nam een recordaantal van 6.000 kinderen deel aan de Junior Great North Run van 4 km. Brendan Foster en zijn team kijken ernaar uit om nog meer te bereiken met de ‘Go Run For Fun’ evenementen van INEOS. “Wat dit initiatief zo fantastisch maakt, is dat het er allemaal om draait dat kinderen gewoon plezier hebben door buiten te spelen en te lopen,” vertelt Brendan. “Het is eigenlijk heel eenvoudig. We proberen niet het onmogelijke te bereiken. We willen gewoon zoveel mogelijk kinderen aan het lopen krijgen. “Wil wil, kan het als een wedstrijd zien. Maar het doel is om kinderen te laten zien hoe leuk lopen kan zijn. “Als ze beginnen met lopen en het echt leuk vinden, dan gaan ze uiteindelijk misschien meedoen met de wedstrijden. Zij worden de nieuwe lopers in de Great North Run en de Marathon van Londen, en ik durf te wedden dat ten minste één van die 50.000 kinderen aan de Olympische Spelen gaat meedoen.” Voor INEOS draait het allemaal om de kinderen: zij moeten sporten leuk gaan vinden. “’Go Run For Fun’ heeft eigenlijk maar één doel,” zegt Jim. “En dat is kinderen aan het lopen krijgen.“ Er is niet echt een verband met ons bedrijf, behalve dan dat wij investeren om dit mogelijk te maken. “We hebben geen publieke aandeelhouders die beïnvloed moeten worden of producten die consumenten kunnen kopen. Het gaat ons er gewoon om dat kinderen gaan lopen en plezier hebben.” Wilt u meer informatie, of een evenement organiseren, kijk dan op: www.gorunforfun.com

    12 minuten gelezen Nummer 5
  • Loop voor je leven!

    Lopen is een van de beste manieren om je geestelijk en lichamelijk beter te voelen. Het is ook erg makkelijk. “Je hebt geen dure spullen nodig en je kunt het overal doen,” vertelt Fred. Volgens hem beseffen artsen eindelijk dat het bij lopen niet alleen om het verbranden van calorieën draait. “Er zijn heel veel onderzoeken die aantonen dat lopen net zo goed werkt als antidepressiva bij een lichte depressie.” Een van de grootste misverstanden over lopen is dat het slecht is voor je gewrichten. “Bij fitte mensen beschermt lopen zelfs tegen artritis,” zegt Fred. “De problemen doen zich voor wanneer je al bestaande blessures hebt. Je kunt er het beste voor zorgen dat je geen overgewicht krijgt.” Volgens Wadsworth is lopen de beste en de snelste manier om fit te worden. Hij prijst INEOS met het initiatief ‘Go Run For Fun’ om de kinderen in het Verenigd Koninkrijk weer aan het lopen te krijgen. “Het is zo’n logische oplossing, maar overheden hebben nog geen campagnes zoals deze opgezet, dus gaan bedrijven het doen.” Om op lange termijn succesvol te zijn moet de campagne zich volgens hem vooral op de ouders richten. “Ouders hebben de meeste invloed op het leven van hun kind,” zegt hij. “Kinderen kopiëren het gedrag van hun ouders. “En kinderen zullen niet snel meedoen als hun ouders vragen: “Waarom doe je dat?” INEOS hoopt dat de kinderen die wel meedoen, enthousiast worden over lopen en een gezondere levensstijl kweken. Inmiddels is er veel bekend over de langetermijnvoordelen van lopen. Lopen is goed voor hart en longen, verbetert de circulatie en vermindert de kans op een hartaanval, hoge bloeddruk en een beroerte. Het verlicht ook stress, verbetert je uithoudingsvermogen, verhoogt je immuunsysteem, geeft je meer energie en helpt bij het behouden van een gezond lichaamsgewicht. Verder heeft onderzoek aangetoond dat gezonde volwassenen die regelmatig bewegen zich over het algemeen gelukkiger voelen dan degene die niet veel bewegen, dat ze beter slapen en zich beter kunnen concentreren. video

    5 minuten gelezen Nummer 5
  • Debat: Zijn wedstrijden goed voor kinderen?

    Zijn wedstrijden goed of juist slecht voor kinderen? Hierover zijn de meningen al jaren verdeeld. Sommige mensen stellen dat kinderen door competitie worden aangemoedigd om uit te blinken in de huidige harde wereld, waarin we in alles moeten concurreren, of het nu een baan, een partner of een huis is. Ander e mensen vinden dat dit het zelfvertrouwen van kinderen ernstig schaadt en tot wrevel leidt. Aan welke kant je ook staat, het definitieve oordeel is nog niet geveld. Dit is wat de experts erover te zeggen hebben… Slecht: De meesten van ons zijn door onze opvoeding gaan geloven dat we zonder een zeker wedstrijdelement allemaal dik, lui en gemiddeld worden. Ik dacht vroeger ook dat een beetje gezonde competitie best goed kon zijn, zolang het in het juiste perspectief bleef. Maar ‘gezonde competitie’ bestaat helemaal niet. In een competitieve cultuur wordt een kind wijsgemaakt dat ergens goed in zijn niet genoeg is. Dat je anderen moet overwinnen. Hoe vaker kinderen aan wedstrijden meedoen, hoe meer zij competitie nodig hebben om zich goed te voelen. Maar winnen is helemaal niet karaktervormend; het geeft een kind alleen maar eventjes een zelfvoldaan gevoel. Bij een wedstrijd kan per definitie niet iedereen winnen. Als het ene kind wint, verliest het andere. Competitie zorgt ervoor dat kinderen de winnaars benijden en de verliezers verdrijven. Samenwerken daarentegen leert kinderen juist veel over effectief communiceren, anderen vertrouwen en mensen accepteren die anders zijn dan zij zelf. Kinderen krijgen meer zelfvertrouwen als ze samenwerken met anderen, dan wanneer ze moeten strijden. Bovendien hangt hun zelfvertrouwen dan niet af van het winnen van een spellingswedstrijd of een basketbalspelletje. Alfie Kohn, auteur van No Contest: The Case Against Competition Sportwedstrijden zijn slecht voor kinderen als er te veel van ze verwacht wordt. Dit beseffen we en daarom hebben we in het hele land de nadruk in de atletiekclubs wat verschoven. We hebben nieuwe onderdelen aan de atletiek toegevoegd, die speciaal ontworpen zijn voor kinderen tussen de 6 en de 11. We geven de prioriteit aan groepswedstrijden. Kinderen kunnen op veel verschillende onderdelen aan groepswedstrijden meedoen. Alle kinderen mogen hieraan deelnemen en ze gaan allemaal trots naar huis, na een ceremonie waarin ze een bewijs van deelname uitgereikt krijgen. Atletiekwedstrijden zijn altijd populair geweest bij kinderen. Kinderen hebben de drang om hun kracht en vaardigheden te vergelijken met die van andere kinderen. Dit jaar hebben we deze aangeboren motivatie versterkt door kinderen nieuwe vormen van competitie aan te bieden en nieuwe atletiekonderdelen die nog aantrekkelijker, uitdagender en spannender zijn. David Deister, projectmanager bij de Duitse Atletiekfederatie. Wedstrijden blijken in beperkte mate nuttig te zijn, maar niet meer dan dat. We moeten ons nu gaan richten op samenwerking, want daarmee kan veel meer bereikt worden. Franklin D. Roosevelt, voormalig president van de Verenigde Staten Er zijn in dit leven genoeg momenten waarop kinderen moeten leren om met teleurstellingen om te gaan. Op onze school stomen we onze kinderen klaar voor alle stadia in het leven. Maar het is niet nodig dat de kinderen zich op school verliezers voelen.Elizabeth Morley, hoofd van het Institute of Child Study Laboratory in Canada  Goed: Gezonde competitie spoort kinderen aan om het allerbeste uit zichzelf te halen, in plaats van alleen maar goed genoeg te zijn. Als kinderen met andere kinderen moeten concurreren, zullen ze nieuwsgierig worden, zelf op onderzoek uitgaan en leren samen te werken met anderen. Ze zullen meer doen dan wat strikt noodzakelijk is. Dit bereidt kinderen voor op allerlei situaties die zich in de toekomst kunnen voordoen. Of ze nu proberen op een goede universiteit te komen, een promotie te krijgen of een behandeling tegen kanker te ontwikkelen, als mensen in hun jeugd hebben aangeleerd om competitief te zijn, dan zullen ze een enorm voordeel hebben.Jennifer Veale, oprichter en hoofd van TrueCompetition.org Competitie kan goed en slecht zijn voor kinderen. Onder de juiste omstandigheden werkt het bevorderend, maar onder de verkeerde zorgt het voor een negatieve, demotiverende omgeving. Competitie kan heel goed zijn als het kinderen feedback geeft op hun prestaties en vooruitgang. Winnen hoort daarbij niet de enige of belangrijkste doelstelling te zijn. Van gezonde competitie kan een kind veel over zichzelf en over het leven leren. Helaas heerst er bij wedstrijden voor kinderen vaak de mentaliteit dat kinderen koste wat het kost moeten winnen, wat kinderen kan ontmoedigen en er zelfs voor kan zorgen dat ze activiteiten vermijden die ze anders erg leuk hadden gevonden. Daarom is het cruciaal dat trainers, leraren en ouders ervoor zorgen dat kinderen de juiste dingen leren van wedstrijden. Onder de juiste omstandigheden kunnen kinderen er veel van leren, of ze nu winnen of verliezen. Competitie bereidt ze voor op hoogtepunten en tegenspoed in de rest van hun leven, leert ze om te gaan met anderen en tegenstanders met respect te behandelen. John Tauer, hoofdtrainer mannenbasketbal en professor in de psychologie aan de University of St Thomas, Minnesota Competitie is goed voor kinderen. Het is normaal dat mensen zichzelf met anderen vergelijken, dus wat dat betreft zijn wedstrijden gezond. Als het kind goed ondersteund wordt, kan hij of zij leren verlies te accepteren zonder zelfvertrouwen te verliezen. Er is echter sprake van ongezonde competitie als kinderen gedwongen worden om deel te nemen aan wedstrijden of het gevoel hebben dat ze moeten winnen om liefde of status te krijgen binnen hun familie. Lyn Kendall, Gifted Child Consultant voor het Britse Mensa In dit land staren we ons blind op het idee dat alles in het leven van kinderen veilig moet zijn en dat elk risico vermeden moet worden. Hierdoor ontstaat er een generatie van kinderen die slecht voorbereid zijn op de echte wereld, waar elke dag risico’s genomen moeten worden. Competitie leert kinderen om kritisch na te denken, besluiten te nemen en problemen op te lossen. Een land kan niet concurreren op de wereldeconomie als het zijn burgers deze vaardigheden niet leert. Andere voorstanders van competitie in Noord- Amerika stellen dat kinderen door competitie beter leren, fitter blijven en minder snel in de criminaliteit belanden. Digby Jones, voormalig minister van UK Trade & Investment in het Verenigd Koninkrijk We moeten af van de cultuur waarin alle kinderen prijzen moeten winnen. We moeten er juist voor zorgen dat kinderen vanaf jonge leeftijd competitieve sporten gaan beoefenen en ze aan de juiste sportclubs koppelen zodat ze hun dromen kunnen najagen. Daarom bevat het nieuwe leerplan voor het Verenigd Koninkrijk de eis dat basisscholen competitieve sporten moeten aanbieden. David Cameron, premier van het Verenigd Koninkrijk

    6 minuten gelezen Nummer 5
  • Redder in nood

    Als het om veiligheid gaat, is INEOS erg fanatiek. Maar als je in een risicovolle omgeving werkt, kun je je niet veroorloven al te snel tevreden te zijn. Bij alles wat INEOS doet, komt veiligheid op de eerste plaats. Norward AS, deel van de INEOS Groep, bestaat maar met één doel, en dat is het redden van levens, zoals Øyvind Klæboe maar al te goed weet.  In augustus 2003 maakte een Indiase helikopter met nog draaiende bladen een duikvlucht in zee. Aan boord 25 medewerkers van een offshore booreiland . De bemanning, met gordels nog om, kwam om toen de helikopter binnen enkele seconden zonk. Slechts twee passagiers overleefden de crash. Ze wisten te ontsnappen via de schelpdeuren aan de achterkant en konden zo worden gered. Zij waren de enige twee die de helikopterveiligheidstraining HUET (Helicopter Underwater Escape Training) hadden gevolgd. Door dit soort ongelukken beseft Øyvind Klæboe waarom het werk van zijn team bij Norward AS zo belangrijk is. De laatste zeven jaar hebben ze offshore medewerkers geleerd hoe ze kunnen ontsnappen als een helikopter in zee stort. video “Er is absoluut geen twijfel over de waarde van HUET,” stelt hij. “Kan deze training het verschil maken tussen leven en dood? Absoluut. “Je hebt letterlijk maar een paar seconden om te beslissen wat te doen bij een crash en met de juiste training heb je een veel grotere overlevingskans.” Technische storingen, stuurfouten en slecht weer kunnen allemaal een helikoptercrash veroorzaken. Een helikopter kan als een baksteen uit de lucht vallen, totaal onbestuurbaar worden of juist redelijk zacht landen. Wat er ook gebeurt, de sleutel tot overleven is om zo snel mogelijk terug uit het water zien te komen. “Je weet niet hoe lang je hebt voordat de helikopter omslaat en zinkt, dus je eerste prioriteit is er uit te komen,” vertelt hij. “Maar tegelijkertijd kun je heel wat andere obstakels tegenkomen.” Voorbeelden hiervan zijn ongunstige weersomstandigheden, ijzige wateren, ruige zeeën, slecht zicht, vuur en benzine in het water. “Je kunt niet met zekerheid zeggen wat je zal tegenkomen, maar de cursus leert de deelnemers op die onzekerheid voorbereid te zijn,” vertelt hij. Daarnaast geeft de cursus hen ook het vertrouwen om het ondenkbare onder ogen te zien en kalm te blijven. Bij Norward gebruiken de instructeurs een namaakhelikopter in een zwembad om te laten zien wat er gebeurt als een helikopter in zee stort en daarna omslaat, waarschijnlijk omdat ze enorm zwaar zijn. Om verschillende scenario’s na te bootsen worden een golfmachine, een windgenerator en lichtinstallaties gebruikt. “Het komt erop neer dat we onder gecontroleerde omstandigheden verschillende situaties kunnen nabootsen,” vertelt Øyvind. Helikoptercrashes zijn gelukkig zeldzaam, maar sinds 2006 moet al het offshore personeel verplicht deelnemen aan HUET. “Niemand mag meer offshore gaan zonder een ‘green card’. Dit betekent dat HUET verplicht is voor alle medewerkers en bezoekers,” zegt Øyvind. “Iedereen die naar een offshore installatie vliegt, moet de basistraining gevolgd hebben.” Tijdens de acht uur durende HUET-cursus bij Norward leren medewerkers hoe ze moeten omgaan met zowel de fysieke als de psychologische stress van het neerstorten in zee. Het is het soort training waarvan Øyvind hoopt dat de cursisten die nooit nodig zullen hebben, maar hij weet dat het de belangrijkste training is die ze ooit zullen gehad hebben wanneer zich toch een ongeval voordoet. INEOS verwierf het Norward trainingscentrum toen het in 2007 de polymeer business van het Noorse Norsk Hydro ASA kocht. Toen was het centrum al uitgegroeid tot een succesvol bedrijf met een omzet van vijf miljoen euro, komende van een eenvoudige, interne alarmcentrale als onderdeel van Norsk . Het centrum biedt trainingen aan externe bedrijven en andere geïnteresseerden. “Norward nam stapsgewijs nieuwe uitdagingen aan,” vertelt Øvind. “We hebben uiteindelijk onze eigen medewerkers opgeleid, de interne competentie verbeterd en nieuwe markten aangeboord. “We hebben nu particuliere klanten in heel Noorwegen.” Een van hun grootste klanten is Statoil, dat dit jaar Norward vroeg om een nieuwe cursus te ontwikkelen. Deze cursus moest onder andere offshore medewerkers leren hoe ze een helikopterpiloot kunnen helpen om veilig te landen op een boorplatform en te beslissen wat te doen bij een ongeluk. Naast de standaard brandbestrijdingsmodules en cursussen voor het verlenen van eerste hulp, biedt het team ook trainingen in bedrijfsveiligheid en hoe je bijvoorbeeld een gaslek moet aanpakken of een lek van chemische stoffen. “Cursussen als deze trekken klanten aan vanuit de hele Noorse industrie en Norward is een van de beste leveranciers,” zegt Øvind. Ga voor meer informatie naar: http://norward.no/

    14 minuten gelezen Nummer 5
  • Wie waagt, die wint

    Dit jaar is het zestig jaar geleden dat Edmund Hillary, samen met sherpa Tenzing Norgay, als eerste de Mount Everest beklom. In 1998 hoorde een twaalfjarige scout voor het eerst een gesprek over de Mount Everest. Dat was Rhys Jones die acht jaar later, op zijn twintigste verjaardag, de Mount Everest zou beklimmen. Hij werd hiermee de jongste klimmer ooit die de hoogste berg van elk continent heeft beklommen. De Mount Everest is niet weggelegd voor bangerikken. Het is een vijandige, meedogenloze berg. Een plek waar de dood te lezen staat op de gezichten van de bevroren lichamen waarmee het laatste deel van de route naar de top, boven 8.000 meter, bezaaid ligt. Naast het zuurstofgebrek – de grote hoogte kan je gek maken – kunnen klimmers ook lawines van rotsen of sneeuw, wervelstormen, schuivende gletsjers, sneeuwstormen, bevriezing, longontsteking, uitputting en ijzige temperaturen verwachten in de ‘zone des doods’. “Het wordt de zone des doods genoemd en het is nog minder leuk dan het al klinkt,” vertelt klimmer Rhys Jones. “Het eindeloos omhoog lopen in de ijle lucht is net zwemmen in lijm. Er zit ijs binnen in de tenten. Het is verschrikkelijk. Je hebt geen eetlust, je kan niet goed uitrusten en het is genadeloos koud.” Maar wie waagt, die wint. En voor Rhys, die al sinds zijn twaalfde droomde van het beklimmen van de hoogste berg ter wereld, zou het de pijn waard zijn om vijf minuten op de 8.850 meter hoge top te staan. “Ik was bij een lezing over de Mount Everest toen ik nog bij de scouts was,” vertelt hij. “Ik wist toen eigenlijk nog helemaal niks over bergen. Maar ik besloot gewoon dat ik op een dag de Everest zou beklimmen en wat er daarna is gebeurd was het gevolg van hard werken naar dat ene doel.” Het doel was niet alleen om de Mount Everest te bedwingen, maar ook om de jongste klimmer ooit te worden die de Seven Summits Challenge voltooide, door de hoogste berg van elk van de zeven continenten te beklimmen. De Mount Everest zou de laatste van deze zeven bergen zijn, maar daarvoor moest Rhys eerst nog bijna 36.000 euro inzamelen. “Ik heb letterlijk honderden brieven gestuurd naar potentiële sponsors, maar ik had weinig geluk,” vertelt hij. “Maar toen schoot INEOS te hulp, waardoor ik zo goed als zeker kon gaan klimmen.” INEOS-voorzitter Jim Ratcliffe stemde in Rhys te ontmoeten om de geplande expeditie te bespreken. “Ik had geen idee wat ik kon verwachten toen ik hem ontmoette,” vertelt Rhys. “Ik weet nog dat ik volledig in pak kwam aanrijden in mijn krakkemikkige vijfdeurs. Hij droeg een jeans met T-shirt.” De twee praatten een uur lang. “Ik kreeg de indruk dat hij alles heel goed opneemt en hij leek het hele gesprek zeer geïnteresseerd, wat indrukwekkend is gezien hij waarschijnlijk veel aan zijn hoofd heeft,” aldus Rhys. “Het was ook een teken dat er goede mensen voor hem werkten, aangezien hij zo lang met mij kon praten.” De persoonlijke ontmoeting resulteerde in een sponsordeal met INEOS van bijna 36.000 euro. “Het was een keerpunt,” vertelt Rhys. Met het geld op zak – en een INEOS-vlag om op de top te planten – kon Rhys zich nu gaan concentreren op de komende reis. In mei 2006 vertrokken Rhys, drie andere klimmers, twee gidsen en vijf sherpa’s vanuit het Mount Everest Base Camp. “Wij waren dat jaar het eerste team dat richting de top ging, dus we moesten tijdens de hele klim touwen bevestigen en een weg banen door de sneeuw, wat een behoorlijke karaktertest was,” vertelt hij. “Tot op de dag van vandaag, heb ik door deze ervaring een goede kijk op wat moeilijk is en wat niet.” Angst is daarentegen iets wat het team op de berg heeft achtergelaten. “Als je succesvol wilt zijn, kan je je geen demonen veroorloven,” volgens Rhys. “Om iets te bereiken moet je een zeker risico durven nemen” Rhys Jones “Natuurlijk maakte ik me soms zorgen. Het ging een aantal keer bijna mis. Ik ben twee keer bijna meegesleurd door een lawine. Mensen sterven op de Everest, en daar was ik tamelijk nuchter over. Incidenten zijn óf mis, óf raak. Zolang het niet ‘raak’ was, zou ik doorgaan. “Ik hoopte alleen dat ik geluk zou hebben met het weer en niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek zou zijn.” Zouden zijn zorgvuldig gemaakte plannen zijn mislukt – en op de Everest kan dat op adembenemende en angstaanjagende snelheden gebeuren – dan zou Rhys zijn omgekeerd. Al was hij nog zo dicht bij de top. “Geen enkele berg is het waard om mijn vingers, tenen of mijn leven voor te verliezen,” stelt hij. “Ik zou het dan later gewoon nog eens proberen. Die berg gaat nergens heen. Het lijkt er helaas op dat de Everest iets met je doet waardoor veel intelligente mensen tijdens de beklimming onnodige risico’s nemen.” Het beklimmen van de Everest heeft tot nu toe meer dan 200 levens geëist en ongeveer 150 lichamen zijn nooit gevonden. “Om de Everest te kunnen beklimmen moet je mentaal heel sterk zijn, zodat je alleen omdraait als het echt te gevaarlijk wordt,” vertelt hij. “Als het niet te gevaarlijk is, moet je gewoon doorbijten en blijven doorgaan.” Rhys bereikte de in wolken gehulde top op 17 mei 2006 om drie uur ’s middags na een laatste, zestien uur durende klim. Het was een immense opluchting. “Ik was gigantisch opgelucht toen ik de top bereikt had, maar ik was me ook direct bewust van het feit dat het al laat was en ik nog een lange weg naar beneden te gaan had,” vertelt hij. “Ik rolde de INEOS-vlag uit, deed mijn zuurstofmasker af, liet een paar foto’s maken, zei ‘bedankt God’ en ging naar beneden.” Tegenwoordig heeft Rhys zijn eigen bedrijf, RJ7 Expeditions, met kantoren op vier verschillende continenten. Daarmee helpt hij anderen de reis van hun leven te plannen. “Het is niet op hetzelfde niveau als INEOS, maar we groeien in snel tempo,” zegt hij lachend. Eigen klimervaring heeft hem geholpen bij het opzetten van zijn bedrijf. “Er zijn veel overeenkomsten tussen die twee dingen,” vertelt hij. “Een team managen in een risicovolle omgeving, ambitieus zijn en doelen behalen, zijn op beide vlakken van toepassing.” Volgens hem is het nemen van risico’s noodzakelijk in het leven. “Om iets te bereiken moet je een zeker risico durven nemen,” stelt hij. “De risico’s die je neemt tijdens het klimmen zijn soms een kwestie van leven of dood, de risico’s die je neemt in het bedrijf zijn eerder financieel. Maar ik ga er op dezelfde manier mee om. Ik focus op de feiten, de waarschijnlijkheden en de gevolgen en neem dan een besluit.” Hij is van mening dat veel bedrijven ten onder gaan als gevolg van slecht management en een gebrek aan focus. “Een slecht gemotiveerd team is een enorme geldkuil, terwijl de oplossing redelijk goedkoop kan zijn,” zegt hij. “Een andere valkuil is gebrek aan een duidelijke focus; in deze tijden van crisis zijn er veel bedrijven die alles aanpakken wat ze kunnen, in plaats van zich te concentreren op dat waar ze goed in zijn.” Rhys wordt gedreven door zijn passie en dat zal altijd zo blijven. “In al die jaren dat ik heb geklommen, heb ik nooit het gevoel gehad dat ik een berg bedwongen had,” vertelt hij. “Ik ben alleen maar blij dat ik heb kunnen genieten van de klim en eventjes op de top heb kunnen staan.”

    10 minuten gelezen Nummer 5
  • Alle energie naar Zwitserland

    Wat deze wereld vandaag de dag meer dan ooit nodig heeft, is scheikunde. De chemische industrie, verre van een kostenpost voor de samenleving, is als beste in staat om te begrijpen wat er gedaan moet worden om een duurzame wereld te creëren en, nog belangrijker, weet ook hoe dit bereikt kan worden. Tot nu toe hebben elf landen zich aangesloten bij SusChem Europe en Zwitserland is de volgende in de rij. En INEOS, een bedrijf dat floreert door innovatieve oplossingen voor uitdagende problemen, is de drijvende kracht.  De kernramp in Fukushima, die werd veroorzaakt door een aardbeving en een enorme tsunami in Japan in maart 2011, bleef nazinderen in de hele wereld. Duitsland sloot acht kernreactoren, in Italië werd massaal tegen de aanwezigheid van kerncentrales gestemd en in Spanje werd de bouw van nieuwe reactoren verboden. In Zwitserland werd op een soortgelijke manier gereageerd. Na de ramp in Japan maakte het land als eerste in Europa zijn plannen bekend om kernenergie af te gaan bouwen. Ter vervanging van kernenergie heeft de Zwitserse Bondsraad de fundamenten gelegd voor een nieuwe strategie voor de Zwitserse energievoorziening tegen 2050. In eerste instantie dient Zwitserland terug te vallen op het importeren van energie en elektriciteit, wat tot een toename van de CO2-voetafdruk leidt en het land voor een enorme politieke en economische uitdaging stelt. Maar deze moedige beslissing biedt ook een uitgelezen kans én impuls voor Zwitserland om meer verantwoord om te gaan met energie, en het gebruik van CO2 op te waarderen door het eerder als grondstof dan als brandstof in te zetten. In november zal SusChem Switzerland gelanceerd worden tijdens een Ecochem-evenement in Bazel, waar de meest invloedrijke industriële en politieke leiders, wetenschappers en innovatie-pioniers samenkomen. De timing van dit door INEOS aangestuurde initiatief had niet beter gekund. “INEOS is vanaf het begin een van de drijvende krachten geweest achter SusChem Zwitserland,” vertelt Greet van Eetvelde, voorzitter van SusChem Switzerland. Het vinden van oplossingen voor het verlagen van de CO2-uitstoot, het verminderen van energieverbruik, het effectief beheren van hulpbronnen, het verwerken van afval en het ontwikkelen van schone technologieën, zijn de doelstellingen van SusChem Switzerland. “De focus zal liggen op industriële symbiose,” zegt Greet “Om echt dingen te kunnen veranderen zullen verschillende industriële sectoren nieuwe manieren moeten vinden om samen te werken aan het realiseren van een gemeenschappelijke toekomstvisie waar iedereen baat bij heeft.” Greet, die bij INEOS Europe werkt, vertelt dat in de procesindustrie veel afvalwarmte wordt geproduceerd die eenvoudig hergebruikt kan worden,hetzij onsite, hetzij door andere industrieën en zelfs in naburige gemeenten. “Dat is de toekomst,” legt ze uit. “Het is een winwinsituatie voor alle betrokken partijen. De ene industrie heeft mogelijk een vraag, waar de andere juist het antwoord op heeft. We zijn als het ware de lijm tussen deze twee partijen.” Vandaag de dag werkt INEOS nauw samen met de Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne (EPFL) om energieintegratie en -optimalisatie te bewerkstelligen op de productiesites van INEOS. Daarnaast heeft INEOS zich vorig jaar geëngageerd om tot 2022 financiële steun te bieden aan innovatieve en ondernemende projecten die voortvloeien uit onderzoek aan EPFL. Greet hoopt dat de ‘INEOS Innogrant’ “bijdraagt aan boeiend laboratoriumonderzoek, met name op het gebied van groene chemie.” De eerste ‘INEOS Innogrant’ zal tijdens de SusChem-conferentie worden uitgereikt aan Imperix, een jong bedrijf dat zich toelegt op de stabiliteit van het elektriciteitsnetwerk. Verder zullen zowel het produceren, beheren en opslaan van energie als het capteren en benutten van CO2 worden onderzocht aan de nieuwe EPFL Valais Wallis campus in het Zwitserse kanton Valais. Zo is er bijvoorbeeld onderzocht of Zwitserland voordeel zou kunnen halen uit zijn gletsjers, die door de stijging van de temperatuur op aarde alarmerend snel aan het smelten zijn. Op de plekken waar gletsjers samenkomen, worden nieuwe meren gevormd en er is gekeken of deze natuurlijke reservoirs de productie van waterkrachtenergie zouden kunnen stimuleren. Momenteel hebben elf landen, waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Groot-Brittannië, hun eigen SusChem Nationaal TechnologiePlatform. Zwitserland zal, dankzij een duwtje in de rug van INEOS, het twaalfde zijn. Het Zwitserse initiatief wordt geïntroduceerd tijdens de driedaagse Ecochem-conferentie, waar de belangrijkste spelers uit de chemische sector en haar toe- en naleveranciers samenkomen rond één thema: het stimuleren van ‘groene chemie’. Het netwerk van nationale technologieplatformen is gelinkt aan SusChem Europe, het European Technology Platform for Sustainable Chemistry, dat in 2004 werd opgericht als gezamenlijk initiatief van de European Chemical Industry Council (Cefic) en andere partijen. Eerder dan een ‘discussiegroep’ dient SusChem gezien als een drijvende kracht voor de toekomst van de chemie. Het initiatief is inmiddels officieel erkend door de Europese Commissie. In de voorbije jaren heeft SusChem bijgedragen aan de ontwikkeling van geavanceerde materialen en procestechnologieën die hebben geleid tot een efficiënter gebruik van energie, grondstoffen en water. Dit zijn precies de krachtlijnen van de huidige groeistrategie van de Europese Unie en ‘Horizon 2020’, het nieuwe Europese financieringsprogramma voor Onderzoek en Innovatie dat per 1 januari wordt geïntroduceerd om vraagstukken als klimaatverandering, energie- en voedselveiligheid, gezondheid en de vergrijzing aan te pakken. Kort gezegd is de Europese Commissie van mening dat de Europese chemische industrie een cruciale rol speelt in de totstandkoming van een betere toekomst voor ons allemaal. SusChem Switzerland kan voortbouwen op de visie en missie van SusChem Europe om een nog meer competitief en innovatief Europa te creëren waarin duurzame chemie oplossingen aandraagt voor de toekomstige generaties. “INEOS weet dat het een bijdrage kan leveren,” zegt Greet. Voor INEOS, dat in 2010 met z’n hoofdkantoor naar Rolle verhuisde, biedt de betrokkenheid bij SusChem Switzerland ook de kans om een grotere rol te spelen in de toekomstvisie van Zwitserland, terwijl het tegelijkertijd haar eigen aanwezigheid manifesteert. Cefic liet weten verheugd te zijn met de beslissing van INEOS om een belangrijke rol te spelen in SusChem Switzerland. “Zwitserland is een belangrijk productieknooppunt voor Europa, zowel voor basischemicaliën als fijnchemicaliën met toepassing als actieve stoffen in de gezondheidssector, en nog veel meer,” vertelt Esther Agyeman-Budu, Cefics communicatieadviseur voor onderzoek en innovatie. “Bedrijven zoals INEOS, die meer kennis hebben op dit gebied, zijn nodig om de productie nieuw leven in te blazen. Gezien de schaarste aan grondstoffen en hulpbronnen, dienen we alle middelen zo optimaal mogelijk in te zetten met het oog op een maximale return voor de samenleving.” Log voor meer informatie over de Ecochem-conferentie in op www.ecochemex.com. Meer informatie over SusChem kunt u vinden op www.suschem.org.

    8 minuten gelezen Nummer 5
  • Een nieuwe wind

    Een aantal van’s werelds voornaamste chemiebedrijven gaan de uitdaging aan om een mondiaal probleem aan te pakken en de natuurlijke grondstoffen van de aarde te beschermen. INEOS, AGA, AkzoNobel, Borealis en Perstorp, de chemiecluster in Stenungsund, Zweden, heeft grootse plannen die ze vóór 2030 willen verwezenlijken. Tegen dan willen ze kunststoffen en chemische stoffen die gebruikt worden voor slangen, buizen, vloeren, verf, kabels, reinigingsmiddelen en vele andere toepassingen, waar mogelijk produceren zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen zoals olie, steenkool en aardgas. Voor INEOS in Stenungsund, dat uitsluitend fossiele brandstoffen gebruikt, zal dit een behoorlijke uitdaging worden. Maar Lars Josefsson, voorzitter van INEOS Sverige AB, zegt dat het vinden van en overschakelen naar duurzame brandstoffen van vitaal belang is, niet alleen voor Zweden maar ook voor de rest van de wereld als we de effecten van de klimaatverandering willen helpen terugdraaien. “Het is een enorme uitdaging, maar we willen meebouwen aan een toekomst waarin grondstoffen efficiënt worden ingezet en al onze producten gerecycleerd worden,” vertelt hij. “Wij willen hernieuwbare grondstoffen gebruiken om duurzamere producten te ontwikkelen.” De chemiecluster met de vijf bedrijven in Stenungsund wordt aanzien als een van de beste ter wereld. Ze hebben sinds de lancering van hun visie – Sustainable Chemistry 2030 – dan ook al een aanzienlijk bedrag verworven voor de financiering van dit plan. “Als we er in slagen, zou dat een sterke verbetering van het milieu en de economische welvaart van de regio betekenen,” zegt Lars. “We weten dat het mogelijk is, maar het gebeurt niet vanzelf. Er zijn veel verschillende spelers nodig om dit te bereiken, inclusief samenwerking met de academische en politieke wereld en met andere industrieën. We moeten allemaal samenwerken.” En dat is wat ze aan het doen zijn sinds ze hun visie uiteengezet hebben. Tot nu toe hebben ze fondsen gekregen van onder andere de Europese Unie en van verschillende Zweedse overheidsinstellingen. Hun visie om niet langer afhankelijk te zijn van de olie- en gasreserves van deze aarde, heeft hen ook het respect van de lokale gemeenschap opgeleverd. Volgens de vijf bedrijven zal Stenungsund binnen twintig jaar de motor zijn van de West-Zweedse economie, hét centrum binnen de chemische industrie voor het produceren van duurzame producten én de plek voor gelijkgestemde bedrijven om te groeien en zich te ontwikkelen. Maar de eerste stap richting 2030 is eigenlijk al gezet. Zowel INEOS als Borealis was betrokken bij het promoten en steunen van de plannen van Stena Recycling voor het ontwikkelen van een technologie waarmee jaarlijks duizenden tonnen kunststof kabels kunnen worden hergebruikt voor nieuwe producten. Het recycleren begon enkele jaren geleden en elk jaar zijn duizenden tonnen kunststoffen (PVC en PE) succesvol hergebruikt. “Dat was voorheen nooit mogelijk vanwege de hoge concentratie metaal in het materiaal,” aldus Lars. Een ander voorbeeld is AkzoNobel, dat veel investeert in onderzoek en ontwikkeling. Een van de (commerciële) eindresultaten is een effectieve vuil- en vetverwijderaar op waterbasis waardoor in een carwash meer dan 97% van het water hergebruikt kan worden. De meeste nieuwe wasstraten in Zweden worden nu met deze technologie gebouwd. “Energie is ook erg belangrijk,” zegt Josefsson. “We zijn nu met een project bezig rond energiebesparing. “Een complete locatieanalyse, uitgevoerd door Chalmers University of Technology en gefinancierd door het Zweedse energieagentschap, toont voor de vijf bedrijven samen een groot besparingspotentieel. “De tweede fase is nu van start gegaan om te kijken hoe dit potentieel gerealiseerd kan worden.” De chemiecluster heeft ook een project gelanceerd om meer plastic van ziekenhuizen te recycleren. “Er wordt veel plastic gebruikt in ziekenhuizen, onder andere PVC,” zegt Josefsson. “We hebben nu een consortium opgezet met partners, waaronder de provincie Stockholm en de westkust van Zweden. Andere partners naast INEOS zijn onder meer Zweedse universiteiten en instituten, recycleringsbedrijven en PVC MedAlliance*. Het doel is om een duurzaam managementsysteem op te zetten voor medisch kunststofafval via een nauwe samenwerking tussen verschillende belanghebbenden en praktijkprojecten.” Een ander project is het samenwerkingsprogramma met enkele belangrijke spelers uit de Zweedse papier- en pulpsector om mogelijk duurzame grondstoffen uit bossen te gebruiken. Zweden, dat de op twee na grootste papieren pulpindustrie van Europa heeft, neemt een unieke positie in omdat grote delen van het land bebost zijn. Maar vanwege de afnemende papierconsumptie zoekt de industrie naar nieuwe toepassingen. Het project, Forest-Chemistry, wordt gesteund door het Zweedse overheidsbedrijf VINNOVA. Ondertussen heeft Sustainable Chemistry 2030 ook steun gekregen van onderzoeksinstellingen als Chalmers University of Technology, SP Technical Research Institute of Sweden, The University of Gothenburg, IVL en Luleå/ Umeå University. “Het platform, Sustainable Chemistry 2030, heeft de samenwerking binnen de cluster doen toenemen en helpt de visie uitdragen dat chemie nodig is voor de biogebaseerde maatschappij van morgen” aldus Lars. “Dit zal heel belangrijk worden wanneer we ook andere cruciale kwesties met politici gaan bespreken.” Volgens Lars biedt het jaar 2030 een duidelijke focus en zorgt het voor de juiste druk om onze doelen te realiseren. “Wij denken dat het mogelijk is om ons doel te bereiken,” stelt hij. *Lees meer over PVC Med Alliance op www.pvcmed.org.

    6 minuten gelezen Nummer 5
  • Ethyleenterminal geeft INEOS voorsprong op rivalen

    INEOS Oxide heeft een nieuwe diepzeeterminal met een capaciteit van één miljoen ton geopend in haar fabriek in België, zodat het uit de hele wereld concurrentieel geprijsd ethyleen kan  invoeren. Video CEO Hans Casier stelt dat de Antwerpse fabriek daardoor succesvol kan concurreren met de beste bedrijven ter wereld. De nieuwe terminal, de spil van het op één na grootste petrochemisch bedrijventerrein ter wereld, werd officieel geopend door Vlaams Minister-President Kris Peeters. “Deze nieuwe terminal betekent een aanzienlijke versterking van de petrochemische cluster in Antwerpen, die in de afgelopen vijftig jaar gekwalificeerde banen en welvaart naar Vlaanderen heeft gebracht,” zei hij. “Deze investering toont aan dat INEOS toekomst ziet in Antwerpen en is een teken dat het beleid van Vlaanderen vruchten begint af te werpen.” Dankzij de terminal is het nu mogelijk om de grootste ethyleenvrachtschepen ter wereld te lossen voor INEOS’ Europese productievestigingen op de site in Antwerpen of voor sites die aangesloten zijn op de ARG-pijpleiding van Antwerpen naar Keulen en het Ruhrgebied. INEOS kan concurrentieel geprijsde grondstoffen leveren en op een efficiënte manier voldoen aan de vraag van veel van haar belangrijkste Europese productievestigingen. Dit door de aansluiting van de terminal van INEOS Oxide in Antwerpen op het pijpleidingnet naar de INEOS Oligomers LAO/PAO fabriek in Feluy en INEOS Olefins & Polymers in Lillo en in Keulen.

    4 minuten gelezen Nummer 5
  • Industrie in een nieuw licht

    De Fransen konden deze zomer de industrie in een heel ander licht bekijken. Reusachtige, verlichte afbeeldingen en foto’s van mensen die werken bij INEOS en Petroineos werden geprojecteerd op enorme opslagtanks. Op gebouwen in Martigues en Port-de-Bouc werden grote foto’s van de raffinaderij in Lavéra getoond. Het evenement – getiteld ‘De nacht van de Industrie’ – maakte deel uit van het eerbetoon van de Europese Culturele Hoofdstad Marseille-Provence aan haar industrieel erfgoed. De fabriek van Lavéra – met inbegrip van dochterondernemingen Appryl, Naphtachimie en Oxochimie – is normaal gesloten voor het publiek, maar opende nu toch haar deuren. Martine Le Ster van Petroineos Manufacturing France SAS zei, dat meer dan 700 mensen de vestiging bezochten en deelnamen aan een busrondrit met commentaar van acteurs. Op andere locaties werden toneelstukken en concerten opgevoerd en ook op fabrieksterreinen van andere bedrijven werden veel bezoekers verwelkomd.

    1 minuut gelezen Nummer 5
  • Unipetrol heeft vertrouwen in INEOS

    De belangrijkste raffinaderij en petrochemische groep van Tsjechië heeft INEOS gekozen om te helpen bij het ontwikkelen van haar polyethyleenfabriek. Unipetrol heeft een licentie verleend voor het Innovene S Process van INEOS Technologies, zodat INEOS in de ethaankraker in Litvinov MD- en HD-polyethyleen kan produceren. Unipetrol liet weten dat de bouw van de nieuwe polyethyleenfabriek een belangrijk investeringsproject is in haar middellange termijn strategie. “We hebben gekozen voor de nieuwste technologie, zodat we ons huidig productportfolio kunnen innoveren en kunnen voldoen aan de moeilijkste wensen van onze klanten,” aldus Marek Świtajewski, voorzitter van de Raad van Bestuur en algemeen directeur. De nieuwe technologie zal ook tot verbetering van de productieveiligheid en -betrouwbaarheid leiden.

    1 minuut gelezen Nummer 5
  • INEOS Capital

    Bij alles wat INEOS doet, waar ook ter wereld, staat duurzaamheid centraal. Maar wat is de visie van het bedrijf op dit veelbesproken onderwerp? Om daar een antwoord op te krijgen, sprak Tom Crotty met Jim Dawson, lid van de raad van bestuur van INEOS en voorzitter van INEOS Technologies, Oxide en Bio, en een man met veel ervaring binnen de petrochemische industrie. video Tom: Veel bedrijven hebben een afdeling ‘Duurzaamheid’ opgericht, maar INEOS niet. Vindt INEOS duurzaamheid niet belangrijk genoeg om er een eigen afdeling aan te wijden? Jim: Integendeel! Duurzaamheid is heel belangrijk voor INEOS. Het staat centraal bij al onze activiteiten. Maar wij zijn geen bedrijf met een grote centrale afdeling die steeds ‘duurzaamheid’ roept. Wij verwachten van al onze afdelingen en van al onze medewerkers dat duurzaamheid verweven is in al hun dagelijkse bezigheden. Ik kan me nog herinneren – ik ben al oud – dat de olieprijs zo’n 40 jaar geleden ongeveer 2 dollar per vat was (vergelijkbaar met 10 dollar nu) en dat energie heel goedkoop was. Sinds een aantal jaren ligt de prijs rond de 110 dollar. De druk om de energieconsumptie te beperken en energiebesparende producten te maken is daardoor veel groter geworden. Enkele geode voorbeelden daarvan zijn de verbetering van onze processen en de grotere efficiëntie van onze fabrieken. We investeren in betere warmtewisselaars. We verbeteren onze betrouwbaarheid en fakkelen minder af. We werken aan onze ovens zodat ze efficiënter worden. Dit alles heeft ons energieverbruik sterk teruggedrongen. En de producten die we maken leveren de maatschappij ook aanzienlijke voordelen op. Geëxpandeerd polystyreen bijvoorbeeld. We hebben een speciaal type, EPS Silver, dat gebruikt wordt om gebouwen te isoleren. Met dit type EPS kan de energie-efficiëntie van een gebouw 20% hoger liggen dan met het standaardproduct. En dat is slechts één voorbeeld van een chemisch product dat goed is voor duurzame ontwikkeling. Over het geheel genomen kun je voor chemische producten stellen dat voor elke kilo CO2 die wordt uitgestoten tijdens de productie, er twee kilo CO2 wordt bespaard tijdens het gebruik.  Tom: INEOS heeft het vaak over het belang van goede relaties met de omgeving. Waarom is dat zo belangrijk voor een duurzaam bedrijf? Jim: Dat is in veel opzichten van belang. We moeten het vertrouwen behouden en een goede relatie onderhouden met onze directe omgeving. Een van de redenen hiervoor is dat er bij ons natuurlijk veel mensen werken die in de directe omgeving wonen. Het is belangrijk dat we heel open zijn over wat we bij onze vestigingen doen. Bijvoorbeeld over veiligheid en milieu. Dat zijn twee onderwerpen waar wij veel waarde aan hechten. Als we het op die vlakken goed doen, weten de omwonenden dat wij verantwoord werken. Wij nemen onze veiligheids-, gezondheids- en milieuprestaties uiterst serieus, tot op het hoogste niveau. We hebben 15 businesses en ongeveer iedere twee maanden vergadert hun Raad van Bestuur. Elke vergadering begint met een bespreking over persoonlijke veiligheid, procesveiligheid en milieu-impact. Het doet me genoegen dat ik kan vertellen dat onze score op persoonlijke veiligheid afgelopen jaar een van de hoogste ooit was in de geschiedenis van INEOS, en ook op het gebied van milieu-impact hebben we een van de beste jaren gehad. Daarom ben ik er van overtuigd dat wij het goed doen, voor de gemeenschap en voor onszelf. Veel vestigingen organiseren ook bijeenkomsten met de omwonenden, om hen volledig op de hoogte te houden van wat er allemaal in en rond de fabriek in hun omgeving gebeurt. Tom: Een ander belangrijk aspect van duurzaamheid is het aantrekken en vasthouden van de juiste mensen. Hoe zorgt INEOS dat het zijn medewerkers opleidt en ontwikkelt tot de beste vakmensen?  Jim: Ons werkveld stelt hoge technische eisen en de concurrentie is fel. We moeten er dus voor zorgen dat we de juiste mensen aantrekken en vasthouden, op alle niveaus van de organisatie. Zo gebruiken we stageplaatsen om de processen in onze vestigingen te stroomlijnen en kansen te bieden voor verdere ontwikkeling. We hebben ook programma’s voor pas afgestudeerde medewerkers, waarin we trainingen over andere vakgebieden organiseren, zodat ze meer diversiteit in hun carrière kunnen brengen, kansen krijgen bij verschillende bedrijfsonderdelen en zich binnen het bedrijf kunnen ontwikkelen. Daarom werken we veel samen met opleidingsinstellingen, scholen, technische beroepsopleidingen en universiteiten. Zo proberen we de juiste mensen te vinden en hen voor ons bedrijf te interesseren: zij zijn de toekomstige leiders van onze sector. Tom: Jim, we hebben het nu veel over de bedrijfscultuur gehad. INEOS lijkt met zijn bedrijfscultuur te willen stimuleren dat medewerkers sterk ondernemerschap ontwikkelen. Waarom? Jim: INEOS heeft zijn eigen stijl. Het is gefocust. Het richt zich op winst, het richt zich op veiligheid en het streeft naar ondernemerschap met een ‘cando’- benadering. En dat hebben we hard nodig, want de chemische industrie is complex en kent een felle concurrentie. Chemische stoffen worden gebruikt in de vervoerssector, in de geneeskunde, de communicatie, in gebouwen, in een heel scala aan belangrijke markten. We hebben sterk ondernemerschap nodig om daar het beste uit te halen. Er zijn volop voorbeelden te noemen. De verpakking van vloeibare voedingsmiddelen is voor ons allemaal belangrijk. Wij kunnen de kernlaag van de verpakking 35% dunner maken door een andere katalysator te gebruiken in het polyethyleen waarvan ze gemaakt worden. We gebruiken ook relatief eenvoudige oplossingen, zoals de toepassing van een ander type HD-polyethyleen om het gewicht van flesdoppen te verlagen. Dat lijkt onbenullig, maar als je bedenkt dat er wereldwijd miljarden flessen worden gemaakt en leeggedronken, dan begrijp je dat zulke kleine aanpassingen toch een groot verschil maken.  Een ander voorbeeld van onze ondernemerszin vind je bij onze biobrandstoffen. We hebben een manier ontwikkeld om organisch afval om te zetten in bio-ethanol. Dat organisch afval kan bestaan uit vast gemeentelijk afval. Het wordt vergast tot syngas, een mengsel van koolstofmonoxide en waterstof. Dit syngas reageert vervolgens met micro-organismen, die het omzetten in ethanol. Daarvoor hebben we in Florida een fabriek op industriële schaal gebouwd met een capaciteit van meer dan 30 miljoen liter. Deze fabriek is de eerste ter wereld in haar soort en is nu volledig bedrijfsklaar. De technologie is helemaal nieuw, dus het opstarten van de fabriek was een tijdrovend proces. Werken met vast afval als startmateriaal en vloeibare materie verder in het proces vraagt om heel wat optimalisatie. Zo produceren we vandaag bio-ethanol op commerciële schaal en leveren we een bijdrage aan de nationale energievoorziening. Dat is toch een prachtig voorbeeld van duurzame ontwikkeling? Tom: Waarom is het zo belangrijk dat bedrijven zoals wij producten ontwikkelen die het verschil maken?  Jim: Dat is heel eenvoudig, dat is gewoon de aard van de chemische sector. Het is belangrijk dat we nieuwe producten ontwikkelen die de wereld nodig heeft. Soms zijn dat heel gewone dingen. Chloor, bijvoorbeeld, is een product dat al tientallen jaren bestaat. De chloor die wij in het Verenigd Koninkrijk maken, wordt gebruikt voor 98% van de waterzuivering in het land. Dat zijn cijfers waar we trots op mogen zijn. We hebben ook een biochloor-membraantechnologie ontwikkeld om de huidige kwikcellen te vervangen en de chloor op deze manier zo’n 30% efficiënter te produceren. Ook synthetische motorolie is een goed voorbeeld. De motoren van auto’s worden steeds ingewikkelder en steeds efficiënter en vereisen kwalitatief hoogwaardige motorolie. Wij maken synthetische olie voor de meest verfijnde smeermiddelen.  Maar dat is niet de enige toepassing. Vergelijkbare producten worden ook in compressorblokken en versnellingsbakken gebruikt. Een mooi voorbeeld hiervan is de speciale smeerolie die we voor windturbines hebben ontwikkeld. Stel je eens een windturbine voor – een enorm hoog bouwwerk, met de aandrijving in de gondel hoog in de lucht. Je wilt dan niet iedere week naar boven moeten klimmen om alles te smeren. Daarom hebben wij producten ontwikkeld die een hoge schuifsterkte hebben, lang meegaan, goed smeren, frictie verminderen en ideaal zijn om de levensduur van de vele windturbines overal ter wereld aanzienlijk te verlengen. Verder produceren wij ook acrylonitril, een tussenproduct bij het maken van carbonvezel. Carbonvezel is licht en sterk. Als je het in vliegtuigen gebruikt, kan dit het brandstofverbruik met 30% terugdringen, doordat het vliegtuig veel lichter is. Carbon wordt dus niet alleen in golfclubs gebruikt. In de vervoerswereld kan dit een groot verschil maken. Bij INEOS zijn we ervan overtuigd dat onze producten écht het verschil maken.

    20 minuten gelezen Nummer 4
  • Je komt nergens zonder toekomstvisie

    Bedrijven die duurzaam zaken willen doen moeten uit een rijk palet aan talent kunnen putten. Maar nu de beroepsbevolking vergrijst en er een tekort aan geschoolde krachten dreigt, wordt dit heel moeilijk. Net als alle bedrijven in onderzoek en techniek is INEOS zich hiervan terdege bewust. Het is een van de redenen waarom INEOS zo hard werkt om een goede werkgever te zijn, zodat het kundige werknemers kan aantrekken, en – nog belangrijker – ontwikkelen en behouden. En dat is precies wat bedrijven met toekomstvisie doen. Die denken vooruit. Die denken aan de toekomst. Die plannen vooruit. En dat plannen bestaat voor een belangrijk deel uit het achterhalen wie het bedrijf in de toekomst op een hoger plan kan brengen. Dat is nog nooit zo belangrijk voor de chemische industrie geweest als nu. Bedrijven in alle branches hebben momenteel te lijden onder de veroudering van de beroepsbevolking en een tekort aan kundige krachten, Aldus Cefic (de Europese raad van de chemische bedrijfstak). Vooral de chemische bedrijfstak heeft continu behoefte aan nieuwe hoogopgeleide, kundige en uiterst gemotiveerde en gedisciplineerde werknemers om de felle concurrentiestrijd die nu woedt te overleven. En juist deze branche heeft moeite dit voor elkaar te boksen, doordat steeds er steeds minder bètastudenten zijn. Dit is deels te wijden aan het imago van bètavakken onder leerlingen en deels aan de negatieve publieke opinie over de industrie. Eerder dit jaar heeft Cefic voor het eerst een rapport uitgebracht over hoe de Europese chemische bedrijfstak zou moeten verduurzamen. Volgens Cefic moet de chemische industrie harder werken aan een beter imago – en kan dat ook, als de bedrijfstak meer openheid van zaken geeft, meer betrokkenheid bij studenten, overheden en belanghebbenden toont en het grote publiek duidelijk laat zien hoe zijn producten bijdragen aan een betere leefomgeving. “We streven ernaar om de chemie en onze branche nog aantrekkelijker te maken als carrièrekeus,” aldus Cefic. Als bedrijf is INEOS daar duidelijk al mee begonnen. Het weet dat het wereldwijd zijn imago moet oppoetsen om de volgende generatie onderzoekers, technici, managers en vaklieden aan te trekken. Want ondanks INEOS’ sterke internationale positie, zou je echt niet de eerste zijn die zegt: ‘Ik heb nog nooit van INEOS gehoord.’ Om de balans te herstellen, is INEOS al druk bezig om goede banden met scholen, universiteiten, andere opleidingsinstituten en locale gemeenschappen op te bouwen. Altijd met hetzelfde doel: om de slimste jonge talenten te inspireren en warm te maken om bij hen te komen werken – en om de omwonenden van de fabrieken te laten zien dat het ook aan hun welzijn denkt. “Goede relaties met onze omgeving en een goede werkomgeving zijn gewoon goed voor de zaken,” zei Anne-Gret Iturriaga Abarzua, Communications Manager voor INEOS in Keulen. “En ze zijn onmisbaar, wil je als bedrijf op de lange termijn kunnen floreren.” Deze aanpak werkt. In de Verenigde Staten en Duitsland, waar INEOS nauw samenwerkt met scholen, universiteiten en andere organisaties, heeft het zijn eigen succes kunnen creëren door precies de juiste mensen te werven. “We hebben, kortom, een talentaanvoer opgezet,” vertelde Sam Scheiner, HR director bij Olefins en Polymer USA aan INCH. Veel van het goede werk dat INEOS doet vindt echter stilletjes achter de schermen plaats. Dr. Anne-Gret Iturriaga Abarzua heeft onlangs een lezing gehouden op een internationaal congres over technische wetenschappen in Helsinki, Finland. Dit congres was door het Global Network of Science Academies georganiseerd om te benadrukken dat scholen en bedrijven samen moeten werken om de beroepsbevolking van de toekomst te vormen. INEOS is – net als de andere chemiebedrijven in Stenungsung, Zweden – heel actief betrokken bij het vooruitstrevende wetenschapscentrum Molekylverkstan, dat alleen vorig jaar al 50.000 bezoekers trok. Het centrum stimuleert jonge kinderen om met molecuulmodellen te spelen, zodat ze kunnen leren hoe de wereld echt in elkaar steekt. “Molekylverkstan is een springplank voor de chemische bedrijfstakken,” volgens Carita Johansson, Communications Officer bij INEOS ChlorVinyls in Stenungsund. “En ons uiteindelijke doel is om meer mensen bewust te maken van en te interesseren voor de technische wetenschappen.” Daarnaast helpt INEOS de plaatselijke technische beroepsopleiding de curricula te ontwikkelen, zodat deze goed aansluiten op een carrière in de industrie. “Het is belangrijk dat chemische bedrijven en scholen samenwerken, omdat we zo meer kinderen kunnen interesseren voor een studierichting waarin wij in de toekomst kundige werknemers nodig hebben,” zei ze. Op andere plaatsen blijft het grootste obstakel voor INEOS het feit dat veel mensen buiten het bedrijf nog nooit van INEOS gehoord hebben. En dat terwijl er 15.000 mensen bij INEOS werken, in 51 fabrieken in 11 landen. “Als je bedenkt hoe groot INEOS is, dan hebben we het verhaal van INEOS dus nooit genoeg naar buiten gebracht,” aldus Jill Dolan, HR Director van de INEOS Group. Om dat te doen heeft INEOS dit jaar voor het eerst carrièrebeurzen van topuniversiteiten in de VS en Europa bezocht. Maar de beste mensen verleiden om bij je organisatie te komen werken is niet voldoende, volgens Nathalie Crutzen, Accenture Chairman in Sustainable Strategy bij de HEC-Management School aan de universiteit van Luik. Volgens haar moeten bedrijven er ook meer aan doen om het leven van de werknemer – en van mensen die in de buurt van hun chemische fabrieken wonen en werken – te verbeteren. “Als we het macro-economische doel duurzame ontwikkeling willen bereiken, dan moeten bedrijven ook sociale zaken verbeteren, zoals het welzijn van medewerkers en de welvarendheid van de bevolking in de omgeving van het bedrijf,” zei ze. Ook dit maakt voor INEOS standaard deel uit van de dagelijkse bedrijfsvoering. “We doen ons best om te zorgen dat INEOS een prettige werkomgeving is, omdat we weten dat ons bedrijf voor de lange termijn afhankelijk is van een uitermate deskundig personeelsbestand,” zei Jill. “We willen ook dat de mensen die dicht bij onze faciliteiten wonen en werken ons gaan en blijven vertrouwen. We leggen ons erop toe om hen te ondersteunen, omdat dat ons bestaansrecht verstevigt.”

    8 minuten gelezen Nummer 4
  • Veiligheid voorop voor INEOS

    Veiligheid heeft bij INEOS de hoogste prioriteit. Het bedrijf weet dat het geen toekomst heeft als het de veiligheid van zijn werknemers en mensen die in de buurt van zijn fabrieken wonen niet serieus neemt. Jarenlang heeft de INEOS-groep zijn veiligheidsprestaties nauwlettend bewaakt met een systeem dat nog van ICI afkomstig was. Maar nu pakt INEOS het anders aan. Het wil dat de wereld zijn prestaties kan vergelijken met die van de allerbesten.  De wereld kan de veiligheidsprestaties van INEOS binnenkort eerlijk vergelijken met die van andere petrochemische bedrijven. Internationale chemische reuzen als Shell, Dow Chemical, BP en Exxon rapporteren hun arbeidsongevallen en ziekteverzuim al jarenlang volgens de regels van de Occupational Health and Safety Administration (OSHA). Dit onderdeel van het Amerikaanse ministerie voor werkgelegenheid is al in 1970 opgericht, tijdens het presidentschap van Richard Nixon. INEOS, een bedrijf dat groot is geworden door acquisitie, heeft decennia lang een meldingssysteem voor letsel en ziektes gebruikt dat nog van ICI afkomstig was.  Maar nu heeft de groep besloten om net als veel andere bedrijven volgens de OSHA-regels te gaan rapporteren. “Hoewel het OSHA-systeem Amerikaans is, wordt het wereldwijd erkend,” aldus Stephen Yee, Business Safety Health and Environment Manager bij INEOS ChlorVinyls.  “Hierdoor wordt het makkelijker voor ons om onze veiligheidsprestaties te vergelijken met bedrijven als Exxon,” legt hij uit. “Nu hoeven we geen appels meer met peren te vergelijken.” Voor de Amerikaanse onderdelen van INEOS golden de OSHA-regels al. INEOS Olefins en Polymers, de twee grootste fabrieken van INEOS in de VS, hebben zelfs de OSHA-status ‘Star and Merit’ verdiend. Deze status behoort tot het speciale VPP-programma, waarvoor bedrijven moeten voldoen aan veel strengere, niet van overheidswege verplichte veiligheidsmaatregelen en -procedures. Bedrijven die aan dit programma willen deelnemen moeten een effectief gezondheids- en veiligheidssysteem hebben dat aan strenge prestatie-eisen voldoet. Kortom: ze moeten de standaard OSHA-regels ver overstijgen. Het systeem van INEOS heeft buitengewoon goed dienst gedaan en heeft het bedrijf in staat gesteld om zijn veiligheidsprestaties flink te verbeteren. Toen het bedrijf in de loop der jaren groeide, was dat voor INEOS dus geen reden om iets te veranderen.  De beslissing om nu op het OSHA-rapportagesysteem over te stappen is gewaagd en heeft grote gevolgen. “OSHA is heel anders”, aldus Stephen. Terwijl INEOS het voorschrijven van een paracetamolletje door de bedrijfsarts niet als ‘geclassificeerd te rapporteren verwonding’ zou rapporteren, moet dat onder OSHA wel. “Veiligheid blijft onze topprioriteit hebben en met deze verandering blijven we onze veiligheidsprestaties meten en verbeteren, maar nu op een iets andere manier” zei Stephen.  Om de overstap makkelijker te maken en te voorkomen dat het personeel denkt dat de veiligheidsprestaties ineens gekelderd zijn, heeft Stephen een rapport opgesteld waarin te lezen is hoe INEOS het volgens de OSHA-richtlijnen heeft gedaan sinds 2002.  “We wilden het personeel laten zien hoe we gescoord zouden hebben, in het hele bedrijf,” zegt hij. Sinds oktober gebruikt INEOS beide rapportagesystemen om zich voortdurend te blijven verbeteren. Stephen: “Op deze manier kunnen onze werknemers ook nog zien hoe we onder het oude systeem zouden hebben gepresteerd.” De verandering heeft geen invloed op de naleving van wet- en regelgeving en INEOS blijft aan alle regels voldoen. “In ieder land gelden de wettelijke vereisten van dat land,” vertelt hij. “Dat blijft zo.” De afgelopen vier jaar zijn de veiligheidsprestaties van INEOS ieder jaar verbeterd. 2012 zou het beste jaar tot nu toe zijn geweest. Maar afgelopen december werden in het Franse Lavéra vijf brandweermannen blootgesteld aan te hoge geluidsniveaus en dat was net één incident te veel. “Omdat ze meer dan drie dagen niet konden werken, werd het ‘geclassificeerd te rapporteren letsel’,” zei Stephen. Veiligheid heeft – net als altijd – de hoogste prioriteit bij INEOS. INEOS is er trots op dat het bedrijf open en eerlijk is over wat het doet, hoe het dat doet en wat dit betekent voor het personeel en de mensen in de omgeving van de 51 productiefaciliteiten. “We hebben altijd al meer bijgehouden en gerapporteerd dan wettelijk verplicht was,” zegt Stephen “en die diepgewortelde gewoonte verandert niet onder OSHA.” Hoewel sommige medewerkers misschien niet op de hoogte zijn van OSHA, weten veel anderen goed hoe het werkt. “OSHA is voor velen niet helemaal nieuw, want INEOS heeft meerdere bedrijven overgenomen waarin dat systeem al eerder was gebruikt,” aldus Stephen. Alle werknemers die volgens OSHA letsels moeten classificeren zijn afgelopen september opgeleid en Stephen is beschikbaar voor vragen, net als een aantal INEOS-teams uit de VS.  “Dit verandert niets aan onze visie op veiligheid in alle aspecten van ons werk. We doen de dingen nu gewoon anders, maar het is belangrijk dat de overgang soepel verloopt en dat de nadruk op ieders veiligheid ligt,” zei Stephen.

    7 minuten gelezen Nummer 4
  • Alle ogen zijn gericht op Jim

    Jim Ratcliffe, hoofd van INEOS, heeft een prijs gewonnen voor zijn bijzondere bijdrage aan onze leefomgeving. video Hij kreeg de Petrochemical Heritage Award tijdens het internationaal petrochemisch congres in San Antonio Texas in 2013. Eerdere winnaars van deze ‘lifetime achievement award’ – die al sinds lange tijd beschouwd wordt als de meest gerenommeerde in de branche – zijn enkele van de bekendste voortrekkers uit alle windstreken. Volgens Tom Tritton, hoofd en CEO van The Chemical Heritage Foundation, is Jim dit jaar de overduidelijke winnaar vanwege de snelle groei en het ongelooflijke succes van INEOS de afgelopen 15 jaar. “Sectoren met een wetenschappelijke grondslag hebben mensen als Jim nodig,” vertelde hij INCH na de uitreiking. “Hij weet begrip van fundamentele wetenschap te combineren met een scherp inzicht in de vertaling van theorie naar praktijk.  “Hij weet ook precies wanneer hij risico’s moet nemen om ideeën te kunnen verwezenlijken.” Dit is de eerste Brit die de prijs wint sinds deze 17 jaar geleden in het leven werd geroepen – en dat was niet onopgemerkt aan Jim voorbij gegaan. “Ik was even bang dat jullie minder streng waren geworden,” zei hij lachend. Maar de voormalig scheikundig ingenieur, in 1974 afgestudeerd aan de universiteit van Birmingham, zegt dat het succes van INEOS niet aan slechts één man te danken is. “Ik ben zo ver gekomen door wat INEOS bereikt heeft, maar dat is niet alleen aan mij te danken,” zei hij. “We zijn een hechte club bij INEOS en het is vooral een teamprestatie geweest.” INEOS, zei hij, werkte heel anders dan de meeste bedrijven van vergelijkbare omvang. “Wij lijken meer op een soort bedrijvenvereniging,” legt hij uit. “Onze onderdelen zijn erg zelfstandig. Onze staf en onze top zijn heel vrij en onafhankelijk. “Daarom gedragen mensen bij INEOS zich, hopelijk, meer als eigenaars dan als werknemers. En ik hoop dat dit hun ondernemendheid stimuleert, zodat ze flexibel en snel reageren.” Volgens Jim was INEOS voorheen erg bezig met vaste kosten, betrouwbare apparatuur, winst en veiligheid. “Iedereen in onze bedrijfstak heeft het over veiligheid, maar onze Raad van Bestuur vergadert 10 tot 15 keer per maand en veiligheid is altijd het eerste punt op de agenda”. Tijdens zijn dankwoord en de vragenronde daarna ging Jim ook in op een gedenkwaardige periode in de geschiedenis van INEOS: de recessie van 2008-2009, en hoe het bedrijf die crisis wist te overleven, en op de hausse van schaliegas die de volledige maakindustrie in de Verenigde Staten op zijn kop heeft gezet. Hij vertelde ook waarom INEOS niet van bureaucratie houdt – ‘dat verstikt bedrijven’ – en waarom volgens hem het VK, waar voorheen het hoofdkantoor van INEOS gevestigd was, nog steeds in een recessie verkeert.  “Ik ben ervan overtuigd dat iedere economie een sterke basis in de maakindustrie nodig heeft,” zei hij. “De belangrijkste reden dat de VK niet uit deze recessie is gekomen, is dat het niet, of heel weinig, produceert.” Hij zei dat het heel bedroevend was geweest om de productie in het VK nagenoeg te zien instorten, terwijl die 15 jaar geleden nog op één lijn stond met Duitsland, op zo’n 25%. Nu bestaat nog maar 10% van de Britse economie uit productie, terwijl dat in Duitsland nog steeds 25% is. Dat komt, zo legde hij uit, doordat de Britse regering toen meer oog had voor financiële dienstverlening dan voor productie. “Ze dachten dat de toekomst in financiële dienstverlening lag”. Jim vertelde de aanwezigen dat een maakindustrie in welk land dan ook pas succesvol kan worden als hij unique selling points (USP’s) heeft.  “Het Verenigd Koninkrijk heeft tegenwoordig niet veel USP’s meer,” zei hij. “Er zijn niet veel redenen voor bedrijven om in de VK te willen produceren, behalve wellicht de Engelse taal.  “De belastingen zijn relatief hoog, de vakbonden zijn lastig, pensioenen zijn duur, logistiek is een uitdaging en energie is extreem duur.” Amerika, daarentegen, heeft volgens hem heel veel USP’s. “Zij hebben vaardig personeel, redelijke vakbonden, verstandige pensioenen en sinds kort, een heel groot voordeel: goedkope energie en goedkope grondstoffen,” zei hij. Tijdens de vragenronde werd Jim gevraagd wat hij van schaliegas vindt – de goedkope grondstof die de Amerikaanse maakindustrie een flinke opkikker heeft gegeven – en of de regering van de VS de export van schaliegas aan banden zou moeten leggen om de Amerikaanse economie te beschermen. “Ik kan me voorstellen dat ze dit misschien in sommige regio’s willen beperken,” antwoordde hij. “Maar over het algemeen denk ik dat dit internationaal zou worden gezien als een lastig precedent, omdat Amerika veel olie importeert.”  Als 17e ontvanger van de Petrochemical Heritage Award maakt Jim nu deel uit van een exclusief gezelschap, waartoe ook de voormalig bestuurder van Cain Chemical en de oprichter van Texas Petrochemicals Company behoren.  “Jims carrière is een mooi voorbeeld hoe een optimist voortdurend groeit,” zei Tom Tritton. “Hij heeft INEOS door twee diepe industriële baisses van het ene succes naar het volgende geleid. “Hij is ook duidelijk iemand van de lange adem. Hij is al sinds 1998 topman van INEOS en heeft dit jaar de marathons van Parijs, Londen en Genève in minder dan vier uur gelopen. “Ik vind het lopen van een marathon buitengewoon bewonderenswaardig. Het toont toewijding, doorzettingsvermogen en bereidheid om zware doelen op zich te nemen.”  The Chemical Heritage Foundation en de Founders Club hebben de Petrochemical Heritage Award in 1997 in het leven geroepen om inspirerende personen te belonen die een uitstekende bijdrage hebben geleverd aan de petrochemische industrie en aan kennisverbreiding over moderne wetenschap, industrie en economie onder het grote publiek. Het beestje moet een naampje hebben Heb je je ooit afgevraagd waar de naam INEOS vandaan komt?  Die vraag werd aan Jim Ratcliffe gesteld nadat hij de prijs in Texas in ontvangst had genomen. Deze unieke naam is 15 jaar geleden bedacht met behulp van twee zoons, twee woordenboeken en de stimulatie van een uiterste overnamedatum.  Op de vrijdag voordat Jim de overname van het bedrijf zou afronden, vroegen zijn bedrijfsjuristen een naam. Voor maandag.  Op zaterdagochtend kocht Ratcliffe twee woordenboeken, een Grieks en een Latijns, en ging hij er goed voor zitten met zijn zonen, toen 10 en 12 jaar oud. Met zijn drieën gingen ze op zoek naar een naam. En dankzij de bescheiden investering van 20 dollar vonden ze een heel betekenisvol woord. De activiteiten van het bedrijf bestonden uit INspec Ethyleen Oxide en Specialties. De letters vielen gewoon perfect op hun plaats. In de woordenboeken vonden de drie het woord ‘INEO’, Latijn voor een nieuw begin. ‘EOS’ is de Griekse godin van de dageraad en ‘NEOS’ betekent nieuw, baanbrekend en innovatief. En zo kozen ze de naam ‘INEOS’, die voor de dageraad van iets nieuws en innovatiefs staat. Het bedrijf voldoet al vanaf dag één aan die omschrijving.

    26 minuten gelezen Nummer 4
  • Steengoed

    Niemand weet precies wat schaliegas voor Europa kan betekenen, maar er liggen hier flinke voorraden. Die zijn bereikbaar met een proces dat ‘fracking’ wordt genoemd. Volgens INEOS is dit een kans die de EU niet kan laten liggen als het echt met Amerika wil concurreren. In de VS zijn de energieprijzen drastisch gedaald sinds er schaliegas wordt gewonnen. Er is een ware industriële opleving gaande. Banen en productieprocessen die eerst naar China waren uitbesteed, komen nu weer terug naar de VS.  Terwijl Europa twijfelt, plukt Amerika de voordelen van het schaliegas: lagere energiekosten, meer zekerheid van bevoorrading in energie en concurrerende grondstofprijzen die de Amerikaanse industrie stevig ondersteunen. En er blijven maar voordelen bij komen. Chemiebedrijven uit de hele wereld trekken naar de region rond Houston om nieuwe gaskrakers te bouwen, oude weer in gebruik te nemen en bestaande fabrieken uit te breiden. En dat allemaal om van het gas te profiteren dat er in enorme hoeveelheden voorkomt en de onmisbare grondstoffen bevat waarmee de petrochemische industrie  kunststoffen en oplosmiddelen maakt. De Amerikaanse branche-organisatie American Chemistry Council noemt dit een van de meest opwindende ontwikkelingen op het gebied van energie in Amerika in de afgelopen 50 jaar, een ontwikkeling die de industriële opleving van de VS aanjaagt. Na jarenlang banen te zien verdwijnen naar ontwikkelingseconomieën in Azië, brengen steeds meer Amerikaanse bedrijven hun productie nu terug naar de VS. Dit kan de ommekeer zijn. PricewaterhouseCoopers noemt het ‘de thuiskomst’. Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in Europa, loopt het anders. Ook daar is de baanbrekende technologie voorhanden om het natuurlijke gas uit schaliegesteente te winnen, maar tot dusver wordt er niets mee gedaan. En niemand weet hoe lang dat nog gaat duren. In Frankrijk, dat zwaar in kernenergie heeft geïnvesteerd, zet de kernindustrie zich af tegen schaliegaswinning. En in Duitsland, waar enorme windmolenparken zijn gebouwd, is er veel tegenstand door pleitbezorgers voor hernieuwbare energie. En zo duurt de discussie voort. INEOS heeft besloten om niet te wachten. Het koopt Amerikaanse grondstoffen voor zijn Europese fabrieken, zodat het wereldwijd competitief blijft in de businesses Olefins & Polymers. INEOS Olefins & Polymers in Noorwegen zal vanaf 2015 Amerikaans ethaan afnemen. Ethaan is een onmisbaar ingrediënt voor de productie van ethyleen. “We zijn overal actief als leverancier van wereldmarkten, dus hebben we echt concurrerend geprijsde grondstoffen nodig om hier in de toekomst te kunnen blijven bestaan,” aldus Magnar Bakke, Site Manager van INEOS Olefins & Polymers in Noorwegen. INEOS gelooft dat de mogelijkheid om jaarlijks 800.000 ton ethaangrondstof uit de Verenigde Staten te importeren een goede aanvulling is op de andere grondstofovereenkomsten voor Europese gaskrakers, waarmee het voorlopig zijn concurrentiepositie als Europese ethyleenproducent versterkt. Aan het Amerikaanse contract is twee jaar onderhandelen voorafgegaan – vanaf het eerste idee tot de daadwerkelijke ondertekening van de contracten. INEOS zal er tot 2015 geen financieel voordeel aan hebben. Maar wanneer het zover is, dan zijn de baten omvangrijk.  “We zouden nu al ethaan kunnen afnemen, maar er zijn nog geen geschikte systemen en infrastructuur voor het transport,” aldus David Thompson, Procurement Director van INEOS O&P in Europa. “Er moet bijvoorbeeld een exportterminal worden gebouwd.”  Nog niet lang geleden was Amerika afhankelijk van de import van vloeibaar aardgas. Nu wordt het straks zelf een belangrijke gasexporteur. Dat schaliegaswinning nu ineens economisch haalbaar is, is te danken aan horizontale boortechnieken en enorme ontwikkelingen in het ‘fracken’ van schaliegesteente. Olie- en gasbedrijven in de upstream sector hebben ontdekt hoe ze olie en gas uit gesteente kunnen persen waar dat voorheen te moeilijk en te duur leek. Kort gezegd: er is een manier ontdekt om lange, dunne scheurtjes in schalie en andere gesteenten open te kraken door onder hoge druk water, zand en chemicaliën in de grond te pompen, zodat het gas uit de rots wordt gedreven. “De technologie is de belangrijkste technische doorbraak,” zegt David. De VS heeft nu het probleem dat ze zo veel gas hebben, dat ze niet weten wat ze ermee aan moeten. Daardoor zijn de gasprijzen in de VS gekelderd en daarmee ook de prijs van de ethaangrondstof. Om de prijzen te stabiliseren, kunnen ze bijvoorbeeld op zoek gaan naar nieuwe klanten. En daar is INEOS er een van. David: “Het gas wordt nu nog in Amerika zelf gebruikt, maar een overeenkomst met ons bidet de VS een nieuwe manier om het ethaan te verkopen dat zo overvloedig aanwezig is in het hoofdzakelijk ‘natte’ schaliegas.” Sommigen houden het Amerikaanse gas liever in de VS. Dow Chemical is bijvoorbeeld bang dat ongereguleerde export de prijzen in de VS zelf zal opdrijven en een bedreiging vormt voor de investeringsbereidheid in de Amerikaanse industrie.  “Die discussie woedt nog steeds,” aldus David. Net voor de kerst sloot INEOS 15-jarencontracten met de drie bedrijven die de boringen, distributie, het vloeibaar maken en het transport van Amerikaans ethaan gaan verzorgen naar de fabriek van INEOS in Rafnes, Noorwegen. Het ethaan wordt van de Marcellus-schaliereserves in de Appalachen per pijpleiding naar Marcus Hook in Pennsylvania getransporteerd. Vanaf daar wordt het per schip naar Europa vervoerd. Hier wordt het gas opgeslagen in een nieuwe ethaantank, die naast INEOS’ bestaande opslagfaciliteiten voor lokaal gewonnen ethaan en LPG wordt gebouwd. De prijs van elk van deze grondstoffen – ethaan of LPG – bepaalt wat INEOS gebruikt voor de productie van ethyleen, een chemisch product dat een bouwsteen is van duizenden alledaagse producten. Die keuzemogelijkheid geeft INEOS dus heel veel flexibiliteit. Volgens David heeft de leveringsovereenkomst met Range Resources Appalachia LLC ook INEOS’ concurrentiepositie als Europees ethyleenproducent voor afzienbare tijd verstevigd. En nu de energieprijzen in Europa waarschijnlijk omhoog gaan ten gevolge van de nieuwe EU-beleidsregels om de economie CO2-armer te maken, is dat belangrijker dan ooit tevoren.  INEOS waarschuwt in een rapport aan de EU subcommissie van het Engelse Hogerhuis dat de stijgende energieprijzen de concurrentiekracht van Europese producenten dreigen in te perken. Met name chemische sectoren die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen staan onder druk.  “Wij zijn zeer kwetsbaar voor fluctuaties in de energieprijzen,” zegt Tom Crotty. Hoofd van INEOS Group. “We verkopen onze producten op fel concurrerende internationale markten en kunnen onze kosten niet aan de klant doorberekenen. “We kunnen ons niet veroorloven om in regio’s te werken waar de energieprijzen te hoog liggen.” INEOS zegt dat als Europa echt een CO2-arme economie wil, het niet alleen aan betaalbare CO2-arme energiebronnen moet werken, maar tegelijkertijd energieafhankelijke bedrijfstakken moet beschermen tegen sterke prijsstijgingen.  “Als Europa dat niet doet, dwingt het de producenten het werelddeel te verruilen voor meer concurrerende vestigingsplaatsen. En dat zou verlies van banen, investeringen en belastinginkomsten betekenen.”  CO2-arm moet niet noodzakelijk leiden tot verlies van industrie, vindt Tom. “Ze moeten proberen de industrie gebruik te laten maken van groene energie, in plaats van de industrie te verjagen.” Volgens Tom zijn energie-intensieve bedrijfstakken geen zogeheten ‘sunset industries’ (bedrijfstakken die geen lang leven meer beschoren is), die vooruitgang op milieuvlak in de weg staan. “Het zijn juist onmisbare leveranciers van grondstoffen en innovatie die nodig zijn om een groene economie te realiseren.” Naar schatting wordt voor iedere ton CO2 die de chemische branche gebruikt, meer dan twee ton bespaard dankzij de producten die gemaakt worden, zoals katalysatoren, isolatiematerialen, onderdelen voor windmolens en zonnecellen.  Volgens INEOS hebben zowel Duitsland als Frankrijk beleid dat de industrie het benodigde vertrouwen geeft om te investeren en floreren. Duitsland heeft belangrijke belastingkortingen op energie, terwijl Frankrijk langlopende energiecontracten mogelijk maakt.  “Het Verenigd Koninkrijk dreigt achterop te raken,” aldus Andrew Mackenzie van INEOS ChlorVinyls. “Elektriciteitsprijzen zijn in het Verenigd Koninkrijk hoger dan in andere Europese landen en onze gasprijzen zijn veel hoger dan die in landen buiten Europa. “Dit gebrek aan internationale concurrentiekracht zal het komend decennium nog veel groter worden doordat het overheidsbeleid de energieprijzen opdrijft.” Mackenzie zegt dat schaliegas – volgens velen de belangrijkste stap naar hernieuwbare energie in de toekomst vanwege de lage CO2-voetafdruk – een waardevolle nieuwe bron is die de energievoorziening van het VK zou verbeteren en beter concurrerende prijzen naar het VK zou brengen. Na een tegenvaller in mei 2011 zijn nu ook het in VK, in Lancashire, proefboringen naar schaliegas hervat. Naar schatting heeft het Verenigd Koninkrijk alleen in het noordwesten al 5,7 triljoen kubieke meter aan reserves. Dat is goed nieuws voor INEOS. “Ons succes in het Verenigd Koninkrijk is afhankelijk van concurrerende energie- en grondstofprijzen,” aldus Mackenzie.  “Als we toegang hebben tot concurrentieel geprijsde grondstoffen en energie, dan zou dat de petrochemische branche in het VK weer op weg kunnen helpen, zodat deze weer mee kan doen op de wereldmarkt.” In de VS is gas op dit moment, dankzij de schaliegasmeevaller, vijf keer zo goedkoop als in het VK. “Als de gasprijzen in het VK hetzelfde waren, dan zou de productie van chloor voor onze fabriek in Runcorn 50 miljoen pond per jaar goedkoper worden. Deze fabriek gebruikt nu nog net zo veel energie als heel Liverpool,” volgens Andrew. Proefboringen naar schaliegas in het VK zijn door de regeringscoalitie stilgezet toen Cuadrilla Resources Ltd een lichte aardschok veroorzaakte in de buurt van Blackpool.  Uit het daaropvolgende onderzoek door drie vooraanstaande geologen bleek dat fracking toch veilig is.  “Het was gewoon door de media opgeblazen,” volgens Tom. “De ‘aardbeving’ was lichter dan de kleine bevingen die elke dag optreden door verschuivingen in oude mijnschachten. In het rapport van de geologen staat dat er niets mis was, maar dat het bedrijf gewoon voorzorgsmaatregelen moet nemen om te voorkomen dat het zich opnieuw voordoet.”  INEOS wil graag met Cuadrilla samenwerken. “Ze willen het gas als brandstof gebruiken, maar of dat goed mogelijk is, hangt ervan af wat erin zit,” volgens Tom.  Voordat we natuurlijk gas commercieel kunnen verkopen, moeten sommige componenten uit de mengeling, zogenaamde fracties, worden verwijderd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan koolwaterstoffen als ethaan, butaan en propaan, heel gewilde grondstoffen in de chemische industrie. Tom: “Cuadrilla kent de samenstelling van het gas nog niet, omdat ze het nog niet uit de grond hebben, maar als ze die gassen eruit moeten halen, dan kunnen wij daarbij helpen.  We kunnen de gassen afnemen en gebruiken om chemische grondstoffen te maken voor waardevolle producten die gebruikt en hergebruikt kunnen worden.  Wat ons betreft wordt er niets verspild.”  INEOS heeft iets tegen onnodig afval.  “Ethaan is een van de meest waardevolle chemische grondstoffen ter wereld, omdat je er dingen van kunt maken, maar het meeste ethaan wordt verbrand omdat het niet uit de gastoevoer wordt geëxtraheerd.” INEOS bezit momenteel twee van de vier gaskrakers in Europa. Een daarvan staat in Noorwegen, de andere in Grangemouth in Schotland. Zo’n 30 jaar geleden werd de kraker in Grangemouth gebouwd met als doel op pure ethaan van de oliebooreilanden in de Noordzee te draaien. Maar de afgelopen 15 jaar is de aanvoer van ethaan, een lichter gas, afgenomen en vervangen door zwaardere gassen, die veel meer koolstof bevatten. “Door de koolstof raakt de ethaankraker verstopt en dan moet het hele ding worden stilgelegd om het schoon te maken. Dat is bijzonder inefficiënt,” zegt Tom Crotty. INEOS heeft pas nog miljoenen in de kraker in Grangemouth geïnvesteerd zodat hij de nattere, zwaardere grondstoffen aan kan. Op dit moment kan Grangemouth niet profiteren van het ethaan dat uit het goedkope schaliegas in Amerika is gehaald, zonder dat er eerst flink wordt geïnvesteerd. Er wordt nu onderzocht wat de opties zijn voor de site. “We zouden een nieuwe steiger, losinstallaties en opslagtanks moeten bouwen,” volgens Tom. “In Noorwegen hebben we veel van die zaken al op orde. En we gaan investeren in nieuwe fabrieken, zodat we er in de toekomst meer van kunnen afnemen.”

    14 minuten gelezen Nummer 4
  • Op weg naar de toekomst

    Sommige mensen zeggen dat achter iedere succesvolle man een sterke vrouw staat. Als hij nog leefde, zou de Duitse autofabrikant Karl Benz het daar waarschijnlijk van harte mee eens zijn. Want het was aan een publiciteitsstunt van zijn vrouw Bertha te danken dat zijn gepatenteerde Motorwagen in 1888 opeens alle aandacht kreeg en dat zijn bedrijf de eerste auto’s verkocht.  Op 5 augustus leende zij, zonder hem iets te zeggen, zijn auto en begon samen met hun twee oudste kinderen aan een historische tocht vanuit Mannheim in Duitsland. Het was voor het eerst dat iemand zo’n grote afstand met een auto aflegde. Mensen dachten toen dat auto’s gevaarlijk en onbetrouwbaar waren. Niemand wilde er een. Bertha besloot het tegendeel te bewijzen. Zij wilde dat niemand meer twijfelde. Auto’s hadden de toekomst. Ze vertrok in de ochtendschemering en kwam vlak na zonsondergang aan bij haar moeder in Pforzheim. Daar stuurde ze Karl een telegram en vertelde hem het goede nieuws. De volgende dag deed ze alle critici nog meer versteld staan door ook weer naar huis terug te rijden, waar ze haar echtgenoot een lijst overhandigde met suggesties voor alle mechanische mankementen die ze onderweg had ondervonden. Die reis van 106 km, 124 jaar geleden, was het startschot voor een liefdesrelatie met auto’s die tot op de dag van vandaag voortduurt.  In die tijd moest een sceptisch publiek ervan overtuigd worden dat de auto een geschikt vervoermiddel was. Tegenwoordig moeten we een manier vinden om de miljoenen auto’s die er nu al zijn en de nieuwe auto’s die er nog bij komen op de weg te houden en tegelijkertijd hun impact op mens en milieu terug te dringen.  Dat is een fulltime baan! Want de technologie gaat zo snel dat het lastig is te voorspellen in welke richting deze industrie zich uiteindelijk zal ontwikkelen. Gaan auto’s rijden op waterstof, biobrandstoffen, brandstofcellen, zonne-energie, elektriciteit, vloeibaar stikstof of aardgas? Worden ze gemaakt van kunststof, carbonvezel of aluminium? Er is geen eenduidig antwoord op deze vragen, maar de richting is uitgezet. De auto van de toekomst vraagt om materialen en technologie die hem lichter en veiliger maken, die het brandstofverbruik verlagen en de uitstoot fors verminderen. Conventionele auto’s halen nu een efficiëntie van ongeveer 15%. Het potentieel voor verbetering door geavanceerde technologie is dus enorm. Als je even wat verder kijkt, zul je ontdekken dat INEOS al een cruciale rol speelt in heel wat vernieuwingen die producenten doorvoeren om auto’s sterker, veiliger, lichter, sexier en efficiënter te maken, en tegelijkertijd te voldoen aan de eisen die vanuit milieuoogpunt worden gesteld. Kunststof is een belangrijk product. Hetzelfde geldt voor carbonvezel. Maar er zijn nog veel meer grondstoffen die INEOS maakt: voor banden, veiligheidsgordels, remvloeistoffen, antivries, luchtfilters en synthetische olie. INEOS’ Olefins & Polymers maakt HD polyethyleen en polypropyleen, samen de ruggengraat van de hele kunststofindustrie.  Autofabrikanten werken graag met kunststof omdat het in bijna elke gewenste vorm kan worden gegoten. Maar kunststof is niet alleen veelzijdig qua vorm. Het is ook ongelooflijk sterk en tegelijkertijd veel lichter dan staal. Daardoor kan het gebruikt worden voor lichtere auto’s met een veel lager brandstofverbruik, waarbij toch geen concessies worden gedaan qua veiligheid. Tegenwoordig worden de meeste brandstoftanks in Europa en Amerika, en naar schatting 40% van de tanks in Azië, gemaakt van kunststof in plaats van staal, omdat ze dan veel lichter zijn, gerecycleerd kunnen worden en niet corroderen. Enkele van’s werelds meest toonaangevende producenten gebruiken daarvoor de maatwerkpolymeren van INEOS. Ook de ontwikkelingen rondom carbonvezel zijn erg interessant. En ook hier is INEOS Nitriles nauw bij betrokken, als’s werelds grootste producent van acrylonitrile, een ingrediënt van carbonvezel.  Carbonvezel is 50% lichter dan staal, maar wel vijf keer zo sterk. Onze uitdaging is om het goedkoper te maken, zodat het in massaproductie genomen kan worden. Als dat gebeurt, zegt INEOS, is de potentiële milieuwinst, met het aantal auto’s dat tegenwoordig wereldwijd rondrijdt, enorm. Kijk maar eens naar de elektronica in de meeste auto’s. Je zult zien dat alle bedrading een pvc-bekleding heeft. Dat is vooral omdat het brandwerend is – een aspect dat steeds belangrijker wordt omdat het aantal elektronische componenten in een auto blijft toenemen.  “Anders dan rubber vergaat pvc rond kabels niet”, vertelt dr. Jason Leadbitter, Sustainability & Compliance Manager bij INEOS ChlorVinyls, de grootste pvc-producent van Europa. Zijn collega’s bij INEOS Oligomers werken ondertussen nauw samen met producenten van synthetische oliën en leveranciers van additieven, om de producten te leveren die hun klanten vragen. Geavanceerde synthetische oliën helpen de slijtage van motoronderdelen tegen te gaan en verbeteren de levensduur en de efficiëntie van moderne motoren. “Door de huidige vraag naar zuinige brandstoffen hebben zowel de eindgebruikers als de autofabrikanten meer aandacht gekregen voor smeermiddelen met een lage viscositeit”, zegt Michel Sánchez, PAO market development manager bij INEOS Oligomers. “En die trend zal doorzetten met de introductie van nieuwe smeermiddelen met maatwerk viscositeitsgraden.” Hij geeft aan dat de basisoliën uit groep IV– ook wel PAO’s genoemd – van INEOS buitengewoon goed presteren op het gebied van levensduur prestaties en betrouwbaarheid van motoren. De grondstoffen voor butadieen die INEOS Olefins & Polymers maakt, worden ook gebruikt om synthetisch rubber voor autobanden te maken. Het mooie van butadieen is dat het onder alle weersomstandigheden dezelfde prestaties levert en dat het in vergelijking met andere rubbersoorten bijzonder slijtvast is.  Er zijn momenteel wereldwijd meer dan 160 bandenfabrikanten die elk jaar meer dan een miljard euro uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling om auto’s efficiënter te maken en het rijgedrag en de remafstand te verbeteren. Ook INEOS Phenol heeft dit pad gekozen. Het maakt fenol voor kunsthars die gebruikt wordt om rubber meer geschikt te maken voor gebruik in autobanden en nylonverbindingen te maken voor het bandenkoord en andere thermoplastische kunststoffen. Maar INEOS Phenol gaat nog verder. Fenol en aceton zijn allebei nodig voor de productie van polycarbonaat, een fantastisch buigbaar materiaal dat op grote schaal wordt gebruikt voor zonnedaken, zijramen, achterlichten, koplampen en andere auto-onderdelen. Het mooie van polycarbonaat is dat je hieruit onderdelen uit één stuk kunt maken die licht en toch ongelooflijk sterk zijn. Daardoor bieden ze veel meer bescherming bij ongelukken. INEOS Phenol maakt ook aceton voor Perspex, voor acryl in verf en kunsthars voor remvoeringen en luchtfilters. De belangrijkste vraag is echter misschien wel waarop auto’s in de toekomst zullen rijden. Elke autofabrikant is, zonder uitzondering, druk doende om alternatieven voor fossiele brandstoffen te bestuderen en uit te zoeken welke gevolgen deze voor zijn product hebben. Ook op dit gebied is INEOS volop actief. Het heeft in Florida een bio-energiefabriek gebouwd die per jaar 30 miljoen liter geavanceerde biobrandstof kan maken uit afval, voor de auto’s van nu en van de toekomst.  Ondertussen hebben de collega’s van INEOS ChlorVinyls meegewerkt aan de ontwikkeling van een ‘waterstofsnelweg’ door Noorwegen. Zij hebben daarvoor een zuivere vorm van waterstof geleverd die onmisbaar is voor brandstofcellen. Deze waterstof is een bijproduct van het chlooralkaliproces op de INEOS-vestiging in Rafnes. “Daar wordt brandstof geleverd voor een van de waterstoftankstations langs de route Stavanger-Oslo”, vertelt Jason. Het is overduidelijk dat de chemische industrie onmisbaar is voor de autobranche. Volgens de International Council of Chemical Associations (ICCA) zorgen chemische producten voor vervoermiddelen momenteel jaarlijks voor een besparing van 230 miljoen ton aan broeikasgassen. In zijn rapport voor de Rio+20-top onderstreepte de ICCA ook dat de metallic een katalysator technologie, waarover INEOS Technologies licenties verleent, een grote doorbraak is geweest voor de productie an kunststoffen. “Met metalloceen polymeren is het veel vaker mogelijk om geavanceerde kunststoffen in auto’s te gebruiken in plaats van staal”, aldus de ICCA.  Wat er ook gebeurt, de auto-industrie zal bij bedrijven als INEOS blijven komen voor antwoorden op hun vragen.  En gelukkig heeft INEOS volop antwoorden!  BRANDSTOFTANKS Kunststof brandstoftanks nemen de rol van stalen tanks over omdat ze lichter zijn (lichtere auto’s zijn zuiniger), gerecycleerd kunnen worden en niet corroderen. INEOS Olefins & Polymers maakt HD-polymeren voor kunststof brandstoftanks. BANDEN Er zijn momenteel wereldwijd meer dan 160 bandenfabrikanten die elk jaar meer dan een miljard euro uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling om auto’s efficiënter te maken en de remafstand te verbeteren. INEOS Olefins & Polymers maakt de materialen waarvan banden gemaakt worden. Deze verbeteren de prestaties en de slijtvastheid. INEOS Phenol maakt kunstharsen op fenolbasis die gebruikt worden om rubber meer geschikt te maken voor gebruik in autobanden. Het alfamethylstyreen draagt bij aan betere en energiezuinige banden. INTERIEURS In auto-interieurs worden kunststoffen toegepast om de auto’s mooier én veiliger te maken. INEOS Olefins & Polymers maakt HD-polyethyleen en polypropyleen, die samen de ruggengraat vormen van de hele kunststofindustrie. De fenol en aceton van INEOS zijn allebei nodig voor polycarbonaat, een materiaal dat gebruikt wordt voor een nieuwe vormgeving van auto’s en hun interieurs. INEOS Phenol maakt fenol en aceton, die allebei nodig zijn om polycarbonaat te maken. BRANDSTOF De wereld is op zoek naar alternatieven voor de traditionele fossiele brandstoffen. INEOS Bio maakt geavanceerde biobrandstoffen (uit afval, niet uit voedingsgewassen) die gemengd kunnen worden met benzine. Deze technologie levert ook groene stroom op, die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om accu’s op te laden. SYNTHETISCHE OLIE De vraag naar lager brandstofverbruik en efficiëntere motoren heeft meer interesse gewekt voor smeermiddelen met een lage viscositeit. INEOS Oligomers levert hoogwaardige basisoliën aan producenten van synthetische oliën en additieven, voor zuinigere auto’s. ELECTRONICA De elektronische componenten van auto’s worden vaak in pvc gecoat omdat pvc brandwerend is en – in tegenstelling tot rubber – niet vergaat. INEOS ChlorVinyls is de grootste pvcproducent van Europa. CARROSSERIE Carbonvezel is 50% lichter dan staal, maar toch 5 keer zo sterk. Er wordt steeds meer carbon in auto’s verwerkt om ze lichter te maken zonder aan veiligheid in te boeten. INEOS Nitriles is ‘s werelds grootste producent van acrylonitrile, het hoofdbestanddeel van carbonvezel. Zonder acrylonitrile zou er geen carbonvezel zijn.

    14 minuten gelezen Nummer 4
  • Groene Chemie

    De wereld staat voor een voortdurende en groeiende uitdaging. Hoe kunnen we voldoen aan de eisen van een snel groeiende bevolking – 7 miljard mensen volgens de jongste cijfers – een wereld met eindige bronnen; en dit zonder – onze planeet in gevaar te brengen? Eén sector die alvast een antwoord biedt en méér doet om deze uitdaging aan te gaan dan het grote publiek beseft, is de chemische industrie.  Wereldwijd is de chemische industrie hard op zoek naar oplossingen voor veel van de problemen die een almaar groeiende wereldbevolking met zich meebrengt. Dankzij dit werk – een resultaat van de allereerste VN-conferentie over milieu en ontwikkeling, die in 1992 in Rio de Janeiro werd gehouden – zijn agrariërs duurzame landbouwmethoden gaan gebruiken en hebben meer en meer mensen toegang tot schoner en veiliger drinkwater. Bovendien heeft deze extra inspanning geleid tot medische doorbraken, heeft hij ons energiegebruik totaal veranderd en heeft hij geholpen de hoeveelheid broeikasgassen terug te dringen.  En het werk gaat nog steeds door. Vorig jaar hebben we als chemische bedrijfstak, waarin over de hele wereld meer dan zeven miljoen mensen werken, geïnventariseerd wat we de afgelopen 20 jaar, sinds die eerste VN-conferentie, hebben bereikt. Daarnaast hebben we vooruit gekeken hoe we samen de uitdagingen die zich sindsdien hebben aangediend te lijf kunnen gaan. Tijdens de Rio+20-conferentie zei Steve Elliott, hoofd van de Chemical Industries Association voor het VK, dat de chemische bedrijfstak vooroploopt wat betreft de ontwikkeling van een groene economie. Aan deze conferentie namen vertegenwoordigers uit 196 landen deel. “Zonder chemische bedrijven zijn groene technologie en een groene economie gewoonweg niet mogelijk,” zei hij. Elliott zei dat hij hoopte dat de buitenwereld door Rio+20 zou inzien dat de bedrijfstak er met belanghebbenden samen aan heeft gewerkt om burgers, de planeet en bedrijven vooruit te helpen. Een deel van die vooruitgang wordt belicht in een rapport van de International Council of Chemical Associations (ICCA), internationaal de stem van de chemische bedrijfstak. Het hoofd van de ICCA, Andrew Liveris, stelde tijdens een van de forumgesprekken dat de geboekte vooruitgang het resultaat was van innovatieve ideeën, technologieën en processen die allemaal uitsluitend mogelijk waren door chemie.  “Wereldwijd maakt de chemische industrie juist dat mogelijk wat we nodig hebben om mondiale uitdagingen aan te gaan,” aldus Liveris.  In zijn rapport stelt ICCA dat voor een groene economie innovatie nodig is in alle branches – een mening die ook de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-Moon, deelt. “Met de huidige schaarste en economische onzekerheid zijn inspanningen van de overhead alleen onvoldoende,” zei hij. “Iedereen moet zijn steentje bijdragen aan het gezamenlijke doel – investeerders, topmannen, maatschappelijke organisaties, technisch experts en vakmensen.”  Ook Carlos Fadigas, topman van het Braziliaanse chemieconcern Braskem, nam deel aan de ICCA-forumdiscussie bij de conferentie. Volgens hem is het van essentieel belang om bronnen zo efficiënt mogelijk te benutten. “We moeten niet alleen streven naar duurzame productie, maar ook naar duurzame consumptive en echt zorgen dat we anders gaan produceren en werken, en dat we goederen en diensten anders gaan gebruiken,” zei hij.  “Willen we dat bereiken, dan moeten alle bedrijven duurzaamheid vooropstellen in hun zakelijke strategie. En steeds meer chemische bedrijven doen dat.”  De ICCA gaf aan dat ze hoopten dat Rio+20 meer overheden zou overhalen om omstandigheden te scheppen waarin chemische bedrijven snel kunnen handelen om nog betere oplossingen voor de steeds veranderende behoeften van de bevolking te vinden.  “Voor duurzame ontwikkeling zijn innovatieve, efficiënte oplossingen nodig,” aldus de ICCA. “En chemische bedrijven uit heel de wereld zullen een sleutelrol spelen bij de overgang naar een groene economie zoals die bij Rio+20 tot doel is gesteld.”  De ICCA blijft ontwikkelingseconomieën stimuleren om verantwoordelijk om te gaan met ruim 2000 chemicaliën die op dit moment op de markt zijn. Dit doet de organisatie middels specifieke workshops – in regio’s als het Midden-Oosten, Afrika en Azië –, die tot nu toe zijn geleid door toonaangevende chemiebedrijven die graag hun beste werkwijzen toelichten. “Het is de verantwoordelijkheid van zowel producenten, overheid als alle anderen die chemische producten verkopen of gebruiken om veilig beheer en gebruik ervan te stimuleren,” aldus het rapport. Rio+20 volgde op de publicatie van het eerste duurzaamheidsrapport ooit dat de Europese chemie-brancheorganisatie Cefic heeft uitgebracht. Dit rapport is opgesteld om meer mensen te informeren over de maatschappelijke voordelen van het werk van de chemiebranche. “Dat is een flinke kluif,” zegt Tom Crotty, die ook lid van de raad van bestuur van Cefic is. Cefic is de Europese raad van de chemische bedrijfstak. Deze in Brussel gevestigde organisatie meldde dat uit haar eigen en externe onderzoeken is gebleken dat de publieke opinie over de chemiebranche in ieder land anders is.  Het rapport, waarin voorbeelden van innovatieve producten en initiatieven en baanbrekende vorderingen voor het voetlicht worden gebracht, was bedoeld om het overwegend negatieve beeld van de chemische bedrijfstak bij te stellen. “De chemische industrie heeft van alle bedrijfstakken misschien wel de beste mogelijkheden om duurzaamheidsuitdagingen aan te gaan,” zei hij. “Want er is bijna geen product, dienst of menselijke activiteit waarbij niet op een of andere manier gebruik wordt gemaakt van chemie.” In het rapport onderstreept Cefic het belang van een open communicatie. “Samenwerking en partnerschappen met andere bedrijven in de branche zijn van wezenlijk belang,” aldus Giorgio Squinzi, hoofd van Cefic. “Maar hetzelfde geldt ook voor partnerschappen met overheden, andere spelers in de toeleveringsketen en opleidingen onderzoeksinstellingen.”

    7 minuten gelezen Nummer 4
  • Een objectieve blik

    Hoogleraar Peter Styles is een van de drie deskundigen die in 2011 door de Britse overheid werden ingehuurd om een onafhankelijk rapport op te stellen, nadat fracking tot twee aardbevingen had geleid in het noorden van Engeland. Hij legt uit waarom de toekomst van Groot-Brittannië afhangt van de enorme voorraden schaliegas diep onder de grond.  De redding voor Groot-Brittannië kan te vinden zijn in schaliegas dat al 300 miljoen jaar in gesteenten opgesloten zit.  Hoogleraar Peter Styles is ervan overtuigd dat Groot-Brittannië zijn enorme voorraden moet aanboren als het zijn energievoorziening op de lange termijn veilig wil stellen. “Dit is heel erg belangrijk,” zegt hij. “Ik denk niet dat mensen beseffen hoe kwetsbaar het Verenigd Koninkrijk is.  Op dit moment verwarmen en koken we in het Verenigd Koninkrijk in 70% van de huizen en bedrijven op gas, en de helft daarvan is import. Een deel van dit gas komt uit Noorwegen, wat waarschijnlijk prima is, maar veel gas komt uit Siberië en die toevoer is in de loop der jaren niet de meest betrouwbare gebleken.”  In januari 2009 hield de levering aan een aantal Europese landen ineens helemaal op vanwege een meningsverschil tussen Oekraïne en Rusland over de prijs van het aardgas.  “We hadden nog maar voor twee dagen voorraad” vertelt hij.  “En als dat gebeurt, krijgen bedrijven als INEOS ChlorVinyls in Runcorn, de op twee na grootste gasverbruiker in Groot-Brittannië, geen gas meer en krijgt huishoudelijk gebruik voorrang.”  Maar volgens Styles kan Groot-Brittannië überhaupt maar een gasvoorraad voor 12 dagen opslaan.  “Frankrijk heeft 120 dagen en Duitsland 150. Wij hebben 12 dagen.” En dat wordt waarschijnlijk nog minder. Tegen 2015 moet Groot-Brittannië van de EU zes kolencentrales gesloten hebben. “Daarmee verliezen we zo’n acht tot negen gigawatt opgewekte elektriciteit,” aldus Styles. “Dat is de energie voor één hele dag per week. Dus moeten we het dan met een dag aan energie per week minder doen. Hoe gaan we dat opvangen? Wellicht niet met windturbines, want die wil niemand in zijn achtertuin hebben.” Volgens de hoogleraar moet het Britse volk gaan inzien wat het betekent als het de ontginning van schaliegas in het Verenigd Koninkrijk afwijst, geen windmolenparken wil hebben en weigert om bedrijven opslagfaciliteiten voor gas te laten bouwen, zoals in 2001 in Byley (Cheshire) in Engeland gebeurde. “Een veelgehoorde reactie: ‘Ik weet er niets vanaf, maar ik weet wel zeker dat ik het niet wil.’ En dat is prima. Als mensen het niet willen, kan ik daar mee leven. Maar dan moeten we wel de gevolgen aanvaarden, en dat kan zijn dat we moeten rondkomen met minder energie.” Op 30 januari had de Britse kernenergiesector een flinke tegenvaller. Hun plannen om in Cumbria een locatie te zoeken voor een ondergrondse afvalopslag ter waarde van 14 miljard euro werden door het bestuur van de county afgewezen.  “Ik weet niet of de county inziet dat nu dus nog zeker 10 jaar (of meer) het grootste deel van het radioactieve afval van het Verenigd Koninkrijk - waaronder ook 100 ton plutonium - bovengronds moeten worden opgeslagen in Sellafield,” zegt hij.  “Dat is niet bevorderlijk voor de kernenergiesector. Het betekent dat er geen nieuwe kerncentrales in het Verenigd Koninkrijk worden gebouwd, omdat er geen oplossing voor het kernafval is. Maar naast gas is dit onze enige lange termijn oplossing voor, wat CO2 betreft, schone basisenergievoorziening.  “Soms zijn mensen verrast als ik ze vertel dat radioactieve ertsen sowieso uit gesteenten komen. Daar ontstaan ze. Dat het ondanks de van nature aanwezige radioactiviteit niet makkelijk is om ze te vinden. En dat het dus helemaal niet zo onlogisch is om radioactieve stoffen diep onder de grond op te slaan.  “Nu ligt al dat afval bovengronds in Sellafield, onder opslagomstandigheden die 50 jaar geleden zijn ontwikkeld.” Een andere controverse in wording - waar actievoerders veel energie in steken – is de zoektocht naar schaliegas en de omstreden techniek die daarbij hoort, fracking. Bij fracking worden water, zand en chemicaliën onder hoge druk in het gesteente gepompt om het gas aan het gesteente te onttrekken.  “Het schaliegesteente is zo dicht samengeperst dat het gas er na 300 miljoen jaar nog steeds in zit,” volgens Styles. “Maar in Bowland Basin in Lancashire ligt een schaliepakket van zo’n 800 meter dik. Dat is vier keer zo dik als de schalielagen in de VS, die daar bijna al hun gas uit halen.” Tegenstanders denken dat fracking ‘grote milieurisico’s’ met zich meebrengt. Styles is een van drie deskundigen die in 2011 door de Britse regering warden ingehuurd voor een onafhankelijk rapport, toen de techniek twee bevingen in Blackpool leek te hebben veroorzaakt. Hij zegt dat het veilig is, zolang het maar goed gecontroleerd gebeurt. “In Stoke-on-Trent komen regelmatig grotere bevingen voor door overstromingen in oude mijnschachten,” zegt hij. “Daarmee wil ik niet zeggen dat voelbare aardbevingen niet storend zijn, maar als de fracking goed gecontroleerd gebeurt, hoeft het helemaal geen voelbare aardbevingen te veroorzaken.” Volgens hem zijn de angsten van tegenstanders over watervervuiling ook ongegrond.  “Onze bedrijfstak heeft de strengste regels,” aldus Styles. “Als INEOS ChlorVinyls in Runcorn één blikje cola door de afvoer laat lopen, dan gaan ze al over hun lozingsvergunning heen.  “Zo streng zijn de regels in het Verenigd Koninkrijk.” Verder vertelt hij dat één van de chemicaliën, waarin het zand en het water vermengd worden, eigenlijk een detergent is, vergelijkbaar met gewoon vaatwasmiddel. “Iemand die zijn auto wast, staat er niet eens bij stil of hij dat wel door het riool mag spoelen,” zegt Styles. “En verfkwastreiniger is verschrikkelijk spul, maar ook dat gooien mensen door hun afvoer. Komt het niet in ze op dat hun afvoer kan lekken?” Bedrijven die naar schaliegas boren, moeten meer dan 600 meter van een waterloop weg blijven om te fracken. Styles: “In de praktijk fracken ze op 3 km diepte. Zeg nu zelf: Waar is de kans op vervuiling nu groter?” En hij voegt toe: “Als mensen bezwaren hebben, moet dat niet op basis van pseudo-wetenschappelijke argumenten zijn.” Naar verwachting liggen in Groot-Brittannië enorme hoeveelheden schaliegas. Hoeveel daarvan daadwerkelijk toegankelijk is, is nog het onderwerp van debat. “Het Verenigd Koninkrijk is dichter bevolkt dan Amerika, dus dat helpt niet,” volgens Styles. “Ik kan je vertellen of het technisch mogelijk is om het eruit te halen, maar de ontwikkelaars moeten beslissen of het ook economisch haalbaar is. Zo niet, dan beginnen ze er niet eens aan.  “Maar de grootste uitdaging bij bijna alle grote vraagstukken van deze aard, zoals radioactief afval, CO2-opslag en nu schaliegas, is om mensen, zoals de regering, gemeenten en plaatselijke pressiegroepen, te overtuigen dat dit kan en mag.” En dat is het probleem.  Vroeger haalde je warmte en stroom uit de buurt, volgens de hoogleraar. “Je ging erop uit en stak turf of hakte bomen om. “Het elektriciteitsnet is een geweldige vinding, maar heft mensen wel vervreemd van de bron. Mensen weten niet goed meer wat er echt gebeurt. “Iedereen wil energie, maar niemand wil zien waar het vandaan komt, behalve dan als het van een gezellig haardvuur is.” Styles is teleurgesteld dat er ook mensen zijn die er geen moeite mee hebben om gas te krijgen uit landen waar geen regels gelden.  “Lekkende gasleidingen uit Siberië hebben een hogere CO2-voetafdruk dan de verbranding ervan in het Verenigd Koninkrijk.” Als mensen zeggen dat er bij schaliegaswinning meer gelekt wordt dan bij conventioneel aardgas, dan moeten ze daar eens over nadenken. We kunnen net zo goed hetzelfde volume CO2 rechtstreeks de lucht in pompen. “Wij willen gas, maar zij hebben onze problemen. Wereldwijde veranderingen trekken zich niets van grenzen aan. Het klimaat wordt hier ook gewoon warmer. “En niet alleen dat. Het is ook moreel niet verantwoord om anderen op te zadelen met milieuproblemen die wij met ons energieverbruik veroorzaken.” Volgens Styles is schaliegas beter voor het milieu dan steenkool, wat betreft de hoeveelheid geproduceerde broeikasgassen. “Het is maar half zo slecht als steenkool.” Veel bedrijven hebben al vergunningen van de Britse overheid gekregen om naar petroleum en conventionele gassen te zoeken en boren. Tot deze conventionele gassen behoren ook methaangas uit steenkoollagen en schaliegas, in tegenstelling tot wat velen ten onrechte denken. “Deze bedrijven zijn contractueel verplicht om onder die licentie enkele exploratieboringen te verrichten,” aldus Styles.

    10 minuten gelezen Nummer 4
  • Het klimaat verandert

    In eerste instantie zou je niet verwachten dat een van ’s werelds grootste milieuvoorvechters en het op twee na grootste chemieconcern ter wereld veel met elkaar gemeen hebben. Maar het klimaat is veranderd, zoals de Britse voormalig regeringsadviseur Jonathon Porritt heeft gemerkt. Milieudeskundige Jonathon Porritt is er van overtuigd dat private bedrijven als INEOS de beste mogelijkheden hebben om de wereld te verbeteren. Hij stelt dat zij beschikken over de juiste wil, wens, kennis en een overtuigende bedrijfsstrategie om de klimaatverandering en andere dringende duurzaamheidskwesties aan te pakken. “Het echte leiderschap om de wereld duurzaam te maken komt op dit moment van private bedrijven”, zegt hij. “Het komt niet van overheden. Overheden zijn vleugellam door hun eigen beperkingen.” Maar volgens hem kunnen overheden wel helpen door investeringen minder risicovol te maken, zodat de kapitaalmarkten echt inzien wat een duurzame wereld zou inhouden. Dat betekent consequent beleid en stimuleringsmaatregelen om de kapitaalmarkten een koers te bieden voor de lange termijn. “Overheden hebben niet alleen een mandaat om dingen te realiseren”, vertelt hij. “Ze moeten er ook voor zorgen dat verkeerde ontwikkelingen gestopt worden.” “INEOS heeft laten zien dat het bereid is om zijn intellectuele innovaties in te zetten. Het is een bron van oplossingen voor de duurzaamheidsvraagstukken waarmee we momenteel geconfronteerd worden. INEOS is een van de bedrijven die in staat zijn om deze kansen te grijpen.” Jonathon sprak met INCH magazine naar aanleiding van een ontwerprapport dat hij voor de Britse regering heeft opgesteld over de toekomst van de industriële biotechnologie. In dat rapport schenkt hij veel aandacht aan INEOS’ baanbrekende activiteiten in Vero Beach in Florida, waar het’s werelds eerste fabriek op commerciële schaal heeft gerealiseerd die diverse soorten afval kan omzetten in biobrandstof en duurzame elektriciteit. Zijn rapport, dat op 22 januari is uitgekomen, moedigt vooral de industriële sector aan om anders te gaan denken. Het rapport richt zich niet zozeer op de overheid. Maar Jonathon is het er mee eens dat de overheid wel een rol moet blijven spelen. “Ik ben geen voorstander van meer regulering, maar het kan wel een groot verschil maken,” vertelt hij, “vooral bij grote onderwerpen als klimaatverandering.” Jonathon stelt dat INEOS, net als alle andere grote chemiebedrijven, nog steeds ‘verslaafd is aan olie’, maar dat het wel op veel gebieden prima presteert. Hij doelt daarmee op INEOS’ betrokkenheid bij The Natural Step. Dit is een wereldwijd duurzaamheidsinitiatief dat in Zweden is opgezet om een helder wetenschappelijk kader te scheppen voor de veranderingen die nodig zijn in onze economie. INEOS en Norsk Hydro zijn daarbij benaderd omdat ze bij de grootste pvc-producenten ter wereld horen. “Die inzet was cruciaal”, aldus Jonathon. Op de Europese kunststof-top die onlangs in Duitsland werd gehouden, complimenteerde Jonathon INEOS – en de kunststofbranche als geheel – met hun huidige bijdragen aan een duurzame toekomst. “Die inspanningen laten zien dat het beeld dat veel mensen in de EU nog steeds hebben van de kunststofindustrie – een aanhoudende milieuramp van ongekende afmetingen – helemaal niet klopt”, legde hij uit tijdens zijn lezing op de PolyTalk-top in Wiesbaden. Hij vertelde dat de overweldigende stroom aan nieuwe ideeën vanuit alle bedrijfstakken die kunststof gebruiken – auto’s, elektronica, gezondheid, landbouw, verpakkingen, energie, verlichting, bouw – hem goede hoop gaf op een betere en slimmere toekomst. Zijn woorden vielen in erg goede aarde bij dr. Jason Leadbitter, Sustainability and Compliance Manager bij INEOS ChlorVinyls. “Pvc wordt er vaak uitgepikt, en niet altijd om een goede reden. Het was fijn en erg bemoedigend om zoveel lof te krijgen”, vertelde hij na de top. In zijn lezing legde Jonathon uit dat de kunststofsector het vooral moeilijk zou hebben om mensen van buiten de sector te overtuigen. Er is een ernstig geloofwaardigheidsprobleem, omdat de sector het in het verleden vaak niet goed heeft gedaan. Maar, zo zei hij, hij heeft ook begrip voor de frustratie over milieuactivisten die alleen naar het verleden kijken en niet naar de toekomst. Toch heeft de kunststofbranche volgens hem ngo’s nodig (niet-gouvernementele organisaties), omdat zij het vertrouwen van de maatschappij hebben weten te winnen en daardoor als intermediair kunnen optreden in complexe en controversiële debatten. “Als we niet veel doelgerichter gaan samenwerken, zijn de vooruitzichten voor de sector uiteindelijk veel minder rooskleurig dan ze zouden kunnen zijn”, hield hij zijn publiek voor. BMaar Jonathon staat niet kritiekloos tegenover de rol van ngo’s. Hij vertelde dat hij soms erg gefrustreerd raakt over de manier waarop ngo’s misbruik maken van het vertrouwen dat ze genieten. Vooral in Groot-Brittannië zouden sommige ngo’s volgens hem het nimby-gevoel (‘not in my back yard’, ofwel: dat wil ik niet in mijn achtertuin) van mensen erg opkloppen, met name op het gebied van nieuwe afvalverwerkingstechnologie. “Als ze maar een fractie van die energie eraan zouden besteden om mensen bewust te maken van een meer geïntegreerde en genuanceerde visie op afvalverwerking in onze maatschappij, dan zouden we er heel anders voor staan”, zei hij. Hij vertelde dat hij als voorzitter van The Natural Step in Groot-Brittannië een aantal van deze problemen heeft ervaren toen hij samen met INEOS en Norsk Hydro aan een initiatief werkte om exact te bepalen hoe een ‘werkelijk duurzame pvc-industrie’ eruit zou zien. “Sommige ngo’s vonden het zelfs al ongepast om het erover te hebben”, vertelde hij op de PolyTalk-top. “Zij waren van mening dat het onmogelijk was om een werkelijk duurzame visie voor de toekomst van pvc te formuleren. Zij zagen het als een ‘contradictio in terminis’ en liepen uiteindelijk weg bij de besprekingen.” Dit initiatief van Natural Step heeft wel echter geleid tot de ontwikkeling van Vinyl 2010, een vrijwillig engagement om 10 jaar lang te onderzoeken wat de kunststofbranche aan pvc kan doen, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar in heel Europa. “Het mooie van Vinyl 2010 is juist dat het vrijwillig is, en tegelijk wel degelijk concreet en slagvaardig”, licht Jonathon toe. “Veel initiatieven hebben geen slagkracht. Het is voor bedrijven eenvoudig om er een handtekening onder te zetten omdat er geen consequenties zijn als ze alles bij het oude laten en zich passief opstellen.” Sindsdien heeft de kunststofsector nog een stap verder gezet met VinylPlus, dat nog ambitieuzer is in zijn doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. In het interview met INCH legt Jonathon uit dat de moeizame relatie en de tegenstellingen tussen bedrijven en ngo’s voor een deel een erfenis uit het verleden zijn. “Vroeger leken het bedrijfsleven en de ngo’s altijd met elkaar overhoop te liggen, met de ene confrontatie na de andere”, vertelt hij. “Nu werken de meeste ngo’s graag met bedrijven samen als ze zien dat deze bedrijven begrijpen wat zij proberen te bereiken.” Dit initiatief van Natural Step heeft wel echter geleid tot de ontwikkeling van Vinyl 2010, een vrijwillig engagement om 10 jaar lang te onderzoeken wat de kunststofbranche aan pvc kan doen, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar in heel Europa. “Het mooie van Vinyl 2010 is juist dat het vrijwillig is, en tegelijk wel degelijk concreet en slagvaardig”, licht Jonathon toe. “Veel initiatieven hebben geen slagkracht. Het is voor bedrijven eenvoudig om er een handtekening onder te zetten omdat er geen consequenties zijn als ze alles bij het oude laten en zich passief opstellen.” Sindsdien heeft de kunststofsector nog een stap verder gezet met VinylPlus, dat nog ambitieuzer is in zijn doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. In het interview met INCH legt Jonathon uit dat de moeizame relatie en de tegenstellingen tussen bedrijven en ngo’s voor een deel een erfenis uit het verleden zijn. “Vroeger leken het bedrijfsleven en de ngo’s altijd met elkaar overhoop te liggen, met de ene confrontatie na de andere”, vertelt hij. “Nu werken de meeste ngo’s graag met bedrijven samen als ze zien dat deze bedrijven begrijpen wat zij proberen te bereiken.” Hij vertelt aan INCH magazine dat bedrijven zelfs 10 jaar geleden nog niet goed begrepen wat duurzaamheid betekende. In de jaren 90 was ‘groenwassen’ een bekend fenomeen. Veel vooraanstaande bedrijven probeerden hun klanten tevreden stellen door op grond van onterechte beweringen ‘milieuvriendelijk’ te lijken. “Er waren bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel droegen, maar dat nooit werkelijk waar hebben gemaakt. Dat was een ernstig probleem, omdat het tot diepgewortelde scepsis heeft geleid. Mensen gingen denken dat ze voor de gek werden gehouden over milieuthema’s.” Dat is nu anders, zegt hij. Er zijn drie goede redenen waarom bedrijven duurzamer zijn geworden en zijn gaan inzien dat het financieel aantrekkelijk is om te zorgen dat hun bedrijf de bronnen heeft om duurzamer te concurreren op de wereldmarkt. De drie belangrijkste drijfveren voor een duurzame welvaartsgroei zijn volgens hem regelgeving door de overheid, verwachtingen van de consument en industriële innovatie. Hij zegt dat hij er erg van onder de indruk is dat veel bedrijven nu inzien dat ze voor moeilijke uitdagingen staan en dat ze deze uitdagingen ook echt aangaan. “Politici willen op korte termijn stemmen trekken, maar bedrijven kijken naar de lange termijn”, vervolgt hij. Hij betreurt het dat consumenten wel veel over duurzaamheid praten, maar er lang niet altijd rekening mee houden bij hun aankopen. “Dat kan heel frustrerend zijn”, vindt hij. “Maar echt duurzame ondernemingen mogen nog steeds hopen dat hun klanten hen uiteindelijk op de juiste manier belonen.” “Duurzame producten zouden echter niet duurder mogen zijn dan andere, want dan werkt het gewoon niet.”

    12 minuten gelezen Nummer 4
  • Debat: Is klimaatverandering een ramp die zich binnenkort zal voltrekken, of een technologische uitdaging die overwonnen kan worden?

    Wetenschappers waarschuwen dat het recordtempo waarin het ijs op de Noordpool smelt een teken is van een zeer zorgwekkende ontwikkeling – en een overduidelijk signaal dat de maatschappij snel moet handelen om de klimaatverandering tegen te gaan. Maar is klimaatverandering een ramp die zich binnenkort zal voltrekken, of een technologische uitdaging die overwonnen kan worden? Wat zeggen ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen?   Ja: Klimaatverandering gaat ons allemaal aan. De opwarming van de aarde dwingt ons om in actie te komen. Helaas bevatten de meeste ideeën die mensen aandragen geen oplossing voor het probleem. Daarom moeten we in eerste instantie het energiebeleid op orde stellen. Het beleid moet geformuleerd worden vanuit de wetenschappelijke, de engineering en de technologische kennis die we hebben. Hierbij zijn twee zaken echt belangrijk. Het eerste is dat er enorm veel bereikt kan worden via energie-efficiëntie en besparing: betere auto’s, beter geïsoleerde woningen. Het tweede – en dit is net zo belangrijk – is inzien dat aardgas twee derden minder CO2 uitstoot dan steenkool. Richard Muller, seniorwetenschapper aan het Amerikaanse Lawrence Berkeley National Laboratory De klimaatverandering stelt de wereld voor grote uitdagingen. Het is echter ook een sterke stimulans voor onderzoek en ontwikkeling, en voor creatieve oplossingen waarmee steden en gemeenschappen op het probleem vooruit kunnen lopen en zich kunnen aanpassen aan de gevolgen van de verandering. Landen die daarin succesvol zijn, hebben meer mogelijkheden om hun eigen nationale uitdagingen aan te kunnen en om andere landen groene technologie en oplossingen aan te bieden. Zij kunnen hun mannetje staan in een wereld die verandert. Singapore investeert actief in deze rol en presenteert zichzelf als testlab voor nieuwe technologie en voor bedrijfsmodellen die groene oplossingen kunnen bieden voor heel de wereld.The National Climate Change Secretariat, Singapore Er voltrekt zich een catastrofe. Een van de grootste natuurfenomenen ter wereld hebben we al kapot gemaakt (de Noordpool, waarvan in angstaanjagend tempo al grote delen gesmolten zijn) en een ander deel van de natuur hebben we vreselijk toegetakeld (de oceanen, waarvan de zuurtegraad meer dan 30% hoger is dan 40 jaar geleden). De technische uitdagingen die deze problemen met zich meebrengen (snel overstappen op hernieuwbare bronnen) zijn eerder gering vergeleken met de moeite die het de politiek kost om de fossiele-energiesector ook met de neus in dezelfde richting te krijgen. Tot nu toe heeft deze sector alle verandering tegengehouden.Bill McKibben, Amerikaans milieuactivist Sommige veranderingen in het klimaat zijn onvermijdbaar, vanwege de ophoping van emissies die in de loop der tijd in de atmosfeer is ontstaan, maar gelukkig zijn er veel technische mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Die oplossingen zijn niet goedkoop, maar niets doen zal uiteindelijk vele malen duurder zijn. Het blijft wel lastig om voldoende financiering voor deze technologieën te vinden. Er zijn nieuwe financieringsbronnen nodig, zoals de handel in CO2-emissierechten, om de investerings- en geldstroom op gang te brengen die nodig is om het klimaatprobleem aan te pakken.The Carbon Neutral Company, Londen   Geen: Op basis van de huidige kennis is het prematuur om geo-engineering als een haalbare oplossing voor het klimaatprobleem te beschouwen. De prioriteit ligt, en moet liggen, bij het aanpakken van de oorzaak: we moeten de uitstoot van broeikasgassen ten gevolge van menselijke activiteiten beperken en ons aanpassen aan de onvermijdbare effecten. Het beperken van de klimaatverandering door minder uit te stoten en het beschermen van natuurlijke CO2-opslagplaatsen blijven de veiligste manieren om een gevaarlijke klimaatverandering in de toekomst te proberen te voorkomen. Sommige mensen, onder wie wetenschappers, hebben geopperd dat geo-engineering in de toekomst kan helpen om de klimaatverandering te beperken. Voor de meeste technieken hebben we echter momenteel nog te weinig inzicht in de kosten, de haalbaarheid en de impact op milieu en maatschappij. Ministerie van energie en klimaatverandering, Groot-Brittannië Alarmerende berichten over klimaatverandering zijn meestal contraproductief en leveren meer scepsis op dan daadkracht. Een klimaatverandering zal echter aanzienlijke gevolgen hebben voor het milieu (beschikbaarheid van water, ecosystemen) en op sociaal economisch gebied (landbouw, gezondheid, energie). Er zullen scherpe contrasten tussen regio’s ontstaan en de armere lagen van de bevolking zullen harder getroffen worden door de gevolgen. Daarom is er een aanpassingsstrategie nodig met technische en economische maatregelen die de ernstigste effecten afzwakt van de klimaatopwarming die we nu niet kunnen vermijden.Professor Martin Beniston, directeur van het Institute for Environmental Sciences, universiteit van Genève, Zwitserland We weten niet welke negatieve en positieve effecten de klimaatverandering de komende 100 jaar wereldwijd zal hebben. Veel klimaatwetenschappers hebben de potentiële risico’s van de opwarming van de aarde overdreven. De mogelijke gevaren van de hogere temperaturen worden uitvergroot, en ondertussen heeft niemand aandacht voor de mogelijke economische voordelen en positieve gezondheidseffecten die een lichte opwarming met zich meebrengt. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ontwikkelde landen niet in staat zijn om met de natuurlijke klimaatveranderingen om te gaan. Vroeger waren samenlevingen bijzonder kwetsbaar bij natuurgeweld en extreem weer, maar hightechculturen zijn veel beter beschermd tegen de verwachte temperatuurverandering omdat ze technisch en maatschappelijk op temperatuurwisselingen zijn aangepast.Dr. Benny Peiser, directeur van The Global Warming Policy Foundation, Londen De korte horizon van de politiek belemmert het langetermijndenken, vooral als het over forse kosten op de korte termijn gaat. Maar als we het klimaatprobleem aanpakken kan dit juist economische ontwikkelingen en energietransformatie versnellen, technologische doorbraken teweegbrengen en de ontwikkeling van nieuwe productiemodellen stimuleren. Het kan een aanzet zijn tot de ontwikkeling van nieuwe producten, diensten, banen en export. Dit vraagt echter wel om geëngageerde burgers en doortastende leiders die vooruit durven te kijken. Helen Clark, voorzitter VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP

    7 minuten gelezen Nummer 4
  • Tricoya plukt vruchten van INEOS’ expertise

    De handel in tropisch hardhout, zoals mahonie en teak, is lang gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de vernietiging van het regenwoud. Een deel van de vraag naar hardhout kan binnenkort veranderen, dankzij een samenwerking tussen INEOS en een innovatief Brits-Nederlands bedrijfje. INEOS is een samenwerkingsverband aangegaan met een Brits-Nederlands bedrijf dat een innovatieve technologie heeft ontwikkeld die ervoor kan zorgen dat het niet meer nodig is om hardhout uit het regenwoud te halen. INEOS heeft een contract getekend met Accsys Technologies Plc, een kleine AIMgenoteerde onderneming. Dit bedrijf, dat een baanbrekende technologie heft ontwikkeld om zachte houtsoorten uit snelgroeiende, duurzame bossen om te zetten in sterk hout met een lange levensduur, dat minstens net zo goed is als tropisch hardhout. “Ik denk dat de hele wereld inziet dat er niet meer in het regenwoud gekapt moet worden. Onze unieke technologie draagt bij aan een ombuiging van de vraag naar tropisch hardhout uit het regenwoud”, vertelt Paul Clegg, directeur van Accsys. “We willen overal ter wereld licenties aan bedrijven verstrekken om onze technologie te gebruiken. Dat zal best even tijd nodig hebben. Het klinkt erg ambitieus, maar wij denken dat het heel goed mogelijk is.” Binnen het nieuwe bedrijf, Tricoya Technologies Ltd, zal INEOS zijn ruime ervaring, zijn wereldwijde netwerk en zijn kennis van licentieverlening inzetten om de acetylerings technologie overal ter wereld te verkopen. “Zonder INEOS zouden we er uiteindelijk ook wel komen, maar dan zou het allemaal veel langer duren”, zegt Paul.  “Veel mensen hebben geweldige ideeën, maar waar het echt om draait, is dat een idee daadwerkelijk wordt uitgevoerd. “De betrokkenheid van INEOS maakt het verschil. Hierdoor wordt onze kans om te slagen nog groter.” “Hierdoor kan Tricoya sneller op de markt gebracht worden. Bovendien heeft INEOS contacten in landen, zoals China, India en Rusland, waar wij die niet hebben.” Anderhalf jaar geleden begonnen de twee bedrijven aan onderhandelingen om de handen in elkaar te slaan en samen een markt op te gaan waarin jaarlijks zo’n 60 miljard euro omgaat. INEOS was enthousiast over wat Tricoya de wereld te bieden heeft en hoe de gepatenteerde technologie een revolutie teweeg kan brengen in de markt voor houten panelen. Accsys had behoefte aan een partner met een uitstekende wereldwijde reputatie. “Het kan erg veel tijd kosten om de markt ervan te overtuigen dat je een beter product en een baanbrekende technologie hebt”, aldus Pierre Lasson, algemeen directeur van Tricoya.  “INEOS kan dat proces versnellen door met zijn expertise deze innovatieve technologie te ondersteunen.” Wat INEOS biedt, is in feite een aanbeveling door een derde. En dat is onbetaalbaar. “Mensen zijn eerder geneigd om iemand te geloven die een product zelf heeft gekocht of het zelf gebruikt, dan het bedrijf dat het verkoopt”, legt Paul uit. De twee bedrijven bundelen hun krachten om de productie en verkoop van de geavanceerde houtproducten van Tricoya verder uit te bouwen. Het bijzondere van de Tricoya-technologie is dat het nieuwe perspectieven creëert voor producten zoals MDF, dat de sector in de jaren 80 al op zijn kop zette. Want MDF bleek toch een zwak punt te hebben, ook al werd het in 1980 verwelkomd als het summum van veelzijdigheid en betrouwbaarheid. Het absorbeert water als een spons, waardoor het onbruikbaar is voor toepassingen buitenshuis en in een vochtige ‘vijandige’ omgeving. “Als je het in een emmer water steekt, wordt het pap”, zegt Paul.  Tricoya heeft alle positieve eigenschappen van MDF, maar neemt geen water op. Dat betekent dat het niet kromtrekt, uitzet of gaat rotten. De bewerking zorgt juist voor meer hardheid en stabiliteit. Een plank zacht hout wordt omgetoverd in een plank met hardheidsklasse 1 en 50 jaar garantie voor bovengrondse toepassingen in de buitenlucht.  “Wat Tricoya vooral uniek maakt, is de waterbestendigheid. Het heft dus toepassingsmogelijkheden die tot nu toe ondenkbaar waren voor zachte houtsoorten. Het kan concurreren met producten – bijvoorbeeld pvc en aluminium – die tot nu toe de voorkeur kregen boven hout”, Aldus Paul. En dat zal in goede aarde vallen, en voordelen opleveren, in de bouwsector – die vaak lof krijgt voor het gebruik van duurzame materialen – en ook bij de producenten van houten panelen, die met lage marges werken omdat hun producten zo goedkoop zijn. “Wij kunnen hen helpen om producten met meer toegevoegde waarde te maken, waardoor ze meer winst maken”, legt Paul uit.  Tricoya’s andere grote pluspunt is dat het CO2 opneemt. Als de boom wordt geoogst, is de CO2 erin opgeslagen en aangezien het materiaal niet rot, blijft het daar zitten. “Zelfs als ons product het einde van zijn levensduur bereikt, kan het verbrand worden om energie op te leveren”, vertelt Paul. CO2-emissies in de atmosfeer vormen momenteel een pijnpunt in Canada. Enorme delen van bossen worden daar getroffen door een keverplaag, waarbij pijnboomkevers miljoenen bomen verwoesten. Onderzoekers verwachten dat de plaag in 2020 al een CO2-uitstoot van 270 megaton zal hebben veroorzaakt. Op 5 maart is Tricoya door Sustain Magazine uitgeroepen tot product van het jaar. video “Die waardering levert ons heel wat naamsbekendheid op”, vertelt Paul. “Maar roem brengt geen brood op de plank.”  “Het is wel een bevestiging dat ons proces en onze producten goed zijn, omdat het laat zien dat anderen het met ons eens zijn.” Maar de joint venture met INEOS doet Accsys het meeste plezier.  “Tricoya is ons troetelkindje, maar wat ons zo aantrok in INEOS is dat het alles heeft van een groot bedrijf , en toch in privéhanden is”, vertelt Paul. “Het reageert snel en wil duurzame ideeën echt stimuleren en ondersteunen. Dat is een heel ongebruikelijke combinatie.”  Paul zegt dat het wederzijdse vertrouwen ook een belangrijke – en doorslaggevende – rol heeft gespeeld bij Accsys’ besluit om met INEOS in zee te gaan.  Peter Williams, CEO van INEOS Technologies, vertelt dat hij ernaar uitziet dat de joint venture de wereldwijde marktintroductie van het nieuwe proces op gang brengt.  “Tricoya biedt de bouwsector waardevolle nieuwe mogelijkheden voor de toepassing van hoogwaardige, voordelige en duurzamere bouwmaterialen op basis van hout”, zegt hij.  “Onze expertise vult die van onze partner aan. Samen creëren we een belangrijke synergie voor het nieuwe bedrijf.”

    7 minuten gelezen Nummer 4
  • INEOS profiteert van slimme herfinanciering

    INEOS heeft weer laten zien dat het kort op de bal kan spelen om goede kansen te benutten. De jongste beslissing om van gunstige omstandigheden op de kredietmarkten te profiteren, heeft het bedrijf 140 miljoen dollar per jaar aan rente bespaard. Financieel topman John Reece zegt dat de perfect getimede deal aanzienlijk lagere jaarlijkse rentelasten oplevert, waardoor meer geld binnen het bedrijf kan blijven voor de ontwikkeling van de business. In een brief aan alle medewerkers omschreef INEOSvoorzitter Jim Ratcliffe deze herfinanciering als ‘een zeer geslaagd resultaat’. “De financiële markten zijn in de loop van dit jaar steeds gunstiger geworden,” zegt hij. INEOS betaalt nu 4% rente over zijn lening van 3 miljard dollar, in plaats van 6,5%. “Dat is de grootste rentedaling onder alle herfinancieringen van bedrijfsleningen dit jaar,” volgens Jim. Daarnaast is INEOS 2,4 miljard dollar extra schulden aangegaan, in de vorm van leningen en obligaties, en heeft het 2,4 miljard dollar aan oudere, duurdere schulden afbetaald. Kredietanalisten denken dat INEOS van de gunstige toestand op de kredietmarkten gebruik maakt om de kosten zo veel mogelijk te drukken, zodat het de impact van een potentiële recessie kan opvangen. In ieder geval was het weer een gewiekste zet van INEOS, dat vorig jaar al financiële geschiedenis schreef door de grootste covenant-lite lening te bemachtigen die ooit aan een Europees bedrijf was verschaft, en wereldwijd de grootste sinds het begin van de kredietcrisis in 2008. Die zet uit april 2012 werd door financieel analisten beschreven als een ‘overweldigende prestatie’. “Je moet echt op het juiste moment op de financiële markten inspelen, en dat is een heel cyclische branche,” vertelde John vorig jaar aan INCH. Malcolm Stewart, partner bij Ondra Partners en sinds jaar en dag adviseur van INEOS, zei toen dat het perfect getimed was. “Het was een schot in de roos,” zei hij. Standard & Poor’s verhoogde de rating van INEOS van B naar B+, met het oog op de ‘veerkrachtige’ prestaties in Noord-Amerika in 2012, die de mindere resultaten in Europa ‘grotendeels compenseerden’.

    2 minuten gelezen Nummer 4
  • INEOS zamelt €100,000 in bij de marathon

    INEOS heeft in april met puur mentaal en fysiek doorzettingsvermogen €100.000 opgehaald voor een liefdadigheidsfonds voor kinderen in het Verenigd Koninkrijk. De 43 lopers voor INEOS renden samen met 34.588 anderen mee in de marathon van Londen, inmiddels een van de bekendste sportevenementen ter wereld. En wat nog indrukwekkender is: alle deelnemers van INEOS liepen de marathon helemaal uit en ze haalden ook nog eens 100.000 euro op voor de NSPCC, een organisatie in het Verenigd Koninkrijk die zich inzet tegen kindermishandeling. Bovendien brachten ze INEOS in beeld op de nationale televisie. Chris Woods van O&P Europa liep de marathon in drie uur, 14 minuten en 41 seconden. Voor veel van onze deelnemers was het hun eerste marathon. Maar voor sommigen onder hen, onder wie Chris, was de wedloop van 42,2 kilometer maar een opwarmertje. Vijf weken later liepen Chris, Jim Ratcliffe, Leen Heemskerk, Oliver Hayward-Young en Alessia Maresca de ultieme uithoudingsproef, de 90 kilometer lange Comrades Marathon in Durban in Zuid-Afrika.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • INEOS en solvay bundelen hun krachten om een PVC-producent van wereldformaat te worden

    INEOS heeft op 7 mei een intentieverklaring getekend om zijn Europese ChlorVinyls-activiteiten onder te brengen in een 50-50 joint venture. Het gecombineerde bedrijf zou een van de drie grootste pvc-producenten ter wereld worden. Het zou voortbouwen op de industriële sterke punten en de competenties van ons beider bedrijven en deze ten volle benutten om onze concurrentiekracht te vergroten. “Door deze overeenkomst ontstaat een uiterst concurrentieel en duurzaam bedrijf, wat grote voordelen voor de klant heeft, zoals een betrouwbare aanvoer van pvc,” aldus Jim Ratcliffe. “De samengevoegde bedrijven, die een bedrijf van wereldformaat gaan vormen, zullen beter in staat zijn om op de snel veranderende Europese markten in te spelen en de toenemende concurrentie van producenten op wereldniveau het hoofd te bieden.” Volgens de overeenkomst zou INEOS vier tot zes jaar na de oprichting van de joint venture Solvays helft van het bedrijf overnemen. Vanaf dan zou INEOS de enige eigenaar worden.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • INEOS Nitriles en tianjin bohai chemical industry group corporation willen joint venture aangaan

    Op 22 mei hebben INEOS Nitriles en Tianjin Bohai Chemical Industry Group Corporation een vrijblijvende raamovereenkomst getekend. Hierin verklaren ze van plan te zijn een 50-50 joint venture aan te gaan om een acrylonitrilefabriek met een productie van 260.000 ton/jaar te bouwen en te exploiteren in Tianjin in China . Naar verwachting zal de fabriek, die met de nieuwste proces- en katalysatortechnologie van INEOS wordt ontworpen, eind 2016 klaar zijn. Rob Nevin, CEO van INEOS Nitriles: “Dit is een belangrijke investering als onze Nitriles-business in Azië aan de toenemende vraag van klanten in de hele regio wil voldoen. We zien er erg naar uit om deze nieuwe fabriek samen met Tianjin Bohai Chemical te bouwen door de vorming van een joint venture. Dit partnerschap belooft aanzienlijke voordelen op te leveren voor beide bedrijven en hun klanten. Onze acrylonitrile-technologie vormt een geweldige combinatie met de deskundigheid en superieure grondstoffen van Tianjin Bohai Chemical.” Dit is al de tweede joint venture in China die INEOS dit jaar aankondigt. In maart tekende INEOS Phenol een joint ventureovereenkomst met Sinopec YPC. Beide joint ventures brengen onze wereldwijd toonaangevende technologie samen met een sterke Chinese partner. In totaal investeren alle partners meer dan 1 miljard dollar.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • INEOS Barex AG wil polyacrylonitrile-tak van mitsui chemicals inc. overnemen

    INEOS Barex AG is een bindende overeenkomst aangegaan om de Polyacrylonitriles (PAN)-business van Mitsui Chemicals Inc. te kopen. Dankzij deze overeenkomst worden de vaardigheden van beide bedrijven, die elkaar perfect aanvullen, bij elkaar gebracht en wordt ook voor de lange termijn de levering van polyacrylonitrilehars en Zexlon™-folie aan klanten in heel Azië gewaarborgd. CEO David Schmidt: “Deze samenwerking met INEOS Barex AG vormt strategisch gezien een zeer goede combinatie. De overeenkomst is goed nieuws voor alle betrokkenen. En wat het belangrijkst is: het levert grote voordelen voor de klant op doordat Barex®, polyacrylonitrilhars en Zexlon™™-folie continu leverbaar worden.” INEOS Barex AG blijft investeren in zijn Barex®-activiteiten, om de productkwaliteit te verhogen en meer te kunnen leveren. Zo komt het tegemoet aan de groeiende vraag uit nieuwe markten in verpakkingen voor de farmaceutica, geneeskunde, cosmetica en lichaamsverzorging. Barex® is een zeer specifiek acrylonitrilemethylacrylaatcopolymeer dat zowel door het Amerikaanse Pharmacopoeia als de Amerikaanse voedsel- en warenautoriteit FDA goedgekeurd is voor gebruik in medische en farmaceutische verpakkingen. Door zijn chemische samenstelling is Barex® eenvoudig met standaard apparatuur voor extrusie, inspuiting en kalandering om te vormen tot folie, vellen en flessen.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • INEOS Haalt Goud In Seal Sands

    Stagiaires moeten vaak ploeteren in een rol die hen nog niet goed ligt. Maar deze maal worden ze ingezet voor prestaties van wereldklasse. En dat hebben ze aan INEOS te danken. Bij de overname van de vestiging in Seal Sands in de Britse regio Teesside in 2008 ontdekte INEOS Nitriles dat de stageprogramma’s nogal lukraak in elkaar zaten. De opleiding van nieuwe medewerkers en stagiaires gebeurde ad hoc en versnipperd. En voor technische productiemedewerkers die al langer in dienst waren, bestond er maar een heel beperkt nascholingsprogramma. Alle ondersteuning werd gegeven door stafleden, die dat ‘erbij namen’ naast hun vaste takenpakket. INEOS weet uit ervaring dat een vestiging pas optimaal rendeert als je eerst zorgt dat de medewerkers op hun best zijn. Dat betekent dat er een team van gemotiveerde trainers moet worden gevormd, dat zich uitsluitend bezig houdt met de verbetering van de vaardigheden van de chemische medewerkers. Het bedrijf bracht vier ervaren procescoördinatoren bij elkaar, die hun eigen units binnen de fabriek kennen als hun broekzak. Aanvankelijk richtten zij zich op de evaluatie, bijscholing en hercertificering van alle technische productiemedewerkers zodat iedereen over basiskennis en - vaardigheden beschikte. Dat kostte heel wat tijd, maar de vier trainers kregen zo wel een duidelijk beeld van welke opleidingen ze verder nog moesten opzetten. In de HR-database ontdekten ze dat 70% van de technische productiemedewerkers binnen 10 jaar de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Na die eerste ronde hebben ze een nieuw programma met opfriscursussen geïntroduceerd – die tijdens en buiten de werkuren worden gegeven – om de vaardigheden van de medewerkers op peil te houden, kennis van andere vestigingen van INEOS Nitriles te benutten en om op de hoogte te blijven van veranderingen aan de fabriek en de processen. Ze hebben ook 32 algemene introductiecursussen ontwikkeld die alle nieuwe medewerkers moeten volgen voordat ze naar de specifieke introductietraining van hun fabriek gaan. Om zeker te zijn dat alle cursussen up-to-date en relevant zijn, is er met de hulp van specialisten uit de vestigingen ook een kwaliteitscontrolesysteem opgezet. INEOS wat zo trots op deze prestaties – en plannen – dat de vestiging in Middlesbrough het Britse kwaliteitsinstituut National Skills Academy voor de procesindustrie opdracht heeft gegeven om het opleidingsprogramma te keuren. Het resultaat: het opleidingsprogramma van deze vestiging van INEOS Nitriles is onderscheiden met de Cogent Gold Standard, dé benchmark voor vaardigheden op wereldniveau. “We zijn natuurlijk erg blij dat onze inzet en ons harde werken waardering krijgt”, zegt Dave Hart, Training & development manager in Seal Sands. “Het feit dat we nu het Gold Standard-logo op onze correspondentie mogen gebruiken en dat het logo van INEOS op de erelijst van Cogent/ NSAPI prijkt, is een afspiegeling van INEOS’ inzet voor opleidingen op locatie sinds het de fabriek in Seal Sands heeft overgenomen.” Maar het werk is nog niet klaar. Dave vertelt dat ze nu graag doorgaan met de volgende stap. “We zijn van plan om ons interne opleidingsprogramma officieel te laten erkennen door een externe accreditatieinstantie”, zegt hij.

    2 minuten gelezen Nummer 4
  • Alles Op Alles Om De Allerbeste Afgestudeerden Aan Te Trekken

    Bedrijven weten dat ze met de huidige concurrentiestrijd alles op alles moeten zetten om de allerbeste studenten aan te trekken. Bij INEOS in België trekken ze er echt op uit. Elk jaar stappen enkele ingenieurs en HR-medewerkers van INEOS en een select gezelschap van andere bedrijven in een speciale trein die alle belangrijke universiteitssteden in Vlaanderen aandoet. In elke stad worden laatstejaarsstudenten ingenieurswetenschappen uitgenodigd om in de trein hun potentiële werkgevers te leren kennen en met hen over tewerkstellingskansen te praten. De ‘job train’, zoals de trein bekend staat, is een idee van ie-net, een netwerk van alumni van alle grote ingenieursfaculteiten in België. Alle bedrijfsvertegenwoordigers en studenten krijgen nadien een lunch aangeboden, zodat er voldoende tijd is om te netwerken. De trein rijdt nu drie jaar. Voor INEOS was het absoluut de moeite waard om op deze trein te springen, vooral om meer bekend te raken bij studenten als belangrijke werkgever in de chemische sector. “De laatste twee jaar hebben meer dan 300 ingenieursstudenten op deze manier kennis gemaakt met INEOS. Dat heeft INEOS goede nieuwe medewerkers opgeleverd”, vertelt personeels- en communicatiemedewerker Katrien Poppe.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • INEOS Jv Plant Bouw Van Grootste Fenolfabriek In China

    INEOS is een joint venture aangegaan met een vooraanstaand Chinees petrochemisch bedrijf om de grootste fenolfabriek ooit in China te ontwerpen, te bouwen en te exploiteren. Als de fabriek klaar is, zal er jaarlijks minimaal 400.000 ton fenol geproduceerd worden om de snelgroeiende Chinese markt te voorzien van deze waardevolle grondstof. Het contract met Sinopec Yangzi Petrochemical Company is eerder dit jaar getekend. Harry Deans, CEO van partner INEOS Phenol, vertelt dat dit de grootste kapitaalinvestering ooit is van INEOS in China. “Deze samenwerking is voor beide partijen interessant. Het is een belangrijke stap voor INEOS Phenol en voor INEOS in China”, zegt hij. “De combinatie van een sterke locale partner als Sinopec YPC met onze fenoltechnologie en onze toegang tot de markt biedt grote voordelen voor ons en voor onze klanten.” De fabriek, die naar verwachting eind 2015 volledig operationeel is, kan ieder jaar ook 250.000 ton aceton – ook een waardevolle grondstof voor alledaagse producten – en 550.000 ton cumeen  produceren. Dr. Ma Qiulin, CEO van Sinopec YPC, omschrijft de joint venture als een belangrijk partnerschap. “Onze gevestigde reputatie, onze concurrentiekracht en onze cumeentechnologie in combinatie met de toonaangevende fenoltechnologie van INEOS, geven ons een sterke positie om de groeiende vraag naar afgeleide petrochemische producten in deze regio aan te kunnen”, vertelt hij. INEOS is al’s werelds grootste producent van fenol en aceton, met fabrieken in Duitsland, België en Amerika. Met deze nieuwe stap wordt het de enige producent ter wereld met fenol- en acetonproductielocaties in Europa, Amerika en Azië. De weg voor dit project werd vorig jaar in november vrijgemaakt, toen het Chinese ministerie voor milieubescherming het milieueffectenrapport van INEOS en Sinopec goedkeurde. Die goedkeuring, waaraan een gedetailleerd onderzoek was voorafgegaan, werd gezien als een belangrijke stap op weg naar de realisatie van de joint venture. De fabriek wordt gebouwd op het industrieterrein Nanjing Chemical Industrial Park in de provincie Jiangsu – pal in het hart van China’s grootste fenol- en acetonmarkt. Nu de fabriek in Nanjing’s werelds snelst groeiende markt voor fenol en aceton kan bedienen, zal er naar verwachting capaciteit vrijkomen in de Europese en Amerikaanse fabrieken van INEOS, zodat ook zij de groeiende vraag in hun eigen regio’s kunnen opvangen. Sinopec is de grootste producent van fenol en aceton in China. Het heeft momenteel drie fabrieken: in Sjanghai, Beijing en Tianjin.

    2 minuten gelezen Nummer 4
  • Tarkett Legt Stevige Basis Voor Pvc-Vloeren En Riflex Toont Duurzame Kracht

    De toekomst voor pvc-vloeren ziet er in Zweden beter uit dan ooit tevoren, dankzij INEOS’ grootste klant in Scandinavië. Tarkett verkoopt nu pvc-vloeren zonder ftalaten, een type weekmaker waar al langer discussie over bestaat. En dat is niet het enige: de pvc-vloeren van Tarkett zijn de eerste die de goedkeuring kunnen wegdragen van een gerenommeerde handelsorganisatie in Zweden. De Zweedse organisatie Byggvarubedömningen heeft iQ Granit van Tarkett in zijn lijst van aanbevolen producten opgenomen. De BVB, zoals de organisatie bekendstaat, beoordeelt alle bouwmaterialen, zodat bouwbedrijven milieuvriendelijke keuzes kunnen maken. Tot nu toe hebben de experts van de  BVB meer dan 7000 producten beoordeeld, en er komen continu nieuwe producten bij. De erkenning voor de pvc-vloeren van Tarkett is ook goed nieuws voor INEOS, dat het bedrijf jaarlijks alle benodigde pvc levert. Ondertussen heeft de Zweedse firma Riflex Film AB, ook een klant van INEOS, een productlijn ontwikkeld met een nieuwe weekmaker op basis van hernieuwbare grondstoffen. Directeur Magnus Jörsmo vertelt dat deze ontwikkeling deel uitmaakte van de ambitie van het private bedrijf om Europees marktleider te worden in de productieniche van gespecialiseerde pvc-folie. INEOS levert polymeren aan Riflex die worden geproduceerd bij INEOS ChlorVinyls in Stenungsund.

    1 minuut gelezen Nummer 4
  • Een blik op de balans

    Andy Currie is al 13 jaar bestuurder bij INEOS Capital en heeft daar een belangrijke rol gespeeld bij de opzet en ontwikkeling van de succesvolle groeistrategie van het bedrijf. Voor dit nummer heeft Tom Crotty hem geïnterviewd over INEOS, haar evenwichtige portefeuille van businesses, haar toekomstige groei en hoe INEOS erin geslaagd is de Europese crisis door te komen.   video Tom: Wanneer we het over de groei van INEOS hebben, wordt wel eens gesuggereerd dat we opportunistisch zijn geweest. Vind je dat terecht? Andy: Historisch gezien kan dat best kloppen. Zoals je weet waren we in onze begindagen, vooral in de eerste vijf tot tien jaar van INEOS ,altijd op zoek naar niet meer gewenste en waarschijnlijk verwaarloosde activiteiten van zogenaamde ‘blue chip-bedrijven’. Dat werden voor ons doelwitten voor overname. Sinds de grote overname van Innovene in december 2005 zijn de tijden veranderd. We hebben al heel wat lastige marktomstandigheden meegemaakt, maar tegenwoordig zijn we meer bezig met de dagelijkse bedrijfsvoering: hoe we die steeds efficiënter kunnen maken en de financiering veilig kunnen stellen voor de toekomst, doch met nog sporadische overnames. Nu gaat het veeleer om strategische overnames. Seal Sands is daar een mooi voorbeeld van. Dat had moeite het hoofd boven water te houden en wij hebben de kostenstructuur veranderd, de efficiëntie verhoogd en, kortom, het tij gekeerd met alle expertise die wij binnen de groep hebben. Een recenter voorbeeld is de overname van de ChlorVinyls business van Tessenderlo door Kerling, die op dit moment hetzelfde proces doormaakt. Tom: Welke specifieke voordelen heeft deze benadering opgeleverd? Andy: Ons grote voordeel is dat we de nodige expertise zelf in huis hebben. We hebben heel veel mensen met uiteenlopende vaardigheden om deze bedrijven efficiënt te leiden. Neem INEOS Nitriles: wij zijn de grootste producent ter wereld, onze technologie wordt wereldwijd gebruikt in tal van fabrieken, waardoor we veel onmisbare deskundige kennis hebben over de fabrieken en de technologie, om deze fabrieken uiterst efficiënt en effectief uit te baten. Tom: En wat is er te zeggen over ons productengamma? Hoe helpt dit ons vooruit? Andy: We zijn actief in allerlei sectoren binnen de chemische industrie. Dat heeft als grootste voordeel dat we een robuuste stroom aan inkomsten en omzet hebben, wat vooral belangrijk is in moeilijke tijden. Als leverancier van basisproducten heb je namelijk altijd te maken met hevige schommelingen. Neem je een breed scala aan businesses en toepassingen met verschillende eindmarkten, dan ben je enigszins beschermd wanneer het in één sector slecht gaat. En
dat hebben we al meegemaakt. Uiteraard was de enorme baisse
van 2008/2009 – in vele opzichten bijna een implosie – de ultieme test van deze strategie. In die tijd bestond bijna een kwart van onze verkopen in verbruiksartikelen. Dat was heel waardevol, omdat mensen altijd levensmiddelen nodig blijven hebben en daarvoor zijn verpakkingen nodig. Deze en andere producten voor bijvoorbeeld voor medicijnen, cosmetica en zelfs zeeppoeders zijn ons van veel nut geweest. Tom: Maar terwijl we een prachtig uitgebalanceerde productenportefeuille hebben, kun je niet echt hetzelfde zeggen over ons geografisch evenwicht? Andy: Nee, dat is terecht opgemerkt Maar toch, kijk eens naar onze recente resultaten. Onze winstgevendheid gaat steeds meer richting een 50/50-verdeling tussen Noord-Amerika en Europa. Terwijl
zes jaar geleden, net na de overname van Innovene, nog 70% uit Europa kwam. Het is nog niet ideaal verdeeld over de hele wereld, maar het gaat de goede kant op. Natuurlijk is de VS op dit moment vanwege het schaliegas een heel interessante markt. Maar we willen ook graag meer bekendheid en inkomen in Azië en daarop is onze achterliggende strategie voor de toekomst ook gericht. Tom: Welke zijn dan de voornaamste strategische uitdagingen voor INEOS zijn in de nabije toekomst? Andy: Een van onze uitdagingen is om onze schuldenlast te verlagen. We hebben al veel vooruitgang geboekt. De herfinanciering is nu gelukkig rond. Dus is de volgende uitdaging om aan de samenstelling van de portefeuille te werken door onze inkomsten te benutten, maar gelijk het absolute bedrag aan schuld en de schuldgraad te verkleinen, terwijl we gelijkertijd ook nieuwe groei financieren. Tom: En hoe zit het met die groei? Hoe stel je je de toekomstige groei van INEOS voor? Andy: Op dit moment zijn we er vooral mee bezig om, afgezien van die kleine overnamegelegenheden, onze blikken te richten op de Amerikaanse Golfstaten en de Amerikaanse markt in het algemeen. We willen zien hoe we daar voordeel kunnen halen uit de recente ontdekking van schaliegas. Daarnaast is er ook de heropleving van de petrochemische industrie aan de Amerikaanse Golfkust en komen er zeer voordelige ethaangrondstoffen op de markt. We hebben daar al een aardige voet aan de grond en we gaan de uitdaging aan om uit te zoeken hoe INEOS daarvan kan profiteren. Daar ligt de focus op groei. Verder gaat onze aandacht ook naar Azië, en dan vooral China. Iedereen kent ons fenolproject wel, maar zo komen er nog meer. Dat neemt Intermediates voor z’n rekening. Zij hebben duidelijk al goede marktposities maar staan ook technologisch sterk, zodat we iets te bieden hebben wanneer we met de Chinezen rond de tafel gaan zitten. En dat laatste is erg belangrijk. Tom: En hoe lastig is het om dezelfde resultaten te halen binnen de beperkingen van joint ventures? Andy: Joint ventures zijn onvermijdelijk wat ingewikkelder. Met
twee groepen aandeelhouders is het – zelfs als ze goed op elkaar
zijn afgestemd – toch complexer. Je moet ervan overtuigd zijn dat
de voordelen de nadelen die daarbij horen overtreffen. Als je naar onze grootste joint ventures kijkt, dan hebben we in de raffinage-joint venture natuurlijk een enorme partner, een van de grootste bedrijven ter wereld, nu aan onze kant staan. De raffinage is, zoals je weet, tegenwoordig een heel moeilijke bedrijfstak. Maar zij brengen niet alleen hun toegang tot grondstoffen stroomopwaarts mee, maar ook financiële draagkracht en omvangrijke trading-capaciteit wereldwijd.. In alle opzichten een logische partner. Kijk je naar Styrolution, dan zie je dat we feitelijk twee groepen van activa hebben samengevoegd tot het grootste bedrijf in styreenkunststoffen ter wereld. Het spreekt voor zich dat er door samenwerking veel mogelijke synergieën zijn door de business te vereenvoudigen, kosten te verlagen en het beste van beide werelden te benutten. Joint ventures werken dus wel. Het is niet zo makkelijk op het vlak van financiering en wat mogelijk is als bij 100% eigendom, maar we hebben hard gewerkt om deze joint ventures te doen slagen en we hebben er veel baat bij. Tom: Een laatste vraag Andy. Bij INEOS Capital zit je
aan tafel met Manchester United-fan Jim Ratcliffe, Wolverhampton-man Jim Dawson en Sunderland-supporter John Reece. Wie heeft jouw steun? Andy: Nou, om eerlijk te zeggen heb ik dat lange tijd voor mezelf weten te houden. Maar ik durf het nu wel te zeggen. Nu durf ik kleur te bekennen en te zeggen dat ik fan ben van Sheffield Wednesday, die nu zo fantastisch opgeklommen zijn dat ze vanaf volgend jaar mogen meespelen in de Championship-klasse. Ze liepen wat achter op de rest, maar krabbelen overeind.

    15 minuten gelezen Nummer 3
  • De schaduwzijde

    We moeten maar terugdenken aan Texas city, Piper Alpha en de
Deep Water Horizon om te begrijpen waarom INEOS van veiligheid
de hoogste prioriteit maakt. Ongevallen van deze omvang komen gelukkig waar ook ter wereld zelden voor, maar het is vaak zo dat
het dikwijls kleinere ongevallen zijn die uiteindelijk tot grotere leiden. Door deze te voorkomen, voorkomen we niet alleen verwondingen, maar vormen we de hele houding van mensen ten aanzien van veiligheid en ongevalspreventie. De meeste ongelukken bij INEOS zijn uitglijders, struikelpartijen en valpartijen, of in het geval van Keulen handverwondingen. Onze campagne in Keulen om deze voorvallen aan te pakken was zo’n groot succes dat businesses in de buurt haar nu over beginnen te nemen. Het weten en effectief ook toepassen zijn twee heel verschillende dingen. Dat weet niemand beter dan Jurgen Schmitz, die bij INEOS Keulen dag in dag uit verantwoordelijk is voor communicatie over veiligheid op de werkplek voor bijna 2.000 medewerkers en 1.000 contractanten. Hij hoopt dat iedereen heeft geluisterd en er ook van doordrongen is. “Het is geen eenvoudige opdracht,” zegt hij. “Het kan echt een uitdaging zijn om weer een nieuwe manier te vinden om veiligheidsinformatie interessant te maken. Maar het is zo belangrijk omdat veiligheid cruciaal is in onze fabriek.” De afgelopen jaren zijn zowel de frequentie als de ernst
van de ongelukken op het terrein van 191 hectare continu gedaald. 98% van de ongelukken zijn het gevolg van menselijke fouten. Daarom hebben Jurgen en zijn team samen met Holger Laqua, asset manager bij INEOS Oxide Keulen, de voorlichting eens heel anders aangepakt. Voor het eerst deden ze beroep op een reclamebureau uit Düsseldorf om hen te helpen een effectieve veiligheidscampagne
op te zetten. “Dat bleek heel verfrissend”, aldus Jurgen. “Wij zijn veiligheidsingenieurs met een technische kijk op de dingen, maar zij zijn heel creatief en denken buiten het klassieke kader. Daarom was het interessant om te zien en horen hoe mensen die niet dagelijks met veiligheid bezig zijn over veiligheid denken. En op die manier kwamen ze met verfrissende ideeën aan.” Het reclamebureau moedigde Jurgen, als hoofd van de afdeling veiligheid en gezondheid op het werk, en zijn team aan om als een werknemer over veiligheid te gaan denken. Samen ontwierpen ze zes verschillende scenarios voor een reeks beklijvende posters. Iedere scène spitste zich toe op een gebied waar de kans op ongelukken groot is. “In plaats van modellen, vroegen we onze medewerkers om op locatie voor de foto’s te poseren, in een voor hen herkenbare situatie,” zei hij. Dat had direct effect. De werknemers zagen zichzelf in iedere gevaarlijke situatie en konden zich het mogelijke gevaar duidelijk inbeelden. Tot nu toe zijn drie van de posters onthuld, alle drie met de titel ‘De schaduwzijde’. Op een ervan zie je een werknemer in een besloten ruimte aan het werk, op een andere iemand op hoogte en de derde gaat over veilig fietsen. De schaduwen in iedere afbeelding laten zien wat er zou kunnen gebeuren bij een ongeluk. “Dit zijn allemaal typische gevaarlijke situaties bij onze fabriek en voor de chemische industrie in het algemeen,” aldus Jurgen Bij de onthulling van iedere poster organiseerden Jurgen en zijn team een interactieve dag over veiligheid, met simulators waarin werknemers hun kennis en vaardigheden konden testen. Ze konden zelfs een prijs winnen bij een quiz. Jurgen zegt dat de campagne bedoeld is om werknemers op een nieuwe, nog onbekende manier naar veiligheid te laten kijken. “Het is allemaal psychologie,” zei hij. “We willen dat onze medewerkers even goed nadenken voordat ze ergens aan beginnen.” De reacties van werknemers en contractanten zijn tot nu toe positief. Ze lijken de boodschap niet alleen gehoord te hebben, maar ook echt begrepen. De campagne is zelfs zo effectief en overtuigend, dat de posters voor andere vestigingen van INEOS vertaald zijn in het Nederlands, Engels, Italiaans en Noors. De campagne wordt zelfs door externe organisaties geprezen. Jurgen: “De plaatselijke overheid was heel geïnteresseerd in onze activiteiten en vroeg of ze de posters voor andere chemische bedrijven in Duitsland mocht gebruiken.” Zelf is Jurgen trots op zijn team en wat ze al hebben weten te bereiken. “Ze hebben met veel plezier aan deze campagne gewerkt. Maar we weten ook dat we er nog niet zijn - veiligheidsbewustwording is een soort sisyfusarbeid.”

    5 minuten gelezen Nummer 3
  • INEOS is trots op het kampioen-netbalteam

    INEOS gelooft dat je opkomend talent moet ontwikkelen - of het nu om werk of hobby gaat. Het bedrijf staat er bij studenten bekend om dat het de grootste talenten weet te strikken. Maar dat het ook junior sportteams steunt, is misschien minder bekend. Toch heeft ook onze steun het BBC Nyon basketbalteam tot 19 jaar geholpen Zwitsers kampioen te worden. Het A-team veegde zelfs iedereen van tafel en won ook de Conférence OUEST de Basketball en de beker van Vaud. “De steun van bedrijven als INEOS is erg belangrijk voor sportclubs, omdat we niet alleen de trainingen willen verbeteren, maar ook de passie van kinderen voor de sport willen vergroten,” zei clubcontactpersoon Josiane Chabbey. “We zijn ervan overtuigd dat sport belangrijk is voor het sociale leven van een kind en dat het kinderen helpt om op het rechte pad te blijven.” INEOS Rolle, dat het team sinds het begin van het seizoen 2011/2012 sponsort, is blij steun te kunnen leveren vanaf de zijlijn. “Wij hebben een sociale verantwoordelijkheid in de plaatselijke gemeenschappen waarin we gevestigd zijn,” aldus de in Rolle werkende David Thompson, Procurement Director van INEOS Olefins & Polymers en verantwoordelijke voor de sponsoractiviteiten van de groep. Hij vertelde dat de club, met zo’n 200 regelmatig deelnemende kinderenwaaronder ook kinderen van buitenlanders, het geld had gebruikt voor professionele coaching en faciliteiten en materialen voor al hun juniorteams. INEOS Rolle sponsort ook de voetbalclub van Bursin/Rolle/Perroy, de rugbyclub van Nyon en de hockeyclub van Lausanne. “Ze gebruiken het geld allemaal speciaal voor hun juniorteams,” aldus David.

    2 minuten gelezen Nummer 3
  • INEOS Oxide race naar de zon

    Oké, ze hadden alle acht in minder dan twee uur van Parijs naar Nice kunnen vliegen. Maar daar deden ze het natuurlijk niet voor. Nee, Kurt de Bruyn, Didier Audenaert, Johan de Veirman, Jan de Meyere, Patrick Staes, Chantal Bracke, Kathleen Vriesacker en Chris Vroman van INEOS Oxide wilden juist een meer toeristische route nemen en met de fiets gaan, omdat dat mooi bij hun jaarlijkse uitdaging paste om in vorm te komen. De reis van 1.155 km, die professionele wielrenners de ‘race naar de zon’ noemen, begon in alle ernst. De tocht was niet als race opgezet, maar eerder als een zesdaagse uitdaging voor hun uithoudingsvermogen met een vleugje teambuilding. Maar omdat ze allemaal behoorlijk competitief zijn ingesteld, wilden ze steeds maar sneller, vooral op de hellingen. Hun grootste ‘hobbel’ was de klim van 21 km naar de top van de 1.912 m hoge Mont Ventoux, de hoogste berg in de Provence en een van de zwaarste cols in heel Frankrijk. Een beruchte beklimming: op 13 juli 1967 liet de Britse renner Tom Simpson ruim een kilometer voor de top het leven door oververhitting. Thierry Nordera van INEOS Lavéra, dat dicht bij de berg ligt, ging met zijn collega’s mee in de klim naar top van de bergpas, waar ze allemaal heelhuids aankwamen. Op de piek hadden ze een adembenemend uitzicht op de hele Provence en het spectaculaire maanlandschap bovenop de berg. Maar de tocht was niet alleen rozegeur en maneschijn... Soms was het zo heet dat het wegdek smolt, op andere dagen waren de fietsers tot op het bot doorweekt en op één dag was er zo’n hevige mist dat de afdaling van de Col de Vence niet alleen doodeng, maar ook afmattend was. Iedereen was dan ook heel opgelucht toen ze eindelijk in Nice aankwamen. Ze vierden hun prestatie met een stevige maaltijd en een paar glazen wijn en kwamen kracht in hun hotel met uitzicht op Nice. De volgende dag bracht de minibus die hen de hele reis van Parijs naar Nice had gevolgd, hen weer terug naar Antwerpen. De groep, die altijd door INEOS is aangemoedigd, speelt met het idee om bij een volgende tocht een paar van de Europese locaties van INEOS aan te doen.

    2 minuten gelezen Nummer 3
  • INEOS ondersteunt een uniek pandaproject

    INEOS Grangemouth en PetroIneos Fuels Ltd gaan EEN uniek PROJECT steunen, waarbij reuzenpanda’s in het wild worden geherintroduceerd. Het bedrijf heeft besloten drie jaar lang de Schotse Royal Zoological Society te ondersteunen bij haar onderzoek naar reuzenpanda’s. Voor het behoudsonderzoek zijn nu twee reuzenpanda’s ondergebracht in Edinburgh Zoo. Dit zijn de enige panda’s in het Verenigd Koninkrijk, er zijn zelfs maar drie paren in heel Europa. De dag dat China toestemming gaf om de twee panda’s naar het Verenigd Koninkrijk te brengen, tekende INEOS ook een intentieverklaring voor een inmiddels opgerichte raffinage-joint venture met PetroChina. Gordon Grant, CEO van INEOS Grangemouth Services, vond het wel mooi dat de sponsorovereenkomst ook op die dag getekend werd. Andrew Gardner, commercieel manager van PetroIneos Fuels, zei dat het partnerschap met PetroChina ook enorme voordelen voor INEOS’ raffinaderijen in Scotland en Zuid-Frankrijk zal hebben.

    1 minuut gelezen Nummer 3
  • INEOS gunt grensverleggend contract

    Het brandweerkorps van Cleveland heeft een miljoenencontract weten te veroveren, om 24-uurs alarmdiensten te verlenen aan INEOS Nitriles in Seal Sands. Dit is het eerste contract van het brandweerkorps in de commerciële sector. Ze hopen echter dat er nog veel meer volgen, zodat de plaatselijke brandweer- en reddingsdiensten in Cleveland de scherpe bezuinigingen van de Britse overheid kunnen overleven. “We zijn ontzettend blij dat de zakelijke benadering van onze maatschappelijke taak nu een eerste commercieel succes oplevert,” zei hoofdcommandant Ian Hayton. Alle winst van de komende drie jaar wordt gebruikt voor tientallen brandveiligheidsinitiatieven in de gemeenschap. INEOS is opgetogen over het besluit de opdracht aan Cleveland te gunnen. “Nu krijgen we niet alleen professionele dienstverlening van topkwaliteit, maar we zijn ook heel blij dat de winst wordt gebruikt voor onmisbare veiligheidsvoorzieningen die echt bijdragen aan een betere levenskwaliteit in de Noord-Engelse gemeentes in Teesside,” aldus Jean Phaneuf van INEOS Nitriles.

    1 minuut gelezen Nummer 3
  • Heel de wereld keek naar het allergrootste sportevenement op de planeet

    Meer dan een miljard kijkers uit alle windstreken trok de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen op 27 juli. Bijna net zo veel als China inwoners telt! We durven dus best te stellen dat dit het allergrootste sportevenement op de planeet is. INEOS keek ook – om meerdere redenen. Als bedrijf waren we erg blij dat het Olympisch Comité besloten had de bijna magische mogelijkheden
van pvc te benutten voor het Olympisch park. En als medewerkers van de productielocaties in Duitsland, Zweden, Noorwegen, Frankrijk, België, Italië, Canada, VS, VK en Nederland, leefden we mee met de geweldige atleten uit ons eigen land. Sommige medewerkers van INEOS, zoals Jerry Tweddle en Manfred Hartung, hadden een wel heel persoonlijke reden om te kijken. Hun kinderen, de Britse turnster Beth en de Duitse schermer Max, dongen deze Zomerspelen mee naar een gouden plak. Toen INCH ter perse ging, was Max net ternauwernood verslagen door de Hongaar Aron Szilagyi en was zijn kans op de halve finale mannen sabel helaas verkeken. Maar Beth werd de allereerste Britse die met een Olympische medaille voor een individuele turnoefening thuiskwam. Tijdens een spannende finale in North Greenwich Arena verdiende de 27-jarige een bronzen plak op de brug met een van haar beste oefeningen ooit. De voorbereidingen voor de extravagante Isles of Wonder-openingsceremonie in het Olympisch stadium in Stratford, Oost-Londen, hebben weken gekost volgens de organisatoren van de Zomerspelen van 2012. “We wilden uitbeelden wat voor land wij zijn, waar we vandaan komen en waar we naartoe willen,” aldus Danny Boyle, de artistiek directeur van de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Toen de olympische vlam het 80.000 zitjes-tellende
stadion verlichtte, betekende dit niet alleen de start van een 16-daags evenement maar ook het einde van de 70 dagen durende reis van de olympische toorts. Er werd zo’n 8.000 mijl afgelegd: 8.000 toortsdragers brachten de vlam op 19 mei van Cornwall, een uithoek van het Verenigd Koninkrijk tot het olympisch stadion. De eerste toortsdrager was
Ben Ainslie, een zeiler met 3 maal Olympisch goud
op zijn palmares. Tijdens z’n epische tocht, reisde de vlam niet alleen te voet, maar ook met een reddingsboot, een stoomtrein
en roeiboot, per paard, via een bungee-kabel, met een gewone kabelbaan en zelfs dwars over Loch Ness. De vlam reisde voorbij enkele historische monumenten zoals de racebaan van Aintree, het Eden Project, het kasteel
van Caernarfon, Stonehenge, de Clifton Suspension brug, Trafalgar Square, Downing Street een Buckingham Palace. Onder de vele dragers voormalig Olympisch loopkampioen Brendan Foster, Jerry Tweddle’s dochter Beth die momenteel als beste Britse gymnaste ooit beschouwd wordt, en natuurlijk INEOS brandweerman Craig Hannah. De toorts werd uitvoerig getest in de klimatologische testruimte van BMW in Munchen, om er zeker van te zijn het wisselende Britse weer te kunnen weerstaan. Ondanks het feit dat de vlam toch doofde omwille van een slecht functionerende brander in Devon, bleef ze branden op het hoogste punt van haar tocht naar Londen: de 1.085 meter hoge top van Snowdon in Noord Wales. Het was zelfs prachtig weer, toen de 77 jarige bergbeklimmer Sir Chris Bonington die in 1975 de Mount Everest beklom, op de top van de Welshe berg de vlam de lucht in hield.

    5 minuten gelezen Nummer 3
  • Vol vuur

    De olympische vlam kwam op 8 juni in buitengewoon veilige handen toen hij aan Craig Hannah werd doorgegeven. VIDEO Hoezo? De 48-jarige Craig die de vlam door het Schotse Glasgow mocht dragen, is al jarenlang brandweerman. Craig, die voor INEOS in Grangemouth werkt, vertelt dat er weinig spannends gebeurde die dag, behalve dan de gelegenheid zelf natuurlijk. Craig: “Ik was in de zevende hemel.” De vlam, die Craig een halve mijl mocht dragen tot hij hem aan de volgende fakkeldrager moest overhandigen, was 29 dagen eerder in Griekenland ontstoken met zonnestralen. “Het is heel indrukwekkend, als je daarover gaat nadenken,” aldus Craig. “die vlam in je hand heeft al een hele afstand afgelegd.” Lord Sebastian Coe, voorzitter van het organisatiecomité van Londen 2012, vertelde dat de vlam symbool staat voor de olympische geest en dat de reis van de vlam door het Verenigd Koninkrijk de opwinding rondom de Londense Spelen naar alle uithoeken van het land had gebracht. Daar had Craig zeker – niet tevergeefs – op gehoopt toen hij de straten op ging. “Het was mooi om de kinderen enthousiast te maken voor de Olympische Spelen en om ze aan te moedigen te gaan sporten, want je ziet tegenwoordig zelden meer jeugd buiten,” zegt hij. “Het lijkt wel of ze allemaal thuis achter de computer zitten.” Craig is tot een van 8.000 Britse fakkeldragers verkozen, omdat zijn zwager Jim Blaikie hem heeft genomineerd vanwege zijn werk in het Schotse Bo’ness. “Ik voelde me heel vereerd dat ik uit zo veel genomineerden gekozen was,” zegt hij. Craig is een bekende weldoener in Bo’ness. Hij is al zo’n 15 jaar de spil van een muziekproject voor jongeren met de naam Cozy Blanket in Bo’ness. En de goed voorziene studio wordt door veel kinderen en bands uit de buurt gebruikt. Daarnaast is hij ook erg actief in de kerk van St Andrew’s, drumt hij zelf in de plaatselijke band Hunter en is hij vrijwillig eerstehulpverlener bij de ambulance. “Het is handig dat ik in ploegen werk, want daardoor kan ik al dat vrijwilligerswerk regelen,” zegt hij. Degenen die Craig in Glasgow gemist hadden, kwamen hem -en de olympische fakkel die hij door de straten van Schotland droeg- op 29 juni wel tegen bij het Children’s Fair Festival in Bo’ness. Video - sailing

    7 minuten gelezen Nummer 3
  • PVC laat spierballen zien

    INEOS schreeuwt meestal niet van de daken wat we allemaal bereikt hebben, maar misschien zouden we dat wel moeten doen. Want als je wilt weten welk bedrijf met bijna alles dat je doet te maken heeft, is INEOS echt wel hét woord voor chemie. INEOS helpt de sportwereld al jaren om wereldrecords te verbeteren, internationale evenementen vorm te geven en wereldkampioenen te kweken. Daar zijn wij zelf erg trots op, maar verder lijkt niemand ervan op de hoogte. Buiten onze bedrijfstak lijken maar weinigen te weten hoe belangrijk pvc tegenwoordig is voor bijna alles dat met sporten te maken heeft. “Het is een fantastisch materiaal,” vertelt Jason Leadbitter, Sustainability and Compliance Manager van INEOS ChlorVinyls. “Het is kostenefficient, gaat lang mee, is eenvoudig te onderhouden en het is een uitermate veelzijdig bouwmateriaal met een gunstige ecologische voetafdruk.” Toch, zegt Jason, zullen bepaalde groepen altijd wel bevooroordeeld blijven tegen pvc. “Voor sommigen blijft het de slechterik onder de kunststoffen, en dat vind ik heel jammer,” zegt hij. Omdat ze bang waren dat de organisatoren van Londen 2012 onder invloed van milieugroeperingen als Greenpeace zouden besluiten geen pvc bij de Olympische Spelen te gebruiken (zoals in 2000 in Sydney was gebeurd), ontmoetten hij en andere vertegenwoordigers van onze branche vijf jaar geleden Dan Epstein, hoofd duurzame ontwikkeling van de Olympic Delivery Authority, om voor het gebruik van pvc te pleiten. “We vroegen alleen maar dat ze ons ons verhaal lieten doen,” zegt Roger Mottram, Environmental & Regulatory Affairs Manager voor INEOS ChlorVinyls en voorzitter van de British Plastics Federation Vinyls Group. Ook hij was bij de vergadering. “En dat gebeurde. Hij ging echt het gesprek met ons aan. “Hij vertelde ons dat hij wilde dat de industrie, net als van atleten verwacht wordt, de lat steeds hoger zou leggen. “Hij wilde dat we nieuwe normen opstelden en innoveerden. “Wij wilden gewoon de kans om ons te bewijzen. En in wezen is dat ook wat we van plan zijn.” Toen de Spelen in Londen op 27 juli officieel van start gingen, was er al meer dan 142.000 vierkante meter pvc gebruikt om de faciliteiten, zoals het watersportcentrum, voor de allergrootste sportshow ter wereld te bouwen. De atleten streden op pvc-vloeren en delen van hun uitrusting waren ook van pvc. De duizenden toeschouwers zaten onder pvc-overkappingen en werden beschermd door pvc-omheiningen. En dan hebben we het nog niet eens over de kilometers pvc-buizen
en elektriciteitskabels gehad die al voor de openingsceremonie waren gelegd, die wereldwijd door meer dan een miljard mensen op televisie werd bekeken. “Bijna overal waar je keek was pvc gebruikt,” zegt Roger. En de reden is simpel: pvc is bestand tegen stortbuien, razende zeewateren en verzengende zonnestralen, en dat is maar goed ook met de onvoorspelbare Britse zomers. Maar als je denkt dat de Olympic Delivery Authority zich zomaar heeft laten overdonderen door een krachtige pvc-lobby en het ons makkelijk heeft gemaakt, dan zit je er toch echt naast. Zich zeer bewust van de controverse over het gebruik van pvc, stelde de duurzaamheidscommissie voor Londen 2012 al in 2009 een beleid op over het gebruik van vinyl in het olympisch park. Video “We wilden de Spelen in Londen in 2012 benutten om samen met de bedrijfstak nieuwe normen te stellen,” aldus Dan Epstein. “We wilden de branche op weg helpen naar een duurzamere productie, gebruik en verwijdering van pvc-materialen.” Hij vertelde dat de strenge controles en controleprocedures waren ontwikkeld om te zorgen dat waar pvc gebruikt werd, dat op een milieubewuste manier werd gedaan, zodat er veel van kon worden gerecycleerd of hergebruikt. Volgens David Stubs, hoofd duurzaamheid in het organisatiecomité voor de Olympische en Paralympische Spelen in Londen, was recycling zo belangrijk omdat in Londen in 2012 veel meer tijdelijke faciliteiten werden gebruikt dan bij alle eerdere Spelen en wereldevenementen. Al die tijdelijke bouwwerken werden zo ontworpen dat ze na de Spelen in Londen konden worden gerecycleerd. Het pvc wordt van andere materialen, zoals natuurlijke weefsels, metalen en rubber gescheiden en dan gerecycleerd of hergebruikt. Zo is het de bedoeling een deel van de pvc voor het FIFA wereldkampioenschap in Brazilië in 2014 te gebruiken en de hele basketbalzaal weer bij de Spelen in Rio in 2016 te gebruiken. In het beleid, dat voor Londen 2012 is opgesteld, wordt ook geëist dat alle materialen: MINIMAAL 30% gerecycleerd materialen bevatten VOLDOEN aan het handvest van The European Council of Vinyl Manufacturers VOLDOEN aan normen voor vloeibaar afval en uitlaatgassen en geen lood, kwik en cadmiumstabilisatoren bevatten. Richard Jackson, hoofd Sustainable Development and Regeneration van de Olympic Delivery Authority, had het over wijze lessen uit het rapport Learning Legacy. Hij zei dat de kunststofindustrie, ondanks enige twijfels in het begin, de benadering over het algemeen gunstig had ontvangen en dat de toeleveringsketen zelfs had besloten een pvc zonder weekmakers te ontwikkelen. Deze werd gebruikt om een aantal van de gebouwen te bekleden. Bovendien erkende het beleid ook de voordelen van Vinyl2010, de gedragscode van de pvc-branche. In de 10 jaar dat deze bestond werd er al meer dan de doelvolumes gerecycleerd en was er goede vooruitgang geboekt om diverse additieven overbodig te maken. INEOS is sterk bij de opzet van Vinyl2010 betrokken geweest, om te onderzoeken wat de branche in heel Europa aan pvc kan doen, en heeft fors financieel bijgedragen aan het behaalde succes. Toen de Europese pvc-industrie vorig jaar zag hoe geweldig Vinyl2010 werkt, namen de deelnemers de volgende stap door bij te tekenen voor VinylPlus, een nieuwe vrijwillige toezegging voor 10 jaar. “In VinylPlus hebben we een aantal nieuwe, ambitieuzere doelen voor duurzame ontwikkeling gesteld,” zegt Jason. Alle doelen zijn indirect gebaseerd op een raadpleging van belanghebbenden. “Zo kunnen we de zaken waar mensen zich druk over maken gericht aanpakken,” zegt hij. Het plan is om:
 voor 2020, 800.000 ton pvc per jaar te gaan RECYCLEREN voor 2015 loodhoudende additieven UIT TE BANNEN
 het energieverbruik voor de productie van pvc te VERLAGEN “We zoeken naar manieren om mensen te laten zien wat de voordelen van pvc zijn en ook dat we vooruitgang boeken wat betreft milieuvriendelijkheid,” aldus Jason. Tijdens een persconferentie afgelopen juni in Londen, presenteerde Roger de brochure ‘PVC in Sport’ van de British Plastic Federation, die beschrijft hoe onmisbaar pvc is geworden voor de topsport. “Het zijn spannende tijden in de sport en pvc zal zeker een belangrijke rol bij de evenementen hebben,” zei hij. De brochure belicht ook de criteria uit het pvc-beleid voor de Spelen in Londen die de Olympic Delivery Authority had gesteld. Roger hoopt dat hierdoor meer mensen beseffen hoe duurzaam pvc is. “De Britse pvc-industrie heeft zich heruitgevonden nadat het materiaal een tijdlang als gevaar voor de samenleving werd bestempeld,” vertelde hij de journalisten. In een recent interview met het tijdschrift British Plastics and Rubber vertelde Roger hoe belangrijk evenementen als de Olympische Spelen voor pvc zijn. “Als er veel pvc bij grote projecten zoals de Spelen wordt gebruikt, en we kunnen aantonen dat het aan de uiterst strenge duurzaamheidscriteria voldoet, dan levert dat hopelijk vanzelf navolgers op,” zei hij. “We hebben laten zien dat pvc kan worden gerecycleerd en dat het niet alleen volgens zeer strenge normen kán worden, maar ook daadwerkelijk wórdt geproduceerd.” Jason zegt dat VinylPlus ook bedoeld is om belanghebbenden te laten zien wat pvc al voor ons leven nu heeft betekend. “Pvc is ongelooflijk veelzijdig en mensen staan er helemaal niet bij stil in hoe ongelooflijk veel alledaagse spullen het is gebruikt” zegt hij. De groep geeft ook ruchtbaarheid aan een nieuw onderzoek waarin de volledige kosten van pvc worden vergeleken met die van andere materialen. “In het huidige economische klimaat, waarin de overheid flink onder druk staat om te bezuinigen, willen wij laten zien dat gemeenten miljoenen kunnen besparen door pvc-producten te gebruiken”, aldus Jason.

    15 minuten gelezen Nummer 3
  • INEOS helpt atleten op weg naar goud

    Ons hele leven kan radicaal veranderen door koolstofvezel, zowel thuis
als op het werk of bij het uitoefenen van een hobby. In veel opzichten is dat al gebeurd. Kijk maar naar de sprinters in de Paralympische Spelen op protheses van koolstofvezel. INEOS Nitriles levert wereldwijd acrylonitrile, het basisingrediënt van koolstofvezel.  Niemand kan ooit nog vergeten hoe de Amerikaanse sprinter Dennis Oehler de 12-secondengrens op de 100 meter wist te doorbreken bij de Paralympische Spelen van 1988 in Seoul, Zuid-Korea. Want dat was de eerste keer dat mensen koolstofvezelveren in actie zagen. Die koolstofstroken, die de hardloopwereld voor atleten met een lichamelijke handicap radicaal hebben veranderd, zijn nu een herkenbaar symbool voor paralympische sport. En voor INEOS Nitriles’s werelds grootste producent van acrylonitrile, is dat maar een van vele redenen om trots te zijn. Acrylonitril – een chemische stof die tot de cyaniden behoort – is een basisingrediënt voor koolstofvezel. Geen acrylonitril, geen koolstofvezel. En zonder koolstofvezel zouden heel veel baanbrekende ontwikkelingen gewoonweg onmogelijk zijn. Barry Slater is global sales director bij INEOS Nitriles. “Het is een ontzettend spannend vakgebied,” zei hij. “De grootste uitdaging is dat koolstofvezel duur is, veel duurder dan staal, maar toch begint het in het topsegment meer verkocht te worden.” Neem de Boeing 787, Amerika’s hypermoderne, middelgrote vliegtuig, dat eind vorig jaar is geïntroduceerd. Dankzij de koolstofvezelwanden is dit toestel veel lichter, waardoor het bijna 20% minder CO2 uitstoot dan oudere vliegtuigen. Het vliegtuigmateriaal is geleverd door Toray, een Japans bedrijf dat op dit moment als de wereldleider in de productie van koolstofvezel wordt beschouwd. En achter Toray staat INEOS, dat een contract heeft weten af te sluiten om Toray de acrylonitril voor de Boeing 787 te leveren. En Boeing zou nu al bestellingen voor meer dan 800 vliegtuigen hebben ontvangen van vliegmaatschappijen uit de hele wereld. “Het is geweldig voor INEOS,” zei Barry. Maar ondertussen waren we alweer met de Paralympische Spelen in Londen bezig. Daar presteerden atleten met een lichamelijk handicap opvallend beter, vooral met dank aan koolstofvezel, dat ideale eigenschappen voor protheses heeft. Om te beginnen is het vijf keer zo sterk als staal. Het is stijver, maar veel lichter. Het bestaat uit koolstofstrengen die dunner zijn dan een mensenhaar. Die zijn om elkaar heen gedraaid en vervolgens als doek geweven om een laag koolstofvezel te maken. Elke hardloopprothese bestaat uit meer dan 80 lagen koolstof. Iedere laag wordt individueel
met de hand over een vorm getrokken. Het kan wel twee uur duren om de koolstoflagen voor
één hardloopprothese over elkaar te leggen. Daarna worden de koolstoflagen met druk en hitte samengesmolten en gehard. Het interessantst is het vormen en monteren. Een van de atleten die hardloopprotheses van koolstof gebruikte, was de wereldkampioen op de 100 meter, Heinrich Popow. En hij zette bijna een nieuw Europees record toen hij op 15 juni in Berlijn de 100 meter in 12,43 seconden rende. “Dat was de perfecte seizoensopening,” zei hij. Bij de Spelen in Londen deed hij mee aan de 100 meter en het verspringen. Maar op de lange termijn hoopt hij dat zijn prestaties de lat hoger leggen voor alle paralympische sporten. “Het is mij duidelijk dat alle deelnemers aan de Paralympische Spelen volwaardige atleten zijn, en niet vanwege hun handicap,” zei hij. Heinrich, die er ooit van droomde om profvoetballer te worden, zei dat het lang had geduurd om snel te leren rennen met een beenprothese, maar dat het enige geheim was dat je gewoon nooit moet opgeven. “Sport is het allerbelangrijkste in mijn leven,” zei Heinrich, die pas negen was toen artsen een tumor in zijn linkerkuit ontdekten en vertelden dat zijn been moest worden geamputeerd. “Het maakt niet uit of ik aan het winnen of aan het verliezen ben, ik geef het niet op. Ik ga door. Ik wil met mijn succes andere mensen inspireren en hen laten zien dat je altijd kansen hebt, ook bij de allergrootste tegenvallers.” Een andere deelnemer bij de Paralympische Spelen in Londen in 2012 met een koolstof hardloopprothese was Kelly Cartwright. “Volgens mij kun je alles dat je maar wilt doen, of je nou een handicap hebt of niet,” zei Kelly. “Mensen vragen me vaak wat ik allemaal niet kan door mijn handicap, maar het enige dat ik kan bedenken is dat ik geen hoge hakken aan kan.”

    7 minuten gelezen Nummer 3
  • Weer of geen weer, INEOS blijft uitblinken

    INEOS Oligomers maakt een aantal fantastische materialen, zoals polyisobutyleen, een prachtproduct met een heel scala aan toepassingen waar de meeste mensen nooit op zouden komen. Een buitengewone man, Richard Schabel, kwam er wel op. Niet alleen ontdekte hij polyisobutyleen, maar hij benutte het ook nog eens om wereldkampioen te worden Paralympisch atleet Richard Schabel zag zijn kans op een gouden medaille letterlijk uit zijn handen glippen tijdens de Olympische Spelen in Sydney in 2000. De Britse discuswerper, die geen kracht meer kan zetten met zijn hand, had een plakkende stof gebruikt om de discus vast te kunnen houden tot hij hem wierp. Maar het dennenharsachtige materiaal dat hij gebruikte smolt in zijn hand door de brandende hitte van de zon. “Daardoor werd de discus te glibberig om vast te houden,” zei hij. Na deze teleurstelling ging hij fanatiek op zoek naar een optimaal presterend alternatief dat werkt in alle weersomstandigheden. Zo kwam hij bij een product van INEOS Oligomers met de naam Indopol H18000. “Hij had het al getest en wist dat het werkte, maar wilde de producent spreken over grotere, regelmatige leveringen,” zei Ian Purvis, account manager bij INEOS Oligomers. Ian hielp hem graag. “We begrepen wel waarom het werkte, maar nog niet helemaal hoe het werkte,” zei hij. “Indopol H18000 is een van de plakkerigste stoffen die je kunt kopen en kleeft uitstekend aan bijna alle oppervlakken. Doordat het waterafstotend is, wordt het bovendien niet door regen of zweet aangetast.” Het product – feitelijk geen ‘lijm’ – werkte geweldig. “Het veranderde mijn prestaties drastisch,” zei Richard, die daarna nr 1 ter wereld in het discuswerpen is geworden. “Het werkte altijd, dus kon ik beter trainen. En dat betekende dat ik me op de dag van de wedstrijd dáár in elk geval geen zorgen over hoefde te maken.” Maar het duurde wel even voordat Richard perfect kon gooien met deze stof, die hij op zijn handpalm smeerde. “Ik kan niet bepalen wanneer de discus loskomt, dus als ik te weinig gebruik, kan de discus te snel uit mijn hand glijden,” vertelde hij. “En als je te veel smeert, dan komt hij te laat vrij.” Wat Richard wel handig vond, was dat het plakkerig bleef. Daardoor hoefde hij dus alleen aan zijn timing te werken. Helaas heeft Richard, die nu 54 jaar jong is, het niet aan de ultieme test kunnen onderwerpen, omdat hij net niet door de kwalificaties voor het Britse team is gekomen voor de Paralympische Spelen in Londen van afgelopen zomer. Hij is natuurlijk teleurgesteld, maar was er toch bij om te kijken hoe zijn collega’s het deden. Omdat hij de marathon van Londen al vier keer heeft gelopen, weet hij heel goed hoeveel verschil de aanwezigheid van de eigen fans zou maken voor de Britse atleten. “Ze kregen allemaal een extra kick omdat ze voor eigen publiek optraden,” zei hij. “Ik herinner me nog hoe oorverdovend de herrie in Beijing was. Hopelijk is dit in Londen opnieuw het geval.” Richard, die op zijn 21e zijn nek brak bij een auto-ongeluk, had het olympisch stadion al van tevoren gezien. Hij, en horden andere atleten, waren uitgenodigd voor een testevenement in het stadium met zitplaatsen voor 80.000 man. Hoewel Richard niet in het Britse team wist te komen, was een van zijn trouwe fans, Ian, er toch bij toen de Britse paralympische sporters discuswierpen. “Het is jammer dat Richard er niet bij was,” zei Ian. “Maar voor mij persoonlijk is het toch geweldig dat we Richard hebben kunnen helpen. “En uit zakelijk oogpunt is het altijd spannend om nieuwe en interessante toepassingen voor onze producten te vinden. Zo leren wij hoe we bedrijven kunnen helpen nieuwe producten te maken, met onze materialen.” Ieder jaar wordt bij INEOS Oligomers in Lavéra, Frankrijk, bijna 80.000 ton polyisobutyleen gemaakt. In het kort heet het ‘PIB’ en het is een slim stofje dat in van alles te vinden is, van cosmetica tot motorolie, vershoudfolie of ‘kneedlijm’ om posters op te hangen. Het zorgt zelfs voor de kauwbaarheid van kauwgom. “Er is niks vergelijkbaars verkrijgbaar,” volgens Ian Purvis, Account Manager bij INEOS Oligomers, die al 11 jaar PIB verkoopt. “Het is een fantastisch product met een heel scala aan toepassingen waar de meeste mensen nooit op zouden komen.” INEOS zorgt voor de scheikunde en het productieproces bestaat uit verschillende procedés voor verschillende klassen polyisobutyleen. Sommige zijn vloeiende olie, andere zijn plakkeriger en hebben een honingachtige structuur, terwijl weer andere uiteindelijk heel kleverig worden en net op rubber lijken. “De ‘magie’ gebeurt in de polymerisatiefase,” vertelde Ian. Enkele van INEOS’ grootste klanten zijn folieproducenten (die landbouwfolie voor boeren maken), en producenten van hechtmiddelen en dichtingsproducten. Volgens Ian bestonden de PIBs al jaren en was de markt rijp. Alle mogelijke toepassingen waren zo’n beetje al benut. Daarom was Ian zo enthousiast toen de paralympische sporter Richard Schabel contact met hem zocht. “De meeste mensen die voor een staal bellen, zijn producent,” zei hij. “We spreken zelden iemand die zelf het eindproduct gebruikt. “Ook al is dit wel het ultieme voorbeeld van een niche-markt, toch laat het goed zien hoe we werken. Verhalen als deze leren ons hoe we nieuwe kansen kunnen creëren en nieuwe producten van onze materialen kunnen maken.”

    10 minuten gelezen Nummer 3
  • Discussie: De spelen - duurzame nalatenschap of dure buitensporigheid? 

    Groot Brittannië heeft £9,3 miljard uitgegeven aan de Olympische Spelen van 2012. De Britse premier David Cameron denkt dat de Spelen Londen een blijvende nalatenschap zullen opleveren. Maar daar is niet iedereen het mee eens. Vooral Griekenland, dat zijn enorme schuldencrisis wijt aan de Spelen
in Athene in 2004. Dus wat is het
nu: een duurzame nalatenschap
of een dure buitensporigheid? Nalatenschap: De Olympische Spelen geven de plaatselijke sportclubs in Groot Brittannië een flinke impuls waar ze nog decennialang van zullen genieten. De nalatenschap
van sport op school, want de helft van de scholen uit het land doen mee aan
 Olympische Spelen voor scholen. En, het minst tastbare van alle voordelen, 
de inspiratie die de geweldige Britse atleten mensen zullen geven, of ze
nou roeien, fietsen of rennen. Iedereen weet dat zulke inspiratie levens kan veranderen. De overheid kan nog zo veel rapporten over het nut van sport op school uitgeven, maar laat een wedstrijd zien van Sir Chris Hoy of een van zijn gelijken en iedereen staat in de winkel: “Ik zoek een fiets, ik wil gaan wielrennen.” Dat effect is misschien niet tastbaar, maar wel heel erg krachtig en ik denk dat het ons als land weer dichter bij elkaar kan brengen.
David Cameron, Britse premier We zijn al bijna net zo bezorgd over de nalatenschap van de Spelen in 2012 als over het evenement zelf. En zo hoort het ook. Als we zo veel in een
sportevenement van twee en een halve week investeren, dan verwachten we ook
voordelen op de lange termijn. Maar nalatenschap is een lastig woord, want 
dat draagt veel betekenissen in zich. Ten eerste de materiële nalatenschap, zoals
de sportfaciliteiten die achterblijven: de wielerbaan, het watersportcentrum en
het olympisch stadium zelf. Dan de culturele nalatenschap, de blijvende indruk die Groot Brittannië op haar bezoekers maakt. En het belangrijkste, naar mijn
mening, de menselijke nalatenschap. De Britse sport krijgt een onmeetbare maar
krachtige oppepper doordat iedereen met de Olympische Spelen bezig is.
Sir Steve Redgrave, winnaar van vijf olympische gouden medailles Nog afgezien van de enorme sociale voordelen van het organiseren van de Spelen, is er ook geweldig geïnvesteerd in een deel van Londen dat ongelooflijk hard aan verjonging toe was. Oost-Londen is een plaats geworden van steeds meer kinderarmoede, in plaats van kansen en beloftes. Dat is geen ‘spelletje’. Dat heeft langetermijnvoordelen voor dit gebied en de landelijke economie.Charlie Edwards, oprichter en redacteur van 
de politieke blog Political Promise De Olympische Spelen in Peking waren in veel opzichten de extravagantste
Spelen ooit. De schitterende nieuwe stadia werden toeristische attracties
an sich. Grote delen van Noord-Peking (een stad waar grond zeldzaam
en onbetaalbaar is) werden ingericht voor olympische sport-, vrijetijds- en woongelegenheden. Het budget werd met voeten getreden, en dat al ruim 
voordat de fantastische openingsceremonies werden georganiseerd. Maar
de stad kreeg wel een enorme investering in haar infrastructuur en openbare
ruimtes. Er werden nieuwe metrolijnen aangelegd in een stad die vleugellam was
door een overdosis aan particuliere voertuigen. Er werden nieuwe snelwegen
aangelegd, waardoor de ene ringweg na de andere de stad omcirkelde. Er
werd nog voor de Spelen een prachtig nieuw luchthavengebouw geopend,
misschien wel het mooiste in de hele wereld, en groter dan heel Heathrow
airport. En in heel de anders zo grijze stad werden parken aangelegd.
William Kirby, hoogleraar Chinese taal en cultuur, Harvard University De Zomerspelen in 1996 hadden een ongelooflijk positief effect op het stedelijk landschap van Atlanta. Het is maar de vraag of in het centrum van onze stad zonder de Olympische Spelen ooit zo’n uitstekende openbare ruimte zou zijn gemaakt als het Centennial Olympic Park. Het park is een pronkstuk in de verjongingskuur van de binnenstad, terwijl er meerdere hoge gebouwen, musea en trekpleisters aan de rand zijn gebouwd. Het blijft een geweldige plaats voor evenementen. Ja, de Olympische Spelen zijn duur, maar ze kunnen de gaststad helpen om zich duurzamer te ontwikkelen.Dahshi Marshall, stedenplanner, Atlanta Regional Commission Buitensporigheid: Niemand weet hoeveel de Olympische Spelen Griekenland hebben gekost, maar volgens velen is het een belangrijke veroorzaker van de schuldenlast die het land in een economische crisis heeft gestort. Griekenland is een van de kleinste landen ooit die het evenement heeft mogen organiseren. De Grieken noemen 2004 nog steeds een bepalend moment, waarop het land blaakte van optimisme, zelfvertrouwen en trots. Maar het olympisch park in Athene getuigt niet meer van de oude gloriemomenten. Nee, het is nu juist een symbool van misplaatste buitensporigheid, verwaarlozing en wanhoop.Helena Smith, van de Australische krant The Sydney Morning Herald De Olympische Spelen draaiden puur om consumptie, om profiteren van het olympisch fenomeen en verkopen van advertentieruimte. Het bleek een ramp voor ons.Manolis Trickas, raadslid in de Atheense wijk Hellenikon Natuurlijk is het goed voor de nationale trots als je
een olympisch festival mag organiseren. Wanneer de gaststad voor de cameralens wordt gezet, die hem aan tweederde van de wereldbevolking laat zien, wordt het een opgeblazen PR- en reclamegebeuren. Maar de nationale trots van zo’n onderneming is vluchtig en de monumenten die je voor zo’n spektakel bouwt, de stadia en sportcentra, worden al snel niets meer dan vluchtige herinneringen aan vroegere gloriedagen. Bovendien komen de zo geroemde langetermijnvoordelen van de olympische sportfaciliteiten met een onoverkomelijk hoge prijs aan onderhoud en gebruikskosten, die veel hoger zijn dan de inkomsten van de gebruikers.
Robert K Barney, International Centre
for Olympic Studies aan de universiteit
van Western Ontario in Canada Uit eerder gehouden Olympische Spelen valt zeker niet af te leiden dat het beduidend economisch voordeel oplevert om gaststad te zijn. Montreal had na de Olympische Spelen in 1976 een schuld van 2,7 miljard, die ze pas in 2005 helemaal had afbetaald. Als je als stad op zoek bent naar een financiële oppepper, dan kun je de Spelen beter niet organiseren.Andrew Zimbalist, econoom, Smith College, Massachusetts De meeste economen vinden dat plaatselijke organisators en sportpromotors de voordelen standaard overdrijven en de kosten van het gastheerschap voor enorme evenementen als de Olympische Spelen onderschatten. Als een stad denkt door gaststad te worden, financieel erop vooruit te gaan, dan leert de ervaring dat ze flink op haar neus kan gaan.Victor Matheson, econoom, College of Holy Cross in Worcester, Massachusetts

    8 minuten gelezen Nummer 3
  • Gekleed in succes

    Wie had ooit gedacht dat door de mens gemaakte vezels, ooit populair omdat ze goedkoop waren, nu hét-van-hét zouden zijn voor kleding voor topprestaties? En toch is het zo. En daar zijn INEOS en Dralon allebei buitengewoon trots op, ieder om heel andere redenen.  Iedereen van een bepaalde leeftijd herinnert zich nog wel dat we nylon en acryl droegen. Deze synthetische stoffen waren erg populair in de jaren zeventig. Nylon kreukte niet en droogde sneller dan katoen en acryl was dik en warm. En ze waren allebei goedkoop. Maar na een tijdje gingen we ze juist mijden. Barry Slater, global sales director bij INEOS Nitriles, herinnert het zich nog goed. “Kunststoffen werden gezien als een armeluisvervanger voor natuurlijke vezels,” zegt hij. “Ze ‘voelden’ en presteerden slechter, maar hadden toch een eigen plekje in de markt.” Toen veranderde er iets. De kunststoffen... net als alle atleten, werkten ze aan hun prestaties. “Dat is zo mooi aan synthetische stoffen,” zegt Barry. “Omdat ze door de mens gemaakt zijn, kun je hun eigenschappen aanpassen. Je kunt het chemisch recept veranderen en hun eigenschappen zo herscheppen dat ze zich wel met natuurlijke vezels kunnen meten. En soms kun je ze zelfs beter maken.” En dat is precies wat Dralon’s werelds grootste producent van drooggesponnen acrylvezels, heeft gedaan. Mede dankzij de door leidingen aangeleverde acrylonitril van INEOS. Dralon en INEOS hebben een gezamenlijk terrein in Dormagen, bij Keulen, zodat ze allebei zo makkelijk mogelijk kunnen werken. Ledere dag worden honderden tonnen acrylonitril, de belangrijkste grondstof voor acrylvezels, door buizen naar Dralon gesluisd. Daar gebeuren er vervolgens al jaren magische dingen mee. “Er is daar in de loop van de tijd flink aan ontwikkeling gewerkt,” aldus Barry. “Zo is acryl nu veel zachter. Vroeger was het zo sterk dat truien vol met pluizen kwamen te zitten. Er is hard gewerkt om het materiaal zwakker te maken, zodat de kleine pluisjes er nu vanaf vallen.” Dankzij alle ontwikkelingen zweren de allerbeste atleten tegenwoordig bij kleding van nylon én acryl om hun prestaties te verbeteren. En dat is niet vreemd. De acrylstoffen van nu zijn slim. Is het koud, dan houden ze je warm, maar ben je warm en zweterig, dan doen ze daar weer wat aan. Ze absorberen het vocht, leiden het van het lichaam af omhoog en naar buiten, waar het verdampt. Dat kan katoen niet. Als dat nat wordt, dan wordt het zwaar. Daar krijgen mensen blaren van op hun voeten. En bij jeansstof hetzelfde. Daarom moet je daar nooit ver in gaan wandelen. Het wordt nat en zwaar bij slecht weer. “Katoen wordt bijna helemaal rond als er water en zweet in komt,” volgens Manfred Borchers, Dralons internationaal hoofd marketing en verkopen. Uit tests is ook nog eens gebleken dat nylon 60% sneller droogt dan katoen, en acryl zelfs 75% sneller. Sokken behouden hun vorm en jassen blijven je op temperatuur houden, zelfs als ze nat zijn. Dralon maakt 188.000 ton droog- en natgesponnen acrylvezels per jaar in haar twee Duitse fabrieken. Van die vezels worden vervolgens allerlei soorten uiterst gespecialiseerde kleding gemaakt, van sokken, sweaters, T-shirts en ski-kleding tot mutsen. “Onze drooggesponnen vezel absorbeert helemaal geen vocht,” zegt Manfred.
 De acrylonitril-branche produceert nu al meer dan vijf miljoen ton. “INEOS is wereldleider in zowel productie als verkoop,” zegt Barry. “En we verkopen het wereldwijd.” Tot de vijf beste klanten van INEOS Nitriles horen Dralon, Chi Mei, ‘s werelds grootste ABS-kunststofproducent uit Taiwan, en het Turkse AKSA, een van de grootste acrylproducenten ter wereld. We leveren ook acrylonitril aan de Japanse synthetische-vezelproducent Toray Industries, nummer één van de wereld in koolstofvezelproductie. En dat materiaal kan ons hele leven radicaal veranderen. “Koolstofvezel is niet meer dan gebakken acrylvezel,” volgens Barry. “Maar het is een fantastisch materiaal.” Kijk maar naar de zo bekende Lotus-fiets die Britse renner Chris Boardman de zegen bracht in de Olympische Spelen in Barcelona in 1992. Maar de acrylvezelindustrie is niet zo lucratief meer als hij is geweest. “Vroeger werd er 2,5 miljoen ton per jaar geproduceerd, maar nu nog maar twee miljoen. Dat komt door de concurrentie van polyester, dat goedkoper is,” zegt Barry. Hij zegt dat de acrylvezelindustrie onder andere daarom heeft besloten zich op gespecialiseerde sportkleding te richten. Ze hadden een nichemarkt nodig en vonden deze. Voor INEOS Nitriles is het gebruik van acrylonitril voor kunststoffen in IT- apparatuur, huishoudelijke apparaten zoals die van Dyson en auto-interieurs, een groeimarkt. Als bedrijf kan INEOS Nitriles als het meezit zo’n £3 miljard per jaar omzetten. “We hebben een aantal geweldige klanten, omdat we heel sterk zijn in acrylonitrilproductie,” zegt Barry. “Die technologie is van ons.” Ondertussen neemt de vraag naar alle vezels toe. De markt voor alle vezels samen, nu 35 miljoen ton, zal naar verwachting tegen 2020 naar 70 miljoen ton zijn gegroeid, dankzij economische ontwikkelingen. Omdat er steeds minder grond beschikbaar komt en deze bovendien vooral nodig zal zijn om voedsel te verbouwen voor de groeiende wereldbevolking, zal vrijwel alle extra vezelproductie synthetisch worden. “Dat kan goed nieuws zijn voor acryl.” aldus Barry.  Droomhuwelijk Keulen wordt gezien als de Europese hoofdstad voor acrylvezels en acrylonitril. Wat nu INEOS is, was toen BP. Wat nu Dralon is, was toen de acrylvezelfabriek van Bayer AG. Eind jaren ‘50 besloten BP en Bayer samen een naftakraker in Dormagen te bouwen, om aan Bayers toenemende vraag naar afgeleiden van petrochemicaliën te kunnen voldoen. Rondom die kraker werden producten voor voor eerder in de keten geïnstalleerd, zogenaamde chemische bouwstenen, zoals acrylonitril. “Veel van de beschikbare propeen werd gebruikt voor acrylonitril en een groot deel daarvan werd, en wordt nog steeds, per pijpleiding naar Dralon vervoerd,” volgens Manfred Borchers, internationaal hoofd marketing en verkopen van Dralon. “Zo is al lang voor alle hedendaagse discussies over duurzaamheid op gang kwamen een uiterst duurzame toeleveringsketen opgezet.” Vandaag de dag is INEOS wereldleider in acrylonitril. Dralon is nog steeds de op twee na grootste producent van acrylvezels ter wereld, ondanks toenemende concurrentie uit het Verre Oosten, waar de vezels voornamelijk worden verwerkt.

    12 minuten gelezen Nummer 3
  • Perfecte timing

    INEOS had dit jaar als hoofddoel om de rest van haar geleende geld op het juiste moment te herfinancieren. En omdat we geen mooie kansen laten liggen, vond INEOS in april de tijd rijp. En daar zijn velen het roerend mee eens. INEOS maakte in april naam in de financiële wereld Gesteund door de positieve reacties uit de markt eind januari op wat we investeerders te bieden hebben, gingen we zoals gepland verder met herfinancieren van de rest van ons geleend kapitaal. Zo verkregen we de grootste cov-lite lening (een lening waarvoor veel minder sterke voorwaarden gelden dan gebruikelijk) die ooit aan een Europees bedrijf was verschaft en wereldwijd gezien de grootste sinds het begin van de kredietcrisis in 2008. “Dat was een ongelooflijke prestatie voor het bedrijf,” volgens Michael Moravec, hoofd van European high- yield syndicate en co-hoofd EMEA leveraged finance origination bij Barclays, wereldwijde coördinatoren van de financiering, samen met JPMorgan. “Daarmee was voldaan aan alle verplichtingen die op korte termijn moesten worden afbetaald en waren de risico’s van herfinanciering weg en was geen enkel deel van de schuld meer onderworpen aan dwingende convenantverplichtingen, maar was alles geregeld in convenanten met beperktere informatieverplichtingen.” Volgens hem is het grote voordeel hiervan voor INEOS meer vrijheid en flexibiliteit, want rapportageclausules zijn een veel zwaardere belasting voor bedrijven, vooral in cyclische sectoren als de chemische. “Nu kan het management zich richten op waar het goed in is, het besturen van een chemiebedrijf,”
 zei hij. Ook elders werd positief op de herfinanciering gereageerd. Euroweek, het toonaangevend wekelijks nieuwsblad voor de wereldwijde financiële markten, schreef dat INEOS heeft laten zien hoeveel macht het als ontlener heeft. “INEOS wist over te stappen op een moment dat de prijs het gunstigst was,” schreef Oliver West, gespecialiseerd journalist over schuldfinanciering eind april in een van zijn artikelen. Maar het ging ook om de timing, zoals Finance Director van INEOS John Reece al voorspelde toen hij in
maart met INCH sprak, nadat INEOS er in januari al
in geslaagd was een groot deel van haar leningen te herfinancieren: een jaar voordat het moest. “Je moet echt van de kredietmarkt profiteren op het moment dat het kan, want het is een heel cyclische branche,” zei hij. Malcolm Stewart, partner bij Ondra Partners, al sinds tijden adviseur van INEOS, zei dat het perfect getimed was. “Het was een schot in de roos,” zei hij.
 “De eerste overeenkomst werd eind januari zo goed ontvangen door de markten, dat INEOS zich snel weer op de markten stortte.” INEOS wist ook dat de kansen in de markt maar van korte duur waren, en daar hadden ze gelijk in. Binnen een maand waren de rentes al 1% gestegen. “Als je het over het herfinancieren van $3,8 miljard hebt, dan heb je het over veel geld dat ook elders in de business kan worden geïnvesteerd,” zei Malcolm, die de transactie uit april beschreef als ‘de gelukkige ontknoping’ van vier jaar werk. De herontdekking van zogenaamde covenant-lite- leningen komt voort uit de wens van aanbieders om meer rendement uit bedrijfsleningen te halen. Nu
de rentepercentages lager dan ooit liggen, willen investeerders meer voor hun geld en willen ontleners meer vrijheid, vanwege de onvoorspelbaarheid van de wereldeconomie. Bij covenant-lite-overeenkomsten, waarin een aantal verplichtingen voor bedrijven is weggelaten, is dit allebei mogelijk. In april organiseerde INEOS Group beleggersdagen in Londen en New York. CEO’s van ieder van de businesses informeerden de investeerders daar in detail over onze prestaties en de markten, om hen volledig inzicht in het bedrijf te geven. We wilden onze bankkredieten onder de best mogelijke voorwaarden herfinancieren. Om dat voor elkaar te krijgen, profiteerden we van het feit dat Amerikaanse en Europese beleggers in hoogrentende obligaties en -leningen tegen elkaar opboden. “In eerste instantie kwam het bedrijf op de markt met $1,5 miljard in leningen en $2,2 miljard in obligaties,” zei Malcolm. “Maar iedere investeerder ter wereld weet hoe sterk en groot de Amerikaanse markt voor hoogrentende obligaties is en weet dat deze de volledige herfinanciering kon dragen. “Door eerst een grote hoogrentende obligatie aan te bieden, werden de leningverstrekkers geprikkeld om grote orders te plaatsen met scherpe voorwaarden.” Met een slimme zet wist INEOS de markt te verrassen, door te elfder ure het luik hoogrentende obligaties
in euro helemaal te laten vallen en de Amerikaanse hoogrentende obligaties te beperken tot amper $775 miljoen. Ter vervanging van de obligaties ging het een covenant- lite hefboomlening van $2 miljard met een looptijd van zes jaar, een covenant-lite-lening van $375 miljoen
met een looptijd van drie jaar en, wat echt iedereen overrompelde, een covenant-lite hefboomlening van $500 miljoen met een looptijd van zes jaar. En er was meer goed nieuws op komst. INEOS’ geslaagde herfinanciering zorgde ook voor een betere credit rating. Standard & Poor’s verhoogde ons van B naar B met ‘positieve’ vooruitzichten. “Deze kredietbeoordeling is een weerspiegeling van INEOS’ robuuste prestaties in de afgelopen kwartalen,” volgens Oliver Kroemker, onderdirecteur en kredietanalist bij Standard & Poor’s. Ook Moody’s Investors Service veranderde zijn verwachting voor INEOS naar positief. Het gaf aan dat de herfinanciering INEOS meer financiële vrijheid zou geven, dankzij de verwijdering van beperkende convenantvoorwaarden. De meeste leningen van INEOS stammen uit 2005, toen we een reeks leningen afsloten om Innovene van BP te kopen. Voor veel van die leningen nadert nu
de eindvervaldag. John vertelde dat INEOS ook financieringsmogelijkheden in de aandelenmarkt had kunnen onderzoeken in plaats van in de schuldmarkt, maar dat ze daar bewust niet voor kozen. “Het verschil is dat INEOS in het ene geval de controle houdt, en in het andere niet,” zei hij. Malcolm zei dat hij begreep waarom INEOS het bedrijf liever in volledig eigendom hield. “Een aandelenuitgave zit niet in het DNA van INEOS,” zei hij. “Als je aandelen op de markt brengt, geef je mensen inspraak en rechten bij hoe je je bedrijf voert. “Zoals het er nu voor staat kan INEOS zich prima redden, in alle pieken en dalen die bij de chemie- branche horen, zoals het ons betaamt en met het oog op onze langetermijnbehoeften, zonder dat we ons druk hoeven te maken over de kortetermijneisen van aandeelhouders.” Resultaten van INEOS Group in het 2e kwartaal INEOS heeft in het tweede kwartaal van 2012 een terugval gehad, na een indrukwekkend begin van het jaar. De Groep rapporteerde voor het tweede kwartaal inkomsten (EBITDA) van €308 miljoen, tegenover €576 miljoen (een kwartaalrecord) in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Dat is €157 miljoen minder dan in het eerste kwartaal van dit jaar. Finance Director John Reece zei: “Daarvoor had INEOS een best goede april, maar de gevolgen van de scherp dalende olieprijzen (de prijs zakte in de loop van het kwartaal van $123 per vat naar $94) hadden een negatief effect op het resultaat van mei en juni, op basis van de aanschafwaarde.” Dit leidde tot zo’n €141 miljoen voorraadafwaarderingen zonder kasimpact in het tweede kwartaal, voornamelijk bij de businesses Olefins & Polymers. Chemical Intermediates rapporteerde een EBITDA van €119 miljoen, tegenover €267 miljoen in het tweede kwartaal van vorig jaar en €233 miljoen voor het eerste kwartaal. De verkopen van Chemical Intermediates waren beïnvloed door lage grondstofprijzen in combinatie met de algemene onzekerheid over macro-economische omstandigheden. INEOS Phenol behoorde tot de businesses die het best presteerden. Doordat de bedrijfsstilstanden voor groot onderhoud van veel producenten samenvielen, was er weinig aanbod van producten. Daardoor kon INEOS Phenol gezonde marges en omzetvolumes behalen. Ook INEOS Oligomers genoot stabiele vraag en solide marges in alle sectoren. De omzet en marges van INEOS Nitriles bleven relatief gezien zwak, door minder vraag naar acrylvezel en ABS in het Verre Oosten en Europa. De resultaten van INEOS Oxide varieerden. De vraag naar ethyleenoxide in Europa bleef stevig, maar daar stond wel lagere vraag naar glycolen tegenover, vooral in Azië. INEOS Olefins & Polymers North America rapporteerde een EBITDA van €132 miljoen, tegenover €163 miljoen in hetzelfde kwartaal van vorig jaar en €175 miljoen in het eerste kwartaal. De business profiteerde nog steeds van goedkopere gasgrondstoffen, en daardoor van goede marges en weer een nieuw kwartaalrecord (voor aftrek van voorraadwaarderingsverliezen). De Amerikaanse conjunctuur in de krakerbusiness verstevigde verder, met lagere grondstofkosten, wat de productiemarges voor dit kwartaal flink deed stijgen. De vraag naar polymeren hield in het algemeen stand, waarbij export van derivaten de zwakkere vraag uit eigen land compenseerde, doordat gaskrakers wereldwijd hun sterke concurrentiepositie behielden. Een van de krakers in Chocolate Bayou lag stil voor gepland groot onderhoud dit kwartaal, dat met succes werd afgerond. INEOS Olefins & Polymers Europe rapporteerde een EBITDA van €57 miljoen, tegenover €146 miljoen in hetzelfde kwartaal vorig jaar en €57 miljoen in het
eerste kwartaal. Er was niet erg veel vraag naar olefines, maar butadieen deed het nog steeds goed. De sterke dalingen in naftaprijzen leverde het hele tweede kwartaal gezonde krakermarges op. Maar de volumes waren wel afgenomen, doordat sommige klanten hun voorraad afbouwden. De kraker in Rafnes, Noorwegen, heeft in het tweede kwartaal een grote onderhoudsbeurt gehad. De vraag naar polymeren was echter zwak, omdat de klanten verwachtten dat de prijzen zouden zakken naar aanleiding van dalende olie- en naftaprijzen. Ook
de slechte markt voor basispolymeren leidde tot krappe marges. In mei 2012 heeft de groep met succes $775 miljoen aan Senior Secured Notes uitgegeven die in 2020 aflopen en een nieuwe Senior Secured Term Loan voor in totaal $3,025 miljard. De netto-opbrengst was gebruikt om alle overgebleven schulden van de Senior Facilities Agreement terug te betalen, evenals de opgebouwde rente in natura en bijbehorende uitgavekosten. Volgens John blijft INEOS Group prioriteit geven aan het beheer van liquide middelen en liquiditeit. Eind juni 2012 had INEOS een nettoschuld van €6,55 miljard. De kassaldi waren aan het eind van het tweede kwartaal €1,247 miljard, er was nog €200 miljoen
niet opgenomen kaskrediet beschikbaar. De netto schuldgraad bedroeg zo’n 4,9 per eind juni 2012.

    16 minuten gelezen Nummer 3
  • Veiligheid eerst

    Vorig jaar verbeterden we het veiligheidsrecord van INEOS van 0,25 geclassificeerde ongevallen per 100.000 uur tot 0,21. Het was het vierde jaar op rij dat het bedrijf continu verbetering zag. Steve Yee, Business Safety Health & Environment Manager, bekijkt onze bedrijfsaanpak. Communicatie werkt voor wie eraan werkt, aldus de Britse componist John Powell, die muziek heeft geschreven voor meer dan 50 films. En wat de communicatie over veiligheid betreft: dit is een gebied waarop INEOS uitblinkt. Sommigen zouden zeggen dat het een sort obsessie is geworden, zij het dan om een bijzonder goede reden. INEOS opereert namelijk in een risicovolle sector waarin de kans op schade aan mens (en milieu) reel is indien we ons niet houden aan de strengste normen en controles. Daarom kan geen enkele taak op onze sites ooit zo belangrijk geacht worden dat iemands welzijn erdoor in gevaar zou mogen worden gebracht. En dat geldt even goed voor wie in de buurt van een INEOS-sites woont of werkt. Steve Yee is verantwoordelijk voor het opstellen van de veiligheidsrapporten van de groep. “Als er een ongeval plaatsvindt op een van onze sites, dan kom ik dat te weten,” zegt hij. Hij vergelijkt de veiligheidsprestaties van INEOS vaak met die van gelijkaardige chemische bedrijven in de wereld. “Ons uiteindelijke doel is: geen letsel. Het begrijpen van de statistieken is dus slechts een deel van de oplossing om dit doel te bereiken. Inzien hoe we de chemicaliën in alle omstandigheden binnen de installaties kunnen houden is van vitaal belang voor ons bedrijf.” “Wat de cijfers ons echter vertellen, is dat we nooit mogen berusten. Verbetering is altijd mogelijk. Veiligheidsresultaten verbeteren kan lang duren, maar een terugval daarentegen kan snel gebeurd zijnen. We mogen onze aandacht geen moment laten verslappen.” Vorig jaar verbeterden we het veiligheidsrecord van INEOS van 0,25 ‘geclassificeerde’ ongevallen per 100.000 uur tot 0,21. Het was het vierde jaar op rij dat het bedrijf continuë verbetering bereikte en het laat zien dat er op alle niveaus hard en met volle inzet wordt gewerkt om ongevallen te voorkomen. Volgens Steve lag het accent vorig jaar op het volgen van de menselijke factor op de werkplek, en het proberen begrijpen wat we ermee kunnen doen om hier beter in te worden. “De meeste van onze ongevallen hebben niets met chemicaliën te maken,” vertelt hij. “Meestal gaat het om uitglijden, struikelen of vallen. “Onze resultaten zijn heel goed, maar we mogen niet op onze lauweren rusten. Als we continu willen blijven verbeteren, moeten we allemaal kritisch bekijken wat we doen, er niet de kantjes van aflopen en dingen altijd doen” zoals het hoort, “zelfs al duurt het dan iets langer. Het draait om een gedragsverandering zodat we allemaal voortdurend omzichtiger worden.” Ons gedrag veranderen is echter minder eenvoudig dan het klinkt. Sleutelprincipes die de norm gaan worden doorheen ons bedrijf: tien principes gebaseerd op menselijke factoren die we gedragsveiligheid noemen en tien principes gebaseerd op procesveiligheid. Deze principes zijn allemaal gebaseerd op wat we hebben geleerd uit incidenten en SHE Alerts over bijna-ongevallen. Procesveiligheid De operating manager van de installatie is verantwoordelijk voor de integriteit van zijn installaties. De ingenieurs verbonden aan de installatie zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de installaties en de integriteit van de beschermingssystemen ervan. Het moet duidelijk zijn wie in het bedrijf verantwoordelijk is voor het omschrijven en onderhouden van de juiste veilige operatielimieten. De bedrijfsprocedures en veilige operatielimieten moeten worden nageleefd. Afwijkingen moeten worden gerapporteerd en onderzocht. Alle wijzigingen moeten aan gepaste risico-analyses en ‘Management of Change’ procedures worden onderworpen. Procesrisico’s worden systematisch ge.dentificeerd, gedocumenteerd via risico-analyses, herzien en beheerd. Alle installaties moeten op gezette tijden worden ge.nspecteerd om hun integriteit en de betrouwbaarheid van hun beschermingssystemen te waarborgen. Sites moeten altijd de veilige werking of de stopzetting van een installatie, laten primeren boven het produceren. In geval van twijfel moet een installatie in haar veiligste stand worden gezet. We hebben noodplannen die gebaseerd zijn op risico-evaluaties en regelmatig worden getest. Gedragsvei ligheid Wij geloven dat alle incidenten en ongevallen voorkomen kunnen worden. Onze grootste verantwoordelijkheid is om veilig te werken. Iedereen is verplicht het werk stil te leggen als hij vindt dat de situatie onveilig is. Voor iedereen op de site gelden dezelfde verwachtingen en standaarden. De regels en procedures moeten gekend zijn en gerespecteerd worden. We moeten op elkaars veiligheid letten en onveilige situaties opmerken. Alle letsels, incidenten en bijna-ongevallen moeten worden gerapporteerd en onderzocht. V.r, tijdens en na voltooiing van een werk moeten risico-analyses worden uitgevoerd. Alle teamleiders dragen een bijzondere verantwoordelijkheid om deze principes bekend te maken en te zorgen dat hun teams zich eraan houden. We moeten altijd werken binnen de grenzen van onze bekwaamheden en training. “Het kan jaren duren om gedrag te veranderen, maar je kunt die verbetering binnen een half jaar verliezen. Mensen zijn namelijk geneigd om terug te vallen op wat ze altijd hebben gedaan,” zegt hij. “We zijn gewoontedieren.” Bij INEOS verwachten we dat voor iedereen dezelfde hoge normen gelden: zowel voor werknemers, contractanten als bezoekers. Net als elders in de chemische industrie zien we dat het percentage ongevallen hoger is bij niet-INEOS werknemers. Door de jaren heen hebben we verbetering waargenomen, maar we willen op dit vlak nog verder verbeteren. Net als alle vooraanstaande chemiebedrijven volgt en rapporteert INEOS meer dan wat de lokale wetten opleggen. “Wij zien ieder ‘bijna-ongeval’ als een waarschuwing en een bron van nuttige informatie waaruit we kunnen leren, of het nu plaatsvindt bij INEOS of bij een ander bedrijf,” zegt Steve. “We verbeteren onze systemen voortdurend aan de hand van rapporten over ‘bijna-ongevallen’. Door de informatie over alle bijna-ongevallen bij te houden, op te volgen en door te geven binnen de hele groep, kunnen we voorkomen dat echte ongevallen plaatsvinden. Eigenlijk ligt het voor de hand. Lijdzaam afwachten tot ongevallen gebeuren is echt geen optie voor ons.” “Ieder incident dat ernstig is of een element bevat waaruit we kunnen leren, wordt gerapporteerd als een ‘SHE Alert’ (waarschuwing met betrekking tot veiligheid, gezondheid of milieu) en de bevindingen worden aan alle ondernemingen binnen de Groep verstuurd,” vertelt Steve. “Deze SHE Alerts kunnen wellicht helpen om vergelijkbare problemen in andere vestigingen te voorkomen.” Het verbeteren van de veiligheid is een engagement dat uitgaat van INEOS Capital, en wordt nagestreefd door de directies van alle businesses en verder in de hele Groep. De hiërarchie in elk van de Businesses zorgt ervoor dat uiteindelijk elke werknemer ervan op de hoogte is. “Iedere INEOS Business is uiteraard aansprakelijk voor zijn eigen resultaten,” zegt Steve. “Veel grote bedrijven werken op dat vlak anders dan wij. Andere chemiebedrijven werken vaak met een hoge mate van centrale sturing en audits door een SHE organisatie op groepsniveau. Ik ben ervan overtuigd dat als je dat doet, je verantwoordelijkheid wegneemt van de mensen die de verbeteringen kunnen aanbrengen. En dat zal niet werken.” Nu INEOS de uitdaging aangaat om de verbeteringstrend voort te zetten en de prestaties van 2011 te overtreffen, wordt een van onze meest ambitieuze projecten tot nog toe uitgevoerd. Om de verbetering in de veiligheidsresultaten aan te sturen, heeft Tony Traynor, de INEOS Group Operations Director, een initiatief van het INEOS Process Safety Management Team opgezet. Hierin worden twee reeksen van tien sleutelprincipes ontwikkeld die de norm moeten worden in de hele Groep. De eerste tien gaan uit van menselijke factoren en worden ‘veiligheidsgedrag’ genoemd. De andere tien gaan over de procesveiligheid. Alle twintig zijn gebaseerd op werkelijk gebeurde ongevallen of SHE Alerts over bijna-ongevallen. “Ze zijn gebaseerd op best practice van INEOS en andere chemiebedrijven in de hele wereld,” zegt Steve. “We hebben een heleboel informatie verzameld en samengevoegd tot iets waarvan mensen zullen begrijpen dat het zal helpen om de uitstekende resultaten van dit jaar nog te overtreffen.” Op onze vraag of twintig niet wat te veel is, antwoordt Steve heel duidelijk. “Ik denk het niet. Ze zijn wat ze zijn. Deze sleutelprincipes komen voort uit de kennis die we in de loop der jaren hebben opgedaan. Wij geloven dat ze alle incidenten dekken. Als deze principes zorgvuldig waren gevolgd, hadden alle incidenten die we in de afgelopen jaren hebben gezien, bij INEOS en bij andere bedrijven, kunnen worden voorkomen. Dus geloof ik dat dit het juiste aantal is.” Een deel van het probleem voor de chemische industrie is echter het beeld dat het publiek van ons heeft. Dat is nu eenmaal zo en daarom doen we alles om ervoor te zorgen dat de omgeving rond onze sites ons begrijpt en beseft dat onze veiligheids- en milieuresultaten continu verbeteren. “De meeste chemische incidenten, groot en klein, komen in de krantenkoppen terecht. Toch zijn de veiligheidsresultaten van de chemische industrie veel beter dan in veel andere sectoren. Dat is een feit.” “Als we naar de ongevallencijfers in vele andere industrietakken kijken, is de chemische sector met voorsprong een van de beste. Begrijp me niet verkeerd, er is altijd ruimte voor verbetering. Voor mij is zelfs één enkele kwetsuur in de hele sector, een kwetsuur die voorkomen had kunnen worden.” “Ik weet dat ik ‘s nachts gerust kan slapen, omdat alle directies erop toezien dat de veiligheidssystemen en -procedures, de functies van mensen en de noodprocedures zodanig zijn ontworpen (en voortdurend worden gecontroleerd), dat de risico’s beperkt blijven. Als daarvan wordt afgeweken, zou ik dat in de veiligheidsrapporten zien.”

    12 minuten gelezen Nummer 2
  • Vrij denken

    INEOS werkt anders dan de anderen, en dat loont. Zeker als het op financieren aankomt, zoals eind februari bleek bij de eerste fase van de herfinanciering. John Reece, Finance Director, bekijkt INEOS’ financiering en de prestaties van 2011. VIDEO Soms loont het om anders te zijn INEOS doet zaken op een andere manier dan anderen en dat loont, vooral als het gaat om de financiering van het bedrijf. Dat bleek alleszins uit het eerste deel van een herfinanciering die eind februari werd beklonken. John Reece, onze Finance Director, heeft het over de financiën en resultaten van INEOS in 2011. In de loop der jaren is in de media veel geschreven over INEOS en zijn leningen, maar weinig over de schaal van de organisatie, haar groei, omzet of inkomsten (EBITDA). Toch heeft het business model van INEOS keer op keer bewezen dat het heel goed functioneert. Het is duidelijk geschikt voor een producent van basischemicaliën en betekent voor het bedrijf een hoge mate van zeggenschap over zijn eigen lot. Het is immers niet de speelbal van korte termijn-eisenvan publieke aandeelhouders. “INEOS heeft altijd keuze gehad in de manier waarop het zich financierde. Het kon terecht op de beurzen of verder gaan met schuldfinanciering. Het verschil is dat het ene INEOS zeggenschap geeft en het andere niet”, aldus John Reece. “INEOS via de beurs financieren zou betekenen dat we een publieke aandelenuitgifte moeten doen,” vertelt hij. “En dat zou inhouden dat we de typische beurscyclus moeten volgen: elk kwartaal moet beter zijn dan het vorige, want dat is wat beursanalisten en beleggers willen zien.” “En dat is heel moeilijk voor een cyclisch basischemiebedrijf als het onze, dat zijn blik meer richt op langetermijngroei dan op vooruitgang van kwartaal tot kwartaal.” Op voorwaarde dat de kredietmarkt liquide is en de prijzen aantrekkelijk zijn, is INEOS er daarom altijd van uitgegaan dat het een betere en effici.ntere manier is om haar activiteiten te. En dit heeft goed gewerkt, ondertussen reeds 14 jaar lang. Eind februari heeft INEOS met succes een groot deel van haar leningen geherfinancierd, een jaar eerder dan nodig. Het onthaal op de financi.le markten was beter dan verwacht. INEOS had gehoopt ongeveer 1 miljard dollar op te nemen op de obligatiemarkt. De respons van investeerders was echter zo positief en de prijszetting was zo aantrekkelijk, dat INEOS besloot het te herfinancieren bedrag op te trekken. “Je moet natuurlijk je moment kiezen, maar het vertrouwen in INEOS was groot en er was een heel sterke vraag,” zegt hij. Het leeuwendeel van de INEOS schuld staat uit bij financi.le instellingen en fondsen. Dat stamt nog uit 2005, toen INEOS een serie leningen afsloot om Innovene van BP te kunnen kopen. De komende jaren bereiken veel van die leningen hun eindvervaldag. Hoofddoel van INEOS voor dit jaar is de herfinanciering van de rest van zijn bankschuld (de zogenaamde ‘senior facilities agreement’) van ongeveer 2,4 miljard $, als de tijd er rijp voor is. “Dat is zeker het plan,” zegt John. “Vanzelfsprekend zijn we gericht op de kredietkost en proberen we ervoor te zorgen dat we dit doen op een manier die onze rentelast op termijn beperkt.” “Maar het is echt een kwestie van op het juiste moment beroep te doen op de kredietmarkten, want ze zijn erg cyclisch.” Volgens hem heeft de aantrekkende economische toestand in de Verenigde Staten de kredietmarkten in Amerika aan een schitterende start geholpen. Dat is de reden waarom INEOS eind januari de eerste schijf van de schuld, met vervaldag in 2013, heeft geherfinancierd. Daardoor hebben we nu nog nauwelijks schuld met vervaldag vóór 2014. Deze manier van bedrijfsfinanciering is echter niet voor alle types ondernemingen geschikt. “Voor een cyclisch bedrijf met een langetermijnperspectief, past dit heel goed,” zegt John. “Voor andere bedrijven, waar de doelstellingen misschien anders liggen, bijvoorbeeld omdat ze geruggesteund worden door ‘private equity’ financiering en een beursgang overwegen, kan dat anders liggen.” John zegt dat INEOS enkel zou overwegen zijn financiering te veranderen, wanneer de kredietmarkten zouden droog liggen. “Als we onze leningen niet zouden kunnen herfinancieren, dan is dat iets waarover we moeten nadenken,maar hopelijk komt het nooit zover,” zegt hij. Een spel in twee helften: de financiële prestaties van 2011 Het jaar 2011 bleek voor INEOS een spel in twee helften. Het bedrijf had een sterke eerste jaarhelft – de eerste twee kwartalen waren zelfs een record – maar na de zomer verliep het derde kwartaal aanzienlijk minder gunstig en het vierde kwartaal was ronduit zwak. Als bedrijf verwacht INEOS ups en downs, in lijn met de golven in de wereldeconomie. De laatste tijd was dit trouwens moeilijk te voorspellen van kwartaal tot kwartaal, vooral in Europa. Maar de voornaamste oorzaken voor de zwakkere tweede helft van het jaar, zijn niet INEOS-gebonden. Naast de verliezen door operationele moeilijkheden met de grondstoffenbevoorrading in Grangemouth (Schotland) en problemen met een onderaannemer in Keulen, werd INEOS zwaar getroffen door de eurocrisis. Daarnaast was er nog de beslissing van China om op de rem te gaan staan. “De economische omgeving in het vierde kwartaal van 2011 vormde een behoorlijke uitdaging,” vertelt John Reece. “De mondiale economische en politieke onzekerheid had een weerslag op de vraag in verschillende sectoren.” “En wat de Chinese regering deed, heeft de vraag naar sommige van onze producten in het Verre Oosten gedrukt, wat leidde tot dalende productprijzen.” Amerika was echter een ander verhaal. Terwijl de eurocrisis zich overal in Europa liet voelen en veel kopers hun voorraden probeerden af te bouwen – wat op zijn beurt tot nog minder vraag en een lagere capaciteitsbenutting leidde – wisten de Noord- Amerikaanse INEOS-businesses hun stevige marges te behouden. Men bleef er namelijk profiteren van goedkopere grondstoffen door de lage gasprijs en een groeiend vertrouwen in de economie. De conjunctuur bleef gunstig in Noord-Amerika en de marges evolueerden positief. Bovendien behielden de ethyleenderivaten een goede concurrentiepositie op de exportmarkten. Over het algemeen was 2011 een goed jaar: de EBITDA van INEOS Group bedroeg 1,7 miljard Pond. Dat is iets meer dan het voorgaande jaar. En tot nu toe gaat het ook dit jaar goed met INEOS. “De conjunctuur bij het begin van 2012 is aanmerkelijk verbeterd ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar,” aldus John. “Over het hele bedrijf bekeken, was het vierweeks voortschrijdende gemiddelde van de wekelijkse ordervolumes in de eerste vier weken van januari het hoogste in vergelijking met de afgelopen vijf jaar.” De marges van INEOS Olefins & Polymers North America profiteerden van de prijsstijging van polyethyleen, de dalende kosten van ethaan en een krapper aanbod op de markt, veroorzaakt door het samenvallen van zware onderhoudsprogramma’s in de sector. Alle vestigingen van INEOS Olefins & Polymers Europe lopen nu goed en realizeerden in februari aanzienlijke stijgingen van de verkoopprijzen. In de sector van onze chemische tussenproductenkenden de vier grote businesses eveneens een conjunctuurverbetering. De verkoop van fenol ligt 20% hoger dan in december, met steviger marges als gevolg van krapte op de markt. De benuttingsgraad van de capaciteit in onze Nitriles business is gestegen van ongeveer 60% in het vierde kwartaal naar bijna 100% in februari, terwijl de prijzen in alle regio’s blijven stijgen en de vraag zich verder herstelt, ondanks het beperkt aanbod als gevolg van groot onderhoud bij vele producenten. Ook voor de Oxide business blijven de marktomstandigheden verbeteren en met Oligomers blijft in goede doen met goede volumes en stevige marges. “Het is bemoedigend,” zegt John. “Dit bezorgt ons een goede uitgangspositie om later dit jaar naar de markten terug te keren om onze herfinanciering te voltooien.”

    15 minuten gelezen Nummer 2
  • INEOS Capital

    Jim Ratcliffe, Chairman van INEOS, spreekt openhartig met Tom Crotty, Director INEOS Group, over 2011 en de eerste maanden van 2012. jim ratcliffe-video TC: We hebben elkaar voor het laatst ontmoet in november. U legde toen uit dat hoewel
het jaar 2011 goed was begonnen, de vraag tegen het einde van het jaar was verzwakt wegens de onzekerheid in Europa. Is het jaar geëindigd zoals u had verwacht? JR: Ja. Het vierde kwartaal was heel kalm wegens de eurocrisis en China’s beslissing om de broekriem aan te halen. Al onze businesses zagen hun orderboek krimpen. In de hele wereld bouwden bedrijven hun voorraden af. Nu hadden we in 2009 en 2010 ook al een zwak vierde kwartaal, dus het was geen ramp. Wel was het een teleurstelling, want de eerste jaarhelft was schitterend. Maar in de chemische sector gaan de zaken altijd sterk op en neer. Dat weten we allemaal. Over de vier kwartalen van 2011 bekeken, was dit alles bij elkaar een goed jaar voor ons. Ook het eerste kwartaal van dit jaar begon sterk. Nu worden de voorraden weer overal aangevuld en neemt de vraag weer toe. In Amerika gaat het goed en in China is die broekriem alweer een gaatje ruimer gezet. Over het algemeen zijn we redelijk tevreden over het eerste kwartaal. TC: Hoe waren de veiligheidsprestaties voor dit jaar? JR: Wat de persoonlijke veiligheid betreft hadden we een recordjaar. Ons veiligheidscijfer was 0,2 of 0,21: het beste resultaat ooit. Op zich is dit heel goed, maar nog belangrijker is dat we vier jaar op rij vooruitgang hebben geboekt. Daaruit blijkt dat de procedures die we hebben opgestart goed werken. We kunnen rustig zeggen dat we nu waarschijnlijk in de top 10 van de chemische industrie zitten. Maar we weten dat Exxon op 0,16 zit, wij dus op 0,21. Dat betekent dat we nog altijd beter kunnen, er zijn altijd nog verbeteringen mogelijk zijn tot we de nul bereiken. Een andere aspect betreft de procesveiligheid. Dit is moeilijker te meten dan persoonlijke veiligheid, omdat er statistisch gezien niet zoveel gebeurt. We nemen echter ieder verlies van product onder de loep. Elk verlies wordt uitgebreid besproken in de raden van bestuur. We bekijken zorgvuldig alle kritieke SHE- afwijkingen en -alarmen zodanig dat we kunnen ingrijpen en grote problemen voorkomen, indien we ooit aan onze laatste verdedigingslijn komen of wanneer er iets grondig fout gaat in één van de chemische processen. TC: In januari ging u naar de financiële markten om leningen te herfinancieren. Wat was de respons van de potentiële investeerders? JR: Verrassend goed. Januari was een heel moeilijke maand omdat we nog maar net uit de eurocrisis kwamen. Er was aarzeling omdat de Chinezen nog
hun Nieuwjaar aan het vieren waren. Hoewel we heel hoopvolle tekenen vanuit Amerika opvingen, was er nog steeds wat onzeker over hoe we in de markt onthaald zouden worden. Maar er werd zelfs met een groot surplus ingetekend. We hadden net geen 1 miljard $ nodig, maar zagen ruim 5 miljard $ aan interesse. Uiteindelijk hebben we ruim 1,6 miljard $ opgenomen. Eén van de dingen die we echter in de rest van dit jaar willen doen is het bedrijf volledig herfinancieren. TC: Waarom was de belangstelling om in INEOS te investeren zo groot? JR: Wel, los van het feit dat ze duidelijk een boontje voor ons hadden en de presentaties vlot verliepen, is het zo dat INEOS al heel wat uitgiftes gedaan heeft over de jaren. En nooit hebben die iemand in de steek gelaten. Tijdens de crisis van 2008 werden we zwaar op de proef gesteld, maar we hebben die proef duidelijk doorstaan tijdens een periode die als de zwaarste recessie van de afgelopen 30 tot 40 jaar gekend zal blijven. Sindsdien hebben beleggers weinig geïnvesteerd en zitten nu op een berg geld. Ze weten dat als ze hun geld op
de bank plaatsen, ze nauwelijks iets verdienen. Daarom zoeken ze manieren om het te investeren. De obligaties die we uitgeven, brengen 8% op. Dus wordt INEOS als een goed risico beschouwd. En tot hiertoe hebben onze obligaties over de vele jaren altijd goede resultaten gegeven. Natuurlijk gaan ze op en neer. Tijdens een crisis gaan obligaties onvermijdelijk omlaag, maar ze veren altijd terug op en INEOS is nooit in gebreke gebleven. De resultaten van INEOS zijn altijd sterk geweest, behalve in het vierde kwartaal van 2011, maar de eerste helft van 2011 was de sterkste jaarhelft die we ooit hebben gezien. Het is dus duidelijk dat we goed
uit de recessie gekomen zijn en onze visie voor 2012 is behoorlijk positief. Over het algemeen was het een goed resultaat en we zijn heel tevreden. TC: Was dat een verrassing?
 JR: We waren aangenaam verrast. Maar toch hadden we gedacht dat het vrij goed zou gaan, anders waren we niet eens aan die herfinanciering begonnen. Er bestaat een Amerikaanse uitdrukking (die we in
het Engels minder graag gebruiken, met excuses aan alle Amerikaanse lezers), namelijk een ‘blowout deal’, wat zoveel betekent als een knaller van een deal, een ongelooflijk goede deal. Het meeste geld dat we binnenkregen komt uit de VS, een heel sterke markt. De mensen denken momenteel heel positief in Amerika. TC: Wat betekent dat nu voor ons bedrijf? JR: Zoals u weet, willen we de herfinanciering afronden. Dit gebeurt in schijven omdat het geheel te omvangrijk is om in één keer te doen. We hopen in de eerste helft van dit jaar nog een ronde te organiseren om het proces af te ronden. Het ziet er naar uit dat we een mooie balans zullen hebben. We willen de problemen aanpakken die in 2008 en 2009 zijn ontstaan. De lezers zullen zich nog wel herinneren dat we door de financiële markten behoorlijk hard zijn gestraft voor wat er gebeurde tijdens de crisis, die eigenlijk door de banken was veroorzaakt. De banken hebben natuurlijk de macht om zware boetes aan INEOS uit te delen en daar moeten we zien uit te geraken. Door de herfinanciering verdwijnen al die boetes. TC: Ziet u enige verandering in het INEOS- model, als groep van chemische bedrijven in privé-eigendom? JR: Nee. Ik denk het niet. We willen het houden zoals het nu is. TC: Gaat het goed met de joint ventures die we vorig jaar hebben opgericht? JR: Styrolution had een heel rustig vierde kwartaal, maar over het geheel genomen was het een goed jaar. En
net als INEOS kende het een goed eerste kwartaal van 2012, dus het jaar is overtuigend begonnen. De markt voor Refining in Europa is nog steeds niet hersteld na de crisis van 2008/2009. Er zou nog meer capaciteit uit de markt moeten verdwijnen. Een deel van de capaciteit
is al stilgelegd toen Petroplus enkele maanden geleden overkop is gegaan. Toch spelen sommige mensen nog met het idee om sommige onderdelen ervan te redden. Wij vinden dit eerder belachelijk, maar het blijft een moeilijke business om te voorspellen. Refining had in januari een heel goede maand, maar februari was vrij moeilijk. Er is in elk geval meer tijd nodig vooraleer de rust is hersteld en de balans tussen vraag en aanbod wordt bereikt. TC: Waar ligt dit jaar uw focus voor het bedrijf? JR: Prioriteit is ongetwijfeld de afronding van de herfinanciering, die hopelijk goed zal verlopen. Dan denk ik dat onze focus vooral zal liggen op twee groeipolen voor INEOS. Ten eerste hebben we schaliegas in Amerika, waar veel kansen liggen. Veel van onze tijd, aandacht en focus wordt besteed aan de overweging of we van die kansen gebruik willen maken. De tweede groeipool voor INEOS is China, waar veel belangstelling bestaat voor de sector van onze chemische tussenproducten. China heeft in upstream geïnvesteerd, in wat wij als ‘O&P-bedrijven’ zouden beschrijven. Er zijn en worden dus veel kraakinstallaties en polymeerfabrieken gebouwd in China. Maar China is nog niet echt met chemische tussenproducten bezig, wat net één stapje van de upstream petrochemicaliën is verwijderd. INEOS heeft enkele heel interessante businesses in Fenol en Acrylonitriel, Oligomeren, Oxide en sommige delen van onze Technologies business. TC: In november zei u dat er altijd ups en downs zullen zijn in de markten. Hoe kan INEOS zorgen dat het goed blijft presteren ondanks die onzekerheid? JR: Hiervoor zijn geen gemakkelijke recepten noch garanties. We weten dat onze business cyclisch verloopt en dat er altijd ups en downs zullen zijn. Het enige wat
je kunt doen is zorgen dat je zo fit mogelijk bent en dat
je vaste kosten heel concurrentieel zijn, zodat we op de bodem van de cyclus geen rode cijfers zien verschijnen. Dat betekent dat we grote eenheden met lage vaste kosten moeten hebben, efficiënte en betrouwbare installaties en technologieën. Veel hiervan is uitgetest tijdens de crisis van 2008/2009. Sindsdien hebben we een of twee zaken moeten sluiten en we hebben een paar zaken verkocht. Daardoor is de INEOS-portefeuille de dag van vandaag een nogal slanke en fitte portefeuille van activa en fabrieken. TC: Mijn laatste vraag: hoe gaat het met het team? Ik heb het natuurlijk over Manchester United. JR: Je moest het weer bederven, natuurlijk... Voor wie meeleest (of meeluistert): misschien weet u dat Tom
ook fan van Manchester United is. Als ik eenmaal op dreef raak, kan dit deel van het interview langer duren dan al de rest. Ik bedoel maar: we zijn vereerd met de schabouwelijke prestaties van de rest van de voetballiga in Engeland. Ze zijn allemaal hopeloos. Liverpool, Chelsea, Arsenal... ze zijn hopeloos. Het lijkt of alle goede voetballers uit Engeland zijn vertrokken. United staat bovenaan, maar we moesten Paul Scholes weer op het middenveld terugbrengen. Hij is 38 en hij staat weer op het middenveld. Barcelona heeft acht of negen spelers als Paul Scholes en die zijn allemaal 24 of 25. Dus... Het verbaast me niet dat we uit de Champions league gekegeld zijn en dat de andere Engelse clubs in de Champions league ook zijn uitgeschakeld. Ik weet niet wat er is gebeurd. Het is allemaal nogal deprimerend. Je hebt het interview helemaal verpest, Tom.

    10 minuten gelezen Nummer 2
  • Schermer Max Hartung op weg naar de Olympische Spelen

    Manfred Hartung uit Duitsland heeft zijn zoon Max in de loop der jaren
tot een sabelschermer van wereldklasse zien uitgroeien, maar heeft daarbij ook veel geleerd over het aansturen van teams, leiderschap en verantwoordelijkheid. Voormalig Amerikaans boxer Muhammad Ali zei dat kampioenen niet in de sportzaal worden gemaakt. Hij zei dat ze worden gemaakt van iets dat diep binnenin hen zit: een verlangen, een droom, een visie. Max Hartung heeft een verlangen, een droom, een visie ... om een gouden olympische medaille te halen voor Duitsland. Als dat lukt, zal er niemand trotser op hem zijn dan zijn vader Manfred, Chef Onderhoud bij INEOS in Keulen, die kort nadat zijn zoon begon te schermen, leerde dat je eerste indrukken van mensen bedrieglijk kunnen zijn. “Max was een beetje een buitenbeentje als kind en soms werd hij gepest omdat hij een bril droeg”, vertelt hij. “Mijn vrouw en ik dachten dat hij hopeloos zou zijn bij het schermen, omdat hij geen coördinatie leek te hebben.” “En ik weet nog dat ik glimlachte toen zijn coach zei dat dat in zijn voordeel zou werken. Hij vertelde ons dat zijn tegenstanders hem zouden onderschatten.” Manfred en zijn vrouw Roswitha luisterden beleefd, maar ze waren nog niet overtuigd. Toen er dus een schermtenue voor Max gekocht moest worden, kozen ze voor een tweedehands. “Max droeg een schermjasje voor meisjes. Het zag er raar uit, maar het deerde hem niet”, zei Manfred. Max was nog maar negen en vocht met schuimplastic zwaarden, maar hij betaalde hen terug door toernooien te beginnen winnen. In februari dit jaar kwalificeerde hun nu 22-jarige zoon zich voor de Olympische Spelen in londen. Hij maakt deel uit van het sabelteam van vier heren. Als ze winnen, worden ze het eerste Duitse sabelteam dat een olympische medaille verovert. Er zullen slechts drie leden van het team individueel deelnemen. De vierde is een invaller. Manfred vertelt dat Max vastbesloten was om niet op het invallersbankje te zitten. Hun coach is de Duitse nationale sabeltrainer Vilmo Szabo. “Zijn visie was om een team jonge mannen en vrouwen tot olympische en wereldkampioenen te vormen”, zegt Manfred. “Tot nu toe heeft hij zes wereldkampioenen geproduceerd.” Manfred, die in londen zal zijn tijdens de Spelen, zegt dat hij nerveus zal zijn als zijn zoon tegen de beste schermers ter wereld uitkomt. Maar het helpt om te weten dat Max in de loop der jaren een innerlijke kalmte en zelfvertrouwen heeft ontwikkeld. “Als je in deze sport niet met dit soort druk kunt omgaan, moet je eruit stappen, want schermen is heel gevaarlijk”, zegt hij. Max is zich van dat gevaar bewust. Vele jaren geleden werd hij gestoken tijdens een trainingssessie. “De sabel stak dwars door zijn arm”, vertelt Manfred. “Gelukkig overleefde Max zonder grote mentale of fysieke littekens.” “Hij is nooit bang om gewond te raken.” In de loop der jaren heeft Manfred zijn zoon tot een schermer van wereldklasse zien uitgroeien. Hij is echter bescheiden over de rol die hij en zijn vrouw in zijn succes hebben gespeeld. “De grootste geschenken die we onze zoon hebben gegeven, zijn waarschijnlijk onze liefde en de vrijheid om te groeien”, zegt hij. “Hij was echter mijn rolmodel en hij heeft me enorm geholpen met de manier waarop ik mijn werk bij INEOS in Keulen doe.” Manfred zegt dat hij veel van Max heeft geleerd over het aansturen van teams, leiderschap en verantwoordelijkheid. “Als leider moet je zorgen dat er een structuur, een context is, waarbinnen je medewerkers hun eigen beslissingen kunnen nemen”, zegt hij. “Dat geeft hen niet alleen meer verantwoordelijkheidsbesef, ook hun zelfvertrouwen wordt er groter van en ze kunnen trots op hun prestaties zijn.” Manfred vertelt dat dit fundamentele bouwstenen voor elk succesvol bedrijf zijn. “Bovendien heb je iemand nodig die in jou en jouw bekwaamheden gelooft en die bereid is om je aan te moedigen om nog grotere dingen te bereiken”, zegt hij “In de afgelopen tien jaar heb ik me gerealiseerd dat je alles kunt bereiken als je een visie en de juiste structuur hebt, met de juiste mensen naast je.”

    7 minuten gelezen Nummer 2
  • Talent ontdekken

    Mensen werven die het karakter van een bedrijf begrijpen, is belangrijk voor iedere organisatie die wil groeien en bloeien in de hedendaagse, competitieve wereld. Soms is dat echter niet zo eenvoudig als het klinkt. Maar INEOS heeft problemen altijd beschouwd als kansen voor verbetering. daarom zoeken we al vroeg naar de beste starters. Mensen kunnen een organisatie of een situatie maken of breken. Denk maar aan het incident waarin de kapitein van de Costa Concordia zijn schip zou hebben verlaten en zijn passagiers en bemanning aan hun lot overliet nadat ze voor de Italiaanse kust op de rotsen waren gelopen en begonnen te kapseizen. Daarom is het zo belangrijk om mensen te vinden die het karakter van je bedrijf niet alleen begrijpen, maar er ook naar handelen. Vanuit dat perspectief neemt INEOS voortdurend stappen om een continue toevoer van mensen met grote vaardigheden en een sterke discipline en motivatie te waarborgen, mensen die hun verantwoordelijkheid erkennen en bereid zijn om niets aan het toeval over te laten. En de zoektocht begint al vroeg. In het basisonderwijs, de middelbare school en op wetenschapsbeurzen. “We zoeken voortdurend nieuwe kandidaten en we leiden onze eigen mensen op”, zegt Patrick Giefers, site manager bij INEOS te Keulen. VIDEO De reden is simpel: INEOS weet dat het loont om in de beste mensen te investeren. En het is een benadering die door potentiële kandidaten in en rond de vestiging in Keulen wordt erkend. Andreas Hain, die de training van stagiairs in de Duitse vestiging leidt, zegt dat er ieder jaar 2000 jongeren solliciteren naar ongeveer 60 banen. “Onze stages zijn heel populair en het is voor ons geen probleem om die stageplaatsen te vullen met mensen van zeer goede kwaliteit”, vertelt hij. “We kunnen focussen op wat we nodig hebben, de beroepen die we nodig hebben en de persoonlijkheid van mensen die we in het bedrijf willen hebben,” zegt hij. In Duitsland werkt deze aanpak. In het Verenigd Koninkrijk is er echter nog steeds een tekort aan jongeren met de gepaste opleiding die een carrière in de petrochemische industrie ambiëren. “Er is nooit een tekort aan belangstellenden voor stageplaatsen in locaties waar INEOS actief is,” zegt Tom Crotty, Director INEOS Group. “Het is heel gemakkelijk. Gezinnen zijn opgegroeid rond een vader of moeder die voor het bedrijf
werkt, dus de nieuwe generatie weet dat het een degelijk bedrijf is dat een goede bron van inkomsten oplevert. Dus regent het sollicitaties bij ons.” Het probleem – onlangs onderkend door Hans Niederberger, die de vestiging in Keulen heeft geleid – is het kaliber van de Britse studenten. “Hij ontdekte dat er een enorm verschil zat in de kwaliteit van de jonge technici,” zegt Tom. “Ze beschikten over de juiste academische kwaliteiten, maar ze ontbeerden de praktische vaardigheden die ze voor hun werk nodig hebben.” Om die kloof te overbruggen en aan de behoefte aan jonge, vakbekwame werknemers voor de raffinaderij in Grangemouth in Schotland te voldoen, werkt INEOS nu samen met Forth Valley College en Heriot Watt University. VIDEO2: Grange Samen hebben ze ‘Engineers of the Future’ opgericht, een vijfjarige praktische opleiding die voor elke student een volledige universiteitsopleiding plus de relevante werkervaring biedt. “Zo creëren we iemand die op het werk is voorbereid als hij van de universiteit komt en
die niet pas op de eerste werkdag over de sector begint te leren”, vertelt Gordon Grant, CEO INEOS Grangemouth Services & Infrastructure. Hij zegt dat het gebrek aan vaardigheden dat INEOS heeft onderkend, niet alleen bij ons bedrijf een probleem is. “We zien dat gebrek in de hele petrochemische industrie en in feite in de hele Britse technologische sector”, zegt hij. Hij vertelt dat hij nauw met de Schotse regering
en met een organisatie die zich met ontwikkeling van vaardigheden bezighoudt, heeft samengewerkt om het INEOS-model te promoten. “Het is een model dat ze ook voor andere sectoren zouden moeten overwegen en promoten”, zegt hij. “Dit model van onderwijs op universitair niveau in combinatie met ervaring op de werkplek is immers iets dat voordelen heeft voor alle betrokkenen.” Natuurlijk is het concept van stages in het kader van onderwijs op universitair niveau niet nieuw. Wat dit model zo anders maakt, is de gedachtegang die eraan ten grondslag ligt. “Het innovatieve is dat er grondig is nagedacht over welke ervaringen mensen krijgen en dat die ervaringen rechtstreeks aan het onderwijs worden verbonden dat ze in het klaslokaal krijgen”, vertelt Robin Westacott, directeur van het programma ‘Engineers of the Future’. Forth Valley College doorloopt twee programma’s. Het ene is praktisch, het andere academisch. Daarnaast hebben de leerkrachten het ook over de bedrijfswaarden van INEOS, vooral in verband met veiligheid. “We willen dat ze de bedrijfscultuur van INEOS begrijpen, zodat als ze naar de vestiging
gaan voor hun stage, ze al van die cultuur doordrongen zijn”, zegt Kenny MacInnes, Deputy Head of Engineering, Forth Valley College. De studenten zijn al even enthousiast over het leerprogramma als INEOS. “Je wordt betaald voor je werk, je ontwikkelt de praktische vaardigheden die mensen op de universiteit niet krijgen en je doet ervaring op de werkplek op”, zegt één van de studenten. Een ander vindt het fijn om al een voorsprong op zijn leeftijdsgenoten te hebben voordat hij afgestudeerd is. “Je weet veel meer dan een typische afgestudeerde”, zegt hij. En dat is de bedoeling! “Hopelijk zien we straks meer en meer van deze plannen, zodat technologische sectoren een eersteklas personeelsbestand kunnen opbouwen voor de toekomst”, zegt Gordon

    16 minuten gelezen Nummer 2
  • Het idee van cogent om nieuw talent aan te trekken

    INEOS helpt kleine bedrijven nu op indirecte wijze met het vinden van goede stagiairs, via Tom Crotty. Tom werd onlangs chairman van Cogent, een groep leidende zakenlieden, die bevoegd zijn om de standaarden in de chemische, farmaceutische, nucleaire, olie en gas-, petroleum- en polymerenindustrie te verbeteren en meer kansen te creëren voor jongeren in het Verenigd Koninkrijk. “Het probleem ligt niet bij de grote bedrijven, want zij hebben het geld om stagiairs in dienst te nemen en op te leiden”, zegt hij. “Maar als je een klein technisch bedrijf bent, vind je het misschien te riskant om een stagiair aan te nemen en kies je liever voor een 35-jarige.” Hij hoopt dat dat zal veranderen met de steun van Cogent. “Cogent kan de stagiairs in dienst nemen voor een driejarig programma,” zegt hij. “Het bedrijf draagt de helft van de kosten, maar hoeft de persoon niet aan te werven.” “En als de stagiair hen niet goed bevalt, zoeken we iemand anders voor ze.” Tom zegt dat de taak van Cogent o.a. zal zijn om schoolverlaters te overtuigen van de waarde van een stage. “We moeten af van het beeld dat een stage betekent dat je in modderige laarzen of met olie in je haar rondloopt”, zegt hij. “Nu de studiekosten in Engeland zo snel
stijgen, gaan jongeren beter beseffen dat het verwerven van vaardigheden op een werkplek ook een goede manier is om aan hun carrière en toekomst te bouwen”, vertelt Tom. Cogent is een officieel orgaan voor de chemische, farmaceutische, nucleaire, olie en gas-, petroleum- en polymerenindustrie, dat zich richt op de bevordering van de ontwikkeling van vaardigheden. In het verleden kregen dergelijke organisaties een vast bedrag van de regering. Nu moeten ze erom dingen en is er onderlinge concurrentie. Cogent doet het tot dusver redelijk goed.

    4 minuten gelezen Nummer 2
  • Het verenigd koninkrijk heeft duidelijk energiebeleid voor lange termijn nodig om toekomst van industrie veilig te stellen

    INEOS blijft in belangrijke mate aanwezig in het Verenigd Koninkrijk, met 4000 werknemers, verspreid over zes vestigingen. Het bedrijf blijft toegewijd aan zijn vaste productiebasis, maar vreest dat de zakelijke omgeving niet de steun krijgt die het nodig heeft in de internationale, sterk concurrerende markt. Tom Crotty, Director INEOS Group, gelooft dat het Verenigd Koninkrijk in de eerste plaats een duidelijk energiebeleid voor de lange termijn nodig heeft om het verval tegen te gaan en de toekomst van de secundaire sector in het Verenigd Koninkrijk veilig te stellen. Hij zegt dat het kortetermijndenken al veel schade heeft veroorzaakt. “Momenteel wordt er niet naar het complete plaatje gekeken”, zegt hij. “Dat moet veranderen als we de trend van de afgelopen 10 jaar willen omkeren.” “Zonder een degelijke productiebasis
kan het land geen welvaart scheppen
en zonder welvaart kunnen we geen overheidsuitgaven verhogen om onze scholen en ziekenhuizen te onderhouden.” Hij zegt dat de landen waar het het best gaat – Duitsland en Scandinavië – fors in hun industrie hebben geïnvesteerd. De landen waar dat niet is gebeurd – Griekenland, Spanje en Ierland – hadden domweg op de dienstensector vertrouwd. Tom zegt dat de Britse regering en de energiesector een samenhangend industriebeleid moeten ontwikkelen, zodat iedereen weet welke sectoren koste wat kost moeten worden onderhouden. “Dat is het allerbelangrijkste en het gaat kritiek worden,” zegt hij. “Als we een stabiel energiebeleid voor de lange termijn hebben, kan de industrie leveren wat van ons wordt verwacht.” “Momenteel houdt nieuw beleid telkens één regeringstermijn stand, als we geluk hebben.” Tom heeft er bij opeenvolgende Britse regeringen op aangedrongen dat ze niet steeds meer regels moeten opleggen – of die nu op nationaal of EU-niveau zijn bedacht – aan een industrie die reeds onder een zware regelgeving gebukt gaat. Hij zegt dat de Duitsers en de Fransen het bij het rechte eind hebben. “Zij interpreteren de Europese reglementen anders dan wij,” zegt hij. “Zij leggen de regels zodanig op dat ze hun industrie beschermen.” “Ik denk dat we de impact van alle EU-voorschriften op onze industrie moeten onderzoeken voordat we ze blindelings implementeren.” Tussen 1997 en 2007 is de bijdrage van de Britse industrie aan het BNP gehalveerd: ze daalde van 22% naar 11%. Duitsland daarentegen heeft nauwelijks ergens last van en ongeveer 50% van de energie daar is nog steeds van kolen afkomstig. Tijdens een diner met de Britse minister Vince Cable werd aan Tom gevraagd wat de Britse regering
kan doen om de Britse industrie te helpen. “Ik zei dat een tijdmachine goed zou zijn, zodat we 20 jaar terug konden gaan”, vertelt hij. Tom gelooft echter dat de sfeer kan omslaan. “Ik denk dat de economische terugval duidelijk heeft gemaakt wat er moet gebeuren”, zegt hij.

    6 minuten gelezen Nummer 2
  • Nieuw talent winnen

    Nieuw talent aantrekken: de actie van INEOS om de beste afgestudeerden in Amerika te werven, levert resultaten op. Pas afgestudeerden in de VS weten dat als ze een functie bij INEOS Olefins & Polymers USA aanvaarden, ze een uitdagende baan krijgen, waarin ze al snel verantwoordelijkheden op zich moeten nemen. En dat nieuws verspreidt zich snel. “De beste afgestudeerden eisen zinvolle banen en functies. Ze hebben een nieuw perspectief en een nieuw verwachtingen, waarvan we onmiddellijk gebruik kunnen maken”, zegt Sam Scheiner, HR Director INEOS Olefins & Polymers USA. “Het eerste wat we doen, is onze pas afgestudeerden een zinvolle functie geven, waarin ze vanaf hun eerste werkdag voor ware uitdagingen komen
te staan. Nieuwe medewerkers die pas van de universiteit komen, krijgen geen standaard baantje.” “Doordat we onze pas afgestudeerden een zinvolle baan geven, waarin ze met ervaren werknemers samenwerken, kunnen ze veel sneller een groter potentieel realiseren en een grote bijdrage leveren.” Bill Steiner, die bijna vijf jaar geleden als pas afgestudeerde chemicus bij INEOS kwam werken, beaamt dat verschil. “Ik kreeg onmiddellijk veel verantwoordelijkheid en ik kon al heel snel mijn steentje bijdragen”, zegt hij. Het aantal Amerikanen dat rechtstreeks van de universiteit bij Olefins & Polymers USA komt werken, varieert per jaar, afhankelijk van de behoeften van het bedrijf. O&P USA begon zes jaar geleden met de werving van pas afgestudeerden. Sindsdien zijn er 35 afgestudeerden, vooral ingenieurs, chemici en financiële professionals, bij ons komen werken. “Het is ook belangrijk om op te merken dat de meesten van hen – 30 in totaal in de omgeving van Houston – nog steeds voor het bedrijf werken, in een markt waar het personeelsverloop veelal hoog ligt”, vertelt Sam. “Dat betekent dat we iets hebben dat de mensen willen en dat ze blijven om dat te krijgen.” “Onze pas afgestudeerden weten dat hun werk van kritiek belang voor het bedrijf is. En het nieuws verspreidt zich. We werken elk jaar verder aan
de reputatie die INEOS heeft bij de universiteiten waarmee we nauw samenwerken.” De meeste afgestudeerden – en Amerikaanse bedrijven concurreren sterk om de besten – worden aangetrokken uit bekende, degelijke universiteiten in Texas en het naburige louisiana. Wat al deze universiteiten en opleidingen op universitair niveau met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal hechte banden met INEOS hebben via medewerkers die aan deze instellingen hebben gestudeerd. “Wij vinden het belangrijk dat we een sterke relatie hebben met de universiteiten waar we mensen werven”, zegt Sam. Olefins & Polymers USA neemt regelmatig aan jobbeurzen deel om haar bekendheid onder de universiteiten en studenten te vergroten. “Dat is erg belangrijk voor ons”, zegt Sam, “en het is één van de redenen waarom we er zoveel tijd en energie in steken.” “Het is fundamenteel voor het hele proces dat we
de juiste kandidaten krijgen. We willen dat de juiste mensen op de juiste plek in ons bedrijf terechtkomen en daar groeien en bloeien in een boeiende, uitdagende omgeving.” Olefins & Polymers USA heeft op elke universiteit een wervingsteam. “Dat helpt ons al vroeg een idee te krijgen van wie de juiste persoon voor het bedrijf is”, vertelt Sam. Elk team stelt een lijst op en houdt gesprekken met kandidaten op de universiteiten, waarna wordt
besloten wie we uitnodigen voor een tweedaagse wervingsbijeenkomst in Marina View, waar de potentiële medewerkers worden rondgeleid in één van de INEOS- vestigingen (Chocolate Bayou of Battleground). “Tijdens dat bezoek ontmoeten de kandidaten ook de CEO en de directieleden